>>>  Laatst gewijzigd: 31 januari 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Sigmund Freud

Over Freud en de psychoanalyse

Cassette Freud 'Studienausgabe' Sigmund FREUD
(1906a) Meine Ansichten über die Rolle der Sexualität in der Ätiologie der Neurosen in: Studienausgabe, Herausgegeben von Alexander Mitscherlich, Angela Richards, James Strachey - Band 5 - Sexualleben
Frankfurt am Main: Fischer Taschenbuch Verlag, 1982
ISBN 35 9627 3056

Dit is een toelichting op Freuds stelling dat aan neurosen altijd seksuele zaken ten grondslag liggen. Maar die stelling heeft wel een ontwikkeling doorgemaakt.

"Die Fachgenossen könnten in diesem Zugeständnis die Gewähr finden, daß diese Theorie nichts anderes ist als der Niederschlag fortgesetzter und vertiefter Erfahrungen."(149)

[Freud wordt nooit moe te benadrukken dat hij empirisch te werk gaat en dat ook deze stelling niet meer is dan het resultaat van waarnemingen. Nogmaals: hij houdt er wel een heel simpel idee over wetenschap op na en is nogal blind voor zijn eigen interpreterende rol in die waarnemingen.]

Die ervaringen deed hij in eerste instantie op bij mensen met 'neurasthenie' en angstneurose, maar later ook bij psychoneurosen als hysterie en dwangvoorstellingen.

"Ich wurde zunächst von der Häufigkeit grober Störungen in der vita sexualis der Nervösen überrascht; je mehr ich darauf ausging, solche Störungen zu suchen, wobei ich mir vorhielt, daß die Menschen alle in sexuellen Dingen die Wahrheit verhehlen, und je geschickter ich wurde, das Examen trotz einer anfänglichen Verneinung fortzusetzen, desto regelmäßiger ließen sich solche krank machende Momente aus dem Sexualleben auffinden, bis mir zu deren Allgemeinheit wenig zu fehlen schien."(149)

[Nog steeds dezelfde zaken die ziek maken: masturbatie, polluties, coïtus interruptus en zo. Nog steeds leiden ze tot een "ungenügende Abfuhr der erzeugten Libido", "eingeklemmter Affekt", "Konversion" (150), culminerend in de uitspraak: "Bei normaler vita sexualis ist eine Neurose unmöglich."(151). Verderop heeft hij het over de seksualiteit van het organisme. Freud heeft niets geleerd. Nog steeds een fysiologisch model van prikkels en zo verder als verklaring, nog steeds normatieve uitspraken over wat normale seksualiteit is.]

Ook de relatie met seksuele ervaringen in de kindertijd drong zich aan hem op. Maar daar veranderde hij nadrukkelijk van opvatting:

"Ein Zufall des damals noch spärlichen Materials hatte mir eine unverhältnismäßig große Anzahl von Fällen zugeführt, in deren Kindergeschichte die sexuelle Verführung durch Erwachsene oder andere ältere Kinder die Hauptrolle spielte. Ich überschätzte die Häufigkeit dieser (sonst nicht anzuzweifelnden) Vorkommnisse, da ich überdies zu jener Zeit nicht imstande war, die Erinnerungstäuschungen der Hysterischen über ihre Kindheit von den Spuren der wirklichen Vorgänge sicher zu unterscheiden, während ich seitdem gelernt habe, so manche Verführungsphantsasie als Abwehrversuch gegen die Erinnerung der eigenen sexuellen Betätigung (Kindermasturbation) aufzulösen. Mit dieser Aufklärung entfiel die Betonung des »traumatischen« Elementes an den sexuellen Kindererlebnissen, und es blieb die Einsicht übrig, daß die infantiele Sexualbetätigung (ob spontan oder provoziert) dem späteren Sexualleben nach der Reife die Richtung vorschreibt."(152)

"Mit der angenommenen Häufigkeit der Verfürung in der Kindheit entfiel auch die übergroße Betonung der akzidentellen Beeinflussung der Sexualität, welche ich bei der Verursachung des Krankseins die Hauptrolle zuschieben wollte ... "(153)

"Es kam also nicht darauf an, was ein Individuum in seiner Kindheit an sexuellen Eregungen erfahren hatte, sondern vor allem auf seine Reaktion gegen diese Erlebnisse, ob es diese Eindrücke met der »Verdrängung« beantwort habe oder nicht."(154)

[Dit is dus een duidelijke herroeping van de eerdere verleidingstheorie. In een brief aan Fliess gebeurde dat al in 1897, in de Drei Abhandlungen van 1905 is er een korte aanduiding, hier is het helder. Waarom deed hij er negen jaar over om die ommezwaai in denken in de openbaarheid te brengen?
Afgezien daarvan lost de stap van 'het was niet echt' naar 'het was fantasie' niets op. Want hoe weet Freud zo zeker dat het fantasie was en niet echt? Hoe wist hij welke kinderlijke seksuele activiteit spontaan was en welke geprovoceerd werd? Hoe kon hij dat bij individuele personen met een grote mate van zekerheid vaststellen? En waarom zou iemand een afweer voelen bij herinneringen aan masturberen in de kindertijd en die herinneringen verdringen? Wie zegt dat die afweer / verdringing er bij die patiënt was en niet bij de analyst / Freud zelf?
Freud is altijd negatief over seksualiteit, behalve wanneer het gaat om de voortplanting in het kader van een huwelijk (de normale seksualiteit zoals hij dat ziet). Hij heeft die Victoriaanse opvattingen in zijn middenklassemilieu nooit losgelaten en al zijn patiënten bevestigd in hun schuldgevoelens en verwarring over dat ze toch van seks wilden genieten.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek