>>>  Laatst gewijzigd: 31 januari 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Sigmund Freud

Over Freud en de psychoanalyse

Malcolm 'In the Freud archives' Janet MALCOLM
In the Freud archives
New York: Vintage Books, 1984/1, 1985, 166 blzn.; ISBN: 03 9472 9226

PART ONE

(3) 1.

Over Masson. Zijn contact met K.R. Eissler, een autoriteit binnen de psychoanalytische kringen in de USA en de 'bewaker' van de Sigmund Freud Archives, opgericht om het materiaal dat Freuds leven en denken documenteert (met name allerlei brieven, maar ook later gehouden interviews door Eissler met mensen die met Freud te maken hadden) voor verder verlies te behoeden (er was al van alles verloren tijdens de Tweede Wereldoorlog)

.

De toegang tot het archief is echter gebonden aan data.

"The dates set ranged from a few years after the time of the donation to the year 2102."(6)

Argumenten voor dat soort beperkingen sloegen nergens op. Het was voor 'scholars' onmogelijk om onderzoek te doen. Eissler zat er niet mee. Eissler was zo iemand die elke kritiek op Freud onacceptabel vond en bijv. zwaar tekeer ging tegen Roazen.

Natuurlijk had hij te maken met een andere devotee van Sigmund Freud: zijn strenge dochter Anna Freud die het als haar plicht zag de nalatenschap van haar vader te bewaken. Die wantrouwde hem en een tijdje ook Masson, maar door de laatste liet ze zich op een gegeven moment 'inpakken'. Het contact tussen Eissler en Masson was vanaf het begin intens:

"In contrast to the gradually and cautiously developing, and never totally satisfying, friendship of Anna Freud and Eissler, the friendship of Jeffrey Masson and Eissler took off like a rocket."(11)

"He [Eissler] gave him the greatest gift that it was in his power to bestow: he arranged to make him his successor as Secretary of the Freud Archives. And Masson, in return, fitted himself to the image that Eissler had formed of him. That things should have ended so badly between them was probably inevitable."(13)

(13) 2.

In 1982 was Masson persona non grata in de psychoanalytische wereld. Masson had de brieven van Freud aan Fliess in zijn compleetheid mogen publiceren. Sleutelthema: de verleidingstheorie.

"The 'key theory' was the seduction theory, which Freud held between 1895 and 1897 and then dropped. This theory proposed that sexual abuse in infancy or earliest childhood was the root cause of hysteria, and traditional accounts of the emergence of psychoanalysis all agree that Freud's realization that this theory was wrong was the fulcrum of his momentous discovery of the cornerstones of psychoanalytic theory: infantile sexuality and the Ouedipus complex."(16)

"His [Freuds] gradual and reluctant shift of focus from the miseries of the outer world to the woes, of a different order, of the inner world is what is meant by the 'discovery of the unconscious'."(24)

Masson vond dat Freud het juist in het begin bij het rechte eind had en publiceerde daar een boek over. Hier speelt meteen de kwestie dat psychoanalytici nooit kritiek accepteren van iemand die nooit zelf in analyse is geweest. Om de psychoanalyse te begrijpen moet je in psychoanalyse zijn geweest, zeggen ze. In zijn algemeenheid is dat niet juist: ook wanneer je wel geanalyseerd bent kun je kritiek hebben, zie Adler, Jung, Rank, Stekel, Fromm, Sullivan, Horney, Alexander, Kohut, allemaal mensen die kritiek hadden. Masson zit in die lijn.

(27) 3.

Masson was de eerste die alle brieven in Anna Freuds gangkast mocht lezen. Tot dan toe had ze niemand toestemming gegeven om dat te doen. Verder is Masson hier aan het woord over zijn leven en zo.

[Even samenvatten wat ik allemaal over Masson als persoon tegenkom en hoe ik hem daardoor zie. Vreselijk mannetje, lijkt mij. Praten praten praten ... Bluffen blufffen bluffen ... Slijmen slijmen slijmen. Iemand die gewend is om zijn zin te krijgen, hij komt natuurlijk uit een rijke familie. Maakt bewust gebruik van zijn aantrekkelijke uiterlijk om dingen van mensen (en met name vrouwen) gedaan te krijgen. Is opschepperig tot en met. Luistert nooit echt naar mensen, zeker niet naar mannen. Overdrijft vreselijk in alles. Is kinderachtig en provoceert de hele tijd. Is voortdurend bezig met zelfrechtvaardiging, twijfelt nooit aan zijn zekerheden, maar is voortdurend bezig die van anderen onderuit te halen. Tegelijkertijd wel iemand die keihard kan werken. En hij zal ook best intelligentie bezeten hebben. En hij is voortdurend enthousiast over alles en zal alles regelen als mensen iets nodig hebben of een probleem hebben. Er werd voortdurend en door veel mensen over hem geklaagd.]

(44) 4.

De Emma Eckstein-droom uit de Traumdeutung ("Irma's Injektion"), iemand "... to whom he had indirectly caused severe and near-fatal injury."(44). Max Schur schreef er een paper over. Het geval wordt behandeld in tien daarvoor ongepubliceerde brieven aan Fliess die Schur mocht inzien. Fliess had namelijk Emma's neus geopereerd (op basis van zijn onzinnige theorieën die Freud nooit afwees) en een gaasje laten zitten. Die brieven werden tot dan toe dus niet gepubliceerd omdat Freud er hier niet zo best van af kwam.

"That is the worst thing that analysis has left the world: the notion that there is no reality, that there are only individual experiences of it. That is Freud's legacy to the twentieth century."(55-56)

Dat idee werd dus ook toegepast op de incestervaringen van kinderen: ze waren geen realiteit, ze waren fantasie, een bepaalde verzameling van ervaringen, meer niet. Aldus Masson, die daar vreselijk boos over was omdat het lijden van mensen werd weggepraat.

(55) 5.

(56) 6. / 7.

Hoe Masson wordt ontslagen door Eisler.

(76) 8.

De verschuiving naar de object-relatie-theorie (met het accent op de moeder-kind-relatie in de vroegste jeugd ofwel de per-oedipale periode) was een verschuiving naar de aandacht van de invloed van de realiteit van de opvoeding zoals misbruik, overdreven strengheid (de Schreber casus en de kritiek van anti-psychiater Schatzman op Freuds totaal wereldvreemde analyse daarvan). Masson sloot aan bij Schatman.

"The trouble the Freudians had had with Schatman was like a dress rehearsal for the trouble they were going to have with Masson. In both cases, men with a profound antipathy to psychoanalysis sought corroboration in historical material for their view that we are ruled by external reality rather than by our inner demons; and in both cases the psychoanalytic establishment proved unequal to the task of making the Freudian position cogent."(81)

PART TWO

(89) 1.

Over Peter Swales, autoriteit op het vlak van Freuds ontwikkeling en de vroege geschiedenis van de psychoanalyse. Swale komt met Masson in contact via zijn biografie van Fliess. Hij had meteen een hekel aan hem [zijn oordeel komt overeen met veel van wat ik hierboven zeg over de persoon Masson]. Een jaar later, in 1981, schrijft hij hem (en anderen) een stuk van 45 bladzijden met al zijn grieven. Dat stuk leidt via omwegen tot de twee artikelen van Blumenthal in de New York Times, waarover Eisler zo geschokt was dat hij Masson niet meer wilde hebben als zijn opvolger als directeur van de Freud Archives.

(113) 2.

Eissler [idealiserend] over Freud.

(117) 3.

Verder over Swales en o.a. zijn theorieën over Freuds relatie met Minna Bernays.

PART THREE

(139) 1.

Masson wil een rechtszaak, de rijke Muriel Gardiner koopt hem onder voorwaarden af.

(144) 2-4

Massons ideeën over Freuds oneerlijkheid en zo, realiteit en beleving, de seductietheorie. Niets nieuws verder.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek