>>>  Laatst gewijzigd: 31 januari 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Sigmund Freud

Over Freud en de psychoanalyse

Cassette Freud 'Studienausgabe' Sigmund FREUD
(1924d) Der Untergang des Ödipuskomplexes in: Studienausgabe, Herausgegeben von Alexander Mitscherlich, Angela Richards, James Strachey - Band 5 - Sexualleben
Frankfurt am Main: Fischer Taschenbuch Verlag, 1982
ISBN 35 9627 3056

"Immer mehr enthüllt der Ödipuskomplex seine Bedeutung als das zentrale Phänomen der frühkindlichen Sexualperiode."(245)

[Eh ... 'enthüllt'? Alsof het niet een theoretische constructie van Freud zelf is waardoor hij fenomenen op een bepaalde manier ziet en inkadert. Het is nu wel duidelijk dat Freud de term voor zowel jongens als meisjes gebruikt. In feite is dat een belediging voor de meisjes, omdat de term verwijst naar een ervaring van een man. En het is hoe dan ook een belediging voor kinderen, omdat de term verwijst naar een volwassen man. Het is gewoon een belachelijke term die staat voor iets wat inhoudelijk totale onzin is: Freud heeft het hier zelfs over de "kleine Verliebte"-245. Ja, hoor, de jongen is verliefd op zijn moeder en het meisje is verliefd op haar vader. Als dat voor Freud moet staan voor het centrale fenomeen voor de kinderlijke seksuele ontwikkeling, weten we dat Freud een verkeerd beeld had van die seksuele ontwikkeling. ]

Maar dan verdwijnt deze door verdringing en volgt de latentieperiode. Maar: waardoor verdwijnt het eigenlijk? Vanwege de teleurstellingen: de geidealiseerde ouders vallen van hun voetstuk. Omdat het biologisch net zo'n noodzakelijke fase is als het uitvallen van de melktanden. Freud is geïnteresseerd in de wisselwerking tussen de biologische kant en allerlei gebeurtenissen die er op in spelen.

Volgt opnieuw een beschrijving van de angst voor castratie bij jongens door het verbod op met de piemel spelen van met name de moeder (wat pas echt indruk maakt als de jongen toevallig het kutje van een meisje piemel ziet). Bedplassen wordt door Freud als een gevolg van dat masturberen gezien. De angst voor castratie maakt dat het Oedipuscomplex ophoudt te bestaan en wordt gesublimeerd in identificatie met de vader.

"Wenn die Liebesbefriedigung auf dem Boden des Ödipuskomplexes den Penis kosten soll, so muß es zum Konflikt zwischen dem narzißtischen Interesse an diesem Körperteil und der libidinösen Besetzung der elterlichen Objekte kommen. In diesem Konflikt siegt normalerweise die erstere Macht; das Ich des Kindes wendet sich vom Ödipuskomplex ab."(248)

"Solche Zusammenhänge zwischen phallischer Organisation, Ödipuskomplex, Kastrationsdrohung, Über-Ichbildung und Latenzperiode läßt die analytische Beobachtung erkennen oder erraten. Sie rechtfertigen den Satz, daß der Ödipuskomplex an der Kastrationsdrohung zugrunde geht."(249)

[Het is weer het bekende verhaal. Castratie-angst, hoe komt de man er op?! Freud gaat hier weer eens de fout in door over 'het kind' te praten terwijl hij het duidelijk over de jongen en zijn castratieangst heeft. Dat laatste citaat laat zien dat hij in feite niets zegt over hoe het meisje dan van haar Oedipuscomplex afraakt. Sterker nog: hij analyseert niets vanuit de ervaringen van het meisje en haar ervaringen van haar kutje zelf, hij kijkt steeds vanuit het perspectief van jongens en benadrukt vanuit dat perspectief het ontbreken van die penis bij meisjes.
Blijkbaar voelt Freud zelf nu eindelijk ook eens nattigheid, want nu komt hij voor de eerste keer met de vraag die ik al de hele tijd stel:]

"Der beschriebene Vorgang bezieht sich, wie ausdrücklich gesagt, nur auf das männliche kind. Wie volzieht sich die entsprechende Entwicklung beim kleinen Mädchen?
Unser Material wird hier - unverständlicherweise - weit dunkler und lückenhafter."(249)

[En opnieuw de vraag: waarom ontbreekt het hier aan materiaal? Hij vervolgt:]

"Auch das weibliche Geschlecht entwickelt einen Ödipuskomplex, ein Über-Ich und eine Latenzzeit. Kann man ihm auch eine phallische Organisation und einen Kastrationskomplex zusprechen? Die Antwort lautet bejahend, aber es kann nicht dasselbe sein wie beim Knaben. Die feministische Forderung nach Gleichberechtigung der Geschlechter trägt hier nicht weit, der morphologische Unterschied muß sich in Verschiedenheiten der psychischen Entwicklung äußern."(249)

[Wat een problematische stellingen. Die denigrerende sneer naar feministes slaat werkelijk nergens op, omdat het verkrijgen van gelijke rechten niets te maken heeft met lichaamskenmerken. Zelfs al zouden vrouwen zich door een vrouwenlijf noodzakelijkerwijs psychisch totaal anders ontwikkelen dan mannen - wat niet het geval is - dan nog maakt dat gelijke rechten niet onmogelijk. Dat laatste is pas het geval wanneer je vindt dat die psychische ontwikkeling vrouwen tot wezens maakt die te stom en onbeholpen zijn om de weelde te kunnen dragen, terwijl de psychische ontwikkeling van mannen ze tot wezens maakt die uitermate geschikt zijn om de baas te spelen, en zo verder. En dat is natuurlijk precies wat Freud eigenlijk vindt.]

Meisjes voelen zich ten opzichte van jongetjes minderwaardig, omdat ze maar een clitoris hebben. Ze denken dat ze ooit gecastreerd zijn. Meisjes hoeven daar dus geen angst meer voor te hebben zoals jongens. Meisjes willen als compensatie een kind van de vader. Maar omdat dat niet blijkt te kunnen laat het meisje het Oedipuscomplex achter zich.

[Kreun ... Nou, er ontbreekt helemaal niets aan kutjes en meisjes hebben ook helemaal geen behoefte aan een penis, laat staan dat ze jaloers zouden zijn op jongetjes omdat die er wel een hebben. Wat een onzin. Alsof hun minderwaardigheidsgevoelens daar vandaan komen en niet van het onderdrukkende en denigrerende gedrag van mannen, de mannenmaatschappij.]

"Die geringere Stärke des sadistischen Beitrages zum Sexualtrieb, die man wohl mit der Verkümmerung des Penis zusammenbringen darf, erleichtert die Verwandlung der direkt sexuellen Strebungen in zielgehemmte zärtliche. Im ganzen muß man aber zugestehen, daß unsere Einsichten in diese Entwicklungsvorgänge beim Mädchen unbefriedigend, lücken- und schattenhaft sind."(250)

[Als hij dat laatste werkelijk vindt, vanwaar dan al die stellige onzinoordelen over meisjes / vrouwen?]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek