>>>  Laatst gewijzigd: 2 juni 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Kennissociologie

Voorkant Köbben 'Het gevecht met de engel - Over verheffende en minder verheffende aspecten van het wetenschapsbedrijf' André J. F. KÖBBEN
Het gevecht met de engel - Over verheffende en minder verheffende aspecten van het wetenschapsbedrijf
Amsterdam: Mets & Schilt, 2003, 221 blzn.; ISBN: 978 90 5330 3702

[Dit is een zeer diverse verzameling van artikelen, die enig inzicht geven in de praktijk van wetenschappelijk onderzoek. Maar na hoofdstuk 7 gaan de onderwerpen soms toch wel een kant uit die weinig meer met die insteek te maken heeft. De ondertitel is dan ook ietwat misleidend.]

(9) 1 - Het gevecht met de engel

Naïeve opvattingen over de waarheid, de feiten, en zo verder zijn vandaag de dag onmogelijk.

"Gaandeweg hebben we steeds meer oog gekregen voor factoren die onze kijk op de werkelijkheid beïnvloeden. In dit boek komen als zodanig aan de orde: maatschappelijke omstandigheden, politieke opvattingen, de diverse onderzoekstradities (-scholen) en wat ik voor het gemak 'de tijdsgeest' noem."(11)

In de praktijk blijken wetenschappers echter al te menselijk (eerzucht, ijdelheid, eigenbelang) en overtreden ze geregeld de normen van de wetenschap.

(17) 2 - Wetenschap als amusement

Er is niets mis met onderzoek doen gewoon voor de lol en het amusement, wetenschap bedrijven vanuit een bepaalde hartstocht. Maar het kan wel ook nadelen hebben. Hartstocht kan ook maken dat je jaloers wordt op anderen of eigenwijs op een manier die maakt dat je je onderzoek immuun maakt voor kritiek.

(34) 3 - Het belang van onderzoek versus de belangen van de onderzochten

"De gedachte dat men zich ethische beperkingen moet opleggen ten aanzien van degenen die voorwerp van onderzoek zijn, is pas laat gemeengoed geworden. In 1956 was het bepaald nog niet zo ver."(36)

De discussie kwam op gang na Milgram's gehoorzaamheidsexperimenten.

"Het is een goed ding dat de bekommernis om het wel en wee van de onderzochten sinds, zegge, 1960 is toegenomen. Laat dat vooropstaan. Echter, ook goede dingen kunnen overdreven worden. Mijn centrale stelling in dit hoofdstuk is dat als het gaat om het belang van de wetenschap versus de belangen van de onderzochten, thans de laatste te zeer de overhand hebben."(43)

"Totale oprechtheid is in het menselijk verkeer feitleijk onmogelijk en lang niet altijd wenselijk. Blijft de vraag hoe critici ertoe komen dit uitgerekend van onderzoekers te eisen."(46)

(51) 4 - Een bitterzoete ervaring - Over de receptie van 'De onwelkome boodschap'

Dat boek van Köbben en Tromp ging over wat er gebeurt

"als onderzoekers de brengers zijn van een boodschap die hun opdrachtgever of superieuren onwelgevallig is. Niet zelden, zo blijkt, worden zij dan op subtiele of minder subtiele wijze onder druk gezet om hun resultaten te verheimelijken of toch op zijn minst af te zwakken."(51)

"In al die gevallen die wij uitgebreid bestudeerd en besproken hebben in ons boek, voelden degenen wie dit overkwam, zich in de steek gelaten, onzeker en neerslachtig, en bij allen kwam er een moment waarop zij ernstig overwogen om maar toe te geven."(55)

(64) 5 - Onethisch gedrag in de wetenschap

Twee vormen van onethisch handelen worden besproken: 1/ ten aanzien van degenen die object van onderzoek zijn (mensen, maar ook dieren); 2/ met betrekking tot (de normen van) de wetenschap. 1/ is al besproken in hf 3, hier wordt dus 2/ besproken.

"Gedragingen die strijdig zijn met de normen van de wetenschap wil ik ook weer in twee, zeer ruime en veelomvattende categorieën onderscheiden, namelijk ten eerste: de resultaten van onderzoek mooier (gunstiger) voorstellen dan ze in feite zijn, en ten tweede: het plegen van plagiaat."(65)

(80) 6 - Hiërarchische verhoudingen binnen het universitaire bestel

Bijvoorbeeld misstanden en de inzet van machtsmiddelen in de verhouding promotor - promovendus.

(97) 7 - 'A storybook image of science'

Het idealistische idee over wetenschap van Robert K. Merton in 1942 en de kritiek erop van Ian Mitroff in 1974.

(104) 8 - Doe nooit voorspellingen!

(110) 9 - De tijdgeest als object van onderzoek

Over de rol van imitatie daarbij. De invloed ervan op de wetenschapsbeoefening.

(122) 10 - Het partiële gelijk; pro en contra het 'onderwijs in de eigen taal'

(135) 11 - De dreigende vertutting van de antropologie

Over de verschillen tussen antropologie en sociologie, veldwerk tegenover enquête. Köbben is zelf antropoloog van beroep. Hij waarschuwt hier tegen bepaalde ontwikkelingen op dat vakgebied: vertuttung (kiezen voor leuke onderwerpjes, in plaats van moeilijke, als vorm van escapisme); extreem relativisme als tegenover positivisme; duistere ambigue taal in plaats van helderheid; te wijdlopige betogen in plaats van bondigheid.

"Dat de waarheid in haar volheid en volmaaktheid onkenbaar is, mag ons niet weerhouden met alle macht ernaar te streven haar te achterhalen. Het is de enige mogelijkheid om vooruitgang te boeken in de wetenschap. Want alleen dusdoende kunnen wij erachter komen of het ene perspectief op de werkelijkheid beter bestand is tegen empirische toetsing dan het andere."(140-141)

"Bedenk daarbij dat, als we duisterheid en vaagheid positief gaan waarderen, we vrij baan geven aan kletskousen, warhoofden, gemakzuchtigen, halve en hele oplichters, gewichtigdoeners, mythomanen en aanstellers. (...) Onderzoekers zijn gehouden, vond hij [Popper], hun resultaten duidelijk, zonder poespas en in controleerbare vorm te presenteren."(141)

(144) 12 - 'Een zondebok is een nuttig dier' - De commissie van overleg Zuidmolukkers-Nederlanders (1976-1978)

(164) 13 - Goldhagen contra Browning; een herstudie

Over twee verschillende interpretaties van een historische gebeurtenis - hoe zoiets ontstaat, een beoordeling ook van beide.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek