>>>  Laatst gewijzigd: 31 januari 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Sigmund Freud

Over Freud en de psychoanalyse

Masson 'Traumatische ervaring of fantasie - Freuds rampzalige herziening van de verleidingstheorie' Jeffrey M. MASSON
Traumatische ervaring of fantasie - Freuds rampzalige herziening van de verleidingstheorie - vert. door Polman van The assault on truth - Freud's suppression of the seduction theory
Amsterdam: Van Gennip, 1984, 230 blzn.; ISBN 90 6012 6114

[Ik vind al die bedankjes aan het begin al typerend voor iemand die iedereen weet te gebruiken voor zijn eigen doeleinden. Natuurlijk zijn ze allemaal geweldig scherpzinnig en zo.]

In de inleiding vertelt Masson hoe hij allerlei brieven en andere documenten ontdekte op zijn speurtocht naar de historische Freud en daarbij merkte hoe Eissler en Anna Freud en anderen de historische waarheid over Freud wilden manipuleren door die documenten slechts selectief of niet te publiceren. Er werd om reden van fatsoen of het idealiseren van Freud of om polititieke redenen waarmee de psychoanalytische beweging zichzelf wilde beschermen heel erg geheimzinnig gedaan over dat soort informatie en het waas zeker niet de bedoeling om ze in de openbaarheid te brengen.

Iedereen was dan ook laaiend dat Masson openlijk en zelfs naar leken toe naar voren bracht dat Freud de 'verleidingstheorie' [het gegeven dat hij had vastgesteld dat veel van zijn vrouwelijke patiënten in hun jeugd misbruikt werden, bijvoorbeeld door hun vader] had laten vallen voor een theorie over seksuele kinderlijke fantasieën [hij nam zijn patiënten en ervaringen dus niet serieus, geloofde ze niet, door wat ze zeiden niet letterlijk te nemen - als gebeurde realiteit - maar op te vatten als fantasie - als innerlijke beleving los van de werkelijkheid]. Dit boek moet die waarheid naar voren brengen aan de hand van de documenten.

Het eerste hoofdstuk gaat over Freuds lezing van 1896 over de aetiologie van de hysterie die volgens hem in seksuele trauma's uit de jeugd ligt.

"In al deze woorden [Freuds aanduidingen van seksueel geweld] wordt het tegen het kind gerichte geweld expliciet in verband gebracht met de seksualiteit van de volwassene, met uitzondering van het woord 'verleiding', dat ongelukkig gekozen is omdat het enigerlei medewerking van het kind impliceert. () De implicatie [van het later door psychoanalytici voortdurend gebruikte woord 'verleiding'] is dat het 'verleide' kind tevens de verleider is, en de seksuele handeling door zijn of haar gedrag teweeg heeft gebracht. In dit vroege artikel bestaat er echtere geen twijfel over wat Freud met seksuele verleiding bedoelde: het opdringen van een reële seksuele handeling aan een jong kind dat zulks geenszins wenst of aanmoedigt. () De volwassene zoekt een uitweg voor zijn eigen seksuele en emotionele onbehagen bij een kind dat te bang is om te protesteren, te zwak om zich te verdedigen, en voor zijn pure lijfsbehoud tezeer afhankelijk van de voortdurende zorg om enige vorm van genoegdoening na te streven. De ongelijkheid van de verhouding en de sadistische bereidheid van de volwassene zijn macht over het kind uit te buiten zijn door Freud geëxpliciteerd ..."(18)

[Dit is dus tegelijkertijd de politiek correcte visie van Masson in lijn met het feminisme: het komt nooit van het kind, het kind is alleen maar slachtoffer.]

"De jeugdtrauma's die zijn patiënten de moed hadden gehad onder ogen te zien en hem mede te delen, zou hij later afdoen als de fantasieën van hysterische vrouwen die verhalen verzonnen en leugens vertelden. De moed die hij zelf toonde door verslag te doen van deze bevindingen zou hij als onbezonnenheid bestempelen."(21)

"Door zijn 'foutieve' opvatting op te geven werd Freud weer opgenomen in de medische stand, die hem eerder in de ban had gedaan. In 1905 herriep Freud openlijk zijn verleidingstheorie. Drie jaar later hadden gerespecteerde artsen zich bij Freud aangesloten: Paul Federn, Isidor Sadger, Sándor Ferenczi, Max Eitington, Karl Jung, Ludwig Binswanger, Karl Abraham, Abraham Brill en Ernest Jones. De psycho-analytische beweging was geboren; maar een belangrijke waarheid was achterlaten."(22)

In het tweede hoofdstuk is Freud bij Charcot in Parijs (oktober 1885 t/m februari 1886). Hij leert er de literatuur over seksueel geweld tegen kinderen kennen (Tardieu, Bernard, Brouardel).

"Maar al vroeg ontwikkelde zichh binnen die literatuur een srtroming die van lieverlee een blijvende, en in mijn ogen kwade invloed begon uit te oefenen. Het betreft hier de literatuur die zich bezig houdt met het simuleren en de vermeende leugens van kinderen."(43)

.

Alfred Fournier, is hier een belangrijke auteur, iemand die opkomt voor rijke mannen. Bourdin. Motet.

Freud zou beide opvattingen in Parijs zijn tegengekomen.

Het derde hoofdstuk gaat over de vriendschap tussen Freud en Wilhelm Fliess, de megalomane KNO-arts uit Berlijn. Fliess was alleen geïnteresseerd in fysieke oorzaken en problemen [hij had nota bene theorieën over de relatie tussen de neus en de geslachtsorganen en Freud had daar geen woord van kritiek over]. Toen Freud zich ontwikkelde in de richting van de psychoanalyse was er al snel sprake van wederzijds onbegrip. Emma Eckstein was een van Freuds eerste analyse-patiënten [menstruatieproblemen doordat ze masturbeerde zo zagen Freud en Fliess dat ...] en werd door Fliess geopereerd met bijna fatale gevolgen.

"Freud stond dus bloot aan meerdere invloeden die zijn juist ontwikkelde stelling over het belang van de seksuele verleiding ondersteunden: de herinnering aan wat hij had gezien en gelezen gedurende zijn vebrblijf in Parijs, de boeken die hij op dat moment las [zoals Psychopathia Sexualis van Krafft-Ebing], en het klinische werk dat hij dagelijks met zijn patiënten verrichtte (waarover wij in de gepubliceerde brieven aan Fliess kunnen lezen). Tegenover deze invloeden stond de afkeuring van zijn voormalige vriend en beschermer, Josef Breuer. Maar misschien had niets zo'n invloed op Freud als de houding die Fliess in deze kwestie innam, want Freud was nu bereid zijn wetenschappelijke samenwerking met Fliess publiekelijk te erkennen."(78-79)

Fliess zou Freud gestimuleerd hebben skeptisch te zijn tegenover alles wat zijn vrouwelijke patiënten beweerden (86)

.

Het vierde hoofdstuk gaat over Freuds herroeping van de verleidingstheorie. [Daar ging het in het vorige hoofdstuk anders ook al over.] Een brief van 21 september 1897 zou hier duidelijk over zijn.

"De gedachte dat Freud inzake verleidingen tot het beslissende en blijvende standpunt kwam dat zij over het algemeen niet op waarheid berustten en verzinsels van hysterische vrouwen waren is in het psycho-analytische denken gemeengoed geworden."(99)

Daarmee werd immers de theorie van het Oedipoescomplex mogelijk en in feite de psychoanalyse als beweging. Massons stelling:

"... de ongepubliceerde brieven leveren het bewijs dat Freud er niet zeker van was dat hij juist gehandeld had."(101) [met de verwerping van de verleidingstheorie].

"Freud zegt hier [Vorlesungen zur Einführung in die Psychoanalyse] dat het niet uitmaakt of de verleiding daadwerkelijk plaatsvond dan wel een verzinsel was. Voor Freud gaat het om de psychologische effecten, en deze effecten zijn volgens hem in geval van een reële gebeurtenis niet anders dan waar het een fictief voorval betreft. Maar in werkelijkheid bestaat er een essentieel verschil tussen de gevolgen van een daad die plaatsvond en van één die men zich verbeeld heeft."(116)

[Lijkt mij ook, vooral in het aspect geweld. Zelfs al zou je over een groepsverkrachting fantaseren dan nog zou dat verbeelde geweld minder indruk maken dan wanneer een en ander in het echt zou gebeuren.]

Volgens Masson is dat standpunt van Freud een ramp voor wie geleden heeft onder seksueel geweld: je voelt je natuurlijk niet serieus genomen. Masson kreeg een medestander in Robert Fliess, de zoon van ...

Waarom dan toch die wending? Freuds aan de kant werpen van de opvattingen van zijn collega's [hysterie was iets dat erfelijk of door degeneratie bepaald werd] maakte dat hij in een isolement terecht kwam. Ook Fliess ging er niet in mee, omdat hij volgens zijn zoon ook een misbruiker was.

Het vijfde hoofdstuk gaat over Sándor Ferenczi, die na Fliess Freuds beste vriend werd, een loyale volger. Maar op het eind van zijn leven begon Ferenczi opvattingen naar voren te brengen in lijn met de verleidingstheorie van Freud in 1896.

"Ferenczi's hardnekkige geloof in de waarheid van wat zijn patiënten hem vertelden zou hem zijn vriendschap met Freud en met bijna al zijn collega's kosten en hem in een isolement drijven waaruit hij zich nooit meer bevrijden zou."(127-128)

"Verleiding wordt over het algemeen gevolgd door geweld, waardoor voor het kind een verband gesuggereerd wordt tussen seksualiteit en geweld, met desastreuze gevolgen voor het vermogen van het kind om op latere leeftijd lief te hebben."(128)

Aldus Ferenczi in zijn voordracht 'Spraakverwarring' van 1933.

[Zoals gewoonlijk werd er weer van alles in de doofpot gestopt toen Ferenczi stierf, voor zijn eigen bestwil natuurlijk. De voordracht werd aanvankelijk dus niet gepubliceerd. In 1949 wel. En hij is in dit boek opgenomen als Appendix 2 op p.182]

"Uit deze briefwisseling blijkt duidelijk dat ook Freud wilde dat het artikel achtergehouden werd. Het gebrek aan loyaliteit jegens een voormalig vriend en de snelle ingreep om ideeën die ingaan tegen de geldende doctrine de kop in te druukken zijn bedroevend."(132)

Volgt nog een conclusie. Freud gaf de verleidingstheorie op uit gebrek aan moed, vindt Masson.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek