>>>  Laatst gewijzigd: 24 juli 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Utopie en bevrijding

Voorkant Bloch 'Geist der Utopie' Ernst BLOCH
Geist der Utopie
München und Leipzig: Verlag Von Duncker & Humblot, 1918; facsimile 1971 Suhrkamp Verlag; Band 3 der Gesamtausgabe der Werke Ernst Bloch in sechzehn Bänden, 445 blzn.)

[Ik las de eerste editie van dit boek van 1918 in het Duits. Een herziene editie verscheen in 1923. De Engelse vertaling van die laatste editie zegt op zijn achterflap:]

[The Spirit of Utopia is one of the great historic books from the beginning of the century, but it is not an obsolete one. In its style of thinking, a peculiar amalgam of biblical, Marxist, and Expressionist turns, in its analytical skills deeply informed by Simmel, taking its information from both Hegel and Schopenhauer for the groundwork of its metaphysics of music but consistently interpreting the cultural legacy in the light of a certain Marxism, Bloch's The Spirit of Utopia is a unique attempt ro rethink the history of Western civilizations as a process of revolutionary disruptions and to reread the artworks, religions, and philosophies of this tradition as incentives to continue disrupting.
The alliance between messianism and Marxism, which was proclaimed in this book for the first time with epic breadth, has met with more critique than acclaim. The expressive and baroque diction of the book was considered as offensive as its stubborn disregard for the limits of 'disciplines'. Yet there is hardly a 'discipline' that didn't adopt, however unknowingly, some of Bloch's insights, and his pro­vocative associations often proved more productive than the statistical account of social shifts.]

[Dat laatste moge zo zijn, maar dat geldt zeker niet voor dit boek. Ik kan me niet voorstellen dat dit boek op wie dan ook enige invloed gehad heeft, want het is voor het grootste deel totaal onleesbaar geklets. Ik weet niet onder welke invloed de schrijver van de achterflaptekst verkeerde, maar wat daar gepresenteerd wordt als zo fantastisch positief, is precies waarom ik het boek zo slecht vind: het is een mengelmoes van religie, christendom en socialisme, het verwart Marxisme met messianisme, en zo verder. Verder heeft het boek allerlei thema's die weinig met elkaar te maken hebben, is het slecht georganiseerd en nog slechter geschreven. Het boek is terecht bekritiseerd. Woorden als 'utopisch' en 'utopie' komen in de tekst wel voor, maar worden gewoon in hun alledaagse betekenis van gedroomd, verlangd, toekomstdroom gebruikt. Ik heb geen theoretische uitwerking gevonden van het begrip 'utopie', ook niet toen ik door de Engelse vertaling van 1923 op die woorden zocht. De titel van het boek is dus ook al fout: het gaat helemaal niet over de utopie.]

(9) Absicht

Met een verwijzing naar WO I, al gebeurt dat niet met zo veel woorden. Dat soort oorlogsellende ontstaat omdat een visie ontbreekt, een "utopisch prinzipiellen Begriff"(9). Het is volgens Bloch nodig om zo'n richtlijn te vinden, zo'n doel waarvoor men kan leven, waarvoor men orde op zaken wil stellen.

[Helemaal waar. Maar dit boek levert geen bijdrage aan een fundamenteel onderzoek naar utopisch denken. Het blijkt uiteindelijk terug te grijpen op christelijke eschatologie en een veranderde rol van de kerk.]

(13) Ein alter Krug

Gezien als een voorwerp waarin een hele cultuur terecht is gekomen.

[Dat artefacten een hele cultuur vertegenwoordigen is zeker waar, maar dit is een vaag stuk en ook nog eens met een heimwee naar het verleden waaraan niemand iets heeft..]

(18) Die Erzeugung des Ornaments

Over ambachtelijk werk tegenover industrieel werk (de 'nieuwe strengheid'). De machine die "Phantasiemord"(20) pleegt is een kapitalistische uitvinding: ze is ontworpen voor de massaproductie en grote winsten, en echt niet om de menselijke arbeid te verlichten.

[Ontzettend veel woorden om kritiek te hebben op door machines gefabriceerde producten en de saaiheid ervan. Het is echt de stijl van toen: veel woorden, lange zinnen, weinig de vraag in het hoofd 'waarom schrijf ik dit eigenlijk?' Het antwoord is een verdediging van de kunstvorm en de stijl zoals die door ambachtelijk werk gecreëerd werden, opnieuw vanuit een heimwee naar het verleden. Niets over de utopie, helaas.]

"Man irrt, wenn man sozialistizscherseits das Industrievolk als allein wesentlich festsetzt und gleichsam verewigt."(20)

[Je merkt aan dit soort uitspraken dat Bloch niet zonder meer mee gaat in de dogma's van het marxisme en het communisme. Dat is prima, maar juist dit soort interessante kritische opmerkingen worden niet uitgewerkt in het vervolg.]

(54) Der Komische Held

Over Don Quichote als de dromer bij uitstek. Over de tragische mens en over de tragedie.

(78) Philosophie der Musik

Is precies dat en meer niet.

(235) Über die Gedankatmosphäre dieser Zeit

Over het teloor gaan van de 'Duitse mens' door de oorlog, de mentaliteit van de Pruisen, de bekrompen commercie, en het oppervlakkige amusement. Dat wil zeggen: de 'Duitse mens' zoals beschreven en uitgedragen door de vroegere Duitse filosofen en kunstenaars zoals de dichter Stephan George. Maar niet door de theosofie van Steiner of andere occulte bewegingen; niet door de 'moderne filosofen' die nu de leerstoelen aan de universiteiten bekleden; niet door de experimentele psychologie; niet door filosofen als Lask, Simmel, Rickert, Husserl, Bergson, Hartmann - dus de complete stromingen neokantianisme, fenomenologie, levensfilosofie, materialisme; niet door religie en kerk; Nietzsche deugt maar half, geloof ik. Kant is goed en Hegel is met name goed.

[Dit doet allemaal erg denken aan Nietzsches kritiek op de 'Bildungsphilister'. Alleen is Bloch irritant arrogant: op alles en iedereen lopen schelden is zo gemakkelijk. Bovendien schrijft Nietzsche beter: Blochs taalgebruik is onbeheerst, cynisch, veel te veel woorden. Dat Hegel zijn leidraad is, is niet zo raar voor een zelfbenoemd marxist. Maar wat hij nu eigenlijk wil beweren met die woordenbrei is mij een raadsel. Hoe ontzettend helder is Mannheim vergeleken met dit geleuter.]

(343) Die Gestalt der unkonstruierbaren Frage

[Veel religieus of theologisch gezever in weer eens een bijzonder vaag taalgebruik. Is Bloch werkelijk een marxist? Ik merk niets van marxisme of socialisme. Het is eerder metafysica en dan nog slechte metafysica ook. Je kunt werkelijk bij elke zin de vraag stellen wat hij nu eigenlijk bedoelt te zeggen.]

(391) Karl Marx, der Tod und die Apokalypse

Begint met een stuk onder de kop 'Der sozialistische Gedanke'.

[Is dat de gedachte dat de oorlog, WO I dus, uitsluitend economische oorzaken en motieven kent? Het blijft volkomen onduidelijk. Marx en het socialisme worden wel genoemd, er wordt een beeld geschetst van een wereld waarin materiële behoeften vervuld zijn, maar juist in die ideale wereld zouden nog steeds het chistendom en de kerk belangrijk zijn? Het is volkomen vaag allemaal.]

Het volgende stuk gaat over 'de dood, over zielsverhuizing, over de apocalyps en over het probleem van de echte sociale en culturele ideologie'.

[Weer eindeloos veel religieus geklets.]

Dan een stuk 'Gestalten der universalen Selbstbegegnung oder Eschatologie'.

[Ook hier weer een vermenging van wat socialistische gedachten met christelijke theologie. Het citaat maakt dat duidelijk en laat ook zien wat voor een verschrikkelijk taalgebruik Bloch in dit boek heeft.]

"Es kam das rastlose um sich greifen, das für sich Arbeitenlassen und Ersetzen durch mechanische Kräfte. Es wird noch kommen die dadurch geschehene Entlastung der Menschen mittelst der Technik, und ihre nicht mehr aufzuhaltende Segnung des Lebens, nämlich die mögliche Abschaffung der Armut und die durch das revolutionäre Proletariat erzwungene Entlastung der Menschen von den Fragen der Ökonomik. Es kommt weiterhin die fortschreitende und nicht nur kolonialpolitisch festgelegte Einbeziehung fremder Gesittungen und Phänomenologien in einen gemeinsamen Blickpunkt, gemäß den alten Absichten des Missionsgedankens. Es kommt die nicht mehr zu vereitelnde föderative Annäherung der Staaten selbst, damit die Verschwendung der abgeschlossenen Kulturen aufhöre und der heilige Mitmensch, der universelle Christus geboren werde. Es kommt schließlich der alles Innerliche, Stille, Irrationale des Menschenlebens neu pointierende Wiederaufbau der Kirche als der Erziehungs- und metaphysisch zentralisierende Heilsanstalt überhaupt."(432)

[In de Engelse vertaling van de 1923-editie zien we dit nog steeds met wat wijzigingen die meer gericht zijn op verduidelijking dan op herziening. Wel opvallend: Christus wordt moraal, dat is dus wat minder religieus geformuleerd.]

"For then came the tireless expansion, the automatic operation, and our relentless attendance by mechanical power. There will still come the in­evitable emancipation of humanity by technology, and its now irresistible consecration of life, namely the potential abolition of poverty and the emancipation, compelled by the revolutionary proletariat, from all questions of economics. There will also come a progressive and not strictly imperialistic inclusion of other cultures and phenomenologies into one common viewpoint, in accordance with the ancient missionary program. There will come a federative gathering of the nations themselves that can no longer be thwarted, the parallax of a distant star, the multiversum of a universal republic, so that the waste of isolated cultures will cease, and our fellow human being, who is meant by the word 'morality', can also be born. There will finally come the rebirth of a church with no poleis and infused with the paraclete, summoning anew something fraternal within a human lifetime, preserving anew the fire signals and unity signals of human fellow-travellership, spiritual confederation."(267-268)

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek