>>>  Laatst gewijzigd: 24 juli 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Utopie en bevrijding

Voorkant Achterhuis 'De erfenis van de utopie' Hans ACHTERHUIS
De erfenis van de utopie
Amsterdam: Ambo, 1998; ISBN: 90 2631 5244; 444 blzn.

[Dit is Achterhuis' eerste boek over de utopie. Daarna volgden Politiek van goede bedoelingen in 1999, Utopie in 2006, en Utopie van de vrije markt in 2010. Achterhuis zegt in het begin van dit boek dat het thema een 'diepe fascinatie en grondige afkeer' bij hem oproept. In zoverre 'fascinatie' iets heeft van een positieve interesse moet ik constateren dat alleen het laatste waar is: hij heeft een mateloze afkeer van utopisch denken. En waarom is dat zo? Omdat utopieën voor hem altijd leiden tot totalitaire terreur. Het is een standpunt dat hem niet in dank is afgenomen, zo geeft hij zelf ook aan. Dat is nog tot daar aan toe, vind ik. Zijn standpunt blijkt echter ook nog eens slecht onderbouwd te zijn en vol denkfouten te zitten. Lees mijn commentaren hieronder. Dit is een vervelend boek waarin Achterhuis opnieuw een miljoen auteurs aanhaalt en bespreekt, daardoor zijn eigen standpunten niet uitwerkt, en ook nog eens blind is voor zijn eigen vooroordelen. Vergelijk dit boek eens met Envisioning real utopias en je weet dat Achterhuis het gewoon laat liggen.]

(11) 1 - Op zoek naar Utopia

Achterhuis karakteriseert zijn gevoel bij dit thema als

"Diepe fascinatie en grondige afkeer ..."(11)

Hij las in 1990 Callenbachs Ecotopia toen hij conferenties bezocht van de natuur- en milieubeweging in de VS. Hij zegt daarover:

"Waarom zou ik nooit, zoals Will Weston, in Ecotopia willen wonen? Instinctmatig voelde ik een diepe afkeer voor dit groene toekomstparadijs. Waar had deze afkeer mee te maken, waar kwam hij uit voort? Veel van de idealen waar ik voor stond waren toch in Ecotopia gerealiseerd? Veel ideeën van de auteurs die mijn maatschappijkritiek gevoed hadden - Shalins' 'oorspronkelijke overvloed', Illichs 'convivialiteit', Daly's 'steady-state economy', Schumachers kleinschaligheid, Commoners alternatieve technologie - konden toch in Ecotopia worden teruggevonden? Wat had ik er dan tegen, wat zat mij dwars, dat ik in dit land niet zou willen leven? Met een nieuwe duik in de utopische traditie zocht ik allereerst de verheldering van en tenslotte ook de antwoorden op deze vragen. Dit boek is daar het resultaat van."(12)

[Ik hoop dat er een helder en eerlijk antwoord op komt. En geeft Achterhuis daarbij dan ook aan wat hij wel wil? Maar, nee: na een aantal maanden weet hij al hoe het zit en geeft daar blijk van tegenover P.Thoenes, M.Plattel en B. van Steenbergen.]

"Mijn verkenningen in het rijk van de utopie hadden mij tot de overtuiging gebracht dat elk Utopia een aantal donkere en totalitaire kanten vertoont. Mijn waarschuwing tegen utopisch denken stak schril af tegen het enthousiasme ervoor van mijn mede-inleiders."(12)

[Dit is dus de opvatting die Achterhuis voortaan overal zal etaleren. De dubbelzinnigheid is meteen duidelijk: hij maakt van een terechte waarschuwing tegen eventuele donkere en totalitaire kanten van utopisch denken meteen een onterechte waarschuwing tegen utopisch denken in het algemeen. Voor hem kan het niet anders dan dat de utopische droom leidt tot totalitairisme, omdat hij de utopische droom definieert als iets wat een totale verandering wil. Een onzinnige opvatting, vind ik, vanuit een bijzonder eenzijdige definitie. En daarmee gooit hij de inspirerende kant van de utopie ook meteen aan de kant. Maar wat is er dan integer aan de maatschappijkritische ideeën die hij zojuist beschreef en waarvan hij zegt dat die hem gevoed hebben? En wat wil hij dan wel? Hij wil blijkbaar de intellectueel uithangen, want hij heeft het voortdurend over de utopische sleutelteksten die we nauwkeurig moeten lezen en interpreteren, zodat de donkere kanten daarvan duidelijk worden zoals in More's Utopia waarin mensen zich niet vrij over het eiland mogen bewegen. Alsof het om de teksten gaat ... Achterhuis wekt hier ook al de indruk dat het hem alleen maar om de individuele keuzevrijheid van personen gaat. Maar er zitten ook donkere kanten aan die individuele keuzevrijheid - kijk naar kapitalisme en liberalisme. ]

"'Menschsein heist: Utopie haben'. Deze door Laski (1976, 641) aangehaalde uitspraak van de Duits-Amerikaanse theoloog en filosoof Paul Tillich duidt goed aan hoe ik de utopie niet wil benaderen. Als elk streven naar horizontale of zelfs verticale trancendentie van de menselijke gegevenheid, elke schakel van 'the great chain of human hope' (idem, 149), elke manifestatie van Das Prinzip Hoffnung (Bloch 1967), kortom elke wens, verlangen, ideaal of hoop als utopisch wordt gedefinieerd, verliest dit begrip elk onderscheidend kenmerk. Tegenover deze verwarrende hoeveelheid definities wil ik vasthouden aan het simpele gegeven dat zowel het begrip als de zaak 'utopie' in 1516 het levenslicht zag. Met Utopia duidde More op speelse wijze een plaats aan die zowel goed (eu) was als nergens (ou) bestond."(14)

Aan de hoofdkenmerken van die utopie wil Achterhuis vasthouden: een utopie is maakbaar en beheersbaar, het gaat om het realiseren van een samenleving en niet om persoonlijk gerichte idealen, wensen of verlangens, en het gaat om een totale verandering (holisme) en niet om de verandering van een klein onderdeel van de samenleving.

"Even belangrijk als deze drie aspecten is misschien wel de verwijzing naar de oertekst van More en de twee grote utopieën van Bacon en Campanella uit de zeventiende eeuw. In deze vroegmoderne traditie kreeg het begrip gestalte, hier vinden we bijna alle latere ontwikkelingen en problemen in gecondenseerde vorm. Wie deze bronnen niet kent, ontkent of miskent, heeft het niet over utopieën, maar over zijn of haar eigen wensdromen en projecties."(16)

"In veel studies over het verschijnsel utopie spelen eigen idealen, ideeën en projecties een belangrijker rol dan de tekstuele en historische realiteit. Op de achtergrond van deze vertekeningen en miskenningen ga ik met name in het tweede en vierde hoofdstuk uitvoerig in. Hier volstaat het om te herhalen dat de zestiende en zeventiende eeuwse bronnen, en met name Mores Utopia, bepalend zullen zijn voor mijn benadering van de utopie."(19)

[Het is waar dat 'utopie' als woord ook wel gebruikt wordt voor elke droom die mensen koesteren en dat is inderdaad een tamelijk leeg gebruik van de term. Maar Achterhuis maakt met zijn definitie tegenstellingen die er niet zijn. Wensen, verlangens, hoop liggen ook aan de basis van een utopie zoals hij die ziet. Waarom zou je anders een samenleving willen realiseren / veranderen? En de inrichting daarvan heeft toch ook met waarden en normen van mensen te maken, of niet dan? En ook al hangt alles met alles samen, waarom mogen we niet van een utopie spreken wanneer een deel van de samenleving wordt omgebouwd? Wie zegt dat dat onmogelijk is?]

[Het allerbelachelijkste zit echter in de laatste citaten: waarom de teksten van More, Bacon, Campanella zo belangrijk maken? Dat zijn tenslotte maar teksten en dan nog teksten uit de 16e/17e eeuw met waarden en normen uit de 16e/17e eeuw. Alsof er geen andere en betere teksten zijn, en uiteindelijk ook: alsof wat iemand schrijft zo belangrijk is. Als je zoals Achterhuis zegt: 'utopie is wat More en Bacon en Campanella schrijven', tja, dan is er geen utopie buiten dat wat in die boeken staat en dan krijgen we inderdaad wel een heel beperkt en zwart beeld van de utopie. Als je zoals Achterhuis zegt: 'een utopie is een totale verandering van een samenleving', inderdaad, dan is een utopie totalitair en gaat een utopie dus samen met onderdrukking en geweld. Achterhuis kritiek blijkt de hele tijd een kritiek op de utopie zoals beschreven door More, Bacon, en Campanella. Die kritiek is terecht, maar dat betekent natuurlijk niet dat er niet anders gedacht en geschreven is over de utopie dan daar gebeurt.]

[Tot slot: eigen idealen, ideeën en projecties spelen altijd een rol, ook bij Achterhuis. Iemand zou Achterhuis dan ook terecht de vraag kunnen stellen: waarom hang je je zo op aan een paar oude teksten? wat voor zekerheid geeft dat jou eigenlijk en waarom wil je die zo graag? Als we dan toch gaan psychologiseren ... Als dit weer een boek wordt met discussies over interpretaties van teksten en het aanhalen van eindeloze hopeveelheden auteurs, zoals Achterhuis steeds doet, dan ben ik er snel klaar mee.]

"Uiteindelijk gaat het erom dat er kennelijk zoiets als een immanente logica van de utopie bestaat, waarin bijvoorbeeld Poldervaarts nadruk op gemeenschappelijkheid een vijandbeeld creëert, het grote doel de middelen onherroepelijk gaat heiligen en het geweld steeds toeneemt, terwijl sekse- en economische verhoudingen nog meer bevroren en verstard raken dan dat in de gehate oude en slechte samenleving al het geval was."(21)

"'Elke utopie is een heimelijke machtsdroom'. Deze titel van een uitvoerige boekbespreking van de nieuwe Nederlandse vertalingen van De Zonnestaat en Het Nieuwe Atlantis door Arnold Heumakers (de Volkskrant 28-04-89) slaat de spijker op zijn kop. In elke utopie zit de wil tot macht, zelfs tot absolute macht, verstopt. Hij komt naar voren in de gewelddadigheid waarmee ieder die het niet eens is met de beste wereld van de auteur, in diens schepping bejegend wordt."(21)

[Dat is het gevaar van elke overtuiging. Ook van die van Achterhuis zelf, zoals blijkt uit de tamelijk gewelddadige bespreking hier van auteurs die andere ideeën over utopieën hebben dan hij zelf - over projectie gesproken ... Daarom is het zo moeilijk om een open dialoog te voeren en rationeel te communiceren. Elke samenleving zal bepaalde zaken verbieden, ook een ideale samenleving. Het gaat er om hoe dat gehanteerd wordt.]

[Hoe dan ook: Achterhuis heeft nu de utopie gedefinieerd als totalitair en dus blijkt nu steeds dat de utopie totalitair is. Goh ... Als hij zijn geliefde auteurs als Camus, Illich en Ahrendt karakteriseert als 'anti-utopist' bedoelt hij dus dat ze anti-totalitair zijn. Als hij het met afkeer over de utopische traditie heeft en daarbij auteurs noemt als Marx en Marcuse en Sartre, Horkheimer en Habermas, Bloch en Brecht, dan zegt hij in feite dat die gevaarlijke totalitaire opvattingen hebben. Maar wat voor samenleving Achterhuis zelf dan wil blijft de hele tijd onduidelijk.]

(32) 2 - De utopieënfamilie

Achterhuis vindt 'De wereld is een woord' als titel van een boek 'schitterend', de wereld is ook volgens hem talig.

"Hier wil ik in eerste instantie het belang ervan onderstrepen. Filosofen leven van teksten. Vanuit de teksten denken ze. (...)
De analyse van teksten zal daarom in dit hoofdstuk centraal staan.
Dat filosofen van teksten leven en dat een aantal teksten in dit hoofdstuk als uitgangspunt dient om een plattegrond van de utopie te schetsen, betekent allerminst een idealistische vlucht ver weg van de harde materiële werkelijkheid. Integendeel, juist omdat de werkelijkheid talig is, kunnen teksten vaak een onontkoombare en zelfs dodelijke werking hebben."(32-33)

[Nou, ik kan me goed voorstellen dat boeken als die van Achterhuis een 'dodelijke werking' hebben: de lezers ervan gaan waarschijnlijk dood van verveling of van ergernis. Wat een postmoderne onzin wordt hier uitgekraamd. De wereld is niet talig, we communiceren wel vaak in taal over die wereld, maar taal is niet het belangrijkste in communicatie, er zijn honderden nonverbale tekens die we waarnemen voordat we zelfs maar met elkaar praten. Het belang van taal wordt hier door Achterhuis kritiekloos overschat. En de 'non sequitur' daarna dat filosofen van teksten leven slaat ook nergens op. Wat zeg je daar nu weer mee? Dat Achterhuis zelf alleen maar met teksten bezig is is duidelijk en hij voelt goed aan dat daar iets mis mee is, daarom moet hij zo hard ontkennen dat dat een wegvluchten is van de echte werkelijkheid. De opmerkingen hier vormen typisch de cerebrale zelfrechtvaardiging van een salongeleerde.]

Centrale begrippen hier: vertooganalyse en familiegelijkenissen (van utopieën en dystopieën).

"Met Spinoza gaat het er mij niet om bepaalde inhouden te veroordelen of te 'verachten, doch enkel om ze te begrijpen'.
Mijn poging tot begrijpen wil ik echter wel door enige polemiek vooraf laten gaan, waarin ik mijn gevoelens en oordelen over anderen niet onder stoelen of banken zal steken. Juist omdat er in de utopische benaderingswijze zoveel dromen, hartstochten, verwachtingen en belangen zijn geïnvesteerd, is er vaak sprake van bijziendheid en blindheid voor bepaalde - vaak minder aangename - aspecten van de utopische werkelijkheid."(38)

[Achterhuis verwijt anderen dat ze blind zijn, maar heeft niet eens een vermoeden van zijn eigen blindheid. Dat is behoorlijk arrogant. En ik dacht dat 'gevoelens en oordelen' vermeden moesten worden, dat moraliseren niet mocht? Achterhuis spreekt zichzelf hier vreselijk tegen. En natuurlijk veroordeelt hij wél de hele tijd.]

Volgt eens stuk over 'fellow-travellers' die de situatie in Rusland en China onder Stalin en Mao niet hardop durfden te veroordelen omdat ze de socialistische utopie niet wilden afbreken. Hij bekritiseert Sartre, Thoenes, Bloch, Lacroix, Merchant. De kritiek is dat ze de utopische traditie vertekenen, naar eigen hand zetten, omdat hun dat goed uitkomt. Achterhuis verwijt hun dat ze teksten van More, Bacon en Campanella niet goed gelezen hebben.

[En dat is blijkbaar een doodzonde? En Achterhuis weet zeker dat hij die teksten wel goed gelezen heeft? En ook een belangrijke vraag: blijkbaar ziet Achterhuis zichzelf niet als een 'fellow-travellor', maar wat voor standpunten nam hij dan in in die jaren waarin slechts geleidelijk aan duidelijk werd wat voor ellende Stalin en Mao over hun bevolking uitstorten? Het is zo gemakkelijk om anderen verwijten te maken over hun standpunten wanneer je zelf geen standpunten hebt en wegloopt voor elk risico.]

Volgt een analyse van vier teksten: More's Utopia, Zamjatin's Wij, Marge Piercy's Woman on the edge of time, en Ayn Rand's Anthem. Achterhuis zoekt daarna naar familiegelijkenissen. Hij ziet de volgende

Allereerst: in alle vier de boeken draait het om gemeenschappen en niet om individuen, het individu is ondergeschikt aan de gemeenschap.

"De persoonlijke opstand van het individu tegen de onderdrukkende structuren van de laatkapitalistische, seksistische en racistische maatschappij is, hoe bevredigend persoonlijk ook, tot mislukken gedoemd.(...)
De conclusie dat het in een utopie steeds om een samenlevingsexperiment gaat en niet om redding, bekering of verbetering van het individu, laat echter de vraag onbeantwoord hoe de relatie tussen maatschappij en individu er gestalte krijgt. Is het individu in een utopie niet meer dan een (gelukkig) radertje in het grote systeem, of heeft het wel degelijk mogelijkheden om ook als persoon tot zijn recht te komen? Kent het individu vrijheid binnen de utopische gemeenschap? Kan het de utopische maatschappij actief (mede) gestalte helpen geven of is het passief aan haar gunsten en grillen overgeleverd?"(55)

[Dat heb je ervan als je taal zo overschat: dan creëer je schijntegenstellingen. Een maatschappij / samenleving is een verzameling mensen waartussen bepaalde machtsverhoudingen bestaan. Hoe kan een samenleving anders omgevormd worden dan door de individuele personen die die samenleving uitmaken? Als niemand in opstand komt blijft alles hetzelfde. Dus als je zegt dat persoonlijke opstand tot mislukken gedoemd is, dan zeg je dat de samenleving nooit kan veranderen, wat evident onwaar is. En waarom zou je de samenleving willen veranderen? Juist, om het lot van de mensen die er samenleven te verbeteren - of minstens het lot van je eigen groep of klasse. Hier wordt over de maatschappij als een persoon gesproken - 'haar gunsten en grillen' - , maar 'de maatschappij' doet helemaal niets, 'mensen en groepen in de maatschappij' doen dingen.]

[Natuurlijk gaat het er in een utopie wél om het lot van zo veel mogelijk mensen te verbeteren. Utopieën zijn normatief, en dat is het gevaarlijke er aan, want het probleem is altijd weer:wat is dan beter en voor wie? wie bepaalt dat? Er moet dus over waarden en normen in relatie tot machtsverhoudingen en sociale controle nagedacht worden. En dat is zeer ingewikkeld, want je kunt het niet iedereen naar de zin maken. En het is waar: individuele vrijheid houdt ook in dat mensen zich heel verschillend mogen gedragen, dat ze soms dwaas en slecht zijn, zoals Dostojewski zegt. Maar die uitdrukkingen zeggen het al: dwaas is dwaas naar een norm, slecht is slecht naar een norm. De kunst is om een samenleving te bouwen die variatie tussen individuen goed regelt en negatieve vrijheid toestaat. Maar ook dan geldt: niet alle variatie is mogelijk, er zijn grenzen, het sociale is minstens zo belangrijk, mensen zullen zich ook moeten aanpassen. De vraag is steeds in hoeverre?]

Een tweede kenmerk van de moderne utopie wordt gevormd door de grote nadruk op maakbaarheid en beheersbaarheid. Vandaar de grote verwachtingen die er bestaan over de mogelijkheden van de techniek.

Een derde kenmerk is dat het in een moderne utopie gaat om een totale reconstructie van een bestaande samenleving en dat hervormingen / voortbouwen op het werk van anderen / geschiedenis en traditie uit den boze zijn: elke onderdeel ervan wordt tot in detail geregeld. En dat weer gaat samen met een totale controle / inspectie van individuele mensen, ook omdat het uitgangspunt blijkbaar is dat de mens van nature slecht is. Liefde en seksualiteit vormen een bedreiging voor de utopie en worden zo zakelijk mogelijk geregeld. Achterhuis schrijft dat het in de liefde

"juist om de unieke persoonlijklheid van de ander en het zelf"(73)

draait en dat dat niet past in een samenleving waarin de individuele persoonlijkheid ondergeschikt moet zijn aan het collectief.

[Wat een naïve manier van kijken naar liefde en seksualiteit en persoonlijkheid. 'De liefdesvonk', p73, tjonge. 'jaloezie is een primair gevoel', p76. Achterhuis zegt nog net niet dat het er immers om gaat 'die Ene' en 'de Ware' te vinden. Typisch voor deze samenleving waarvan Achterhuis hier kritiekloos de waarden en normen overneemt. Ik denk dat utopisten gelijk hebben wanneer ze liefde en seks wat nuchterder en minder romantisch zien. Van de andere kant zie je in oudere en misschien ook wel in nieuwere utopieën juist op dit punt allerlei ouderwetse opvattingen over seks en relaties waar we ons natuurlijk helemaal niet aan hoeven te houden.]

Andere belangrijke kenmerken. Zuiverheid wordt als bijzonder belangrijk beschouwd, maar leidt ook tot zuiveringen. Arbeid wordt verheerlijkt. De mens is van nature goed, als onderdrukkende structuren maar wegvallen. Opvoeding en onderwijs zijn belangrijk. Iedereen is altijd zo gelukkig in een utopsche samenleving. Iedereen krijgt naar behoefte - en uiteraard komt Achterhuis dan op de kwestie van echte en onechte / oneigenlijke behoeften.

"... hoe weet men in Utopia zo precies wat iemand nodig heeft? Hoe kan men uitsluiten dat niemand zelfs bij overvloed sterke behoefte voelt aan iets wat er niet of niet in voldoende mate is? Het antwoord op deze vragen ligt in het onderscheid dat de Utopiërs maken tussen echte en onechte behoeften. Tot de laatste behoren in elk geval luxegoederen. De productie hiervan wordt in Utopia als volstrekt 'zinloos' beschouwd, ze staan 'niet in dienst van de behoefte maar van weelde en genotzucht'(...)
De ethiek van de Utopiërs bevat zo een lange catalogus van echte en onechte behoeften, van schijngenot en werkelijke genietingen (...). Deze overtuiging verandert niet als vele mensen wel van deze zaken blijken te genieten. Deze anderen zijn dan 'ontaard', hun smaak is 'bedorven'."(88-89)

[Waarom is Achterhuis hier zo verbaasd over? Denken over een utopische samenleving is normatief, gebeurt vanuit mensvisies, waarden en normen. En dus is dit een belangrijk probleem waar heel zorgvuldig over gesproken zou moeten worden. Want er is ook weer een andere kant: het is onmogelijk om relativistisch te zijn en elke behoefte maar serieus te nemen en toe te staan. Dat kan in geen enkele samenleving, maar dat kan nog minder wanneer je wilt stoppen met het uitputten van natuurlijke hulpbronnen, het vervuilen van het milieu, en dergelijke. Het stellen van grenzen aan de groei is het stellen van grenzen aan behoeften.]

(94) 3 - Historisch intermezzo: Schaarste, angst en verlossing

[Een overbodig hoofdstuk, waarin Achterhuis weer eens een miljoen auteurs bespreekt en tekstueel bekritiseert voor een 'open deur': het moderne utopische denken komt voort uit de ellende van de bestaande samenleving en uit het overstijgen van de religieuze aanvaarding van al die ellende. ]

"Want net als Plato's wijsbegeerte heeft het utopisch denken ook in zekere zin van meet af aan geprobeerd om de opkomst van een open samenleving op geraffineerde wijze te verhinderen, is het teruggedeinsd voor de vrijheid en de ongekende mogelijkheden van het individu die hier opdoemden. En net als Plato deed het dit door te suggeren dat het toekomstgericht was en openstond voor de idelaen van de Verlichting. Deze Verlichtingsfaçade heeft een consequente utopiekritiek tot op heden zeer bemoeilijkt. Misschien hadden wij het debacle van de reëel bestaande utopie, dat ik in het volgende hoofdstuk bespreek, nodig om de verleiding en het totalitaire gevaar van utopieën te ontdekken. "(117)

[Wat is een 'open samenleving'? De invulling daarvan is natuurlijk weer normatief en die bepaalt de verhouding tussen individuele vrijheid en sociale controle. Wanneer wordt een 'open samenleving' een 'gesloten samenleving'? Dat zou ik nu eens uitgewerkt willen zien.]

(118) 4 - De reëel bestaande utopie

Achterhuis noemt als reeël bestaande utopieën: de Sowjet-Unie, China, Oostbloklanden, Noord-Korea, Cuba, Vietnam, Cambodja en Albanië, landen dus waar het socialisme en communisme richting gaven aan de inrichting van de samenleving. En hij beschrijft uitvoerig de repressie in die landen en alle ellende die er verder plaats vond en zijn verbazing over al die intellectuelen (de 'fellow-travellers') die dat niet onder ogen wilden zien. Hoe kon dit gebeuren? Volgt een historische analyse van Rousseau, Marx, Kolakowski, Koestler, Furet, en vele vele anderen.

"Als ik in dit hoofdstuk, om met een centraal concept van Arendt te speken, inderdaad wil 'oordelen', betekent dit allerminst dat ik mensen of een tijdperk wil veroordelen. De moed tot het vellen van een oordeel dat publiekelijk bediscussieerd kan worden, moet worden opgebracht. Dit dient echter zoveel mogelijk losgekoppeld te worden van een veroordeling van individuen. Bij het eerste gaat het om openbare verhoudingen, bij de tweede om juridische of persoonlijke verhoudingen. In de laatste soort relaties kunnen individuen vanzelfsprekend niet alleen veroordeeld, maar ook vrijgesproken en vergeven worden. Als ik nu, aansluitend bij Van Ree's analyses over de enthoudisasate participatie van velen (soms van een afstand, maar dat is zeker niet minder verbazingwekkend) aan gruwelen en terreur, een aantal opmerkingen maak over de jaren zestig en zeventig en over personen die bij de genoemde participatie betrokken waren, gaat het mij in elk geval om het arendtiaanse begrijpen van en oordelen over de last van onze eeuw."(150)

[Wat hypocriet. Ik veroordeel je opvattingen, maar niet jou als persoon? Weer zo'n schijntegenstelling. Ik denk dan: zeg nu maar wat je op je lever hebt, Achterhuis, dan kunnen we in discussie; maar hou op met die woordenspelletjes omdat je bang bent dat je zelf onder vuur komt te liggen. Volgt een bespreking van nog meer auteurs als Marcuse, Burggraeve.]

[Mij valt verder op dat Achterhuis de kapitalistische / (neo)liberale samenleving niet als een gerealiseerde utopie opvoert. Het is zo gemakkelijk om kritiek te hebben op al die socialistische landen waar de vrijheid van het individu volgens Achterhuis totaal onbelangrijk gevonden werd. Maar waarom volgt er geen kritiek op de kapitalistische landen waar dat net zo goed het geval is en waar het benadrukken van individuele vrijheid vaak niet meer is dan ideologie? En dan: als je je emotioneel nergens diepgaand mee verbindt en cerebraal afstand houdt van alles, dan neem je geen enkel risico en ga je misschien niet in de fout, maar dan laat je alles ook zoals het is.]

(178) 5 - Technopolis

Wat kan techniek voor mensen betekenen? Is zij een redding of een bedreiging? Het vestigen van alle hoop op een technische benadering valt voor een groot deel samen met het maakbaarheidsidee van de utopie. Een deel van die utopieën legt de nadruk op de maakbaarheid en beheersbaarheid van de natuur, een andere groep op de maakbaarheid en beheersbaarheid van de samenleving. Dit hoofdstuk gaat over de technische utopieën zoals Francis Bacon's Het Nieuwe Atlantis.

Allereerst volgt een bespreking van de mythe van Prometheus en hoe die door Socrates / Plato werd aangepast richting een instrumentele rationaliteit waarin het getal en het meten centraal staan. Vervolgens wordt Bacons boek besproken.

"Net zoals bij Mores Utopia gaat het mij bij Bacon om de plaats van Het Nieuwe Atlantis in het utopisch vertoog en niet om zijn goede of slechte persoonlijke bedoelingen."(188)

[Nog steeds die postmodernistische schijntegenstellingen. Alsof er een vertoog bestaat los van de mensen die iets vertellen of schrijven ... Alsof je tekst niet heel anders interpreteert wanneer je geen rekening houdt met de bedoelingen van degene die de tekst produceert ... ]

"Dat de dichters niet uit het Nieuwe Atlantis verdreven worden, maakt deze utopie al meteen een stuk leefbaarder dan bijvoorbeeld Plato's Staat of Mores Utopia. Ook andere aspecten ervan maken haar minder gewelddadig dan de meeste sociale utopieën. Wie zichzelf de kritische vraag stelt: Zou ik in het Nieuwe Atlantis willen wonen? vindt in elk geval nauwelijks het soort zwaarwegende redenen om dit niet te doen die de bestudering van andere utopieën oplevert."(195)

[Niet dat Achterhuis al een helder antwoord heeft gegeven op de vraag waarom hij niet in Ecotopia] wil leven ... Die 'zwaarwegende redenen' zijn helaas nog steeds onbekend.

"In deze technocratische maatschappij lijken de individuele vrijheden echter zonder meer gewaarborgd. De verstikkende panoptische atmosfeer waarin iedere burger voortdurend door de staat in de gaten wordt gehouden, treffen wij er niet aan. Politieke participatie en positieve vrijheid lijken er niet groot; mensen lijken voor een belangrijk deel op te gaan in hun private en familiale besognes. Voor recente kritische interpretatoren van Het Nieuwe Atlantis mag dit niet aantrekkelijk zijn, dat ze daarom soms, zoals Merchant bijvoorbeeld doet, de voorkeur geven aan utopieën uit de sociale traditie komt bij mij over als een extreme vorm van de blindheid van de fellow-traveller."(196)

[Achterhuis wil die negatieve vrijheid, die individuele vrijheden blijkbaar - al blijft volkomen onduidelijk wat dat concreet moet betekenen, behalve dat je niet gedwongen wordt iets te doen - , en niet de positieve vrijheid en de participatie. Maar als al die burgers niet participeren, wie neemt dan de beslissingen? Doen dat de wetenschappers? Of intellectuelen als Achterhuis? Zo'n verwijt aan mensen met andere opvattingen van blindheid, het is schokkend kortzichtig. Het lijkt er op dat Achterhuis zelf volkomen blind is voor zijn waarden en normen. Ik vraag me ook af of die tegenstelling technische utopie tegenover sociale utopie die hier gehanteerd wordt niet de zoveelste schijntegenstelling is. Waarom wordt die techniek zo belangrijk gevonden? Om de samenleving te verbeteren toch zeker! ALLE utopieën zijn normatief, alle afwijzing van utopieën is normatief. ]

Bacons boek is vrouwvijandig, constateert Achterhuis. Maar hij ziet als man

"geen dwingende redenen om Bacons Nieuwe Atlantis als woonplaats te mijden."(197)

"Het seksisme van Bacon lijkt vooral tijds- en persoonsgebonden te zijn. Juist omdat Bacon zich niet dwingend bezighoudt met de maatschappelijke ordening van zijn utopie, zoals More en Campanella, maar de burgers hierin veel vrjheid laat, is niet in te zien waarom der verhoudingen tussen mannen en vrouwen niet anders zouden kunnen zijn dan hij ze beschreef. Binnen de structuur van Utopia of De Zonnestaat is dit laatste veel moeilijker voorstelbaar."(198)

[Achterhuis MOET blijkbaar Bacon verontschuldigen en verdedigen. Je vraagt je af waarom. Maar het is geleuter. More en Campanella zeggen in hun teksten gewoon hardop hoe ze die verhoudingen geregeld willen zien, Bacon is duidelijk net zo seksistisch en ook zijn tekst spreekt duidelijke taal over de positie van vrouwen. Dat Bacons tekst verder niet zo veel concreets zegt over de regeling van die man-vrouw-verhoudingen, betekent niet dat de sociale consequenties van zijn seksisme niet even patriarchaal zijn als bij More en Campanella het geval is. ]

Volgt ineens een heel stuk over Mulisch' Ontdekking van de hemel vanwege de koppeling tussen Nieuw Atlantis en Auschwitz.

"De klemmende vraag die ik in het vervolg van het hoofdstuk probeer te beantwoorden, is hoe deze verbinding tussen Nieuw Atlantis en Auschwitz tot stand wordt gebracht. Hoe is te verklaren dat een denker die in zijn utopie het geweld tot een minimum probeerde te reduceren, ideëel voor Auschwitz verantwoordelijk wordt geacht? Of, als wij de andere, de sociale utopieën, erbij betrekken, hoe is het mogelijk dat de ogenschijnlijk minst gewelddadige utopie met de grootste uitbarsting van twintigste-eeuws geweld wordt verbonden, terwijl veel gewelddadiger utopische maatschappijen vrijuit lijken te gaan, ja zelfs als idealen blijven fungeren? Toegespitst tenslotte op de auteur die ik hier als uitgangspunt nam: hoe is te verklaren dat Harry Mulisch zo uiterst scherp in vele boeken de gevaren van de technische utopie beschreef, terwijl hij blind bleef voor de gewelddadige aspecten van de sociale utopie die zich bijvoorbeeld al vroeg in het door hem verheerlijkte Cuba manifesteerden (Mulisch 1971)?"(204)

[Het antwoord is al wel duidelijk natuurlijk: mensen hebben slecht gelezen? En weer iemand die blind bleef, Mulisch deze keer: er was helemaal niets goeds aan Cuba. Iedereen was blind behalve Achterhuis. En eerst weer een ander zijspoor.]

Bespreking van Edward Bellamy's In het jaar 2000 (Looking Backward 2000-1887), met vooral aandacht voor consumentisme, techniek en nadruk op efficiëntie. Op dat boek kwam al kritiek van William Morris die als reactie een eigen utopie schreef: News from Nowhere, een poging die volgens Achterhuis volkomen faalde. En dan weer een zijspoor: over dat utopieën allemaal denken de schaarste te kunnen opheffen.

"De weg van Bellamy naar overvloed verschilt enigszins van die van Keynes, maar ook in de utopische wereld van Looking Backward is nauwelijks aannemelijk dat de schaarste, ook op economisch gebied, overwonnen is. De religieuze wendingen in het boek over de terugkeer naar de oorspronkelijke goede natuur van de mens miskennen dat de schaarste niet zozeer uit een slechte natuur voortkomt als wel uit sociale mechanismen die met de condition humaine verbonden zijn en die Girard thematiseert als mimetische begeerte, het streven om de ander ook in zijn of haar begeerten na te volgen.(...) Beter kan het mechanisme van de schaarste nauwelijks beschreven worden [verwijzing naar Bacon die stelt dat mensen altijd ontevreden zullen blijven en dat ontevredenheid en geklaag maatschappelijk gezien stimulerend werkt - GdG]. Het levert het vliegwiel dat zowel de economie als de techniek aandrijft. De richting waarin dit gschiedt kan zeker gestuurd worden, de utopische pretentie om het volledig te willen beheersen en eventueel stop te zetten, kan niet anders dan totalitaire consequenties hebben. Bacon had hier oog voor, Bellamy niet."(213)

[Over waarden en normen gesproken ... Achterhuis drukt hier duidelijk een bepaalde overtuiging uit over mensen, eentje die niet gelooft in het goede van mensen en in de sociale omgeving die dat goede corrumpeert. Mensen zullen altijd afgunstig blijven op wat anderen hebben, zullen altijd blijven klagen en ontevreden zijn, zo is de mens nu eenmaal. De schaarste is daarom niet op te heffen. Goedkoop fatalisme.]

Nu weer een ander zijspoor: bespreking van Arendt, Hottois en Latour. Arendt's gedachten over werken en handelen komen eerst aan de orde. Homo faber is in zijn werken altijd gewelddadig, handelen gaat altijd met spreken gepaard, utopieën zijn tirannie etc etc..

"Pas in de moderne tijd, die de vita activa boven de vita contemplativa stelt, openbaren zich de vele consequenties hiervan, die volgens Arendt moorddadig en desastreus zijn. Zij onderstreept dat deze vooral in utopieën zichtbaar worden.(...) Utopieën hebben er in hoge mate aan bijgedragen, dat zich een traditie van politiek denken kon ontwikkelen waarin, bewust of onbewust, het handelen werd geïnterpreteerd als een vorm van maken en vervaardigen."(218)

"Vanuit Arendts conceptualisering wordt ook begrijpelijk dat de dichters die de glorie van de handelende mens in verhalen en liederen bezingen, uit de meeste utopieën worden verdreven. Als ze er al zijn, mogen ze hoogstens als staatsdichters fungeren die in een 'utopisch realistische' stijl de lof van de best mogelijke van alle werelden zingen. Ook de afwezigheid van de pluraliteit kan zo begrepen worden. Volgens Arendt moet de politiek vertrekken vanuit het gegeven van de pluraliteit; zij moet ernaar streven een veelheid van strijdige perspectieven op de wereld het woord te verlenen. Utopieën belichamen juist meestal harmonie en een volstreke consensus."(219)

"Dat in de moderne tijd met het technisch kunnen ook het geweld van de techniek is toegenomen, lijkt mij evident. Dat de traditionele techniek niet behept zou zijn geweest met dit geweld, lijkt mij een onzinnige ontkenning van de menselijke conditie, waarin de mens, zoals Levinas laat zien, altijd aangewezen is op de beheersing van het andere om te overleven en zichzelf te bevestigen.
Het geweld als een onophefbaar onderdeel van het maken verklaart ook de extreme gewelddadigheid die in veel sociale utopieën heerst."(220)

[Dit zijn allemaal vooronderstellingen die niet noodzakelijkerwijs kloppen. Vergelijk met Mumford. Wat versta je hier onder 'geweld' en 'gewelddadig'? Alsof het onmogelijk is om te werken en te produceren in harmonie met de natuur - dat is nu net een belangrijk onderdeel van veel utopie als reactie op de kapitalistische verspilling en vervuiling; waarom zou dat maken altijd een gewelddadig proces moeten zijn? en waarom valt meteen het woord 'romantisch' in combinatie met het 'vreedzaam omgaan met de natuur' zoals op p.220?]

[En waarom zouden we een utopische wereld moeten zien als de best mogelijke wereld waar geen nieuwe dingen meer kunnen worden aangepakt en de ontwikkeling ineens stil staat of waar geen kunst meer bestaat of een variëteit aan vormen en invullingen? Maar ook andersom: waarom zijn de dichters zo belangrijk? en is een veelheid van opvattingen heilig? waarom moeten we ruimte laten voor mensen met opvattingen die schadelijk zijn voor zichzelf of anderen? er zijn immers altijd grenzen aan wat individuele mensen kunnen doen en die grenzen zullen altijd gesteld worden vanuit het maatschappelijke belang. Achterhuis benadrukt de hele tijd hoe slecht sociale utopie is. Misschien is hij bang dat er in een sociale utopie niet erg veel waardering bestaat voor academische filosofen zoals hij ...]

"Het verwonderlijke is nu dat dit soort geweld van de maatschappelijke maakbaarheid in Het Nieuwe Atlantis afwezig is. Bacon beperkt het geweld, dat hij onomwonden beschrijft, tot de technische omgang van de mensen met de natuur. Hij gaat niet diep in op de maatschappelijke organisatie van zijn utopie, maar wat hij ervan zegt, wijst op een open en vreedzame samenleving waarin voor pluraliteit, individualiteit, poëzie en verhalen vertellen, kortom voor verschillende vormen van arendtiaans handelen ruimte is."(221)

[Dit citaat om duidelijk te maken wat Achterhuis blijkbaar positief waardeert. Maar als de natuur met geweld benaderd wordt gaat dat uiteindelijk ook ten koste van mensen. En is het niet juist typisch dat Bacon zo weinig zegt over de maatschappeijke organisatie? Misschien vermeed hij een probleem? Over romantiek gesproken.]

[Vanaf dit punt begin ik het boek te scannen, de bespreking van duizenden auteurs interesseert me niet - he tis allemaal meer van hetzelfde en wat dat is is hierboven al aan de orde gekomen.]

Achterhuis bespreekt Latour, Gullivers Reizen, Hottois, Rorty, de bijbel, Ariès, Jonas en ga zo maar door.

[Ook op het eind van het hoofdstuk is er geen antwoord gegeven op de vragen die Achterhuis ergens in het midden ervan stelde.]

(255) 6 - Mensen en dingen

Over Christianopolis van Andreae, en andere utopieën zoals die van Jeremy Bentham, Plato, Skinner, Foucault.

(303) - 7 - De gerealiseerde utopie

Gaat over 'literaire en wijsgerige thema's rondom techniek en maatschappij'. Over Kaczynski, Van Ree, Dostojewski, Huxley, Mumford en nog vele anderen.

"Lewis Mumford behoort tot de belangrijkste critici die expliciet Bacon en zijn denken verantwoordelijk houdt voor de technocratische maatschappij waarin wij verzeild zijn. Hij wil dan ook een belangrijk deel van de baconiaanse utopische erfenis overboord gooien en terugkeren tot een holistisch, meer organisch bestaan. Op consequente wijze beschouwt Mumford Brave New World dan ook als laatste telg van de baconiaanse leest, die ook feitelijk in onze wereld gerealiseerd is. Wij leven zowel in het Nieuwe Atlantis als in de Heerlijke Nieuwe Wereld."(340)

[Uiteraard is Achterhuis het niet met het 'dystopisch getinte cultuurpessimisme van Mumford'(340) eens en aanvaardt hij de utopische gedachtenwereld van zowel Bacon als Huxley. Maar dat wisten we al.]

(365) 8 - De moralisering van apparaten

Meer van hetzelfde.

(393) 9 - De erfenis van de utopie

Wat heeft Achterhuis als alternatief voor de utopische / dystopische verbeelding, wat wil hij dan wel, wat is zijn 'simpele morele waarheid' zo vraagt hij zich af?

[Maar helaas: weer een eindeloze reeks van uitweidingen over anderen die iets gezegd of geschreven hebben ...]

"Met dit soort oproepen om weer te durven dromen en utopieën te ontwerpen als verzet tegen het realisme, de efficiëntie en de zakelijkheid van de huidige tijd kan onderhand gemakkelijk een kleine bloemlezing worden gevuld. Vooral in het licht van de magische millenniumwisseling lijkt de utopie een onverwachte comeback te maken. Vanuit de analyse in met name het tweede en vierde hoofdstuk kan ik niet anders dan bekennen dat de koude rillingen mij over de rug lopen bij lezing van het merendeel van boven geciteerde uitspraken."(397)

"Het gevaar bestaat dat het nakende jaar 2000 bij veel individuen en groepen opnieuw een utopische blindheid gaat veroorzaken."(399)

"Wat houden wij zo tenslotte over van de erfenis van de utopie? Dat de sociale utopie haar tijd gehad heeft, heb ik hoop ik met klem van argumenten duidelijk gemaakt. De lessen die we uit haar mislukking kunnen trekken, zijn vooral negatief van aard. De verstelde broek verdient de voorkeur boven het schitterende nieuwe gewaad; absolute aspiraties dienen uitgeleefd te worden in kunst en literatuur en niet in de politiek-maatschappelijke orde. En deze laatste dient altijd de mogelijkheid open te houden om op het morele appèl van het oneindige een antwoord te geven."(414)

[Zo vaag als maar kan, deze normatieve conclusie. Het 'morele appèl van het oneindige'? Moeten we weer religieus worden of zo?]

"Hoe staat het met de technische utopie?"(414)

[Daar is hij wat positiever over, maar blijft zich ook hier afvragen of we over techniek moeten spreken in utopische termen. En heeft hij nu een antwoord gegeven op de beginvragen van dit hoofdstuk? Nee. Hij geeft de hele tijd aan wat hij niet wil, maar komt niet met een duidelijke beschrijving van zijn 'simpele morele waarheid' en een alternatief voor het utopisch / dystopische denken. Het blijft tot op het laatst onduidelijk waarom hij niet in Ecotopia wil leven en waar hij dan wél wil leven. Hij loopt met zijn eindeloze verwijzingen naar een miljoen andere auteurs overduidelijk weg voor een stellingname. Op het eind van een dik boek weten we nog steeds niet wat Achterhuis zelf nu eigenljk wil.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek