>>>  Laatst gewijzigd: 24 juli 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Utopie en bevrijding

Voorkant Achterhuis 'De utopie van de vrije markt' Hans ACHTERHUIS
De utopie van de vrije markt
Rotterdam: Lemniscaat, 2010; 320 blzn.

[Hans Achterhuis wil met dit boek aansluiten bij de actualiteit van de kredietcrisis en zo verder van de laatste jaren. Hij doet dat door te laten zien dat het neoliberalisme zoals zich dat de laatste vijf decennia ontwikkelde helemaal niet zo wetenschappelijk is als de aanhangers ervan willen geloven. Sterker nog: volgens Achterhuis heeft het neoliberale kapitalisme net zo'n utopisch karakter als het vroegere communisme. Met alle negatieve gevolgen van dien.]

[Achterhuis is door zijn werk heel voorzichtig geworden met utopieën van links en rechts die - zoals de geschiedenis leert - heel gemakkelijk kunnen omslaan in dogmatische systemen waaraan miljoenen mensen opgeofferd worden. Een beetje té voorzichtig, vind ik. Morele verontwaardiging wordt te gemakkelijk weggepraat in het voordeel van een afstandelijke intellectuele analyse. Het merkwaardige is dat hij daardoor wel erg halfzacht is met zijn kritiek op de neoliberale utopie van de vrije markt. In de Epiloog geeft hij zelf toe dat hij zich wat heeft laten verblinden door die utopie. Maar ik had graag gezien dat hij na dat inzicht zijn boek nog eens grondig aangepast had.]

[Het boek is soms een beetje vreemd van opbouw. Het lijkt er op dat er later hele stukken uitgehaald zijn om het niet te omvangrijk te maken. Maar bepaalde titels en verwijzingen zijn nog gebaseerd op de oude situatie en verwijzen in dit boek dus naar niets. Dat is vooral in deel II het geval. Mij lijkt ook - gezien de vele keren dat een onderwerp op verschillende plaatsen terugkomt - dat het boek heel wat beter georganiseerd had kunnen worden.]

(13) Deel I - Het Atlantis van Ayn Rand

Hans Achterhuis heeft verschillende boeken geschreven over utopieën, maar nog nooit besteedde hij uitvoerig aandacht aan de Russisch-Amerikaanse Ayn Rand (1905-1982) en haar Objectivisme. In de VS is zij bijzonder invloedrijk gebleken, met name door haar utopische roman Atlas Shrugged van 1957. Bijvoorbeeld doordat mensen als Milton Friedman, Ludwig von Mises, Friedrich Hayek, en Alan Greenspan zich sterk lieten leiden door de mens- en maatschappijvisie en de economische ideeën die in die roman worden uitgewerkt. Ze kenden Rand ook persoonlijk. Achterhuis verwijst naar het boek The Shock Doctrine van Naomi Klein dat ik onlangs ook las voor een eerste idee van de gevolgen van dat soort denken.

Atlas Shrugged

De ideeën in Rand's boek draaien allemaal om eigenbelang. 'Greed is good'. Zelfontkenning en zelfopoffering en de verzorgingsstaat leiden volgens haar nergens toe.

"Alle ethische systemen uit de traditie, stelt Ayn Rand met een grote historische greep, gaan ervan uit dat selfishness een kwaad is en altruïsme een deugd. Welnu, volgens haar is het precies andersom. (...) Vooral via scheppende productie kiest de mens voor zijn rationele eigenbelang. Wat hij op deze wijze creëert, is zijn eigendom dat onschendbaar is. Delen met anderen wijst Rand volstrekt af als een irrationele handeling."(17)

Het superkapitalisme van een elite van industriëlen, bankiers en rechters moet de vrije markt in stand houden en elk overheidsingrijpen tegengaan. In het economische denken van Friedman, zijn Chicago School, en mensen als Greenspan werd dat vertaald naar een paar centrale uitgangspunten die steeds weer terugkomen: privatisering van staatsdiensten en staatsbedrijven, deregulering van de economie, het terugdringen van overheidsinvloed en invloed van vakbonden, en een totaal laissez-faire: laat alles over aan de vrije markt, dan komt alles goed.

"In veel utopieën zijn bijvoorbeeld hebzucht en begeerte verdwenen en is het geld afgeschaft. In Rands Atlantis draait het juist om de deugd van de hebzucht en is het geld het symbool van succes, gerealiseerd geluk en creativiteit."(35)

Het heeft even geduurd voordat men zag dat het neoliberalisme gebaseerd is op een utopie. Steven Lukes (1993 - De wereld van professor Caritat) is een van de weinigen die dat idee in zijn roman verwerkt. Achterhuis zelf heeft het er, zo zegt hij zelf, in zijn werken over utopieën (met name De erfenis van de utopie) nauwelijks over gehad.

Desondanks heeft het Atlantis in Rand's roman Atlas Shrugged alle kenmerken van een utopie: het geloof in een maakbare wereld, het streven naar een nieuwe samenleving, het radicaal opheffen van al het oude in een totale breuk met het verleden, de zuiverheid van de personen die de utopie uitdragen, de regeling van liefde en seksualiteit en arbeid, de plaats van geweld.

Greenspan en kredietcrisis

De invloed van Rand op Greenspan werd door deze zelf beschreven in zijn autobiografie Een turbulente tijd (2007):

"Greenspan zelf vertelt hierover dat hij ervan overtuigd was dat de argumenten van Ayn Rand in Atlas Shrugged zo 'schitterend nauwkeurig' waren opgebouwd 'dat alle eerlijke mannen en vrouwen het er wel mee eens moesten zijn'. Rand had hiermee, zoals hij vaak verklaarde, 'het morele fundament onder het kapitalisme gelegd' (idem, p. 276)."(52)

"Als goed geïnformeerd econoom wist Greenspan welke vreselijke situatie grote delen van de Russische bevolking te wachten zou staan wanneer de vrije markt onmiddellijk totaal zou worden ingevoerd. Zijn verwachtingen kwamen ook uit: miljoenen Russen verloren hun baan, nog meer ouderen hun pensioen en de gemiddelde levensverwachting van de Russen daalde sterk. Toch wordt, in het licht van de te verwachten stralende toekomst, deze ellende in het heden door Greenspan gebagatelliseerd. Ze telt gewoon niet mee met het oog op de utopische beloften. (...)
In het verleden vond men precies dezelfde redenering terug bij het communisme, de utopie die Rand en Greenspan zozeer verfoeiden."(55)

[Zie hierover ook Naomi Klein. Er is bij dit soort mensen als Greenspan of Stalin of Poetin geen enkel gevoel voor de ellende van anderen: ze offeren gemakkelijk anderen op aan hun eigen ideaal. De utopie of het ideaal rechtvaardigt alles. Uiteraard worden ze daar zelf heel erg veel beter van. Het maakt niet uit of het links of rechts is, dergelijke ongevoelige types met macht handelen altijd ten koste van mensen.]

"Hoe dit utopisch geloof letterlijk blind kan maken voor de harde feiten uit de werkelijkheid, wordt ook op andere punten in Een turbulente tijd geïllustreerd. Ik wijs weer op de diepe overtuiging waarmee Greenspan nog in 2007, toen dit boek verscheen, alle economische gegevens die op een mogelijke ernstige crisis wezen, bewust negeerde. (...) .. vanwege zijn absolute geloof in de vrije markt die net als in Rusland vanzelf tot stabilisatie zou leiden, weigerde hij in te grijpen."(57)

En iedereen sjokte zonder enige kritiek achter Greenspan aan, een paar uitzonderingen (bijvoorbeeld Raghuran Rajan) daargelaten.

"De beroemde Greenspan Consensus onder economen bleek eerder een kwestie van utopisch geloof dan van harde wetenschap te zijn, zoals eenieder steeds gesteld had. Pas op 23 oktober 2008 viel Greenspan zelf openlijk af van zijn door Rand geïnspireerde geloofsovertuiging."(60)

[Ik vind Achterhuis daar veel te optimistisch over. Het feit dat Greenspan tijdens hoorzittingen wat zelfkritische opmerkingen maakte zegt niet zo heel veel. Het is een geloof, het is gebaseerd op allerlei waarden en normen, het is een normatief standpunt waar Greenspan en al die Chicago Boys echt niet zo maar even van af zullen stappen. Dat verklaart ook waarom er in de aanpak van die kredietcrisis weinig gekoerst wordt op fundamentele aanpassingen van bijvoorbeeld de financiële sector.]

Meer over Atlas Shrugged

Achterhuis las het in 1997 en vond het een meeslepend boek. Het wordt in dit hoofdstuk uitvoerig samengevat.

"De jaren daarvoor had ik tientallen utopieën doorgelezen, of beter gezegd: doorgeworsteld. Want over het algemeen zijn utopieën volgens een strak, sterk didactisch stramien opgebouwd. De hoofdpersoon van het verhaal belandt meestal op mysterieuze wijze in een utopische wereld. Vervolgens kijkt hij verbaasd rond in de nieuwe ideale samenleving waarin hij terecht is gekomen. Hij wordt er rondgeleid en krijgt op zijn vragen de nodige informatie, waardoor de utopie des te meer oplicht in vergelijking met de duistere en slechte maatschappij waaruit hij afkomstig is. Omdat alles draait om de beschrijving van de utopie, doen de personen die in het verhaal optreden, er nauwelijks toe. Ze blijven bleek, schimmig en vaag, dragen meestal niet eens een naam. Zo krijg je als lezer geen mogelijkheid om je met een utopisch personage te vereenzelvigen, waardoor je ook niet echt bij het verhaal betrokken raakt. Dystopieën lezen wat dit betreft meestal lekkerder weg. Vaak heeft hier de hoofdpersoon aanvankelijk ook geen naam."(63)

"Het grote probleem voor Rand was hoe zij liefde en seksualiteit moest begrijpen vanuit haar mensvisie die uitging van absolute autonomie en onafhankelijkheid."(71)

[De beelden over de rol van mannen en vrouwen bij Rand zijn klassiek: hij actief en zij passief. Seks is onderwerping, is iets met agressieve mannen en masochistische vrouwen. Warmte ontbreekt compleet. Er is niets origineels te vinden op dat terrein. Dat het boek werd geschreven in de vijftiger jaren is maar een schamele verontschuldiging.]

"Drie woorden zijn in Atlantis taboe en verboden: behoefte, hulp en gemeenschappelijkheid. Dat zijn precies de begrippen waarop de herverdeling, de wederkerigheid en de oikos berusten. Rands utopie vormt zo inderdaad een radicale breuk met alle economische mechanismen die ons uit het Algemeen Menselijk Patroon bekend zijn. Haar utopische gemeenschap is in dit opzicht, zoals mijn volgende beschouwingen zullen laten zien, de perfecte incarnatie van het ideaal van de vrije markt."(140)

Meer over Alissa Rosenbaum = Ayn Rand

Ze maakte de oktoberrevolutie en het collectivisme van de nieuwe sowjetsamenleving mee. Ze bleef in 1926 in de VS waar ze familie bezocht. Haar nadruk op het individu is natuurlijk een reactie op die ervaringen in de USSR, een reactie die perfect aansloot bij de centrale positie van het individu in de VS. Er is veel mythevorming rondom Rand, waaraan ze zelf ook bijdraagt.

"Uit de gegevens van Heller wordt zonneklaar dat haar Amerikaanse familieleden Ayn Rand na haar komst ondersteunden en haar geld leenden om door te reizen naar Hollywood. Niet alleen vergat Rand alles terug te betalen, ook verspreidde zij het verhaal dat zij een self-made woman zou zijn. Als buitenlandse zonder vaste verblijfsvergunning zou ze het helemaal alleen gerooid hebben. Zoals bij haar mensbeeld paste, wilde ze aan niemand anders wat te danken hebben. Dat haar eigen geschiedenis anders in elkaar zat dan zij beweerde, is misschien toch ook een indicatie van de onhoudbaarheid van haar antropologie."(82)

[Hoezo "misschien"? Achterhuis is soms zo voorzichtig en halfslachtig. Natúúrlijk is Rand's visie volkomen onrealistisch en onhoudbaar. Met dit soort egoïsme is het onmogelijk een samenleving te bouwen, wat ze ook allemaal schrijft en zegt. Samenleven is synoniem met elkaar ondersteunen, geven en nemen, solidariteit, en zo verder. Wanneer iemand dat theoretisch zit te ontkennen, maar in de praktijk niet veel anders doet dan wie dan ook, mag je best wel harde conclusies trekken. Heeft iemand ooit een psychologisch profiel van deze vrouw gemaakt? Het lijkt me iemand met een zieke persoonlijkheid.]

"Maar deze gelijkstelling van levende personen met fictieve helden ondermijnt weer haar antropologie. Want het geïdealiseerde mensbeeld uit Atlas Shrugged hield in de werkelijkheid van Rands leven en werk geen stand. Alle verschijnselen die wij uit de sociologie van het sektewezen kennen, deden zich ook in haar kring voor. Natuurlijk was Rands echtgenoot Frank O'Connor, ook al mocht hij dat niet, jaloers op Nathaniel Branden waardoor hij meer en meer in de alcohol vluchtte. Natuurlijk werd Rand voor de anderen een absolute goeroe die geen tegenspraak duldde. Natuurlijk vonden er de nodige excommunicaties plaats van kringleden die het waagden vragen te stellen bij onderdelen van het Objectivisme. Natuurlijk viel Nathaniel Branden uiteindelijk in ongenade, toen Ayn Rand op haar beurt jaloers werd op haar jongere rivale."(84)

[Precies.]

Wat is Neoliberalisme?

Er is flink geworsteld met de invulling van het begrip 'neoliberalisme' tegenover bijvoorbeeld het klassieke liberalisme. Onder andere door Rothbard ('libertariisme'), Audard ('ultraliberalisme'), Foucault in zijn colleges van 2004: Naissance de la biopolitique ('anarcho-liberalisme', 'anarcho-kapitalisme'). Ook bestaat er een duidelijke relatie tussen neoliberalisme en neoconservatisme.

"Frachon en Vernet wijzen er in hun studie over het neoconservatisme op dat deze beweging niet gekenmerkt wordt door het grote wantrouwen tegen de staat dat het neoliberalisme beheerst."(90)

Maar voor de rest vinden ze elkaar voortdurend in de Amerikaanse interventies in het buitenland, in de kritiek op de verzorgingsstaat, en zo verder.

Er is met de kredietcrisis ook in Nederland veel aandacht gekomen voor het neoliberalisme (Chavannes, Van Dam) dat in de decennia daarvoor - zonder dat er veel aandacht voor was - al de Nederlandse politiek en het economische denken was binnengeslopen (Lubbers, Kok). Iedereen zat te slapen toen de verzorgingsstaat ook hier werd afgebroken met de 'onvermijdelijke bezuinigingen' en zo verder. Ook Marcel van Dam. Ook Hans Achterhuis. Zo niet Michel Foucault, die in zijn colleges de ontwikkelingen al analyseerde en wees op de tegenstrijdigheden van het neoliberalisme. De kredietcrisis van 2008 maakte iedereen wakker.

"Foucault wijst er op dat, volgens de uitspraken van veel liberalen zelf, de vrije markt alleen maar gerealiseerd lijkt te kunnen worden dankzij een 'actieve en waakzame politiek' van de overheid (Foucault 2004, p. 139)."(42)

Hij had ook aandacht voor het verschil in sfeer en benadering tussen Europa en de VS.

"Met name Hayek heeft volgens de analyses van Foucault slim gebruikgemaakt van de utopische gerichtheid van de Amerikaanse samenleving. Foucault wijst er net als Caré op dat Hayek het neoliberalisme ontwierp als een tegenhanger van de communistische utopie."(101)

(105) Deel II - Rol en geschiedenis van de vrije markt

Chicago Boys als Gary Becker interpreteren de hele geschiedenis vanuit het heden: de mens was altijd al een 'homo economicus' die via een rationeel keuzemodel handelde. Die visie is immuun voor kritiek gemaakt:

"Het rationele keuze-model kan met andere woorden alles verklaren. Maar daarmee verliest het tegelijkertijd ook iedere wetenschappelijke waarde. (...) Om het met de wetenschapstheorie van Karl Popper te zeggen: er is geen enkele mogelijkheid om het model te falsificeren."(109)

[Becker doet aan anachronismes, projecteert het heden op het verleden. Bovendien individualiseert hij daarbij, praat over individuele keuzes in tijden waarin het gemeenschappelijke alles overheersend was. Het is zo tegen alle methodische regels, het is te dom voor woorden.]

Achterhuis kiest voor zijn analyses Karl Polanyi (1886-1964; de 'vader van de economische antropologie'; tegenstander van Hayek; fenomenoloog; The Great Transformation), Robert Heilbroner (1919-2005; bredere context, waaronder filosofie; bestudeerde de geschiedenis van de economie; The Worldly Philosophers), en Marcel Mauss (1872-1950; economische antropologie; The Gift). Ze hebben alle drie hun kritiek op het verabsoluteren van de vrije markt. Zo lang die niet aangepakt wordt, blijven de crises terugkomen (zoals ook Velthuis-Noordegraaf constateerden).

"In dit verband waarschuw ik, met de theoloog Erik Borgman in een heldere beschouwing over de crisis, nadrukkelijk tegen 'de verleiding van moraliserende kritiek' (Borgman 2009, p. 133-136). (...) Dan worden de bonussen en de exorbitante salarissen in de financiële wereld aangeklaagd of wordt, zoals ik al eerder signaleerde, zelfs de hele kapitalistische economie als ziekmakend en verdorven institutioneel winstbejag aan de kaak gesteld. Ik ben het met Borgman eens dat we bij de bonussen inderdaad met een uitwas te maken hebben, maar zal in deel IV wel proberen om die bonussen in een breder verband te bestuderen. Het helpt bitter weinig om ze simpelweg moreel te veroordelen."(112-113)

[Dit roept nogal wat vragen bij me op.
Achterhuis bestudeert dus ook theologen. En hij kan zonder problemen naar de Bijbel verwijzen, zie ik regelmatig. Hij heeft blijkbaar een christelijke achtergrond. Ik heb er een hekel aan wanneer religie als iets vanzelfsprekends neergezet wordt. Ik vind dat we religie en voorbeelden die er aan ontleend worden moeten vermijden.
En dan die "verleiding van moraliserende kritiek". Dat is precies waarvan ik steeds weer vind dat Achterhuis er te weinig van laat zien. Morele verontwaardiging is vaak de aanjager van analyses en onderzoeken, is daarom erg belangrijk. Analyses en onderzoek zijn ook belangrijk. Dat het 'alleen maar' moreel veroordelen van iets de wereld niet beter maakt, is duidelijk. Maar dat geldt ook voor 'alleen maar' analyses en onderzoek die intellectuelen in hun al of niet gerieflijke studeerkamers uitwerken. Wat zou meer tot acties tot verbetering leiden: morele verontwaardiging of een boek lezen?]

"De instituties van elke traditionele samenleving zijn uitdrukkelijk ingericht om hebzucht en afgunst tegen te gaan. Dat deze twee hoofdzonden tegenwoordig openlijk door de moderne instituties worden bevorderd, zou de traditionele mens nooit hebben kunnen begrijpen. De samenhang van een traditionele samenleving, waarvan ieders overleven afhing, zou vernietigd worden wanneer moderne individuen die hun eigenbelang nastreven er deel van zouden uitmaken. (...)
In moderne samenlevingen geldt daarentegen veeleer het 'ieder voor zich'. In plaats van dit snel moreel te veroordelen, zouden we het eerst in zijn samenhang met de marktorde moeten proberen te begrijpen, om vervolgens te onderzoeken of het met nieuwe vormen van solidariteit kan worden verbonden."(114)

[Daar gaan we weer. Nee, mijnheer Achterhuis, er is niets mis met het snel moreel veroordelen van foute waarden, zo lang het daar niet bij blijft; en begrip is niet "eerst". Waarschijnlijk wordt er helemaal niets begrepen of onderzocht als er niet eerst sprake zou zijn van morele veroordeling.]

Vormen van productie en distributie

Welke manieren zijn er waarop mensen goederen en diensten produceren en distribueren die ze voor hun voortbestaan nodig hebben? De traditionele manier is: voor de eigen groep ('oikos'; breed te zien) produceren en distribueren in een sfeer van gemeenschappelijkheid en wederkerigheid (subsistentie-economie; gemeenschappelijk huishouden).

Herverdeling / distributie is er bijvoorbeeld om het levensonderhoud mogelijk te maken van niet-producerende groepen als priesters, staatsbeambten, het leger. In een moderne samenleving wordt dat gedaan met belastingen en sociale premies.

Enclosures

Pas vanaf de 16e eeuw begint deze benadering langzamerhand plaats te maken voor een markteconomie. Daarbij is er daadwerkelijk sprake van een oorlog tegen die subsistentie-economie. Achterhuis besteedt terecht veel aandacht aan de 'Enclosure'-acties in de UK.

"Ik gaf het al aan: de nadruk bij de verschillende gemeenheden [gemeenschappelijke gronden in dit geval; in het Nederlands spreken we van 'de meent'] lag steeds op het gebruiksrecht, waardoor de mogelijkheid tot overleven voor de gebruiker van de meent was gegarandeerd. De gemeenheid was dat deel van de omgeving dat buiten iemands huisdrempel en eigendom lag, maar waarop hij een erkend gebruiksrecht bezat."(123)

Eind 15e eeuw begon het proces dat in de UK de feodale landheren de gemeenschappelijke gronden ( 'Commons') voor zichzelf begonnen in te sluiten ('enclosure') en het gemeenschappelijk gebruik ervan begonnen uit te sluiten.

"Van het recht op het gebruik van de gemeenheden had steeds voor velen hun overleven afgehangen. Naarmate de gemeenheden verdwenen, namen de armoede en ellende van het landvolk dan ook schrikbarende vormen aan."(125)

"Aan het eind van de zeventiende eeuw had de landadel in Engeland zich al meester gemaakt van bijna drie kwart van de voormalige gemene gronden. Wat er nog overbleef werd in de volgende eeuwen stelselmatig vernietigd, nu ook vanuit de overheid."(126)

De armen werden via allerlei maatregelen gedwongen tot loonarbeid, iets wat daarvóór in heel laag aanzien had gestaan.

"Totale afhankelijkheid van loonarbeid werd traditioneel als uiterst vernederend ervaren. Er was een langdurig proces van maatschappelijke disciplinering nodig om zelfstandige mensen in afhankelijk loonarbeiders te veranderen."(175)

Toen bleek hoe groot de armoede en ellende was, kwamen er armenwetten als een soort sociaal vangnet voor de allerarmsten, een vorm van distributie. In de 19e eeuw werden die goeddeels afgeschaft. Ook nu zie je nu in het neoliberalisme een hernieuwde afbraak van allerlei sociale voorzieningen. Steeds leidt dit tot extreme armoede en ellende.

[Die armenwetten en zo zijn wel altijd maatregelen waarbij de machtsverhoudingen onaangetast bleven. Achterhuis is niet duidelijk wie de armenbelasting betaalden. Wie weet de loonarbeiders zelf en niet de rijken. Het zou me niet verbazen.]

Vrije markt

De vrije markt ontstond onder andere pas laat omdat kooplieden in laag aanzien stonden en het nemen van rente door de kerk verboden was. Er bestonden ook tamelijk strikte ideeën over wat een rechtvaardige prijs was en wat een acceptabele winst. Mensen die zich daar niet aan hielden werden met de nek aangekeken of zelfs verbannen.

Tijdens het ontstaan van de naties werd er enorm veel van overheidswege gereguleerd om de economie te stimuleren en greep te krijgen op de ontwikkelingen daar. Maar dat leverde toch vaak weinig op. De reactie van de handelaren was (op een vraag van minister Colbert in Frankrijk): Laat het gaan ( Laissez faire), ga niet met politieke regelingen de economie sturen, laat het aan de markt over. De vrije markt werd door deze groepen gezien als een natuurlijk gegeven dat zich ongehinderd zou moeten kunnen ontwikkelen. Die visie zie je ook bij Adam Smith.

Het tegenstrijdige is dat er eindeloos veel regeringsmaatregelen nodig zijn om een vrije markt te creëren en te handhaven.

"De Franse historicus Jacques le Goff betoogt dat in de twaalfde eeuw ter wille van de handelaars het vagevuur werd uitgevonden (Le Goff 1987). Er bestond tot die tijd een strikt kerkelijk verbod op het nemen van rente. Wie dat toch deed, belandde onherroepelijk in de hel. Omdat het nemen van rente in de praktijk steeds meer voorkwam, bedacht men het vagevuur als een soort onaangenaam doorgangshuis naar de hemel. Daar kwam al spoedig als financieel voordeel voor de kerk bij dat men de weg naar de hemel flink kon bekorten door het kopen van missen en aflaten."(145)

[Tja, de moraal en geld ... ]

Alternatieven

De vraag is of het vandaag de dag nog mogelijk is om elementen uit die subsistentie-economie te integreren in het huidige economische systeem. Illich dacht van wel.

"Tegen mijn vroegere leermeester [Illich] in ben ik hier toch geneigd om met de benadering van Klamer mee te gaan. Die spreekt mij tevens aan omdat hij benadrukt dat, zoals we in mijn historische voorbeelden al zagen, de oikos en de subsistentie ook een aantal negatieve kenmerken kunnen vertonen, zoals onderdrukking, afhankelijkheid en verplichting, waarvan juist de markt het individu kan bevrijden. Maar dat neemt het grote belang dat de oikos binnen een kapitalistische marktorde kan hebben, niet weg. Ook tegenwoordig dient de oikos in aangepaste vorm de stevige basis te blijven vormen op grond waarvan de andere economische activiteiten hun betekenis krijgen."(121-122)

Zijn er nog mogelijkheden voor 'Commons' vandaag de dag? Niet wanneer je het ziet als Hardin en de Chicago Boys en je uitgaat van calculerende burgers die alleen aan zichzelf denken.

"In hun speltheoretische modellen verwijzen de Chicago-economen vaak naar het artikel van Hardin om te betogen dat de gemeenheid geen recht van bestaan meer heeft in de moderne tijd. Tot voor kort werd hun redenering breed aanvaard. Daar lijkt toch met de kredietcrisis een eind aan te zijn gekomen. Er komt duidelijk meer aandacht voor het soort regelingen waarin mensen in onderling overleg de verantwoordelijkheid voor de gemeenheden van hun levensonderhoud en van milieu en natuur op zich nemen."(128)

Een van de economen die een heel andere visie heeft dan die Chicago-economen is Elinor Ostrom:

"Zij keert zich juist sterk tegen de vooronderstellingen van de meeste economen die ervan uit blijven gaan dat de moderne mens als 'homo economicus' collectieve goederen zoals natuur, visgronden en watervoorraden onherroepelijk te gronde zal richten door zijn op persoonlijke winst gericht gedrag."(129)

(153) Deel III - Denken over de vrije markt

In dit deel voert Achterhuis allerlei denkers over economie ten tonele.

De eerste is Aristoteles bij wie het onderscheid oikonomia (het beheer van het huishouden van de brede oikos) en chremastike (het verwerven van goederen via ruil en koop; het verwerven van geld) een rol speelt. Met de laatste heeft hij niet veel op: het is onnatuurlijk, de ruilwaarde wordt belangrijker dan de gebruikswaarde, het is ongewenst dat mensen er almaar op uit zijn geld op te potten, nog ongewenster is het rente te heffen op uitgeleend geld.

De tweede is Thomas More en zijn boek Utopia dat een reactie vormt op de ellende die in de UK ontstaan was door de Enclosures etc.

"Het valt moeilijk te ontkennen: de opkomst van de marktsamenleving die in Engeland begon, ging gepaard met onderdrukking, uitbuiting en geweld. Met de onteigening van de meent als fundament bleek ze te berusten op wat Polanyi omschrijft als een revolutie van de rijken tegen de armen, van de machtigen tegen de machtelozen."(167)

Rand vond het niet prettig dat de geschiedschrijving op dit punt zo goed gedocumenteerd liet zien wat de vrije markt allemaal aan ellende opleverde. Ze heeft zelfs nog geprobeerd om de geschiedenis te laten herschrijven door Robert Hessen.

"Vanuit dit soort historische en actuele beschrijvingen wordt de tegenstelling die Rand maakt tussen het geweld van de overheid en de vreedzame vrijheid van de markt, onhoudbaar."(168)

Overheidsregulatie (zoals belastingen) is natuurlijk niet per se geweld. En het 'vrije arbeidscontract' heeft natuurlijk weinig met vrijheid van keuze te maken omdat je wel in loonarbeid móet werken om te overleven omdat er geen enkele andere mogelijkheid meer is om voor jezelf te zorgen en je oikos te zorgen.

[Het is hoe dan ook een verkrampt denken. De overheid bouwt en onderhoudt bijvoorbeeld een stelsel van riolering. Maar om dat te bekostigen vraagt het - in de vorm van belastingen - geld van de burgers die van die riolering profiteren. Stel dat een bedrijf de rioleringen aanlegt en onderhoudt. Ook dan moeten burgers die dat 'kopen' geld betalen, in dit geval aan een bedrijf. Waarom zou het laatste beter zijn dan het eerste? Er is zelfs meer controle op de financiële stroom naar en vanuit de overheid dan naar en vanuit een bedrijf.]

[Bovendien is zoiets alleen maar goed te doen met een zeker monopolie. Je kunt niet in elke straat weer een ander rioleringsysteem aanleggen. Het moet allemaal op elkaar kunnen ansluiten, het moet allemaal ergens naar toe leiden. De staat heeft dat monopolie per definitie. Een bedrijf niet zo maar. Hoe moet zoiets dus geregeld worden op een vrije markt?]

[Er is verder ook geen garantie dat bedrijven betere rioleringen aanleggen dan de staat. Sterker nog: de competitie tussen bedrijven maakt dat ze zo goedkoop mogelijk moeten produceren, dus er wordt bezuinigd op materialen, op onderhoud en zo verder.]

[Wat zou voor de burger het beste uitwerken uiteindelijk?]

De derde denker is John Locke die met zijn ideeën over eigendom en arbeid en kolonialisme vooruitloopt op wat mensen als Rand naar voren brengen.

"De op nieuwe, door Locke geformuleerde principes berustende utopie van Rand is voor Polanyi de totale dystopie. Een samenleving waarin mensen tot hun arbeidskracht worden gereduceerd en de natuur wordt teruggebracht tot privé-eigendom waarmee vrijelijk alles gedaan mag worden, is volgens hem volstrekt onleefbaar. Polanyi wijst erop dat er daarom al heel snel overal waar de vrije markt zich manifesteerde, maatschappelijke tegenbewegingen op gang kwamen die de vrije arbeidsmarkt reguleerden en de rechten van het grondbezit inperkten. Op deze manier ontstond er in plaats van het ongebreidelde kapitalisme dat Rand verheerlijkte en propageerde, langzamerhand een vorm van 'gemengde economie'. Als Polanyi had kunnen bevroeden dat deze gemengde economie later weer door het neoliberalisme onder vuur zou worden genomen, in naam van de vrije markt, dan had hem dat ongetwijfeld koude rillingen bezorgd."(176)

Neoliberalen zien Adam Smith graag als degene die het vrije markt denken in de wereld heeft gezet. Maar Smith is een klassiek liberaal en niet een neoliberaal: er zijn belangrijke verschillen tussen die twee. Natuurlijk is hij wel degene die het heeft over eigenbelang in het belang van de hele samenleving, maar hij pleitte ook voor een streng toezicht op de banken en veroordeelde de vorming van monopolies en trustvorming omdat consumenten dan niets meer te kiezen hadden.

"De suggestie [van Greenspan en neoliberalen dat de markt zichzelf wel zal reguleren omdat consumenten kritisch producten vergelijken en slechte afwijzen] is dat de individuele consument tegenwoordig elk product dat hem op de markt wordt aangeboden en vaak aangesmeerd, even gemakkelijk kan beoordelen als het brood, bier en vlees waar Adam Smith het over heeft. Adam Smith valt nergens op een dergelijk absoluut geloof in de vrije markt te betrappen. Hij was zich zeer bewust van de maatschappelijke gevaren die de oneerlijke praktijken van zakenlieden met zich mee zouden kunnen brengen. Het juridische apparaat van de staat diende de burgers hier juist tegen te beschermen."(184)

Jeremy Bentham ontwikkelde de ethiek van het utilisme. Die past perfect bij de economische benadering van het neoliberalisme. Het eigenbelang staat er in centraal. Voor altruïsme is er geen plaats: in rationele gedragskeuzes bereken je hoe je er zelf het beste van afkomt. En mensen die niet op die manier rationeel konden kiezen moesten maar in die richting gedwongen worden door opvoedings- en disciplineringsmaatregelen (Panopticon-idee).

"Het panopticon stond hier model voor een grootscheepse opvoedings- en disciplineringscampagne die Bentham noodzakelijk achtte om moderne, rationele mensen te creëren die in een marktmaatschappij pasten. (...) Met zijn utopisch voorstel voor het panopticon onderkende Bentham op geniale wijze het paradoxale gegeven dat er altijd toezicht en disciplinering nodig zullen zijn om een vrije markt in stand te houden. De meeste van de huidige adepten van een vrije markt weigeren deze harde waarheid onder ogen te zien. Zo werken deze gelovigen vaak met de beste bedoelingen - het voorbeeld van Friedman in Chili is weer tekenend - mee aan dystopische arrangementen die mensen onder velerlei vormen van toezicht en vaak regelrechte dwang plaatsen."(192)

[Hoezo "met de beste bedoelingen"? Dat is ook weer zo'n verontschuldiging, zo'n gebrek aan morele kritiek, waarmee ik niks kan. Ik denk helemaal niet dat al die neoliberale bedoelingen zo simpel bekeken moeten worden. Mensen moeten verantwoordelijk gesteld worden voor de waarden en normen en visies die ze er op na houden. Onnadenkend van alles doen en dan achteraf zeggen dat je het zo goed bedoelde, daar heeft niemand wat aan. Als je de evidente pijn en ellende van mensen almaar wegpraat en daarmee laat bestaan door op basis van alleen maar oncontroleerbare overtuigingen te zeggen dat het in de toekomst allemaal veel beter zal worden, wat voor mens ben je dan? Hoeveel zelfkritiek heb je dan? Ik vind echt dat die Chicago Boys en zo verder voor een tribunaal gebracht (hadden) moeten worden waarin ze keihard geconfronteerd worden met hun arrogante weigering om na te denken over hun eigen uitgangspunten en de ellende die dat bij zo veel mensen tot gevolg gehad heeft. Waarom kon Friedman vrij blijven rondlopen? Waarom loopt Greenspan nog vrij rond?]

Uiteraard komt ook Karl Marx aan de orde, vooral wat betreft opvattingen over geld.

De volgende denker die Achterhuis bespreekt is Émile Durkheim (1858-1917). Met name zijn ideeën over solidariteit die doorgewerkt hebben in de sociale wetgeving en de opbouw van de verzorgingsstaat. Uiteraard gaat dat in tegen de ideeën van liberalen.

"De sociale problemen die de liberalen soms wel degelijk onderkenden, moesten door het privé-initiatief van vooral de liefdadigheid worden 'opgelost'."(207)

"Tegenover het extreme individualisme van Ayn Rand laat Durkheims idee van de solidariteit zo goed uitkomen dat moderne individuen, zelfs de Atlasfiguren die Rand in haar roman ten tonele voert, alleen dankzij de feitelijke verbondenheid met anderen kunnen functioneren."(210)

Uiteraard is John Maynard Keynes ook belangrijk. Zijn naam staat voor een theorie, een politiek programma en een tijdperk.

Wat betreft de theorie laat hij zien dat de vrije markt niet via zelfregulatie een natuurlijke balans zoekt zo lang maar niemand probeert haar van buitenaf te reguleren. Mensen nemen heel vaak niet de rationele beslissingen waarvan economen uitgaan.

"Keynes wijst erop dat hier allerlei psychologische factoren waar de rationeel gerichte economische theorie geen rekening mee houdt, een belangrijke rol spelen."(213)

Keynes bestrijdt ook het idee dat de economie een exacte wetenschap zou zijn.

"Volgens Keynes is de economie geen natuurwetenschap die met vaststaande risicomodellen kan werken, maar een morele wetenschap die rekening moet houden met de eigenaardigheden van het menselijk handelen. De logica van het kiezen onder onzekere omstandigheden komt bij hem in de plaats van de keuze vanuit rationeel eigenbelang onder de conditie van schaarste, waar de economie tot zijn tijd steeds van uitging."(213)

De economie werkte voor Keynes en ook weer na Keynes met modellen die gebaseerd zijn op ideaaltypische vooronderstellingen en met zuivere casussen die niets meer met de echte werkelijkheid te maken hebben.

[Die aanpak is dus reductionistisch in de slechtste betekenis van het woord. Dat je dan allerlei wiskundige formules en berekeningen kunt laten zien maakt van je aanpak niet een natuurwetenschappelijke of zelfs maar een exacte wetenschap. Het is een vorm van pseudo-exactheid die ons niets leert over de werkelijkheid, maar die wel aan de werkelijkheid opgedrongen kan worden.]

De visie had gevolgen voor de visie op de mogelijkheden van politieke programma's.

"Waar het om gaat is dat Keynes het idee van de zelfregulerende markt dat sinds Adam Smith het economisch denken had beheerst, ten grave durfde dragen. Dat opende nieuwe mogelijkheden voor de staat die verder gingen dan de nachtwakersstaat van Adam Smith en de solidariteitsstaat van Émile Durkheim."(215)

De staat nam 'keynesiaanse maatrgelen' om de crisis te bestrijden heette het dan: belastingmaatregelen, investeringen, en dergelijke. In de 1970-er jaren ging het hiermee mis, zegt Achterhuis weer.

[Het wordt mij steeds maar niet duidelijk waarom in de 70-er jaren de stagflatie - hoge inflatie met een hoge werkloosheid - het onmogelijk maakte om Keynesiaans te blijven handelen. Daar moet ik meer over te weten komen.]

(219) Deel IV - De gerealiseerde utopie van de vrije markt

Ook hier weer een bespreking van een aantal auteurs. Deze keer dus uit de hoek van neoliberalisme.

Achterhuis begint met Friedrich von Hayek van wie hij zegt dat diens werk zo vol slordigheden, lacunes en tegenspraken zit en zo onsamenhangend is dat het moeilijk is om weer te geven. Van één kant schrijft hij vanuit een conservatieve, anti-utopische visie en tegelijkertijd heeft hij een utopisch en fanatiek geloof in de vrije markt. Zijn bewondering voor Pinochet in Chili, de dictator die na een staatsgreep aan de macht kwam en die vrije markt opdrong aan zijn volk, is bekend.

In The road to serfdom probeert hij aan te tonen dat een socialistische planeconomie nooit mogelijk zal zijn, omdat er simpelweg te veel factoren meespelen die je niet weet of niet kunt berekenen. Achterhuis merkt er over op:

"Tijdens de Koude Oorlog was De weg naar slavernij, zoals Keizer met recht opmerkt, 'de belangrijkste ideologische polemiek tegen socialistische planning' (Keizer 1991, p.11). Met de ineenstorting van de Oost-Europese planeconomieën na 1989 haalde Hayek dan ook duidelijk zijn gelijk. Dat gun ik hem van harte. Zelfs het loflied op het fantastische informatiesysteem dat de vrije markt vormt, wil ik graag met hem delen. Maar ik raak het argumentatieve spoor bijster wanneer Hayek elk sprankje overheidsplanning als een totalitaire ontsporing beschrijft. Eigernlijk bestaat er voor hem op dit punt geen verschil tussen Keynes en Stalin, tussen Beveridge en Hitler."(225-226)

[Wanneer je het laatste vindt, waarom dan die welwillende formuleringen in het begin? Waarom nu niet van die opmerkingen zoals bij de Chicago Boys, zoiets als dat de Oostbloklanden het goed bedoelden bijvoorbeeld en in ieder geval geprobeerd hebben de ellende te voorkomen die binnen het kapitalisme zo gemakkelijk gecreëerd en genegeerd werd en wordt?]

[Waarom Hayek - een aartsconservatief met geen enkel gevoel voor solidariteit - gunnen dat hij gelijk kreeg en er daarbij ook zo gemakkelijk van uitgaan dát Hayek gelijk kreeg? Is dan zo duidelijk gebleken dat de socialistische planeconomie onmogelijk was? Werkte die dan slechter dan de vrije markt zoals we die decennia hebben mogen meemaken met al zijn crises en ellende? Ik betwijfel het.]

"Kun je werkelijk zo utopisch verblind zijn dat je niet onderkent hoe je volgens je eigen gecormuleerde criteria een abjecte positie [Hayek's houding tegenover Pinochet en de wreedheden in Chili] inneemt? Misschien is dat zo. Toch kan ik dat voor de intellectueel en moreel hoogstaande mens die Hayek volgens velen was, moeilijk geloven."(227)

[Opnieuw dat halfslachtige oordeel van Achterhuis. Hayek een intellectueel hoogstaand mens? Wat zei Achterhuis ook weer over Hayek's werken, in het begin van dit hoofdstuk. Hayek een moreel hoogstaand mens? Iemand die vol bewondering is voor een dictator, geen enkel gevoel van solidariteit heeft getoond met het volk, met de gewone mensen binnen het economische systeem. Natúúrlijk is het mogelijk om utopisch blind te zijn - wanneer je in een theoretische wereld blijft hangen waarin je de werkelijkheid hebt weggereduceerd ben je behoorlijk visueel gehandicapt. Een beetje meer morele verontwaardiging zou Achterhuis niet misstaan. Die is beter dan de psychologische verklaring die nu volgt en Hayek bijna berooft van zijn verantwoordelijkheid.]

De tweede neoliberale kampioen van de vrije markt is Milton Friedman, van wie Achterhuis zegt:

"Subtiliteit is hem vreemd, denkbeelden worden vaker geponeerd dan beargumenteerd, tegenstellingen worden liever in zwart-wit uitvergroot dan in grijstinten genuanceerd."(232)

Friedman is de man van deregulering en privatisering. In lijn met Rand had hij een utopische visie op de vrije markt. De neoliberalen kregen de kans om zijn theorieën in praktijk te brengen toen Pinochet met behulp van de Amerikaanse overheid en de CIA een staatsgreep kon plegen in Chili (1973) en met geweld een neoliberale economie kon opleggen aan de Chileense bevolking die daar alleen maar slechter van werd.

Een en ander is uitvoerig door Naomi Klein beschreven in The shock doctrine.

"Voor mij suggereert Klein hier te snel en gemakkelijk een directe samenzwering tussen de Chileense generaals en Milton Friedman."(246)

"Klein mag het aan de hand van de mooie titel van haar boek soms wat aandikken en uitvergroten, maar heeft in essentie gelijk: in Chili leerden de neoliberale revolutionairen de lessen van de shocktherapie die ze later op veel plaatsen in praktijk brachten."(248)

[Opvallend dat Klein - die als onderzoeksjournaliste vrijwel in alle crisishaarden interviews met betrokkenen heeft gehouden - hier door Achterhuis op zo'n neerbuigende manier wordt bekritiseerd. Maar hij komt wel op voor Friedman. Naomi Klein heeft naar Achterhuis' smaak blijkbaar te veel last van morele verontwaardiging en gevoelens van solidariteit ... Waarna hij in een volgend hoofdstuk over de neoliberale 'oplossingen' na de tsunami in Sri Lanka wel weer gebruik maakt van haar interviews. Werkelijk!]

Thema's

Hierna volgen nog wat thema's waarin de gevolgen van het vrije markt denken zichtbaar worden.

Zoals de privatisering en commercialisering van watervoorzieningen (door Boelens in detail geanalyseerd) die uiteraard gesteund wordt door IMF, World Bank, en zo verder waar men in de vrije markt gelooft.

"Belangrijk is dat politici en ingenieurs die vaak oprecht menen dat ze op een neutrale, wetenschappelijk verantwoorde wijze vormgeven aan het waterbeheer, niet onderkennen dat de vooronderstellingen van hun interventies van neoliberale, kapitalistische aard zijn."(259)

[Daar gaan we weer. Wat zijn we weer neutraal in ons oordeel. Die typische moderne angst om met het vingertje te wijzen, om te moraliserend gevonden te worden. Zijn die politici en wetenschappers niet verantwoordelijk voor hun eigen domheid dan? Want als je vandaag de dag nog niet ziet dat wetenschap niet neutraal is, dat waarden en context altijd meespelen, dan ben je niet erg slim bezig. En als je je eigen vooronderstellingen niet eens kent, heb je blijkbaar nooit de tijd genomen bij jezelf stil te staan. En daarvoor mag je best verantwoordelijk gesteld worden, vind ik.]

Daarna volgt een stuk over marktwerking in de zorg, waar neoliberalen ook zo gek op zijn. De realisering ervan is echter op allerlei manieren mislukt en gaat ten koste van de zorg, de zorgverleners en de patiënten.

Tot slot van dit deel het thema hebzucht en bonussen. Achterhuis schrijft over alle berichten hierover:

"Dit soort berichten brengt mij, hoewel ik ze bijna elke dag onder ogen krijg, toch telkens weer even van mijn stuk."(274)

[Goh, maar "even"? Blijkbaar want "morele verontwaardiging" mag natuurlijk niet van Achterhuis. Even verderop worden de hebzuchtigen door Achterhuis weer verlost van hun verantwoordelijkheid, refererend aan Niall Ferguson's The Ascent of Money:]

"Mensen die op de financiële markten werken, zijn volgens Ferguson geen hebzuchtige monsters. 'Financiële markten zijn als spiegels van de mensheid en ze laten ons elk uur van de dag zien hoe we onszelf en de hulpbronnen van de wereld om ons heen waarderen. Het is niet de schuld van de spiegel dat die onze tekortkomingen even goed weerkaatst als onze schoonheid.' Ik zou hieraan willen toevoegen dat deze spiegels onze tekortkomingen soms eerder uitvergroten dan weerkaatsen, maar dat doet aan de waarheid van de constatering van Ferguson weinig af."(275)

["We"? "Ons" IK krijg geen bonussen, IK ben niet hebzuchtig. En dan die metafoor die werkelijk nergens op slaat! Daar wordt zo maar even geconstateerd dat 'de mensheid' ('we') nu eenmaal hebzuchtig is en dat dat simpelweg zichtbaar wordt in die financiële markten. 'We' hebben het dus allemaal aan onszelf te danken zogezegd. Ja, hoor. Dit is nu zo'n voorbeeld van een simpel beroep op de menselijke natuur voor het afvlakken, het grijs maken van individuele verantwoordelijkheid voor keuzes. Dat blijkt ook weer uit Achterhuis' opmerkingen over Gordon Gekko's uitspraak 'Greed is good' uit de film Wall Street:]

"Gekko's woorden moeten daarom niet cynisch of negatief worden geïnterpreteerd, ze vormen de geloofsbelijdenis die miljoenen lezers van Atlas Shrugged in de context van het boek ongetwijfeld volmondig onderschrijven."(276)

[En zo kun je alles relativeren. Alleen klopt dit niet: het gegeven dat miljoenen mensen in een bepaalde benadering of visie geloven betekent niet dat die visie moreel deugt. Maar ja, dan moet je een moreel standpunt gaan beargumenteren voorbij dit simpele relativisme en dat doet Achterhuis met zijn huiver voor utopisch denken (lees: absolutistische neigingen) niet graag. Verderop weer die ergerlijke voorzichtigheid:]

"De veronderstelde hebzucht van bankiers en topmensen uit het bedrijfsleven, gekoppeld aan onze eigen betrokkenheid hierbij, roept zo een veelheid van vragen op."(277)

["Verondersteld"? "Onze eigen betrokkenheid"? Kom op, zeg. De kranten staan vol van voorbeelden van die hebzucht en daar ben IK niet bij betrokken. Het is volledig de verantwoordelijkheid van die hebzuchtige mensen zelf die het maar al te gemakkelijk vinden om miljoenen per jaar te verdienen met gebakken lucht.]

Verderop constateert Achterhuis dat een wetenschappelijke weerlegging niet meer voldoende is om de bonuscultuur uit de wereld te helpen. Vooral ook omdat het om meer dan hebzucht gaat: het is een 'mimetische begeerte' van mensen - we willen allemaal zo rijk zijn en zo'n glamourleven leiden als de mensen in de financiële wereld met hun Porsches en zo. Als iedereen iets doet voel je jezelf niet veranwoordelijk.

[Nee, maar dan bén je het nog wel. En - sorry dat ik niet mee doe - IK heb geen behoefte aan een Porsche en een glamourvol bestaan.]

Het is ook voor Achterhuis wel duidelijk dat men alle maat uit het oog verloren heeft.

"Dat laatste schijnt tot de bonuselite niet door te dringen. Toch lijkt mij het besef hiervan belangrijker dan de moralistische en absolute veroordeling van de hebzucht die nu vaak in de discussie over de bonussen de boventoon voert. De conclusie van de laatste film van Michael Moore, Capitalism: A Love Story, is mij dan ook veel te gemakzuchtig. De boodschap eruit is dat het kapitalisme als systeem van georganiseerde hebzucht niet kan worden hervormd. Het moet gewoon verdwijnen. Los van de gevaarlijke utopische aspecten van deze boodschap zou ik met Ben Knapen ... willen pleiten voor een kapitalisme dat maat houdt."(287)

Achterhuis is bijvoorbeeld tegen al die geheimzinnige en oncontroleerbare financiële producten uit de financiële wereld. En met de theoloog Niebuhr is hij van mening dat zelfregulatie voor die groepen niet werkt en dat overheidsregulatie nodig is.

[Ik ben het daar mee eens. Maar hoe kan Achterhuis dit anders rechtvaardigen dan door die moralistische veroordeling van de hebzucht waar hij zo tegen is? En zo gauw je overheidsregulatie gaat invoeren is het natuurlijk einde verhaal voor het neoliberalisme en het moderne kapitalisme. Ik begrijp al die angst niet voor morele keuzes en voor mensen die duidelijke standpunten innemen. Het belangrijkste is om grenzen vast te stellen in je analyses. ]

(293) Epiloog - Noch markt, noch staat

Zoals Achterhuis zelf zegt wilde hij zich niet de op verandering gerichte stelling van Marx eigen maken: de filosofen hebben tot nu toe de wereld alleen maar verschillend geïnterpreteerd, het komt er op aan haar te veranderen.

"Daarvoor was ik in de loop der jaren te zeer doordrongen geraakt van het gevaar van utopisch activisme, zowel van linker- als van rechterzijde. Net als Hayek meen ik ook geen conservatief te zijn, maar ik heb wel ontdekt dat veel van ons menselijk erfgoed en veel van de omheinende instituties die wij in de afgelopen eeuwen hebben gecreëerd, het verdienen om te worden verdedigd tegen 'de neoliberale tsunami'. Het duurde lang voordat ik de ware utopische aard van het neoliberalisme geheel onderkende."(295)

"Maar terwijl ik werkte aan De utopie van de vrije markt ontdekte ik tot mijn verbazing en schrik, gemengd met woede over mijn eigen blindheid, dat ik me toch weer enigszins liet inpakken door de utopie die ik onderzocht. En dat liet ik gebeuren terwijl het neoliberalisme zijn beloften nog minder bleek te hebben waargemaakt dan ik had verondersteld. Het feit dat ik er ondanks mijn kritiek toch in bleef geloven, laat zien hoe overtuigend en krachtig de neoliberale utopie heeft gewerkt en nog werkt."(296)

[Nee, dat is maar een kant van het verhaal, het laat net zo goed een heleboel zien over Hans Achterhuis die zich wel wat meer dan "enigszins" liet inpakken. En dat de cijfers laten zien hoe slecht de resultaten zijn onder neoliberale vrije markten is niet eens zo belangrijk. De kijk op mensen die in dat soort visies zit, maakt toch al duidelijk dat het neoliberale denken desatreuze gevolgen moet hebben voor een samenleving. Het is toch niet moeilijk te zien dat hebzucht en egoïsme als leidraad niet werken wanneer mensen met elkaar willen samenleven omdat dan het recht van de sterkste gaat bepalen wat er gebeurt: wat betekent dat er een rijke en machtige elite ontstaat die met gemak een heel grote meerderheid van mensen opoffert.]

"Er is dringend behoefte aan nieuwe aansprekende maatschappijbeelden en aan overtuigende morele en politieke idealen. Het zal duidelijk zijn geworden dat deze niet van de traditionele utopische snit kunnen zijn."(299)

[Dat weet ik nog zo net niet. Wat is er mis met zoiets als het aloude 'respect hebben voor mensen' en 'solidariteit' en 'delen'? En, inderdaad, ook 'zelfbeheersing' en 'maatgevoel' en 'rechtvaardigheid', waarden die al door Plato verdedigd werden.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek