>>>  Laatst gewijzigd: 15 mei 2019  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Verantwoord handelen

Voorkant Van den Beld 'Filosofie van het menselijk handelen' A. van den BELD
Filosofie van het menselijk handelen
Assen: Van Gorcum, 1982; serie 'Terreinverkenningen in de filosofie'

[Welk ander soort handelen zou er nog meer kunnen zijn dan? De titel bevat een pleonasme.]

[Uit het 'Woord Vooraf' blijkt dit boekje geschreven te zijn vanuit de benadering van de analytische filosofie, een benadering waarbij ik nogal wat vraagtekens heb. Er blijkt zelfs een Amerikaans politicoloog te zijn die vindt dat de sociale wetenschappen iets zouden kunnen hebben aan een analytische handelingstheorie.]

[Zoals uit Glastra-van Loon's dissertatie van 1957 (ook hier weer genoemd) en uit vele andere literatuur blijkt, heeft de goede man niet door dat dat al lang gebeurd is. VdBeld hopelijk wel.]

Hoofdstuk 1 - Inleiding

[Het is een zeer helder geschreven boek, blijkt al meteen.]

Het ter verantwoording geroepen worden, geeft ons pas het gevoel dat we handelen, dat we serieus genomen worden. Via het handelen brengen we iets in de wereld tot stand, 'willens en wetens'.

Per ongeluk iets doen gebeuren, is nog geen handelen. Het kan onduidelijk zijn wie de actor is, de handeling kan verkeerd beschreven zijn, een handeling kan allerlei gevolgen hebben (intrinsieke resultaten, extrinsieke gevolgen).

"Een handeling zouden we dan ook voorlopig kunnen omschrijven als een onder de controle van een actor staande interventie in de loop der natuur c.q. de wereld."(4)

Onthoudingen van handelen (bewust iets niet doen, passief blijven) vormen een subklasse van de klasse der handelingen en wijzen er op dat er naast een uiterlijk ook een innerlijk / mentaal / psychisch aspect aan het handelen zit.

Hoofdstuk 2 - De beschrijving van hanbdelingen

Een zo groot mogelijke volledigheid ontstaat wanneer de volgende elementen verwerkt zijn (Rescher, 1970)

[Blijkt dat (5) voor VdBeld niet hoeft: dat beperkt de klasse van handelingen tot de willens en wetens verrichte handelingen. Een terechte beperking, denk ik. Zie p.14-15.]

De beschrijving van een handeling kan omgeschreven worden naar een nieuwe beschrijving ('A neemt zijn hoed af voor B' bijvoorbeeld naar 'A groet B', afhankelijk van de context).

Maar bij de derde vorm zie je dus dat VdBeld ook handelingen aanneemt die onbedoeld verricht werden. In het voorbeeld waarin A's schot op de schietschijf per ongeluk B doodt: 'Ik schoot op de schietschijf' wordt 'Ik doodde B' als handelingsbeschrijving waarin het gevolg van de eerste handelingsbeschrijving is opgenomen.

[Ik ben het daar niet mee eens. Het schieten op de schietschijf was een handeling, want willens en wetens verricht. Maar niet het doden van B in deze context.]

[Het voorbeeld van Hart / Honoré is boeiend. A gooit een brandende sigaret in het struikgewas aan de rand van het bos en door een lichte bries breekt er een bosbrand uit. Heeft A een handeling verricht? Is hij verantwoordelijk voor zijn daad?]

[De opmerkingen over het stopzetten van een oneindige regressie van handelingen interesseren me niet zo. Wanneer de bosbrand ongewild is, wanneer het weggooien van de peuk onbewust gaat, verricht A dan handelingen? Naar mijn idee: nee. Maar hij dóet wel iets en we kunnen zeggen dat hij had moeten weten / zich bewust had moeten zijn van het weggooien van die peuk en de mogelijke gevolgen.]

[We stellen hem dan niet veranwoordelijk voor een feitelijke handeling, maar wel voor een daad die een handeling had moeten zijn Er bestaat voor mij dus een verschil tussen handelen en doen (waarvan het woord 'daad' afkomstig is trouwens). Daar ben ik het dus eens met Glastra-van Loon en niet met VdBeld:]

"Het criterium, aan de hand waarvan zou worden beslist of een gevolg van een handeling van een actor als handeling van hem beschreven kan worden, zou dus bewustheid zijn."(14)

[Slechte zin en allerlei dingen kloppen niet. Je kunt - wanneer je onderscheidt tussen handelen en doen - wel degelijk zeggen: 'ik heb X gedaan, maar ik was me niet van X bewust' of 'zij weten niet wat zij doen'. Dat is mijn eerste opmerking bij p.14.]

[Het feit dat je - wanneer iemand het raam opent en per ongeluk het alarm in werking stelt - kunt zeggen 'Hij stelde het alarm in werking', zegt nog niet dat die zin de beschrijving van een handeling is. Het kan ook de beschrijving van een daad zijn. De zin kan namelijk in goed Nederlands ook luiden: 'Hij stelde, zonder dat hij het wist, het alarm in werking'. Dat is opmerking twee bij p.15.]

Handelingen kunnen natuurlijk beschreven worden in deelhandelingen. 'Het raam open doen' kan bevatten 'Op de afsluitknop drukken', 'Het raam naar rechts bewegen' en zo verder. De ene deelhandeling kan teruggevoerd worden tot de andere. VdBeld meent - in navolging van Danto - dat er een basishandeling is. Dat is dan steeds een lichaamsbeweging. De meeste handelingen zijn (een combinatie van) inclusieve handelingen.

[Wat nu een activiteit is, blijft naar mijn smaak onduidelijk. Voorbeelden van activiteiten zijn hier wandelen, pianospelen, roken, drinken. Waarom? Omdat ze niet - zoals bij een handeling - intrinsiek met een verandering in de staat van de wereld verbonden zijn. Ze kunnen wel extrinsiek met dergelijke veranderingen verbonden zijn.]

[Het is maar hoe je 'verandering in de wereld' opvat.]

[En het hele idee lichaamsbeweging als basishandeling ("mere movements of the body" - Davidson) is onbevredigend, omdat dan elke lichaamsbeweging, bewust of niet, gericht of niet, al een handeling zou zijn.]

Hoofdstuk 3 - Handeling en lichaamsbeweging

Uitgangsvoorbeeld: het opheffen van een arm. Het is afkomstig van Wittgenstein's Philosophical Investigations, §621. Nu is ineens de lichaamsbeweging een resultaat van een handeling, nl. in de actortheorie, en komt te staan naast lichaamsbewegingen zonder meer (haargroei, kloppen van het hart bv.).

VdBeld blijkt sympathiek te staan tegenover deze actor-theorie, terwijl die toch weer handelingen beschrijft als vrije bewust gewilde lichaamsbewegingen.

[Natuurlijk heb ik geen bezwaar tegen die opvatting, maar wél tegen het feit dat VdBeld steeds van opvatting lijkt te wisselen. Of de actor de lichaamsbeweging / handeling veroorzaakt, of de volitie (het vrije willen) een mentale handeling is of een mentale gebeurtenis, vind ik weer niet zo boeiend. Er is nogal wat onduidelijkheid over het onderscheid verlangen, wensen, willen, en over of het willen van lichaamsbewegingen bewust, na een goed overwogen beslissing / keuze gebeurt of niet.]

[Het is allemaal rijkelijk kunstmatig: actor/subject, begeren, wensen, willen, besluiten, kiezen, lichaamsbeweging, activiteit, handeling, worden enorm van elkaar geïsoleerd en dan geanalyseerd.]

[Dat is wat ik als bezwaar voel bij die Angelsaksische taalanalyses. Geen wonder dat alleen triviale voorbeelden gebruikt worden.]

[De contextuele theorie is mij dan ook veel sympathieker (dat bleek ook al bij Davis). VdBeld noemt A.I. Melden, R.S.Peters, H.Lenk.]

"Een lichaamsbeweging wordt namelijk pas tot handeling in een context van publieke regels die een wijze van doen, een praktijk constitueren."(30)

Motieven, redenen, doeleinden en middelen moeten op die context betrokken worden.

"Handelingen worden door regels en normen geconstitueerd. Laat men deze bij zijn onderzoek buiten beschouwing, dan worden geen menselijke handelingen, maar bewegingen, gedrag zonder meer, onderzocht."(32)

[Zo is het maar net. Cf. Toulmin. VdBeld's bezwaren tegen de theorie snijden geen hout, vind ik. De identiteitstheorie en de descriptieve theorie zeggen me weer heel weinig.]

Hoofdstuk 4 - Intentionele en vrijwillige handeling

Meteen komt het eerder aangesneden probleem terug: zijn handelingen altijd intentioneel en is dat hetzelfde als vrijwillig? Uitgaande van een waarom-vraag (waarom deed je dat?) kan het antwoord niet een oorzaak noemen of bewijsmateriaal aanvoeren, wel kan een verleden van wel en wee beschreven worden, een interpretatie van de handeling gegeven worden of iets toekomstigs genoemd worden.

Argumenten hiervoor ontbreken. De echte intentionele handeling hanteert de handeling als middel voor een bepaald doel, men heeft er weet van zonder zich op waarnemingskennis te baseren.

Het voorbeeld van de chirurg die de baarmoeder van een vrouw verwijderd om haar te redden en zo een foetus wel bewust maar niet intentioneel doodt, is boeiend. De foetus doden is in mijn ogen een handeling die bewust, willens en wetens, voltrokken wordt.

Is die handeling daarmee ook intentioneel? Je hebt de dood van de foetus niet als doel, maar je weet dat dit het gevolg zal zijn van het doel wat je wel hebt: het redden van de vrouw.

[Ik ben het met de conclusie eens dat niet elke bewuste handeling intentioneel is. Intentionele handelingen zijn vrijwillig (akkoord gaan, instemmen met, aanvaarden dat, beogen dat), want aan controle van de actor onderhevig. Zijn er niet-beoogde resultaten van een handeling, dan is er niet vrijwillig gekozen voor die resultaten. Ik vraag me weer af of je dan nog van handelingen kunt spreken.]

Verderop: een basishandeling - zo blijkt nu - is een vrijwillige lichaamsbeweging.

Hoofdstuk 5 - Verklaring van een handeling. Oorzaken en redenen.

Gebeurtenissen - die we niet als resultaat van handelingen zien - verklaren we in termen van oorzaken (causale verklaring), resultaten van handelingen in termen van redenen (rationele verklaring). Kunnen de laatste tot de eerste herleid worden, is VdBeld's vraag.

Eerst naar de oorzakelijke relatie. Wat voor entiteiten zijn oorzaak en gevolg? Oorzaak is geen ding / object, maar verandering. Ook een gevolg is een verandering. Er is dus sprake van een relatie tussen veranderingen, soms ook van vrij permanente toestanden.

"Een oorzakelijk verband is een relatie tussen gebeurtenissen of (relatief) permanente toestanden van dingen. Op een nog kortere formule gebracht: oorzaak en gevolg zijn gebeurtenissen of toestanden."(49)

Dan: Wat voor verband bestaat er tussen oorzaak en gevolg? Twee opties: een contingente, de facto OF een noodzakelijke relatie. Een logisch noodzakelijke connectie wordt [terecht, vind ik] afgewezen.

Een ander punt:

"Constante opeenvolging van gebeurtenissen is niet voldoende om deze naar waarheid als oorzakelijk met elkaar verbonden te beschouwen."(50)

Denk aan de mooie voorbeelden: steeds als de haan kraait gaat de zon op, maar dat kraaien is natuurlijk niet de oorzaak van het opgaan van de zon. Dus ook de de facto - relatie is niet bevredigend.

"Hume's analyse van de DE FACTO of contingente relatie van oorzaak (A) en gevolg (B) levert dus niet alleen geen toereikende, maar ook geen noodzakelijke voorwaarde voor de waarheid van de bewering dat A en B causaal verbonden zijn. Gegeven de waarheid van 'A veroorzaakt B', dan volgt daar niet uit dat B's constant op A's volgen. En anderzijds, gegeven de waarheid van 'B's volgen constant op A's', dan volgt daar niet uit dat A de oorzaak is van B."(51)

Is een fysisch noodzakelijke relatie denkbaar? Ja. Maar 'oorzaak' moet dan wel als volledige oorzaak opgevat worden:

"die omstandigheden van al degene die zich voordoen, die gezamenlijk toereikend zijn voor het geschieden van G."(54)

In de alledaagse taal is 'oorzaak' eigenlijk niet meer dan een causale bijdrage: één ding van het totale oorzakenpakket dat noodzakelijk was voor het vóórkomen van G wordt genoemd.

Nu naar de rationele verklaring. Die wordt meestal gegeven bij intentionele handelingen, wanneer het doel ervan onduidelijk is, of wanneer aan de doeltreffendheid van het middel getwijfeld wordt. De vraag wordt: waarom wil je X of doe je Y? Praktische redenering wordt dan:

1/ ik wil X tot stand brengen (geeft doel)
2/ als ik Y doe, breng ik X tot stand (geeft middel)
Conclusie: daarom doe ik Y.

De waarom-vraag betreft bv. Y en als redenen worden 1/ en 2/ gegeven. Er is natuurlijk wel een wezenlijk verschil met een theoretisch / deductief argument:

Dit laatste is wezenlijk voor de rationele verklaring.

"Dit houdt in dat, wanneer anderen dan de actor zelf een een rationele verklaring zoeken voor zijn handelen, zij de redenen van de actor zelf als de gegevens moeten nemen waaruit de verklaring te construeren is. Tenzij er goede gronden zijn om aan de oprechtheid of zelfkennis van de actor te twijfelen, zal uiteindelijk de verklaring van een toeschouwende buitenstaander pas stand kunnen houden, als zij in overeenstemming is met de redenen van de actor zelf."(59-60)

Aardig om dit in verband te brengen met psychoanalytische interpretaties, vind ik. Het vaststellen van de oprechtheid doen we aan de hand van de hele context van een bewering. Het bovenstaande is trouwens ook van belang voor historische verklaringen.

Een verklaring van een handeling is nog geen rechtvaardiging ervan.

Dan de vraag: Zijn redenen oorzaken? Anders gezegd: Kunnen wensen en overtuigingen gezien worden als (mentale) gebeurtenissen die een fysisch oorzakelijke relatie hebben met een handeling? Wensen worden behavioristisch gezien als disposities, vertaalbaar in waarneembaar gedrag. Conclusie: Wensen zijn voor mentalisten en behavioristen inderdaad gebeurtenissen of toestanden.

Deel twee van de vraag. Voor een causaal verband moeten bij gelijke wensen in vergelijkbare omstandigheden dezelfde handelingen volgen (fysisch noodzakelijke relatie).

[Dat maakt voor mij meteen de - weer vergaand simplificerende - onzin van de opvatting duidelijk.]

Ook VdBeld wijst het psychologische determinisme af. Zijn conclusie. Redenen zijn geen oorzaken, redenen zijn gewoonweg redenen:

"Het zijn gronden, expliciete of impliciete overwegingen op grond waarvan iemand handelt."(76)

"Redenen, zowel in de context van handelen als in die van geloven, laten zich niet rijmen met fysische noodzakelijkheid. Zij veronderstellen vrijheid."(76)

Wat een zekere mate van voorspelbaarheid van handelingen niet uitsluit. Mét het psychologisch determinisme vervalt het sociaal determinisme. Het fysiologisch determinisme wordt buiten beschouwing gelaten.

Hoofdstuk 6 - Verantwoordelijkheid en vrijheid

Het begrip 'verantwoordelijkheid' wordt eerst op zijn betekenissen bekeken:

1/ Plicht of verplichting (horend bij een sociale rol):

"Als drager van verschillende rollen - en als afsprakenmaker - heeft de mens verschillende plichten te vervullen en verplichtingen na te komen. Hij behoort allerlei dingen te doen. De vraag of hij ze doet, is daarmee nog niet beantwoord."(79)

Daarom

2/ Betrouwbaar, consciëntieus. Niet alleen: hij hoort zijn verplichtingen na te komen zoals bij 1/, maar ook: hij zal zijn verplichtingen nakomen.

3/ Redenen kunnen geven voor handelingen (een specifiek menselijk vermogen).

4/ Toerekeningsvatbaar zijn (ethiek, strafrecht; verwijtbaarheid, strafbaarheid), wat dus een normatieve betekenis draagt.

Welke criteria zijn er om iemand verantwoordelijk te stellen in normatieve zin?

[Volgt een stuk ethiek / rechtsfilosofie dat ik niet interessant vind.]

Wat is een vrijwillige handeling? De geldloper die onder de dwang van een pistool zijn geldcassette afgeeft, handelde in de alledaagse betekenis niet vrijwillig, maar wel in een ruimere betekenis - wat hij deed ging niet buiten zijn wil om, hij had de keuze. Behoren veronderstelt kunnen. Etc. etc.

[Daarmee het boekje afgesloten. Er staan boeiende zaken in, maar ik vind het niet altijd even sterk of interessant.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk