>>>  Laatst gewijzigd: 28 januari 2020  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Verantwoord handelen

Voorkant Dohmen 'Tegen de onverschilligheid' Joep DOHMEN
Tegen de onverschilligheid - Pleidooi voor een moderne levenskunst
Amsterdam: Ambo, 2007
ISBN-13: 978 90 2632 2327

[Ik ben dit boek gaan lezen, omdat de titel me zowel aansprak als ergerde. Tegen de onverschilligheid, ja dat lijkt me een goed streven. Maar met 'levenskunst'? Er zijn van die woorden waarover ik meteen struikel. Dit is er één van. Twee vage termen in één woord, daar kan nooit iets goeds van komen, dat gevoel.
En ja, al meteen in het begin van het boek knal ik tegen een hoop abstracties aan die zo algemeen / generaliserend zijn (de postmoderne mens en zo), dat ik me werkelijk afvraag hoe zinvol het is om zo te denken en te schrijven.
En daarnaast nog zo'n ding - waaraan Joep Dohmen misschien ook niet zo veel kan doen omdat het hoort bij de filosofische academische traditie waarvan hij deel uitmaakt-: al meteen de ene verwijzing na de andere naar filosofen die dit zeiden en dat riepen. Waarom? Waarom kan iemand niet gewoon opschrijven wat hij of zij te zeggen heeft zonder een miljoen verwijzingen naar de geschiedenis van de filosofie. Dat scheelt weer wat bomen in het bos. Maar goed.
De paginaverwijzingen zijn betrekkelijk - ik las een epub-editie van het boek en reageer alleen op sommige stellingen.]

"De filosofie van de levenskunst onderzoekt het leerproces van de levenskunst en spoort moderne individuen aan tot hun eigen levenskunst nu er geen algemeen geldige waarden en levensdoeleinden meer zijn. Tegenwoordig is ieder van ons veroordeeld tot zijn eigen zoektocht. Levenskunst kan worden opgevat als een langdurig, complex, individueel leerproces waar verantwoordelijkheid, bewust leven, eigen waarden, expressie, volharding en plooibaarheid deel van uitmaken."(35)

[Hoezo zijn er geen algemeen geldige waarden en levensdoeleinden? Wat een simplistische postmoderne onzin.]

"Levenskunst moet dus het persoonlijk antwoord geven op de vraag naar het goede leven. Het is een opmerkelijk feit dat mensen desgevraagd niet of maar uiterst moeizaam blijken te kunnen formuleren waarin voor henzelf het goede leven is gelegen. Bewust leven is dus vooral ook: nagaan welke waarden en leefregels je er daadwerkelijk en niet alleen in je verbeelding op na houdt. Daarom is reflectie op de eigen waardenhiërarchie van het grootste belang: wat wil je; hoe weet je dat; weet je dat zeker; en waarom wil je dat?"(38)

[Zou dat misschien komen door zo'n ontzettend vage uitdrukking als 'het goede leven'? ]

"Helaas zijn niet alle mensen in staat tot een bewuste en weloverwogen vorming van een eigen levenshouding. Er zijn mensen die van meet af aan het vermogen tot controle missen door een genetisch defect, door neurologische afwijkingen of door zwaarwegende traumatische ervaringen in hun vroege jeugd. Ergens op het traject van zelfreflectie, vaardigheid en normatieve oriëntatie schuilt een onoverkomelijke hapering.
In de meeste gevallen echter is de mogelijkheid tot controle noch volledig aanwezig noch volledig afwezig. Daarom kunnen we spreken van een graduele verantwoordelijkheid voor het eigen handelen."(63)

[Geneurologiseer en gepsychologiseer. Helaas hebben veel mensen meer aan hun kop dat belangrijker is dan over zichzelf na te denken, bijvoorbeeld omdat ze in grote armoede verkeren of anderszins door externe omstandigheden gedwongen worden. Met andere woorden: ik mis de sociale omstandigheden in het rijtje.]

"Moderne levenskunst heeft betrekking op twee dimensies van het persoonlijke leven: controle en zingeving. Zelfverantwoordelijkheid is de poging de gang van je leven tot op zekere hoogte te beheersen en te sturen, door een groter aandeel te nemen in de richting en de kwaliteit van je leven op basis van je eigen interpretatiekader en de daarop toegesneden handelingsbekwaamheid."(65)

[Idem. Veel mensen hebben die controle over hun leven gewoon niet. Het is erg elitair om te denken dat dat in bepaalde omstandigheden wel zo is of zelfs maar mogelijk zou zijn.]

"Levenskunst reikt verder dan controle, beheersing en veiligheid – overigens zaken waar niet gering over gedacht mag worden. De zin van het leven hangt ook samen met de kwaliteit van dat leven. Zorg voor zichzelf duidt erop dat je je eigen leven probeert onder controle te krijgen en daarbij ook nog eens de kwaliteit van je leven, de zin van je bestaan, bewaakt. Wie de verantwoordelijkheid op zich neemt voor de gang van zijn leven, betreedt de hachelijke weg van het waarderen. Daarmee is zelfzorg meer dan een proces van reflectie, zelfkennis, aandacht en bewustwording. Zij is ook meer dan het vermogen om vaardigheden te ontwikkelen en te leren om vanuit zichzelf te handelen en te leven. Zelfzorg verwijst naar kwaliteit, naar leven vanuit je zelf, vanuit een eigen rangorde van waarden, kortom: naar authenticiteit."(78)

"Zorg voor zichzelf verwijst naar een leerproces waarin zelfkennis (het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’), handelingsbekwaamheid (wat kan ik?) en normatieve evaluatie (wat wil ik? wat is voor mij het goede leven?) samengaan. Dat zelfzorg om individuen gaat, betekent niet dat zij niet ten diepste ook een sociale praktijk is die je samen met anderen, je partner, je vrienden en collega’s kunt en moet beoefenen."(80)

"Filosofische levenskunst staat kritisch tegenover een aantal uitgangspunten en doelstellingen van positief denken, (Amerikaans) zelfmanagement, lifestyle, hedonisme, oosterse levenskunst en esoterie. Ik zal deze populaire varianten achtereenvolgens bespreken en het verschil met filosofische levenskunst duidelijk maken."(84)

"Deze literatuur is vaak afkomstig van (ex-)managers en doorgaans made in USA. Ze verraden een enorm optimisme en geloof in de totale maakbaarheid van de mens en van de samenleving. De metafoor die erachter schuilgaat is die van de (top)ondernemer. Zoals de topmanager succesvol zijn zaak runt, zo kun jij je leven plannen, beheersen en managen."(87)

"Het sterke punt van het actuele hedonisme is de her- en opwaardering van de dimensies van plezier hebben, genieten en op die manier gelukkig zijn. Lange tijd zijn deze waarden door een christelijke dan wel socialistische levensbeschouwing van zelfopoffering en solidariteit achtergesteld. De generatie die nog een heel leven leidde op basis van een donkere moraal van plichtsbetrachting, is inmiddels vrijwel uitgestorven. Ongetwijfeld hoort genieten bij het goede leven. Toch zijn enkele kritische kanttekeningen nodig bij het actuele hedonisme.
Het actuele hedonisme propageert consumptief genot. (...) Het actuele hedonisme mist juist de verstandige matiging van genot en vormt een ernstige bedreiging voor onze cultuur. We zien veel uitwassen van drankzucht, vetzucht, zinloos geweld en zelfverrijking."(91)

"Filosofische levenskunst kan zich niet voltrekken ex nihilo, buiten het maatschappelijke leven om."(94)

"Levenskunst is geen egoproject of narcisme. Zelfzorg is geen zelfzucht maar juist de poging om daaraan te ontsnappen. De filosofische levenskunst is een sociale filosofie die niet uitgaat van een onafhankelijk individu. Elk mens is ingebed in allerlei afhankelijkheidsverhoudingen. Levenskunst verwijst eerder naar die vorm van zelfzorg waarbij iemand telkens probeert om op de juiste manier (on)afhankelijk te zijn. De gedachte van de absolute vrijheid, alsof we ons door middel van een of andere tovertruc van allerlei ‘lastige’ bindingen zouden kunnen bevrijden, is een illusie die niet zou moeten worden gepropageerd. Levenskunst is altijd samenlevingskunst, waarbij tal van regels, codes en machtsverhoudingen aan de orde zijn waartoe men zich als individu te verhouden heeft. Daar kan geen enkel individu omheen." (99)

[Filosofische levenskunst is dus absoluut niet hetzelfde als de populaire adviezen voor levenskunst. Ik ben blij dat Dohmen dat aan de orde stelt. Maar van de andere kant: al wat hij tot nu toe naar voren bracht gaat toch ook erg over maakbaarheid en controle van een individu over zijn of haar eigen leven. Dohmen wijst hier dus op de sociale dimensie van levenskunst, maar ... ik heb in Dohmens verhaal tot nu toe nog maar bitter weinig gezien van de maatschappelijke inkadering en van die sociale afhankelijkheidsverhoudingen.]

"De vraag is wel of het goede leven rationeel te funderen is en inderdaad volgens de spelregels van de socratische dialoog kan worden bepaald. Nussbaum heeft deze kritiek nog verder aangescherpt en de vraag opgeworpen of Socrates wel genoeg oog had voor het toeval, voor het noodlot en het drama in het mensenleven. In haar optiek is Socrates veel te optimistisch als hij denkt dat een mens alleen door zelfkennis in staat is om het goede leven te leiden, ongeacht wat hem verder ook overkomt. Deze kritiek laat onverlet dat Socrates een serieus begin gemaakt heeft met de levenskunst. Hij heeft aan elk mens de vraag voorgehouden: wat is voor jou het goede leven?" [mijn nadruk] (118)

"Vanuit hedendaags perspectief valt op dat men bij Aristoteles helemaal niets vindt van een moraal van zelfopoffering, zelfverloochening of plicht jegens de ander. Dat soort types van zelfvervulling zijn van later datum: ze zijn pas via het christendom en veel later, via Kant en het utilisme in de westerse cultuur geïntroduceerd. Eeuwenlang heeft de plichtethiek, gevolgd door de nuttigheidsethiek, de deugdethiek naar de achtergrond verdrongen." [mijn nadruk] (145)

[Ik begin Aristoteles steeds interessanter te vinden ... Voor Dohmen blijkt Pierre Hadot een belangrijke inspiratiebron, maar wat mij betreft klinkt Hadot iets te religieus in zijn visie. Zo wordt Nietzsche ook te veel in de hoek gezien van zijn Zarathoestra. Ik voel een neiging naar spiritualiteit en andere vaagheden.]

"Desalniettemin staat Nietzsche met zijn pleidooi voor het leven als kunstwerk in een eerbiedwaardige Europese traditie van de levenskunst. Bovendien is hij een duidelijke representant van de moderne authenticiteitsmoraal. Nietzsche heeft de mogelijkheidsvoorwaarden onderzocht van een laatmoderne levenskunst, met als inzet het eigen leven vorm te geven en een stijlvol bestaan te leiden. Zijn actualiteit ligt vooral in zijn consequente verdediging van een individuele moraal, als antwoord op de crisis van de westerse cultuur en het oprukkende nihilisme."(205)

"Echtheid duidt op een verlangen om in zekere zin origineel te zijn, om vanuit zichzelf te handelen en trouw te zijn aan zichzelf. Zelfbeschikking betekent dat men vrij is, zelf beslist en niet door anderen bepaald wordt. Beide noties samen vormen een van de meest dominante morele idealen van de moderne tijd."(207)

"Het gaat hier om een vorm van levenskunst door Nietzsche ‘auto-therapie’ genoemd, waarin het individu zichzelf losmaakt uit overgeleverde patronen en verbanden, om in een experimentele levenswandel op basis van een nieuw verworven waardenhiërarchie een tweede natuur, een nieuwe identiteit te ontwikkelen. Inzet van dat hele vormingsproces is de vrije geest, een toestand van werkelijke autonomie. De vrije geest is de veelzijdige en tegelijk hechte persoonlijkheid die opgewassen is tegen het laatmoderne leven van veranderlijkheid, verscheidenheid en onzekerheid."(221)

"Nietzsches oeuvre staat op de eerste plaats in dienst van het ontwikkelen van een individuele moraal. Authenticiteit betekent: niet bang zijn en uit angst de regels volgen. Dapper zijn en waar nodig traditionele autoriteiten weerstaan. Niet lui maar bedrijvig zijn, de eigen waarden opzoeken en in praktijk brengen. Een geschiedenis van de dag is een geschiedenis van de éígen dag."(242)

[Ik, ik, ik, mij, mij, mij. Een individuele moraal? Werkelijk? Wat is dat? Alsof je niet altijd schatplichting bent aan de moraal om je heen, alsof je niet altijd rekening moet houden met de andere mensen om je heen. Vrije geesten? En let op wie het zegt ... Kunnen we iemand op dat punt serieus nemen die bemiddeld genoeg was en alle tijd had om in de bergen rond te wandelen en zo? Het klinkt allemaal nogal naïef en verwend. Ik vraag me ook werkelijk af of je Nietzsche zo gemakkelijk in deze hoek van de levenskunst kunt stoppen. ]

"Waarheden en waarden zijn voor Nietzsche nooit absoluut gegeven maar altijd contingente bepalingen, decreten. Waar is wat als waar wordt vastgesteld en aanvaard. Waarden zijn niet eeuwig maar altijd tijdelijk geldend, afhankelijk van de context."(243)

[Ja, maar wij - filosofen na het postmodernisme - weten inmiddels toch wel dat het zo eenvoudig niet ligt.]

"Veel van wat zich voordoet als autonoom, anti-autoritair of anticonformistisch, is dat bij nader inzien helemaal niet. Veel zogenaamd authentiek gedrag wordt eerder gekenmerkt door impulsiviteit, instrumentaliteit, onverschilligheid en plat egoïsme."(249)

[Ja, en wie zegt dat dat niet geldt voor alles wat Nietzsche naar voren bracht? Of voor alles wat Dohmen zelf naar voren brengt? Wonderlijk dat zo veel schrijvers die roepen dat de waarheid niet bestaat altijd van zichzelf denken dat ze de waarheid in pacht hebben. Wie kan er onderscheiden tussen echte en onechte vormen van authentiek gedrag? En welke maatstaven legt die persoon daarbij aan? En zijn zijn of haar oordelen overtuigend voor anderen?]

"In de praktijk blijkt deze keuzevrijheid, door liberalen evenzeer geprezen als door conservatieven bestreden, bepaald niet onproblematisch. Op de eerste plaats vinden onze keuzes niet plaats in een onmaatschappelijk vacuüm. Veel alledaagse keuzes zijn in zekere zin voorgeprogrammeerd, aangezien bij een terugtredende overheid de markt domineert. Ondersteund door een overweldigende technologie wordt onze individuele levensstijl aan het eind van dit millennium verregaand beheerst door instrumentele rationaliteit, met name vanwege de verleidingsstrategieën van de markt. Het westers individu wordt stevig in de rol van consument gedrukt." [mijn nadruk] (252)

"Men kan verschillende vraagtekens zetten bij Nietzsches authenticiteitsmoraal. Zo legt hij wel erg de nadruk op de zelfverantwoordelijkheid van het individu. Een individu moet eigenlijk over een zekere aanleg bezitten en in zekere zin vanzelf al geschikt zijn om een sterke persoonlijkheid te kunnen worden. Nietzsche besteedt wel erg weinig aandacht aan wat wij nu zouden noemen empowerment, aandacht voor de vorming van mensen door het verbeteren van de maatschappelijke omstandigheden, het scheppen van gunstige mogelijkheden via onderwijs, werkgelegenheid, goede sociale voorzieningen en een rechtvaardige verdeling van de middelen." [mijn nadruk]

[Nee, echt? ]

"Maar wat als de mens geen onafhankelijk wezen blijkt te zijn? Als er belangrijke zaken in het leven zijn die zijn macht nu eenmaal te boven gaan? Volgens Manschot staat de norm van zelfredzaamheid haaks op de condition humaine, die erop neerkomt ‘dat mensen kwetsbaar zijn en sterfelijk; en dat mensen geen eenzelvige, alleenstaande wezens zijn, maar op anderen zijn aangewezen’.
De moderne samenleving heeft zwaar te lijden onder het dominante neoliberale ethos van zelfbeschikking. Egoïsme, narcisme, hedonisme, achteloosheid en onverschilligheid terroriseren het alledaagse leven en zijn de wanproducten van de moderne vrijheid. Autonomie is een mythe. Terwijl het liberalisme de vrijheid als zelfbeschikking propageert, is het nog maar helemaal de vraag hoe vrij mensen werkelijk zijn. Voor een toenemend aantal auteurs is dit een goede reden om het principe van autonomie te laten vallen en te pleiten voor een paternalistisch conservatief reveil. Voor sommigen is de onmaakbaarheid van het leven aanleiding om te pleiten voor een herwaardering van het principe van transcendentie."(264)

[Hier wordt een tegenstelling gecreëerd die er volgens mij niet hoeft te zijn. Waarom zou je niet gewoon kritisch kunnen zijn ten aanzien van hoe authenticiteit wordt ingevuld zonder te vervallen in trancendente theorieën? Dohmen noemt in de voetnoot als vertegenwoordigers van het moderne cultuurpessimisme Herman de Dijn, Andreas Kinneging, Bart Spruyt, Ad Verbrugge en Koo van der Wal. Een aantal conservatieven heeft zich verenigd in de Edmund Burke Stichting. ]

"Pierre Hadot rehabiliteert de klassieke filosofie als levenskunst. Hij benadrukt het belang van de spirituele levenskunst in de oudheid. En bovenal bepleit hij een kosmischreligieuze levenskunst voor onze moderne tijd." [mijn nadruk] (284)

[Ja, die indruk had ik al, en als ik dan zie hoe graag Dohmen naar Hadot verwijst ... ]

"In de redevoering van Manschot ontbreekt de religieuze en levensbeschouwelijke dimensie. Als het om zingeving gaat, voert hij morele deugdzaamheid op, zoals betrokkenheid op de ander, medelijden, generositeit en echt genieten. Van een voorstel in de richting van zelfoverstijging is geen sprake. Dat is opmerkelijk, gezien zijn klacht over de zelfgenoegzaamheid van het liberale denken. Minder opmerkelijk is dat echter tegen de achtergrond van het hele oeuvre van Manschot. Mijns inziens ontbreekt daarin de levensbeschouwelijke en de religieuze dimensie." [mijn nadruk] (309)

[Ja, die opvatting van Dohmen zag je al vanaf grote afstand aankomen ... ]

"Manschot is tolerant ten opzichte van de religie en ziet het enorme belang daarvan voor grote delen van de mensheid, maar is zelf geen religieus denker. Ik twijfel er zelfs aan of hij een humanist genoemd kan worden, wanneer daaronder verstaan wordt: iemand met een levensbeschouwelijke visie op de werkelijkheid die aan de politiek en ethiek ten grondslag ligt. Manschot is een politiek ethicus die probeert de principes van autonomie, solidariteit en rechtvaardigheid in een samenhangend programma te doordenken. Het kernthema van zijn werk is de menselijke kwetsbaarheid en zijn grootste zorg is die van de onderlinge solidariteit. In zijn inaugurale rede maar ook in zijn overige werk gaat hij het thema religie uit de weg."(311)

[Leve Manschot! ]

"Zowel bij Hadot als bij Duintjer ontbreekt een analyse van de macht. Spirituele denkers lijken te denken dat mensen in een ijle, machtsvrije ruimte leven, en niet in een aan den lijve zeer voelbaar, dynamisch universum van normatieve machtsaanspraken. Wie niet aan zelfbeheer doet, wordt beheerd. Zo iemand kan niet eens loslaten, laat staan zichzelf overstijgen." [mijn nadruk] (315)

[Precies, daar gaat het om. Daarom hield ik nooit van Duintjer en daarom houd ik niet van mensen die schermen met spiritualiteit en religie. En wat is nu na al die analyses het standpunt van Dohmen zelf? Dat blijft hier zeer onduidelijk.]

"Authenticiteit is dus een complexe levenshouding die verschillende nauw samenhangende aspecten omvat: de oorsprong zijn van je handelen en in die zin origineel zijn. Echt zijn, zuiver en intens, precies dat wat je kunt en moet zijn. Eigenlijk, wezenlijk zijn, dat wil zeggen: leven in overeenstemming met je eigen aard, geschiedenis en motieven. Oprecht en waarachtig zijn, je niet anders voordoen dan je bent. Je in principe niet verschuilen achter een of andere vorm van schone schijn. Degene die deze houding bezit is te goeder trouw, is trouw aan zichzelf of kortweg: zichzelf.
Authenticiteit is een moreel ideaal. Existentialistische auteurs als Emerson, Kierkegaard, Nietzsche, Jaspers, Heidegger, Marcel, Sartre, De Beauvoir en Camus hebben zich op uiteenlopende wijzen voor dat ideaal ingezet. Het existentialisme vat het leven op als een project waarin het erom gaat te worden wie je bent.(...) Deels in aansluiting op het existentialisme spreekt overigens ook de humanistische psychologie (Fromm, Maslow, Rogers) van zelfexpressie, persoonlijke groei of zelfverwerkelijking. Jezelf zijn is een opdracht om ‘jezelf te worden’, en dat is geen platte feitelijkheid."(340-341)

[Als je ziet hoe vaag al die woorden zijn, dan wordt ook duidelijk dat zo'n moreel ideaal niet veel om het lijf heeft omdat je er alle kanten mee uit kunt. Ook Dohmens vervolg laat zien hoe vaag deze insteek is, het is een voortdurende herhaling van vage uitdrukkingen die naar onduidelijke zaken verwijzen. Het is een geloof. Het is uiteindelijk religie met het 'zelf' as god.]

"Sedert twee decennia levert een groeiend aantal conservatieve auteurs felle kritiek op wat zij zien als de erfenis van de roemruchte jaren zestig, de mythe van de zelfontplooiing. Hun boodschap: echtheid, eigenheid en originaliteit vormen slechts de schaamlap waarachter een nietszeggend bestaan schuilt. Hoedt u voor mensen die zeggen authentiek, zichzelf te willen zijn want het zijn benepen narcisten die zich alleen maar bezighouden met navelstaarderij en die geen enkele bijdrage leveren aan de samenleving." [mijn nadruk] (345)

[Daarvoor hoef je echt niet conservatief te zijn. ]

Charles Taylor wordt hier weer besproken.

"Het hedendaagse individualisme betekent in de praktijk dat veel mensen zichzelf in toenemende mate gaan definiëren los van traditionele, gemeenschappelijke kaders: ik ben de maat van alle dingen!
Volgens Taylor leidt deze wending op den duur tot een ernstige verschraling, niet alleen van het publieke leven, maar ook van het privéleven. De narcistische concentratie op het zelf komt neer op een verwaarlozing van solidariteit en burgerschap, hetgeen zich als een boemerang tegen het individu zal keren vanwege het verlies van politieke vrijheid dat daaruit op den duur resulteert. De monotone zelfgerichtheid impliceert bovendien een instrumentele verhouding tot milieu en natuur, en zelfs tot een ondermijning van intieme relaties. Steeds meer mensen offeren hun kinderen, huwelijk en liefdesleven op voor hun carrière. De ander wordt gereduceerd tot middel ter realisering van eigen doeleinden. Alle intieme relaties, tussen ouders en kinderen, huwelijkspartners, minnaars en vrienden dreigen instrument te worden van de individuele zelfverwerkelijking." [mijn nadruk] (350-351)

"De conservatieven zijn pessimistisch en somber over de individualistische cultuur waarvan het streven naar authenticiteit deel uitmaakt. Authenticiteit mist volgens hen de sociale dimensie. Jezelf zijn is puur narcisme, louter gerichtheid op zichzelf door uitbuiting dan wel uitsluiting van de buitenwereld. Authenticiteit is voor de conservatief een chic eufemisme voor egoïsme. De authenticiteitsdenkers gaan hun sociale verplichtingen uit de weg onder het motto: als ik mezelf wil zijn, kan ik onmogelijk aan jouw eisen of aan die van de samenleving voldoen.
Net als de liberalen zijn de conservatieven niet echt in het werkelijke fenomeen van authenticiteit geïnteresseerd. De conservatieven zijn uit op het restaureren en conserveren van traditionele kaders van waaruit individuen zouden moeten leven."(354)

"De conservatieven stellen volgens mij authenticiteit, egoïsme en hedonisme ten onrechte op één lijn. De egoïst is juist niet authentiek voor zover hij de slaaf is van zijn behoeften en hebzucht. Op vergelijkbare wijze is het verwijt van hedonisme volstrekt ongegrond: de authentiek levende mens is bepaald niet onbekommerd over de kwaliteit van zijn genietingen en staat kritisch tegenover de verleidingen van de markt en de aanspraken van de consumptiemaatschappij.
Taylor heeft gezocht naar een eigen positie naast die van de liberalen en de conservatieven, maar zijn antwoord op de vraag naar de juiste bepaling van de hedendaagse authenticiteit is tamelijk problematisch.(...) Door zich te beperken tot een kritiek op de ontaarde egoïst belandt hij toch weer in het kamp der conservatieven. Er is overigens voldoende reden tot argwaan over Taylors eigen morele agenda gezien de ‘herstelwerkzaamheden’ die hij in zijn monumentale Sources of the Self verricht. Uiteindelijk gaat het Taylor om de restauratie van levensbeschouwelijke, christelijke waarden. Maar de voorrang van dat waardenkader boven het dominante waardepluralisme is niet evident." [mijn nadruk] (356-357)

[Ik merk dat ik Taylors kritiek steeds erg goed vind, maar kreeg inderdaad al eerder de indruk dat hij als alternatief komt met religieuze kaders. Jammer maar dat maakt zijn kritiek nog niet slecht of zinloos. Het maakt Dohmens standpunt ook niet echt veel duidelijker.]

"Met andere woorden, bij authenticiteit is de subjectieve houding waarmee iets gedaan wordt, van doorslaggevend belang. Authenticiteit verwijst naar de juiste betrokkenheid. Iemand die eerlijk is tegenover zichzelf en zichzelf niet verraadt, is geen conformist noch puur gezagsgetrouw. Hij handelt niet alleen maar omdat anderen net zo doen en evenmin handelt hij enkel omdat de autoriteit dat vereist. Hij is niet onverschillig en is evenmin opportunist. Wanneer hij op een bepaalde manier handelt, is dat omdat dat nu eenmaal zo door hem gedaan moet worden! Wanneer die subjectieve inzet ontbreekt, ontbreekt die blijkbaar en moet die ook niet worden geveinsd!
Dat betekent dat we aan de handeling zelf ‘van buitenaf’ niet kunnen aflezen of het een authentieke daad betreft of niet."(363)

[Maar dat laatste is dus juist het kernprobleem. Hoe zou ik als buitenstaander dan van iemand kunnen zeggen dat hij of zij authentiek is? Hoe zou ik dat kunnen weten? Ik kan dat dan misschien alleen van mezelf zeggen. ]

"Authenticiteit heeft te maken met een vorm van subjectieve betrokkenheid en sluit solidariteit en goed burgerschap volstrekt niet uit. Iemand die eerlijk is tegenover zichzelf zal zichzelf juist voortdurend de vraag stellen in welke vorm van betrokkenheid op de ander hij moet leven. Het lijkt juist veel twijfelachtiger of een houding wel werkelijk moreel genoemd kan worden waarin iemand alleen maar betrokken is op de ander vanuit een opgelegde plichtsmoraal." [mijn nadruk] (366)

"De neohumanistische ethiek van de levenskunst propageert een eigen levenshouding die het resultaat is van een bijzondere aandacht voor zichzelf. Het zorg dragen voor jezelf betreft zowel je cognitieve, emotionele, motivationele als normatieve huishouding, zowel je verhouding tot jezelf als je verhouding tot anderen."(378)

"Sekse en etniciteit zijn voor levenskunst zeer relevante codeterminanten. Je leeft als man of als vrouw, als blanke of als kleurling, als autochtoon of allochtoon. Hetzelfde geldt bovendien voor (in meer of mindere mate) gehandicapt zijn: je bent ‘normaal’ of gehandicapt, gezond of ziek, en daartussen zit een grijs gebied. De moderne samenleving is doortrokken van min of meer expliciete regels, codes, en aansturingfactoren (macht). Levenskunst betekent dat je aandacht hebt voor en rekening houdt met je maatschappelijke gesitueerdheid en dat je leert om je te verhouden tot de claims en verwachtingspatronen die voor jouw rollen gelden. De bandbreedte hier is die van aanpassing tot georganiseerd verzet." [mijn nadruk] (395)

"Naast de persoonlijke voldoening en de morele begrenzing is er een derde voorwaarde voor een gelukt leven, namelijk dat de beoefenaar van de levenskunst vrij gebleven is van cognitieve, emotionele en motivationele stoornissen die zijn idealen, deugden en projecten hadden kunnen aantasten."(490)

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk