>>>  Laatst gewijzigd: 31 januari 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Sigmund Freud

Over Freud en de psychoanalyse

Cassette Freud 'Studienausgabe' Sigmund FREUD
(1923b) Das Ich und das Es in: Studienausgabe, Herausgegeben von Alexander Mitscherlich, Angela Richards, James Strachey - Band 3 - Psychologie des Unbewußten
Frankfurt am Main: Fischer Taschenbuch Verlag, 1982
ISBN 35 9627 303x

(282) Vorwort

Vervolg op Jenseits des Lustprinzips. Kleine opmerking over "ehemaligen Analytiker".

[Waarvan ik me afvraag of die nu aardig bedoeld is of niet. Ik denk eigenlijk het laatste.]

(283) I. Bewußtsein und Unbewußtes

Centraal in de psychoanalyse is het onderscheid tussen het bewuste en het onbewuste.

"Den meisten philosophisch Gebildeten ist die Idee eines Psychischen, das nicht auch bewußt ist, so unfaßbar, daß sie ihnen absurd und durch bloße Logik abweisbar erscheint. Ich glaube, dies kommt nur daher, daß sie die betreffenden Phänomene der Hypnose und des Traumes, welche – vom Pathologischen ganz abgesehen – zu solcher Auffassung zwingen, nie studiert haben. Ihre Bewußtseinspsychologie ist aber auch unfähig, die Probleme des Traumes und der Hypnose zu lösen."(283)

[Ik denk dat ze zullen zeggen: dromen vormen helemaal geen probleem. De hypnose is wat lastiger weg te praten.]

Bewustzijn heeft te maken met de directe waarneming en is dus voortdurend in verandering. Waarnemingen / voorstellingen gaan naar de achtergrond en komen weer terug. Je kunt zeggen dat ze dan 'latent' zijn, je kunt ook zeggen dat ze dan 'onbewust' zijn.

[De interactie tussen bewustzijn en geheugen is belangrijk, vind ik. 'Latent' / 'naar de achtergrond' betekent dan 'even naar het geheugen verplaatst'. Maar mensen kunnen steeds weer hun geheugen raadplegen en voorstellingen terughalen in het bewustzijn. Het gebeurt zelfs vanzelf via associaties. Waarnemingen zijn niet los te zien van wat al waargenomen is. Daarom kunnen bepaalde mensen die je in het hier en nu ontmoet bepaalde angsten van vroeger oproepen. En ook waar: mensen willen bepaalde herinneringen / dingen die opgeslagen zijn, niet terug hebben in hun bewustzijn. 'Daar wil ik het niet over hebben ...' Mensen zijn voortdurend selectief over wat ze willen meemaken, weten, voelen, ze sluiten dingen uit omdat ze die niet prettig (mogen) vinden. Dat is al zo lang bekend, waarom is Freud dan zogenaamd zo origineel?
Sommige mensen reageren gevoelsmatig ook veel heftiger op waarnemingen en dus ook op herinneringen, ze zijn sensitiever, hebben meer temperament. Weten we eigenlijk waarom sommige mensen eerder bang of moedig of geil of vriendelijk of onzeker zijn dan andere die niets lijken te voelen en altijd 'evenwichtig zijn'? Het gaat zo vaak over waarnemingen en verwerking / bewerking van waarnemingen, maar hoe zit het eigenlijk met de gevoelens en emoties?
Tijdens het dromen gebeurt dat associëren als vanzelf en op een ongecontroleerde manier. Dromen sluiten dus wel aan bij wat in het geheugen is opgeslagen, het kan dus ook oude herinneringen betreffen, maar meestal zijn het vrij recente herinneringen. Waarnemingen / Herinneringen gaan samen met (oude of recente) gevoelsmatige reacties er op. Soms droom je verlangens, soms droom je angsten, en zo verder, soms droom je dingen uit een ver verleden die je gekwetst hebben of juist positief geraakt hebben. Maar het is onzin om dromen zo centraal te stellen (laat staan versprekingen) en er zo veel betekenis aan te hechten en het is zeker onzin om elke droom een wensdroom te noemen. Ik denk ook dat we de term 'onbewuste' helemaal niet nodig hebben. Je kunt het net zo goed over 'opgeslagen waarnemingen en gedachten' hebben of nog simpeler over 'herinneringen'. En, ja, herinneringen kunnen je behoorlijk dwarszitten en dat hoeft niet altijd zo bewust te verlopen.
Binnen dit thema van bewustzijn / onbewuste heb je al gauw de verwarring van aspecten uit de biologie/ neurologie en uit de psychologie. Bovendien loopt de taal gemakkelijk met ons weg. Taal localiseert helaas te vaak. 'Het bewustzijn is een functie van de hersenen' tegenover 'Mensen hebben een bewustzijn, het is ergens in die hersenen, net als het onbewuste, neemt een bepaalde ruimte in, is een ding'. De psyche is een functie van het menselijk lichaam, vind ik.
Waarom onderscheiden tussen 'voorbewust' en 'onbewust' als alles uiteindelijk - eventueel met een beetje hulp - terug kan keren in het bewustzijn? Ik vind dat Freud dat nergens aannemelijk maakt. En als hij dan ook nog eens schrijft dat er ook onbewuste zaken kunnen zijn die niet verdrongen zijn door het bewustzijn, wordt het geheel wel erg schimmmig.
Wat zeg je als je het Ik een "seelische Instanz", de controlerende instantie noemt? Kun je wel zo praten over "Het Ik" alsof het een ding is?]

"An diesem Ich hängt das Bewußtsein, es beherrscht die Zugänge zur Motilität, das ist: zur Abfuhr der Erregungen in die Außenwelt; es ist diejenige seelische Instanz, welche eine Kontrolle über all ihre Partialvorgänge ausübt, welche zur Nachtzeit schlafen geht und dann immer noch die Traumzensur handhabt. Von diesem Ich gehen auch die Verdrängungen aus, durch welche gewisse seelische Strebungen nicht nur vom Bewußtsein, sondern auch von den anderen Arten der Geltung und Betätigung ausgeschlossen werden sollen. Dies durch die Verdrängung Beseitigte stellt sich in der Analyse dem Ich gegenüber, und es wird der Analyse die Aufgabe gestellt, die Widerstände aufzuheben, die das Ich gegen die Beschäftigung mit dem Verdrängten äußert."(286)

"Wenn wir uns so vor der Nötigung sehen, ein drittes, nicht verdrängtes Ubw aufzustellen, so müssen wir zugestehen, daß der Charakter des Unbewußtseins für uns an Bedeutung verliert. Er wird zu einer vieldeutigen Qualität, die nicht die weitgehenden und ausschließenden Folgerungen gestattet, für welche wir ihn gerne verwertet hätten. Doch müssen wir uns hüten, ihn zu vernachlässigen, denn schließlich ist die Eigenschaft bewußt oder nicht die einzige Leuchte im Dunkel der Tiefenpsychologie."(287)

(288) II. Das Ich und das Es

"Wir merken, das [waarneming tegenover denken, denken tegenover bewustzijn] ist eine von den Schwierigkeiten, die sich ergeben, wenn man mit der räumlichen, topischen Vorstellung des seelischen Geschehens Ernst machen will."(288)

[Ik denk dat we die topische beeldvorming over de psyche daarom moeten vermijden. De psyche is geen apparaat / systeem zoals Freud het uitdrukt met verschillende onderdelen op een bepaalde plaats in de constellatie. Dat geeft een te statisch beeld en kan de dynamiek - die ook Freud wil - nooit recht doen.
De psyche is niets meer dan de verzameling van alle mogelijke functies van het lichaam tussen welke allerlei interacties en beïnvloedingen plaats vinden. Bewustzijn is niet meer dan de functie 'aandacht hebben voor' (bijvoorbeeld voor actuele waarnemingen van de werkelijkheid buiten ons of voor de actuele gewaarwordingen van ons lijf of voor de waarnemingen en gedachten van vroeger die we ons herinneren). Denken is niet meer dan de functie 'het verwerken en bewerken van actuele waarnemingen en herinneringen via logische en andere operaties'. Taal is niet meer dan de functie van het 'labelen van waarnemingen en de resultaten van het denken'. Het 'ik' is niet meer dan die psyche = het lichaam en kan nooit losgedacht worden van de werkelijkheid waarin dat 'ik' leeft en ervaringen opdoet.]

Woord en beeld. Woorden als 'herinneringsresten van het gehoorde woord', 'visuele resten' van het denken.

"Das Denken in Bildern ist also ein nur sehr unvollkommenes Bewußtwerden. Es steht auch irgendwie den unbewußten Vorgängen näher als das Denken in Worten und ist unzweifelhaft onto- wie phylogenetisch älter als dieses."(290)

[Kun je dat wel onderscheiden: kunnen we 'denken in beelden / visuele voorstellingen' tegenover: kunnen we alleen maar 'denken in woorden'? Is het taalgebruik hier weer niet helemaal misleidend? Je hebt bewustzijn van beelden in de waarneming en van herinnerde beelden afkomstig uit die waarneming. Kan denken als functie operaties loslaten op beelden? Ja, denken is het koppelen van woorden aan waarnemingen (waaronder beelden: analyse van beelden, indeling van beelden in categorieën in de taal; maar ook de waarnemingen van andere zintuigen). We denken niet in woorden, we gebruiken woorden om te denken. We denken niet in beelden, maar gebruiken het denken om beelden te verwerken. En zo verder.]

"Die Empfindungen mit Lustcharakter haben nichts Drängendes an sich, dagegen im höchsten Grad die Unlustempfindungen. Diese drängen auf Veränderung, auf Abfuhr, und darum deuten wir die Unlust auf eine Erhöhung, die Lust auf eine Erniedrigung der Energiebesetzung."(291)

["Energiebesetzung" is een term die niets zegt. Dus ook een zin als 'Lust leidt tot een vermindering van de energiebezetting' is vaag en nietszeggend. De term "unbewußte Empfindungen" is eveneens een draak: we worden ons van iets gewaar en dan is het bewust of we worden ons van iets niet gewaar en dan bestaat het voor ons simpelweg niet. Gewaarwordingen kunnen wel meer of minder bewust zijn, meer of minder aandacht van ons opeisen. Als je zegt dat gewaarwordingen onbewust kunnen zijn, wil je in feite ook zeggen dat ze ons kunnen beïnvloeden zonder dat we dat door hebben. Er zal ongetwijfeld van alles op ons inwerken zonder dat we ons er van bewust zijn. Maar daaar hebben we dan ook geen weet van. Kan een ander daar weet van hebben? Pas als ik het ook weet.]

"Ich meine G. Groddeck, der immer wieder betont, daß das, was wir unser Ich heißen, sich im Leben wesentlich passiv verhält, daß wir nach seinem Ausdruck »gelebt« werden von unbekannten, unbeherrschbaren Mächten.(...) Ich schlage vor, ihr Rechnung zu tragen, indem wir das vom System W ausgehende Wesen, das zunächst vbw ist, das Ich heißen, das andere Psychische aber, in welches es sich fortsetzt und das sich wie ubw verhält, nach Groddecks Gebrauch das Es."(292)

"Es ist leicht einzusehen, das Ich ist der durch den direkten Einfluß der Außenwelt unter Vermittlung von W-Bw veränderte Teil des Es [mijn nadruk], gewissermaßen eine Fortsetzung der Oberflächendifferenzierung. Es bemüht sich auch, den Einfluß der Außenwelt auf das Es und seine Absichten zur Geltung zu bringen, ist bestrebt, das Realitätsprinzip an die Stelle des Lustprinzips zu setzen, welches im Es uneingeschränkt regiert. Die Wahrnehmung spielt für das Ich die Rolle, welche im Es dem Trieb zufällt. Das Ich repräsentiert, was man Vernunft und Besonnenheit nennen kann, im Gegensatz zum Es, welches die Leidenschaften enthält. Dies alles deckt sich mit allbekannten populären Unterscheidungen, ist aber auch nur als durchschnittlich oder ideell richtig zu verstehen."(293-294)

"Das Ich ist vor allem ein körperliches, es ist nicht nur ein Oberflächenwesen, sondern selbst die Projektion einer Oberfläche."(294)

(296) III. Das Ich und das Über-Ich (Ichideal)

[Het 'Ich' is een deel van het 'Es'. Het 'Über-Ich' is een deel van het 'Ich'. Aldus Freud. Maar dat zijn weer ruimtelijke uitdrukkingen die vaagheden creëren omdat die ruimtes overlappen. Als je het over drie functies hebt van eenzelfde lichaam is die overlap er niet, maar blijft wel de mogelijke dynamische interactie overeind. De kunst is om met de juiste taal te beschrijven wat er gebeurt.]

Volgt van alles over oedipale relaties, objectbezetting, identificatie, de fundamentele biseksualiteit van mensen.

"Dieses Eingreifen der Bisexualität macht es so schwer, die Verhältnisse der primitiven Objektwahlen und Identifizierungen zu durchschauen, und noch schwieriger, sie faßlich zu beschreiben. Es könnte auch sein, daß die im Elternverhältnis konstatierte Ambivalenz durchaus auf die Bisexualität zu beziehen wäre und nicht, wie ich es vorhin dargestellt, durch die Rivalitätseinstellung aus der Identifizierung entwickelt würde."(300-301)

[Freud maakt het nodeloos ingewikkeld. Het schema van het oorspronkelijke Oedipuscomplex blijkt niet te voldoen. Gek, hè?! Het slaat dan ook nergens op. De volgende vervaging: de positieve en negatieve vorm ervan. En nu wordt er weer een andere vage en oncontroleerbare theorie aan gekoppeld: de fundamentele biseksualiteit van mensen. Dat alles samen levert ellende op natuurlijk. Ik vind het hele verhaal hier niet te pruimen.]

"Das Über-Ich wird den Charakter des Vaters bewahren, und je stärker der Ödipuskomplex war, je beschleunigter (unter dem Einfluß von Autorität, Religionslehre, Unterricht, Lektüre) seine Verdrängung erfolgte, desto strenger wird später das Über-Ich als Gewissen, vielleicht als unbewußtes Schuldgefühl über das Ich herrschen."(302)

[Alleen al dat volstrekt willekeurige koppelen van het 'Über-Ich' als geweten aan de vader ... De autoriteit van de vader veroorzaakt het besef van "dit wil ik, zo moet het", niet de al of niet zachte aandrang van of de gesprekken met de moeder. De moeder krijgt zo maar geen rol in de gewetensvorming, terwijl ze in Freuds tijd veel meer met de kinderen bezig was dan de vader. Weer die nadruk op mannen. En ontwikkelt zich dat geweten bij jongens en meisjes verschillend vanwege hun verschillende identificaties met de vader of de moeder? Later heeft Freud het weer over de rol van de "Elternbeziehung" in het ontstaan van het geweten. Wat ik logisch vind. Over de relaties tussen "Ich" "Über-Ich" = "Ichideal" en "Es":]

"Das Ichideal ist also der Erbe des Ödipuskomplexes und somit Ausdruck der mächtigsten Regungen und wichtigsten Libidoschicksale des Es. Durch seine Aufrichtung hat sich das Ich des Ödipuskomplexes bemächtigt und gleichzeitig sich selbst dem Es unterworfen. Während das Ich wesentlich Repräsentant der Außenwelt, der Realität ist, tritt ihm das Über-Ich als Anwalt der Innenwelt, des Es, gegenüber. Konflikte zwischen Ich und Ideal werden, darauf sind wir nun vorbereitet, in letzter Linie den Gegensatz von Real und Psychisch, Außenwelt und Innenwelt, widerspiegeln."(303)

"Es ist leicht zu zeigen, daß das Ichideal allen Ansprüchen genügt, die an das höhere Wesen im Menschen gestellt werden. Als Ersatzbildung für die Vatersehnsucht enthält es den Keim, aus dem sich alle Religionen gebildet haben. Das Urteil der eigenen Unzulänglichkeit im Vergleich des Ichs mit seinem Ideal ergibt das demütige religiöse Empfinden, auf das sich der sehnsüchtig Gläubige beruft. Im weiteren Verlauf der Entwicklung haben Lehrer und Autoritäten die Vaterrolle fortgeführt; deren Gebote und Verbote sind im Ideal-Ich mächtig geblieben und üben jetzt als Gewissen die moralische Zensur aus. Die Spannung zwischen den Ansprüchen des Gewissens und den Leistungen des Ichs wird als Schuldgefühl empfunden. Die sozialen Gefühle ruhen auf Identifizierungen mit anderen auf Grund des gleichen Ichideals.
Religion, Moral und soziales Empfinden – diese Hauptinhalte des Höheren im Menschen – sind ursprünglich eins gewesen."(305)

[Hier wordt het ikideaal / het geweten weer gekoppeld aan de vader / (vast mannelijke) leraren en autoriteiten. En religie is het hogere in de mens? Ja, hoor ...]

(307) IV. Die beiden Triebarten

"Wir haben uns auch bereits klargemacht, daß das Ich unter dem besonderen Einfluß der Wahrnehmung steht und daß man im rohen sagen kann, die Wahrnehmungen haben für das Ich dieselbe Bedeutung wie die Triebe für das Es. Dabei unterliegt aber auch das Ich der Einwirkung der Triebe wie das Es, von dem es ja nur ein besonders modifizierter Anteil ist."(307)

[Onderscheidingen worden de hele tijd weer ondergraven: het Ik staat dus onder de invloed van waarnemingen, maar ook van de driften. Zeg dat dat dan meteen. ]

Seksuele drift en drift tot zelfbehoud. De laatste hoort bij het Ik en staat tegenover de eerste. Tegenover de seksuele drift staat de doodsdrift, ook wel destructiedrift. Daarnaast mengvormen en vormen van ontmenging van die twee.

[Kortom: ook hier een bijzonder vaag verhaal. Maar wat wil je ook als je het gaat hebben over 'driften'.]

(315) V. Die Abhängigkeit des Ichs

Over patiënten met een negatieve therapeutische reactie, mensen dus die niet beter willen worden.

"Man kommt endlich zur Einsicht, daß es sich um einen sozusagen »moralischen« Faktor handelt, um ein Schuldgefühl, welches im Kranksein seine Befriedigung findet und auf die Strafe des Leidens nicht verzichten will."(316)

Hoe ontstaat schuldgevoel? Allerlei voorbeelden en verklaringen in relatie tot de drie psychische componenten Ik etc.

[Opnieuw een hoop gebazel. Ik heb het maar gescand.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek