>>>  Laatst gewijzigd: 31 januari 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Sigmund Freud

Over Freud en de psychoanalyse

Stroeken 'Freud en zijn patiënten' Harry STROEKEN
Freud en zijn patiënten
Te Elfder Ure, 1985, 158 blzn.; ISBN: 90 6880 0035

Wat betreft de patiënten waarover Freud schrijft: dat schijnen 12 grote casussen en 133 kleinere te zijn (Brody 1973). Over de techniek van Freud merkt Stroeken van alles op.

"Het komt er op aan dat alles besproken kan worden, en vooral dat de analyticus geen subtiele verboden invoert."(15)

"Voordat er tussen patiënt en analyticus een woord gewisseld is, heeft de eerste al veel 'kennis' over de tweede. Kleding, uitstraling, algemene habitus, gezicht, ogen en handen van de analyticus spelen een rol. Ook het verschil of de overeenkomst van geslacht. Bovendien beschikt de patiënt over juiste of onjuiste inlichtingen over de analyticus."(15)

[Wonderlijk om dat op te merken en dan vervolgens niets te zeggen over dat het omgekeerde net zo goed geldt. Nu klinkt het alsof elke patiënt op grond van die zaken bevooroordeeld is over de analyticus, maar de analyticus kan op grond van dezelfde soort details al volkomen bevooroordeeld zijn over een patiënt.]

"Freud nam lange vakanties en ontving gedurende die periode geen patiënten. Drie maanden was niet ongewoon. In die tijd werkte hij aan publikaties, reisde, bezocht de psychoanalytische congressen en werd ook door leerlingen en collega's bezocht."(25)

Freud was niet superdogmatisch in allerlei opzichten maar volgde wel een bepaald technisch patroon: de lengte van de sessie, het aantal keren per week, de divan en zijn positie, de neutrale houding en abstinentie van de analyticus.

Daarna worden de casussen Dora, Kleine Hans, De Rattenman, De Wolvenman besproken.

Over Dora (Ida Bauer):

"Het werd een welles-nietes-spel tussen Freud en zijn patiënte, want Dora geloofde er [van Freuds duiding dat ze verliefd zou zijn geweest op K en haar vader] niets van. Zij zei vele malen 'neen' tegen de duidingen van Freud, maar deze hield voet bij stuk en probeerde nog harder zijn patiënte van zijn standpunt te overtuigen. 'In dergelijke gevallen betekent het "nee" van de patiënt in feite het gewenste "ja",' schrijft hij (Freud 1980 85). Dit is natuurlijk een zeer gevaarlijke uitspraak, want hoewel patienten weleens loochenen, zou het kunnen gaan betekenen dat de patiënt altijd ongelijk heeft en dat de analyticus zich nooit kan vergissen."(44)

Over de Rattenman (Ernst Langer):

"Het ligt helemaal in de lijn van Freud om nadruk te leggen op de relatie tussen vader en zoon. Moeder wordt vaak genoemd in de aantekeningen [van deze casus zijn ook Freuds aantekeningen gepubliceerd], maar in de publikatie is ze bijna verdwenen."(98)

"In de dagelijkse aantekeningen van die behandeling komt die moeder meer dan veertig maal ter sprake; in de ziektegeschiedenis van Freud wordt slechts zes maal van haar gewag gemaakt. Zij is weggeschreven, en de vader en de relatie tussen vader en zoon worden sterk naar vorren gehaald."(123)

"Sherwood (1969) [The Logic of Explanation in Psychoanalysis] en Farrell (1981) [The Standing of Psychoanalysis] nemen deze casus als uitgangspunt om het wetenschapstheoretische concept van de psychoanalyse uiteen te zetten."(100)

Het laatste hoofdstuk gaat over de 'De Ontbrekende Moeder' (123 ev). De moeder-kind-relatie wordt door Freud niet erg uitgewerkt, in zijn casussen niet en in zijn theorie niet. Het illustreert het patriarchale klimaat van de tijd, maar zegt natuurlijk ook veel over de persoon van Freud. Gebleken is ook dat Freud zelf al niet wilde dat zijn leerlingen zich met zijn moeder bezig zouden houden, haar bestaan is in nevelen gehuld gebleven terwijl ze nota bene 95 is geworden en er dus alle kansen waren om haar te leren kennen via interviews etc. Wat er zo bekend geworden is dit:

"Zij was tot op zeer hoge leeftijd vitaal, sterk, emotioneel, scherpzinnig, intelligent - hoewel zij weinig opleiding genoten had -, imposant, mooi; ze had een sterke wil en was tegen veel bestand. Maar ze was ook grillig, heerszuchtig en zelfs tyranniek."(130)

Men heeft wel gezegd dat Freud erg op zijn moeder leek. Bovendien was hij de geliefde oudste zoon (na hem kwamen vijf dochters en pas tien jaar later nog een zoon) van wie zij veel verwachtte. En over Freud in relatie tot zijn eigen vrouw:

"Regelmatig terugkerende beweringen over een seksuele relatie tussen Freud en zijn in huis levende schoonzus heb ik nooit voldoende gestaafd gezien, zodat ik vasthoud aan het beeld van een puriteins levende Freud, die anderen meer vrijheid toestond dan hij voor zichzelf nam. Zeker is dat seksualiteit spoedig een gering aandeel in het huwelijksleven van de Freuds vormde. Freud raakte gaandeweeg ook geïsoleerd van zijn gezin. Anna gaat de ruimte innemen tussen haar ouders; zij wordt Freuds Antigone."(134-135)

[Jammer dat Stroeken geregeld zelf aan het therapeutiseren is en analyses op casussen en op Freud loslaat. Het betekent immers dat hij blijkbaar overtuigd is van het geniale van de psychoanalyse en te weinig kritisch is.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek