>>>  Laatst gewijzigd: 15 mei 2019  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Verantwoord handelen

Voorkant Davis 'Theory of Action' Lawrence H. DAVIS
Theory of action
Englewood Cliffs, N.J.: Prentice Hall, 1979; serie 'Foundations of Philosophy'; 152 blzn.
ISBN 01 3913 1450

[De 'Preface' geeft al precies aan waar mijn bezwaren liggen bij deze taalanalytische benadering van handelen: het uitgaan van wat individuele mensen doen via triviale voorbeelden met het idee dat dán pas meer ingewikkelde of collectieve handelingen bestudeerd kunnen worden (p.vii/viii).]

[Dat is het soort reductie waarin ik niet geloof en wat naar mijn smaak het kunstmatige en onbevredigende karakter van veel van deze analyses uitmaakt. Inderdaad "typical of the field", maar daarom nog niet goed. Ik vraag me af in hoeverre men in die hoek toch niet heel ver is afgedwaald van Wittgenstein's contextgevoeligheid rondom de betekenis van taal en handelingen.]

Chapter One: The nature of action

Uitgangspunt vormt weer eens Wittgenstein's voorbeeld van het bewegen van je arm.

"Actions are only a subclass of doings."(4)

[Alleen maar? En hoe kun je ze van elkaar onderscheiden?]

"An action is a doing in which a doing-related event occurs because the agent wants it to, then and there."(5)

De analyses ervan laten zien dat een wens geen rol hoeft te spelen noch voldoende is bij / voor een handeling. Conclusie:

".. for action it is not enough to have a doing-related event occur because of a desire."(9)

Sommigen zeggen: er moet ook een speciale 'awareness' zijn. Volgt de actor-theorie. De context-theorie bevalt me weer veel beter:

"Here the action is quite clearly embedded in a larger context of goaldirected and rule-governed activity."(12)

[Zie ook p.15 - het begin van de volitie-theorie, merkwaardig genoeg; wat mij betreft hoort dat alles precies tot de kern van de context-theorie. Die hele volitie-theorie sla ik over, omdat ik hem irreëel vind.]

Chapter Two: Actions and events

[Volgt de identiteitstheorie in allerlei vormen. Niet interessant.]

Chapter Three: Ability

Over wat we zeggen als we zeggen 'Ik kan / ben in staat om' en zo verder.

[De notie 'repertoire' van handelingsmogelijkheden vind ik op zich wel boeiend. Die kan - zegt Davis - van persoon tot persoon en van tijd tot tijd verschillen (50-53). Er wordt niets gedaan met deze notie in een richting die ik zinvol vind.]

Chapter Four: Intention

[Ik kan me er niet toe zetten de redeneringen in detail te volgen, omdat ze fundamenteel al niet deugen.]

Chapter Five: Explanations of actions

[Dat is wel een aardig hoofdstuk. Het volgt - zij het wat uitgebreider - dezelfde lijnen als Van den Beld. Bruikbaar zijn met name p.96-102: reden-verklaringen als interpreterende verklaringen (+ literatuur), met alle problemen die die kennen.]

Chapter Six: Autonomy and responsibility

Geeft een overzicht van bestaande opvattingen. P.110 e.v. gaan over de argumenten die men kan aanvoeren voor onverenigbaarheid van determinisme en vrije wil (hard determinisme tegenover libertarianisme). Later volgen opvattingen over verenigbaarheid.

Commentaar

[Mijn intellectuele geweten knaagt, nu ik dit boekje zo bliksemsnel doorwerk. Het is duidelijk dat ik niet gek ben op argumentaties waarvan ik toch al denk dat ze op een dood spoor zitten. Wat me echt boeit blijkt de context-theorie van het handelen te zijn - en dan zie ik dat waarschijnlijk nog veel radicaler dan wat hier zo staat. Terwijl mijn belangstelling dáárvoor gekoppeld is aan verklaringen van menselijk handelen, de verschillende opvattingen daarover, waarbij ik al gekozen heb voor een niet-causale benadering.]

[Alle theorieën over vrijheid en verantwoordelijkheid vind ik niet meer zo interessant. Mensen zijn wat mij betreft gewoon verantwoordelijk voor hun handelen, ook al zouden ze voor 100% gedetermineerd blijken te zijn. Ik zie het probleem niet zo. Meestal worden hier de verkeerde vragen gesteld. Vandaar mijn keuze om niet te veel tijd aan zo'n boekje als dit te besteden.]

[Ik merk steeds weer dat ik innerlijk bezwaar aanteken tegen het gebruik van niet-realistische voorbeeldsituaties om tot gedachten te komen. 'Stel dat de wereld 5 minuten geleden ontstaan is ...' 'Stel dat A de gedachten van B kan lezen ...' En zo verder. Onzinnig, want onmogelijk. Ik zie niet wat je daar van kunt leren? Maar misschien zie ik het niet goed, natuurlijk.]

[Er is een literatuurlijst, er zijn voetnoten met verwijzingen. Mooi. Maar je ziet er meteen ook de eenzijdigheid aan af: het zijn allemaal Angelsaksische auteurs, zelfs geen vertaalde Duitse of Franse werken te vinden. Niet goed.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk