>>>  Laatst gewijzigd: 18 juli 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Rationaliteit

Voorkant Toulmin  'Return to reason' Stephen TOULMIN
Return to reason
Cambridge, Mass: Harvard University Press, 2001
ISBN: 06 7400 4957

Toulmin noemt als inspiratiebron Isaiah Berlin. Zijn insteek is een 'History Of Ideas' - benadering: hij schrijft geschiedenis van sociale, politieke en wetenschappelijke ideeën. Daarbij bekritizeert hij de eenzijdigheid van een puur natuurwetenschappelijke benadering en een overdreven nadruk op formele systemen. Zijn geschiedenis en filosofie van de wetenschap maakt gebruik van case methods op het terrein van ethiek, medicijnen, ecologie, economie en NGO, engineering.

(1) 1. Introduction: Rationality and Certainty

Rationaliteit ('rationality') is een thema geweest dat overal in academia besproken werd. Dat te veel werd ingevuld als ' natuurwetenschappelijke methoden van wetenschap gebruiken' en daarom werd bekritizeerd. Vergeten werd het idee redelijkheid ('reasonableness'). De laatste 30 jaar is er geen vertrouwen meer in die traditionele en eenzijdige ideeën over rationaliteit wat leidde tot gedachten over het einde van de moderniteit en het begin kenmerkte van het post-moderne denken. Dat was geheel anders in de jaren 1920-50 met de Wiener Kreis, het logisch empirisme, en de nadruk op verificatie, falsificatie, corroboratie binnen de relatie tussen (logische systemen van) hypotheses en bewijs (inductieve logica; positivisme).

Kritiek kwam in de 60-er jaren van Ludvik Fleck, W.H.Watson en met name bekend Thomas Kuhn (The Structure Of Scientific Revolutions). Maar die kritiek ging niet eens ver genoeg, zo bleek. Conceptuele veranderingen moeten anders benaderd worden dan met inductieve logica. Zo R.G. Collingwood bv (in een metafysica-boek!). Maar filosofie werd tot in de jaren 90 gewantrouwd in de (natuur)wetenschappeljke wereld.

Toulmin gaat dat op een persoonlijke wijze aanpakken.

"I found myself in a dilemma. All the books and papers I was given to read on the philosophy of science seemed to have been written by mathematicians manqués: they were concerned only with the formal consistency or logical coherence of theoretical arguments in physics, and they paid little attention to the question whether such arguments were practically applicable to the world that we live in and seek to understand. By contrast, my experience of physicists-at-work had taught me this: that such formal arguments must, at least, be seen by members of the scientific community as having a bearing on the world that we deal with. From the outset I was pulled in two ways, between philosophers, who framed any claim to knowledge in propositional form—as made up of statements whose meaning was evident on their faces—and working scientists, who left the practical bases of knowledge unstated, and thought them none the worse for that."(10)

Toulmin wordt door Braithwaite en Strawson gezien als een tegenstander van logica in zijn boeken van 1949, 1953 en 1958. Maar hijzelf ziet dat anders.

"At the end of the dispute, the central issue remained what it had been at the start: Are the meanings philosophers set out to analyze embodied in isolated verbal propositions, or is language intelligible only as having a meaning within the larger framework of actions and institutions?"(11)

De formele aanpak komt eind 60-er jaren dus echt onder vuur te liggen met Winch, Kuhn, later MacIntyre, Lyotard, Latour. Scepticisme alom. Maar in de lange termijn is het niet raadzaam daar in te blijven hangen.

"As in music, so in philosophy and the human sciences, the price of intellectualism has been too great, and we are now having to work our way back to broader modes of self-expression. Seventeenth-century natural scientists (we shall see) dreamed of uniting the ideas of rationality, necessity, and certainty into a single mathematical package, and the effect of that dream was to inflict on Human Reason a wound that remained unhealed for three hundred years—a wound from which we are only recently beginning to recover. The chief task of this book is to show what is needed if we are to treat that injury, and reestablish the proper balance between Theory and Practice, Logic and Rhetoric, Rationality and Reasonableness."(13)

(14) 2. How reason lost its balance

Het streven naar kennis, de liefde voor kennis (filosofie!) vormt een wezenlijk deel van de menselijke cultuur. Over alles kon vroeger gespeculeerd worden, voor alles konden redenen gegeven worden. Vanaf het midden van de 17e eeuw krijgen bepaalde methoden van onderzoek en onderwerpen echter de voorkeur en prestige.

"Beside the rationality of astronomy and geometry, the reasonableness of narratives came to seem a soft-centered notion, lacking a solid basis in philosophical theory, let alone substantive scientific support. Issues of formal consistency and deductive proof thus came to have a special prestige, and achieved a kind of certainty that other kinds of opinions could never claim. So, as time went on, academic philosophers came to see literary authors like Michel de Montaigne—an essayist who had little use for “disciplines” and put equally little reliance on formal logic—as not being philosophers at all, let alone scientists."(15)

De 'soundness' (gezondheid, kracht, correctheid) van substantiële argumentatie kwam tegenover de 'validity' (formele geldigheid van) argumentatie te staan. Rethorica tegenover Logica. De kennis van patronen in concrete praktische zaken en gebeurtenissen (Francis Bacon, Michel de Montaigne, later Emerson, Nietzsche, Santayana) tegenover universeel abstract begrip in zuiver theoretische standpunten die de concrete werkelijkheid overstijgen (Descartes, Pascal etc etc).

"One topic above all captures the core difference between the rival views of Reason. The analysis of theoretical arguments in terms of abstract concepts, and the insistence on explanations in terms of universal laws—with formal, general, timeless, context-free, and value-neutral arguments— is nowadays the business of Logic; the study of factual narratives about particular objects or situations, in the form of substantive, timely, local, situation-dependent, and ethically loaded argumentation, is at its best a matter for Rhetoric.

Academic philosophers and serious-minded theorists in any field are concerned only with the first: the contrast between convincing and unconvincing, neatly phrased and clumsily argued argumentation is left to literary students of elocution or style. For much of the last three hundred years, and most of the twentieth century, scholars treated these investigations not merely as distinct, but as separate. Analytical philosophers and scientific theorists need not—indeed, must not—be distracted by rhetorical or stylistic issues; studies of literary style or forensic technique, for their part, had nothing to teach philosophers or scientists."(24-25)

Wat maakte dat die kloof ontstond?

(29) 3. The invention of disciplines

De uitvinding van het boekdrukken leidde (zie Snow) tot de opkomst van de Humanities en die van de Exact Sciences (Galilei; Descartes) met verschillende idealen voor de Rede. Voorbeelden.

"In a similar way in all these cases, French insistence on geometrical exactitude faced English commitment to pragmatic flexibility."(39)

De specialisatie hangt sterk samen met de door Weber geschilderde bureaucratisering. Ethiek werd in naam van de waardenvrijheid buitengesloten.

(47) 4. Economics, or the physics that never was

[Tot nu toe is toch niet duidelijk waarom die kloof ontstond en bepaalde methoden de voorkeur kregen. Misschien had men wel door dat overheersing door 'geloof' niet zo handig was. Tenslotte had veel van die speculatie tot enorme ellende geleid, bv. in de godsdienstoorlogen. Geen wonder dat er een grotere behoefte aan zekerheid en controleerbaarheid ontstond.]

[Waarom slaagden de menswetenschappen er dan niet in hier iets overtuigends te bieden? Waarom hadden de natuurwetenschappen daar meer succes in? Omdat meetbaarheid het belangrijkst gevonden werd en dat het gemakkelijkste werkte bij de materie? En waarom begonnen de menswetenschappen natuurwetenschappelijke methoden te kopiëren naar een terrein waarop die nooit goed kunnen werken? Waarom eerder de methoden van de fysica dan die van de biologie? Toulmin gaat nu op dat soort vragen in.]

"The question is: “Why was Newtonian dynamics seen as the type example of a Serious Science, to be emulated by economists, sociologists, and psychologists no less than physiologists and biochemists? Why were social scientists so keen to be the ‘Newtons’ of social theory?” Surely, we may think, the activities of human beings are unlike the motions of planets, or of rigid spheres rolling down inclined planes: surely they are far more like the activities of living creatures."(47)

Zijn antwoord: Omdat Newton's Principia verkeerd begrepen werd. Er werd te veel belang gehecht aan de instrumenten van voorspelling en controle, aan regelmaat, uniformiteit, stabiliteit, orde als bevestiging van de rationaliteit van de schepping en de schepper. Leibniz had daar ook al kritiek op: Newton leverde - in tegenstelling tot wat veel mensen dachten - geen bewijs dat de huidige wereld de beste van alle is.

"Leibniz died in 1715; Newton lived on until 1727. After Leibniz’s death, right up to the late nineteenth century, the division in the philosophy of physics persisted. Starting with Leibniz himself and continuing up to Pierre Duhem—by way of the German physicist Euler, and Laplace in his more metaphysical moments—there was the Continental tradition of rationalism. Starting with Newton and continuing to Maxwell and Rutherford—by way of Dalton, Herschel, and Laplace in his more practical moments—there was a British tradition of empiricism. Empiricists saw all regular phenomena as marks of God’s Rational Order; Rationalists still looked for mathematical theories with the full rigor of Euclid’s Elements. Only Immanuel Kant kept to the sidelines in natural philosophy, as he did in epistemology and metaphysics, and took neither part."(51)

Poincaré toonde in 1889 aan dat volkomen voorspelbaarheid in de kosmologie niet bestond.

"For most of the eighteenth century, anyone who had pursued the matter as keenly as it deserved could have made the strong case for chaos theory, radical unpredictability, and non-linear mathematics that was in fact presented only after the mid-twentieth century. Failing that, the model that for so long held center stage as “the ideal form of theory for any would-be Science” remained that of a Physics that Never Was."(55)

Dat blijkt met name in de economie, vooral bij de evenwichtsanalyse. Ook hier de tegenoverstelling tussen een (Britse) empirische traditie (Adam Smith, David Ricardo, Alfred Marshall) en een (continentale) rationalistische traditie (Cournot in de lijn van Leibniz, Euler, Clairault, D'Alembert, Bernouillis; Jevons; Léon Walras). De laatste probeert een parallel te trekken tussen de wiskunde voor het evenwicht in de kosmologie en de wiskunde voor economie. Poincaré geloofde daar dus niet meer in.

"Even after the hope of finding guarantees for the stability of the planetary system had faded among mathematical astronomers, then, they remained alive among economic theorists. To this day, indeed, the idea of theory that many economists rely on is one they find in formal parallels between their theoretical systems and those of Newton’s Principia: the debate in Economics has been slow to change its themes."(59)

Voorbeelden die duidelijk moeten maken dat dat niet werkt, dat je economische theorie niet zo maar met succes kunt toepassen in elke situatie.

"In both cases, it proved, reliance on pure economic theory was empirically empty without full consideration of the social, cultural, and historical conditions of its application, and what forced itself on people’s attention in the end was the need to consider those social, cultural, and historical conditions explicitly. In real life, that is to say, economic analysis could yield a just and fruitful human outcome, only when all these conditions were taken into account."(64)

"The crucial questions do not turn on ensuring the formal correctness and consistency of our calculations; they depend rather on collecting all the relevant social, historical, cultural, and even personal information about the people involved, and their actual needs. In this respect, a traditional reliance on Euclidean and Newtonian models of theory continues to focus attention on “doing your sums right” and conceals the equally important task of making sure that you are “doing the right sums”: in other words, doing calculations that are directly relevant to the practical situation in question."(66)

(67) 5. The dreams of Rationalism

De eerste droom: een volmaakte taal die interpretatie in de communicatie overbodig maakt. Dat begon met Hamann (1790), kwam echter vooral op door de Wiener Kreis. Centrale vraag:

"Are natural languages in general adapted to human tasks, or are they essentially defective media for representing experience or communicating exact thoughts?"(68)

De eerste opvatting werd ingenomen door Wittgenstein [de latere, neem ik aan], de laatste door Frege en Russell rond 1900. Waardoor ontstond die laatste droom van een exacte taal, van wezenlijke eeuwige betekenissen los van de situatie waarin taal gebruikt wordt? Voorlopers: Francis Bacon, John Wilkins, George Delgado, Johann Comenius, maar vooral Leibniz die van een Universele Taal droomde die de tegenstellingen in zijn tijd (1618-1648: Godsdienstoorlogen) kon overbruggen en daar zijn hele leven mee bezig was.

"His new language uses a symbolism that will supposedly let us express thoughts (he says) “as definitely and exactly as arithmetic expresses numbers or geometrical analysis expresses lines.” Such a language, Leibniz concludes, will not only have perspicuous meanings, so that people from different cultures can talk together with shared understandings; it will also embody and codify all the valid modes of argument, so that different peoples can reason together without fear of confusion or error—and this will make his language “thegreatest instrument of reason.”"(70)

">To sum up this historical analysis: a common method of geometrical rigor, and a shared language in which to reason, constituted Leibniz’s strategy for transcending the Babel of doctrine at the heart of the seventeenth- century religious conflict. But it was only one strategy among others. Such sixteenth-century humanists as Michel de Montaigne and Francis Bacon had had a real alternative.

As a classical skeptic, Montaigne exhorted his readers to live with ambiguity and uncertainty—not to mention the plural beliefs we are familiar with from cultural anthropology. The empiricist Bacon discouraged people from trying to “prove” their beliefs at all certainly, since certainty was a mere Idol: rather they should explore the strengths and weaknesses of particular beliefs, using experiential instead of mathematical methods.

Such undogmatic (or antidogmatic) methods of inquiry appealed to the heirs of Renaissance humanism; but after 1610 religious conflict got out of hand, and Montaigne’s urbanity was no longer acceptable. By then—to recall a couplet from George Meredith—the intellectuals of Western Europe were “hot for certainty”; and, for the next thirty years, their most urgent questions received only “dusty answers.”"(75)

Dat streven naar zekerheid obv Euclidische meetkunde en Newtoniaanse fysica bleef eeuwen bestaan, maar kreeg een dreun rond 1900 met Maxwell's elektromagnetisme, Max Planck's quantumtheorie en Einstein's relativiteitstheorie. Het positivisme van na WO I is het gevolg (Russell-Whitehead: Principia Mathematica, Mach, Wiener Kreis, etc) en pakt ook weer het streven op naar een Universele Taal. Met dezelfde denkfout als uitgangspunt.

"Now, just as much as three hundred years ago, no technical procedure can guarantee its own humane or rational use. It is one thing to perfect an instrument; it is another to ensure that it is put to use in just, virtuous, or even rationally discriminating ways. So the three chief Dreams of Rationalism turn out to be aspects of a single larger Dream. The Dream of a Rational Method, that of an Exact Language, and that of a Unified Science form a single project designed to purify the operations of the Human Reason by desituating them: that is, divorcing them from the compromising association of their cultural contexts."(78)

Toulmin vindt dat theorie en praktijk, pure wetenschap en toegepaste wetenschap dichter bij elkaar moeten liggen.

"If we are to face Bacon’s issues about the uses of knowledge for human good head on, we must ignore the seventeenth-century ideal of intellectual exactitude, with its idolization of geometrical proof and “certainty,” and recall the practical wisdom of sixteenth-century humanists, who hoped to recapture the modesty that had made it possible for them to live happily with uncertainty, ambiguity, and pluralism."(80)

(83) 6. Rethinking method

Toulmin verwijst naar Paul Feyerabend. Die betoogt dat er niet één wetenschappelijke methode, één set van regels is die op alle onderwerpen en thema's en problemen van toepassing is (Unified Science, Unitarisme). Lang bestond er zelfs wantrouwen over statistische verklaringen tegenover causale. Ook de geschiedenis van zaken werd gewantrouwd en onbelangrijk gevonden. Veel van dat alles is terug te voeren op de behoefte aan zekerheid en het monotheïstische geloof. Voorbeeld is de evolutietheorie die zelfs door Popper, Hempel en Chomsky werd afgewezen.

Een en ander hing samen
--met de neiging algemene theorieën te maken oop basis van tijdloze wetten die op alle situaties van toepassing waren, een verzameling deducties afgeleid van universele theoretische axioma's;
--met eisen van objectiviteit, waardenvrijheid en afstandelijkheid / onbetrokkenheid;
--en met de behoefte van wetenschappers zich te onderscheiden van andere mensen.

Objectiviteit / onbevooroordeeld waarnemen, verkeerde invloeden uitsluiten gaat echter maar zo ver (quantummechanica). Bovendien was het doel herhaalbaarheid, maar dat is bij observaties in menswetenschappen vaak onmogelijk. De kunst is om de (eigen) vertekening / 'bias' te zien.

"how hard it is to treat situations “rationally” (without distortion) and also “reasonably” (without injustice). The sources of difficulty vary from situation to situation, but in general the word “bias” fits them all."(94)

Kritiek op de benadering van veel mensen van de Frankfurtere Schule:

"In the context of late twentieth-century philosophy, this argument belongs to what Paul Ricoeur calls the hermeneutics of suspicion: philosophical positions that attack the opposition by impugning their motives, not refuting their arguments. It is as if the Frankfurt critics had a space platform from which they can diagnose the thoughts of mortals on the Earth, without their own positions being open to question. Yet, once we allow motivation to be an issue, we are all in the same boat, and this stratospheric attitude is in danger of being a sham. Why do the critical philosophers think they are the only people having an impartial or unbiased position? How are they so sure that the hidden class, gender, or other interests that mislead those they attack, do not affect their own perspectives, too?" (95)

"Intellectual elitism denies the titles of rational, science, or research to fields that depart too far from the Hard Science dream of theoretical physics; and Intellectual Democracy means taking the alternative route of letting each field develop methods appropriate to the basic goals of its enterprise."(99)

(102) 7. Practical Reason And The Clinical Arts

Toulmin illustreert een en ander aan de economie van de relatie tussen institutionalisering / bureaucratie en de nadruk op theoretische dan wel toegepaste wetenschap. Polanyi maakt duidelijk hoe gemakkelijk een puur theoretische economie een bepaalde vorm van economie zoals de markteconomie van de VS en West-Europa als vanzelfsprekend neemt. In de praktijk werkt dat heel anders. De voorbeelden van de watertempels op Bali en de microfinanciering van Yunus uit een eerder hoofdstuk illustreren dat. Andere voorbeelden.

"Coming to understand how human lives go well or badly, better or worse, and how we can best help them fulfill their potential is the central task to be tackled if we are to achieve a practical grasp of social phenomena. But the human sciences can move in this alternative—or “clinical”— direction only if they build up their theories more on biological than on physical models, and so give up the myth of “value-free” science."(106)

Voorbeeld: de medische wetenschap en de medische praktijk.

"These questions serve to define what I will here be calling “clinical” knowledge, and the contrast between a practitioner’s reasonable judgments and a theoretician’s rational computations will throw more light on the general differences between Rationality and Reasonableness."(111)

Meer algemene ideeën moeten daar toegepast worden op gevallen (cases) met specifieke personen en hun situatie. Desondanks is beroepsethiek - met zijn nadruk op 'accountability and participation' - pas iets van de laatste 50 jaar, vanwege de machtspositie die beroepsgroepen voor zichzelf hebben opgebouwd met hun interne controle en paternalisme.

"Around 1970, then, the assumption that professionals were true to their callings had weakened, and physicians faced the same shift in the burden of proof as all other authority figures."(118-19)

Het begon met een bioethiek / medische ethiek vanuit de theologische hoek. Later (70-er / 80-er jaren) werd een en ander overgenomen door filosofen. Maar de laatsten bleven te veel in abstracties hangen. De behoeften aan reflectie binnen de gezondheidszorg waren heel concreet. Er is een verschil tussen ethische theorie en morele praktijk. Dat wordt dan ook het onderwerp voor het volgende hoofdstuk.

(123) 8. Ethical theory and moral practice

Er is weinig contact tussen de academische theoretische ethiek en de morele praktijk. Toulmin meent dat er iets geleerd kan worden van 'storytelling'.

"Set against any fully described problem, abstract principles do not measure up."(130)

Toulmin is het dan ook niet eens met MacIntyre's opvattingen.

"Theory (so to speak) is not a foundation on which we can safely construct Practice; rather, it is a way of bringing our external commitments into line with our experience as practitioners. This insight has influenced bioethical theory and the moral practice of clinical medicine only in the last thirty years or so."(133)

Casuïstiek was vroeger een belangrijke manier van kijken naar praktische problemen. Dat zou weer terug moeten komen.

[Jammer, dat Toulmin hier niet meteen de lijn doortrekt naar de 'case / evidence based reasoning' die je in de gezondheidszorg steeds meer aantreft. Dat illustreert de behoefte aan denken vanuit praktische problemen en een theorievorming die daar dicht bij blijft.]

[Filosofen hebben dus blijkbaar nog steeds die neiging de concrete praktijk te negeren ten faveure van zinloze en nutteloze abstracties. Ik vraag me af: voorheen kon je zeggen dat veel filosofen een theologische achtergrond hadden; zou dat nog steeds zo zijn? Dat zou kunnen verklaren waarom filosofen zo hardnekkig weigeren de onzekerheden van het alledaagse leven te verwerken.]

(138) 9. The trouble with disciplines

Toulmin heeft in de lijn van Illich nogal wat bezwaren tegen de zogenaamde intellectuele verdeling van werk en de opsplitsing van instituten als universiteiten in kleine eenheden per discipline. Al snel ontstaat de opvatting dat die disciplines alleen zichzelf kunnen volgen en beoordelen, kritiek van buiten de discipline wordt niet geaccepteerd. Alleen de aanpak die de discipline voorstaat wordt geaccepteerd, er ontstaat gemakkelijk dogmatisme en conformisme, en originaliteit wordt daarmee een stuk moeilijker vol te houden.

"This is what I mean in saying that disciplinary emphasis on the technicalities of the human sciences imposes on newcomers to the subject a set of professional blinders that direct their attention to certain narrowly defined considerations, and often prevent them from looking at their work in a broad human perspective."(140)

Een en ander heeft met name de sociale en gedragswetenschappen geraakt. Voorbeeld: de 'International Relations' waar scheidslijnen ontstonden over waarderingen (realisme tegenover idealisme; de VS tegenover Europa, waardenvrij - wiskundig of juist niet), niet over onderzoeksgegevens en theorieën. De problemen aan de discipline zie je aan de 'rational choise theory' en het 'prisoners dilemma' waarbij vanuit een spel gedacht wordt met twee personen en gegrepen wordt naar wiskundige modellen die geen rekening houden met de empirie. Andere voorbeelden uit psychologie, biologie, sociologie, economie. Hij haalt ergotherapie er zelfs bij.

[De opzet van dit hoofdstuk is niet zo best. Toulmin maakt allerlei omwegen, herhaalt zichzelf regelmatig, en wat hij wil beweren had hij kunnen beweren in twee pagina's. Niet erg overtuigend. Jammer, want die versnippering in wetenschappelijke disciplines is inderdaad niet stimulerend voor nieuwe bredere inzichten waar we in de praktijk iets aan hebben. Zijn opmerkingen over ergotherapie zijn trouwens goed getroffen.]

(155) 10. Redressing the balance

De Westfaalse Vrede liep uit op een idealisering van de soevereine staat, een officiële religie voor die staat en een Euclidisch-Newtoniaanse wetenschap. Alles gericht op zekerheid. Met intolerantie als gevolg.

"The Westphalian Settlement was, then, a poisoned chalice: intellectual dogmatism, political chauvinism, and sectarian religion formed a blend whose influence lasted into the twentieth century. To put it more exactly: the Westphalian System ended as a poisoned chalice; initially, its terms met the needs of the time. Nation-States, Established Religions, and Formal Rationality were at first effective ways of ordering life and thought so as to minimize, and temper, the conflicts among different countries or religions."(158)

Wat de staat betreft zie je nu een beweging waarbij de staat soevereiniteit opgeeft (vb. Europese Unie, NGO's).

Wat betreft wetenschap zie je een beweging die de voorspellende waarde van kennis anders benadert. Voorbeelden: aardbevingen, de val van de Muur. Strict determinisme blijkt betrekkelijk.

"The idolization of Newtonian prediction is only one factor that led to the imbalance in our ideas about Reason. More basic was the attitude that John Dewey called “the quest for certainty”: the belief that the very heart of philosophical logic resided in the principle of non-contradiction, which was invoked to guarantee the necessity of philosophical argument.

In the twentieth century, too, analytically-minded philosophers continued to prefer fields of experience in which our beliefs could be given a quasi-geometrical foundation to those in which that seemed impossible. Once more, disciplines like Physics came out ahead, and were seen as intrinsically rational, while the rationality of fields such as Ethics, in which no agreed analytical proofs seemed to be available, was called in question."(163)

"It is time to state the general position at which the argument of this book is directed. Jürgen Habermas’s lasting contribution to ideas has been to insist on the connection between knowledge and reasoning on the one hand, and human interests on the other. Our interests may be, but are not necessarily, personal or class interests, and so render our language liable to distortion; at the same time, we know that some interests are shared by all human beings. Yet these interests are not necessarily shared in all cultures and periods alike: many of them overlap, or change slowly enough to be understood across cultural or historical boundaries."(165)

Dus ook de keuze voor bepaalde wiskundige en logische methoden is geladen met waarden, van belang in de ene situatie, ronduit verkeerd in een andere.

"Nor are philosophers today as tempted as they were from the 1920s to the 1950s to find formal reasons for ruling out some familiar scientific inquiries as logically illegitimate: the attempts by Hempel, Popper, and Chomsky to discredit Darwin’s ideas about evolution now appear dated. As in politics, tolerance and democracy are winning out over elitism in methodology, and over imperialism in the philosophy of science. To that extent, the imbalance in European ideas about Rationality and Reasonableness shows healthy signs of correcting itself."(167)

"What the attacks of logicians and epistemologists lack is a serious concern with the details of particular situations, and few moral theorists are in any hurry to resolve the bedside problems of individual patients. Yet, if moral philosophy and formal logic handle general, abstract questions, while rhetoric and casuistry focus on particular, practical problems, there is room to accept a fair division of labor."(168)

(175) 11. The Varieties of Experience

Het pragmatisme geeft o.a. een fundering aan de hier verdedigde benadering. William James wordt dan van belang, en niet alleen zijn Pragmatism of The Principles Of Psychology, maar zeker ook zijn The Varieties Of Religious Experience. Dewey ook. Polanyi komt weer terug.

[En zo verder en zo meer. Dit hoofdstuk gaat werkelijk alle kanten uit en doet werkelijk heel weinig om de centrale stellingen van het boek te onderbouwen.]

(190) 12. The World of where and when

Dit hoofdstuk handelt ook over allerlei ervaringen waaruit we kennis afleiden. Opnieuw Montaigne, opnieuw Wittgenstein die filosofeert in de lijn van de klassieke sceptici.

[Ik denk niet dat de vele omzwervingen die Toulmin hier maakt rationalisten zullen overtuigen van het feit dat ze zich moeten openstellen voor andere ervaringen en andere methoden van onderzoek.]

[We kunnen als mens natuurlijk van alle ervaringen leren. En het is waar dat blind vertrouwen op wiskunde, formalisering, abstractie tot een enorme verschraling van wetenschappelijk onderzoek leidt.]

[Maar dat betekent ook weer niet dat elk verhaal over een ervaring zinvol is voor anderen of dat de 'wereld' er iets aan heeft. Ik begrijp niet zo goed dat Toulmin niet een aanpak kiest waarbij hij controleerbaarheid en deelbaarheid van (beweringen over) ervaringen centraal stelt. Of fenomenologie en hermeneutiek van stal haalt om te laten zien hoe je via die weg kennis kunt opbouwen die betrouwbaar is en toch dicht zit bij de leefwereld van mensen.]

[Ik ervaar het uiteindelijke standpunt van Toulmin hier als een open deur als je enigszins thuis bent in de (geschiedenis van de) wetenschapsfilosofie.]

(204) 13. Postscript: Living with Uncertainty

Als samenvatting kan het begin van dit hoofdstuk dienen:

"To put the story told in this book in a nutshell: for the last four hundred years, the ideas of “reasonableness” and “rationality”—closely related in Antiquity—were separated, as an outcome of the emphasis that seventeenth-century natural philosophers placed on formal deductive techniques.

This emphasis did an injury to our commonsense ways of thought, and led to confusion about some highly important questions: above all, the relation of the social sciences to the moral and other value-laden problems that arise in the practical professions.

This stress on the rationality of formal theories or calculations, and on the need for “value neutrality” in the social sciences, was not universally accepted, but mathematical techniques have had such prestige in our discipline-oriented universities that they continued to entrench themselves well into the twentieth century. They were especially influential in the academic world of the United States, where the need for rational calculations to be complemented by reasonable judgments about their relevance to particular real-life human situations faded, for the time being, into the background."(204)

[Verder weer allerlei verhaaltjes en uitweidingen.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek