>>>  Laatst gewijzigd: 31 januari 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Sigmund Freud

Over Freud en de psychoanalyse

Malcolm 'Psychoanalyse - Een onmogelijk vak' Janet MALCOLM
Psychoanalyse - Een onmogelijk vak - vert. door Henssen van Psychoanalysis - The impossible profession
Amsterdam: Wereldbibliotheek, 1980/1, 1985, 190 blzn; ISBN: 90 2841 5025

(7) Voorwoord [Abram de Swaan]

Dit boek is onder andere

"een haast sociologische beschrijving van een wel uiterst ontoegankelijke beroepsgroep.
Dat laatste is eigenlijk het meest ongewoon: om een aantal redenen functioneert de psychoanalytische beroepskring als een geheim genootschap.(...) De geldigheid van de psychoanalytische methode is slechts te toetsen aan de uitkomsten die daarmee in praktisch werk worden gehaald. En die resultaten blijven vrijwel geheel ontoegankelijk."(7)

[Abram de Swaan - toch niet de stomste - zegt daar iets heel belangrijks. Zo veel geheimzinnigheid en ontoegankelijkheid maakt de psychoanalyse oncontroleerbaar, zowel in theorie als in praktijk. Een en ander blijkt ook uit het gedoe rondom de Freud Archives: veel materiaal zal nog vele decennia niet geopenbaard worden. Dit soort dingen betekent meteen ook dat psychoanalyse nooit een wetenschap genoemd mag worden.]

De argumenten: discretie over de patiënten is hard nodig; het uitdragen van opvattingen en voorkeuren leidt ertoe dat patiënten ze ook kennen (de kwestie van de terughoudendheid en zwijgzaamheid van de analyticus); uitwisseling van kennis kan daarom alleen in beperkte besloten kring (tijdschriften en congressen hebben daarnaast nauwelijks gevalsbeschrijvingen). Je kunt dus alleen kennis hebben vasn de psychoanalyse als je patiënt of analyticus bent geweest.

"En aangezien men analyticus is voor het leven, als roeping en lotsbestemming, is een ex-analyticus haast per definitie een afgewezene of een afvallige. Dat afscheid is naar analytisch oordeel vrijwel altijd te wijten aan bijzondere persoonlijkheidsgebreken van de renegaat zelf en alleen al daarom kan zijn kritiek niet geldig zijn.
Buitenstaanders zijn niet in staat tot begrip en dus niet tot kritiek, analytici zelf doen er hun gehele leven het zwijgen toe om hun patienten niet in verlegenheid te brengen (en uit collegiale solidariteit); wie ooit in de wegen der analyse is ingewijd en daarlangs niet langer voortgaat is een dolende wiens dwalingen slechts ingegeven kunnen zijn door persoonlijke tekorten, waarvan hij zelf meestal, och arme, geen benul heeft."(9)

[Immuun gemaakt voor kritiek, dus, door mensen die zich niet wensen te verantwoorden voor hun theorie en hun beweringen. En dat is bijzonder slecht. De Swaan is nog vriendelijk in zijn formuleringen. De psychoanalyse is blijkbaar niet meer dan een geloof.]

(13) 1

Het verhaal van Malcolm is een gevalsbeschrijving van 'Aaron Green', een klassiek-Freudiaanse psychoanalyticus in de lijn van Heinz Hartmann, Ernst Kris, Rudolph Loewenstein, Charles Brenner, Jacob Arlow Martin Wangh, David Beres (ego-psychologie) en met een hekel aan de structuralistische PA van Lacan, modernere ideeën van Heinz Kohut en Otto Kernberg, en de object-relatietheorie van D.W. Winnicott, W.R.D. Fairbairn, Michael Balint, Harry Guntrip, Melanie Klein.

[Gefingeerde naam; dergelijke herkenbaarheidskenmerken zijn weer veranderd, er zijn weer dingen weggelaten - wat ik altijd een zwak punt vind. Hoe kun je dan zaken controleren? Je weet niet eens wat er precies veranderd en weggelaten is.]

Problemen in de psychoanalyse: de overdracht / tegenoverdracht tussen analyticus en patiënt (en mensen in het algemeen) op basis van jeugdervaringen; de vrije associatie om het onbewuste bewust te maken (die helemaal niet zo gemakkelijk blijkt als Freud in het begin dacht -p.27), amorele visie op de therapie (het idee vanaf het begin 'van ellende naar gewoon ongelukkig zijn', geen gerichtheid op zelfverbetering, zelfontplooiing in de lijn van de 'revisionisten' Alfred Adler, Harry Stack Sullivan, Erich Fromm, Karen Horney met een toon van morele verheffing en de macht van het positieve denken waaraan Marcuse zo'n hekel had).

"Dezelfde prekerige atmosfeer doordringt de geschriften van de nouvelle vague neo-Freudianen van nu, Kernberg en Kohut."(37-38)

[Vindt Malcolm dat nu of haar 'geval' Aaron Green? Hoe het ook zij: Freud zelf is zo normatief als wat. Bovendien is het basisidee al zo onzinnig: waarom zou een patiënt anders een theerapeut opzoeken dan om zich gelukkiger en minder ziek te voelen? En ik geloof er ook niets van dat de psychoanalyse niet opvoedend zou zijn of probeert 'slecht gedrag' te veranderen - denk aan de ideeën en de adviezen die Freud had / gaf over masturbatie.]

"Analytici hebben zich evenzeer tegen de strenge eisen van de behandeling verzet als patiënten dat hebben gedaan - in het bijzonder analytici met een zekere vriendelijkheid en ongedwongenheid van karakter. Freud zelf schijnt de afschuwelijke implicaties van zijn grote therapeutische instrument nooit volledig te hebben begrepen (of hij gaf er de voorkeur aan ze over het hoofd te zien)."(47)

[Wat heeft het dan voor zin om die strenge aanpak te bepleiten als je jezelf er niet eens aan houdt?]

"Tegenwoordig bestaat er onder Freudiaanse analytici vrij grote overeenstemming over de vraag wat wel en wat niet analytisch gedrag is. De analyticus beperkt zich zo veel mogelijk tot luisteren naar de patiënt en tot het (spaarzaam) voorleggen van zijn vermoedens - die 'interpretaties' genoemd worden - over de onbewuste betekenis van wat de patiënt vertelt. Hij geeft geen adviezen, hij praat niet over zichzelf, hij laat zich niet verleiden tot discussies over abstracte onderwerpen, hij beantwoordt geen vragen over zijn gezin of over zijn politieke voorkeuren, hij laat niet merken of hij zijn patiënt al dan niet aardig vindt, hij spreekt geen oordeel uit over de gedragingen van zijn patiënt. Hij stelt zich zo neutraal, mild en kleurloos mogelijk tegenover zijn patiënt op, hij probeert zo veel mogelijk zichzelf weg te cijferen, niet tussenbeide te komen en geen eisen te stellen - een houding die hij tegenover niemand anders in zijn leven zal innemen. Het paradoxale en nu volstrekt voorspelbare gevolg daarvan is dat de patiënt veel sterker, levendiger en intenser reageert op deze schimmige figuur dan op de veel duidelijker omlijnde en meer uitdagende figuren in zijn leven buiten de analyse."(48)

Dat is Freuds spiegel-principe. Er bestaat ook kritiek op die houding, zelfs van Anna Freud. Maar vooral van Leo Stone die het boek The Psychoanalytic Situation schreef over dat thema. Die houding leidt net zo goed tot bijzonder vijandige reacties bij patiënten.

"Stones aantrekkelijke, humanistische visie op de rol van de analyticus wordt momenteel door alle analytici gedeeld, een kleine minderheid daargelaten. De leider van de oppositie is Charles Brenner."(55)

(58) 2 en alles erna

[Vanaf hier vooral gesprekken met 'Aaron Green'.]

Over organisaties voor de psychoanalyse in de VS. Daar geldt vaak, maar niet altijd, de eis dat men medicijnen gestudeerd moet hebben om analyticus te kunnen worden. Freud stelde die eis nooit.

[De rest vind ik nauwelijks interessant. Het zijn vooral meningen van Green over de hierboven genoemde kwesties.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek