>>>  Laatst gewijzigd: 15 mei 2019  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Maatschappijvisies

Voorkant Bowles 'Capitalism' Paul BOWLES
Capitalism
Harlow etc.: Pearson Longman, 2007; ISBN-13: 978 05 8250 6091; 202 blzn.

[Een boekje uit zo'n serie met niet al te omvangrijke inleidingen op en overzichten bij bepaalde thema's. Deze Britse serie: Short Histories of Big Ideas. Het geeft allereerst een beknopte tijdlijn en een wie-is-wie.]

[Bowles geeft in redelijk kort bestek een goed en tamelijk objectief overzicht van wat het kapitalisme is, van hoe het zich ontwikkelde, en van wat voorstanders en tegenstanders over het kapitalisme en globalisering naar voren brengen. Zijn uiteindelijke conclusie is kritisch over het kapitalisme.]

(1) Chapter 1 - How to think about capitalism

Kapitalisme bestaat in heel verschillende vormen. Hoewel we er elke dag mee te maken hebben, is niet bij voorbaat duidelijk hoe het kapitalisme werkt. Bovendien wordt het woord - vanwege de negatieve associaties ermee - vaak vermeden en wordt er bijvoorbeeld gesproken van 'vrije markt economie'. Verder blijft de werking van het economisch systeem normaalgesproken onzichtbaar: alle aandacht gaat uit naar producten en wat wij er aan hebben, onzichtbaar blijft hoe die producten in de wereld gekomen zijn.

"If we did think of goods as the outputs of processes involving people, we might be inclined to ask who these people are, under what conditions do they work, and what are the environmental consequences of producing these goods. In general, capitalist societies do not encourage us to ask these types of questions. (...) Capitalism simply finds it necessary – and easier – to bombard us with glossy images of satisfied consumers rather than to encourage us to dwell on production conditions and consequences."(4)

Bowles behandelt drie vragen vanuit drie perspectieven: een abstract, een normatief en een historisch perspectief.

"Firstly, what is capitalism and how does it function in an abstract way? That is, to identify the constants, the defining characteristics, of capitalism, and what they imply about the way capitalism operates. Secondly, why is it that capitalism generates such passion both for and against, to the extent that mere mention of the term is often avoided? That is, to examine the case for capitalism as a form of social and economic organization and to analyse why others view it as a form of organization which must be replaced. Thirdly, what are the variations of capitalism over time and space?"(5)

Kenmerken

De eerste vraag - wat is kapitalisme? welke zijn de kenmerken van een kapitalistisch systeem? - wordt in dit hoofdstuk behandeld. Bowles start met een simpele definitie die weinig discussie oproept:

"To start with the easy part, capitalism is a system for organizing production which is based upon the institutions of private property and the market, and which relies upon the pursuit of private profit as its driving force."(8)

'Privé-bezit' staat echter voor complexe zaken. Het is bijvoorbeeld helemaal niet zo duidelijk wie de eigenaar van een fabriek is. De directeuren? De aandeelhouders? Een en ander hangt ook van de grootte van het bedrijf af. 'Private ownership' alleen maakt in de visie van velen nog geen kapitalisme. Er is meer nodig.

Ook het begrip 'markt' heeft zo zijn geschiedenis. Er was altijd al wel een kopen en verkopen van goederen. Dat gebeurde zelfs in de Oudheid al over grote afstanden. Er wordt echter pas van kapitalisme gesproken als er ook sprake is van een arbeidsmarkt. En die ontwikkelde zich pas vanaf de 16e eeuw, het eerst in Engeland door de 'enclosure movement'.

Ook het idee 'winst maken' kwam pas vanaf de 16e eeuw op, toen daar niet meer op neergekeken werd (invloeden van het Protestantisme volgens Weber). Dat werd de drijvende kracht achter veel van de dynamiek van het kapitalisme.

Ontwikkeling in grote lijnen

Die verliep van feudalisme naar 'merchant capitalism' naar industrieel kapitalisme naar financieel kapitalisme.

"This periodization of capitalism – from merchant to industrial to financial capitalism, based on identifying which type of capitalist activity is dominant – is useful as a way of viewing the long-term development of capitalism."(15)

Er kan ook globaal onderscheiden worden in concurrentie-kapitalisme (veel kleinere bedrijven met weinig marktaandeel) en monopolie-kapitalisme (grote internationale bedrijven met een groot marktaandeel).

"The analysis of 'monopoly capitalism' was particularly popular in Marxist circles in the 1950s and 1960s but also resonates with non-Marxist writers such as Harvard economist J.K. Galbraith. His The New Industrial State (1967) described the rise of a 'technostructure' with its penchant for planning and control. And, of course, there are many contemporary analyses which stress the power of multinational corporations, with David Korten's (1995) analysis of the present as an era of 'corporate rule' and Naomi Klein's (2000) examination of the 'brand bullies' in No Logo being two examples. In these analyses, 'corporate capitalism' is the subject of inquiry with the emphasis being on the control and power which large corporations exercise within capitalist societies."(16-17)

Andere mensen beschrijven de ontwikkelingen naar de rol die technologie speelt. Het perspectief is bepalend voor hoe je ontwikkeling van het kapitalisme in grote lijnen ziet. Samengevat:

"Ways of looking at capitalism over time
1 By dominant activity – from merchant to industrial to financial capitalism.
2 By the nature of the market – from competitive to monopoly capitalism.
3 By firm ownership – from owner to managerial capitalism.
4 By technology and social regulation – mass production (Fordism) to flexible production (post-Fordism).
5 By technology and culture – mass production (modern) to consumerist late capitalism (postmodern)."(20)

(23) Chapter 2 - Capitalism as a system: 'natural' and 'free'

In dit hoofdstuk komen vooral de voorstanders van het kapitalisme aan het woord.

Met name Westerse politici koppelen de vrije handel en de vrije markt aan vrijheid van mensen als zodanig. Ze baseren zich dus op een bepaald mensbeeld, niet veel anders dan dat van Adam Smith (1723-1790) die competitie en eigenbelang als iets van de menselijke natuur zag. Het is een poging om het idee van een vrije markt universeel te maken.

"Advocates of 'free market' capitalism regard it as a system, at the abstract level, which is 'natural' and which constitutes an integral part of human 'freedom'."(23)

Vanuit zo'n visie is een beperking van de vrije markt (bijvoorbeeld door overheidsregulatie) een beperking van de menselijk vrijheid en iets wat tegen de menselijke natuur indruist. Mensen willen niet aan regels onderworpen zijn die door anderen opgelegd worden, is het ideevan de voorstanders.

"Thus, attempts to limit the operations of the market in many countries, such as those which occurred in the countries of the former communist bloc, simply resulted in the rise of 'black' or 'grey' market activity; that is, in market exchange which was not officially sanctioned by the state. Attempts to suppress the market in any significant degree could not work in the long run, since human nature would always find an avenue to escape the shackles of any state-imposed restrictions."(26)

De vrije markt werkt het best

Milton Friedman (1912-2006) (die de Chicago School voor economisch denken vestigde) benadrukt dat idee van 'vrije keuze op een vrije markt' nog veel sterker.

"This position, that free markets constitute human freedom and that all forms of voluntary exchange should not only be tolerated but encouraged, has found resonance in many policies introduced by conservative governments throughout the world."(29)

"Are there exceptions to this rule? If 'goods' such as pornography, guns, drugs, human organs, private armies and weapons of mass destruction are not freely available for sale, is freedom reduced? Advocates of the 'free market' have had difficulty with this question."(29)

"Prosperity and social progress is brought about, not by the deliberate interventions of policy-makers seeking to promote social welfare, but as the unintended outcome of decentralized decisions driven by self-interest. This analysis leads to a simple but powerful conclusion: capitalism is a system capable of maximizing social welfare while minimizing government intervention. If the market is left to operate freely then this will lead to better, albeit unintended, social outcomes than even the best-intentioned interventions of governments seeking to impose their preferred outcomes."(30)

Aldus het geloof van kapitalisten. De vrije markt gaat samen met privé-bezit. Ondanks alle mooie woorden van John Locke en Adam Smith over de juistheid en rechtvaardigheid ervan blijkt privé-bezit historisch gezien echter meer samen te gaan met diefstal en dwang, zegt Bowles. En de staat wordt door de voorstanders binnen dit kader vaak alleen maar nodig gevonden om dat privé-bezit te beschermen.

"This is the role that the state should play under capitalism: as an enforcer of the rules of private property. (...) The importance of a state-run, well-functioning legal system is therefore critical to the successful operation of a capitalist system."(34-35)

[De staat legitimeert - moet je dus concluderen - die diefstal en dwang via haar wettelijke systeem.]

Kapitalistische productie en distributie van goederen werkt het best en is innovatief

Een ander argument voor het kapitalisme is dat het de coördinatie van productie en distributie van goederen het beste regelt: de vrije markt zorgt daarvoor en zorgt automatisch voor een balans en de juiste prijs.

"The main problems which arise at the level of the economy as a whole – inflation and unemployment, for example – are viewed as being primarily the result of destabilizing government policies: excess money creation in the case of inflation, and institutional frictions such as minimum wages and pro-trade union bargaining legislation in the case of unemployment. Provided that governments adhere to strict monetary discipline and encourage flexibility in all other markets, the capitalist system can be expected to perform well. This has been the central policy position of proponents of capitalism and has been enshrined in the policy advice given by international organizations, such as the IMF and the World Bank, to all comers. The basic argument here is that the capitalist system is inherently self-adjusting and stable."(37)

Planeconomieën - waarbij de staat vraag en aanbod via planning op elkaar afstemt, zoals indertijd in de Oostbloklanden - redden het niet. Het kapitalisme doet dat beter, aldus de voorstanders ervan.

"As it happened, it could not be handled and the demise of the centrally planned system from the mid-1980s onwards led to the reassertion that only the market could solve the coordination problem in complex economies."(37)

[Ik vraag me nog steeds af of die stelling nu werkelijk klopt. Ik vind het zo'n simpele constatering. Was het nu werkelijk die planning waar het mis ging? Of ging het mis door het isolement dat de Koude Oorlog en het Westerse imperialisme aan deze landen oplegde? En wat met andere aspecten aan het systeem? Misschien was er wel veel minder verspilling dan in het kapitalisme, misschien waren de sociale voorzieningen voor werkende vrouwen wel veel beter dan in het Westen. En zo verder. Ik wil er meer over weten. Ik las alleen maar ongenuanceerde Westerse weergaven tot dusver. 'De feiten' die daar opgevoerd worden zijn zo sterk ideologisch gekleurd dat weer eens duidelijk wordt dat wetenschap maar al te gemakkelijk waardengebonden is. Oostblok-weergaven zijn niet beter, lijkt me, te defensief. Zijn er wat onafhankelijker onderzoeken?

Een laatste argument voor het kapitalisme is dat het de innovatie bevordert.

Vragen en twijfels

Wat voor vragen zijn er - ondanks het enthousiasme ervoor bij mensen als Friedman en Fukuyama - te stellen aan dat kapitalisme?

"What does capitalism, defined as a form of economic organization in this way, imply about the political sphere, about social justice, about the environment? What can be deduced, if anything, about the wider characteristics of the capitalist system?"(42)

Zo is er geen directe samenhang tussen kapitalisme en politieke vrijheid of democratie. Kapitalisme werd net zo goed aangehangen in dictaturen als in reprentatieve democratieën. Kapitalisme wil een zo klein mogelijk overheid - zie bijvoorbeeld Friedrich von Hayek (1899-1992).

"The argument that 'capitalism brings political freedom' remains unproved."(47)

Een ander punt dat eerder genoemd werd: het gaat bij democratie om veel meer dan alleen maar stemrecht.

"The definition of political freedom provided above, and incorporating democratic elections, is typically referred to as procedural or representative democracy. Substantive democracy, however, refers to a wider set of practices, including social rights (for genders, groups and classes), which translate into an equitable distribution of wealth and opportunities. This definition of democracy may also include the exercise of democracy in the workplace (or economic democracy). Typically, substantive and economic democracy are not the topics of analysis, and the relationship between capitalism and representative democracy has occupied the bulk of debate."(42)

Kapitalisme leidt ook niet vanzelf tot een rechtvaardige samenleving, zoals de voorstanders ervan zeggen. Ze beweren dat op basis van het idee dat individuen voor de markt allemaal gelijk zijn en dat de markt blind is voor degenen die er opereren als producent of consument. Klasse, sekse, ras zijn niet belangrijk. Maar ze vinden tegelijkertijd dat inkomensongelijkheid normaal is en dat de overheid daar niet in mag ingrijpen.

[De markt is met andere woorden helemaal niet blind en klasse, sekse, ras spelen een enorme rol in iemands kansen op die markt. De vrije markt leidt tot een enorme inkomenskloof tussen rijk en arm.]

"If incomes are unequally distributed then this is because some individuals work harder and/or consumers value their services more highly than those of others. Thus, to protect the right to earn the fruits of one’s own labour and to permit the allocative function of a labour market, inequalities in outcomes should be regarded as both just and necessary."(48)

[Hoezo "their own labour"? Correctie: omdat sommige individuen andere mensen harder laten werken en daar de vruchten van plukken.]

"These arguments, while largely regarded as ill-founded, and even extreme, in the advanced capitalist countries in the decades after 1945, have recently found more resonance as a more conservative ideology has taken hold. For example, rates of taxation on high income earners have been cut substantially in many of the advanced capitalist economies in order, it is argued, to provide incentives for the rich to work harder. There have been proposals in some countries for 'flat taxes', i.e. for a proportional income tax rate (and even for lump sum taxes, such as the UK tried with a poll tax). Certainly, the direction in which taxes have been moving in the advanced capitalist countries since the mid-1980s has been away from progressive income taxes and towards more regressive sales taxes (like GST and VAT) where the poor pay higher proportions of their incomes in taxes than the rich. Such a trend has been promoted as both desirable and necessary for the improvement of the workings of the capitalist system."(49)

Dat kapitalisme - vooral ook wanneer de 'commons' als drinkwater, visgronden geprivatiseerd worden - als vanzelf zal leiden tot een beter milieu - omdat grondstoffen zo efficiënt mogelijk gebruikt zullen worden of nieuwe producten verzonnen zullen worden bv. - valt ook te betwijfelen.

"One of the characteristics of any analysis of capitalism is that it generates passion. That passion is evident in the normative assessments made of capitalism by its supporters. It is also evident in the assessments of its critics, and there are a host of reasons why capitalism can be seen as anything but 'natural' and 'free', as Chapter 3 will explain."(52)

(55) Chapter 3 - Capitalism as a system: 'unjust' and 'unstable'

In dit hoofdstuk komen degenen aan het woord die het kapitalisme bekritiseren.

"For critics, capitalism, far from representing the 'triumph of the individual' as the pro-capitalist writers surveyed in the previous chapter argue, represents 'triumph over the individual'. According to a whole range of critics, capitalism subverts the individual’s needs and aspirations to the demands of an economic system which is controlled by, and works in the interests of, a few. It is individuals – and the natural environment – which continually adjust to the demands of a profit-driven system and not the other way round. Capitalism does not 'free' individuals but constrains the majority to work according to the dictates of a system over which it has no control.
For some critics this means that capitalism, as an economic system, must be reformed, managed or controlled to keep its destructive powers in check. The range of the market, the inviolable right to private property and the profit motive must all be harnessed, and sometimes restrained, by conscious intervention to promote the social good. For other, more radical, critics, it means that capitalism must be replaced by a different type of economic system, one which is not premised on the dominance of the market, private property and the profit motive.
To reformist and radical critics alike the capitalist system is unjust and unstable. To this, recent critics have added the charge that it is unsustainable, not just socially because of the inequality which it generates, but also environmentally."(55-56)

Het meest opvallende kenmerk aan het huidige economische systeem - de ongelijke verdeling van de welvaart en de schaarste; rijkdom bij een kleine elite, armoede bij een grote massa - is al vroeg bekritiseerd. Bijvoorbeeld door John Stuart Mill in de 19e eeuw. Kern van die kritiek is dat er een omgekeerde relatie bestaat tussen werken en beloning. Kapitalisme is een beloning voor niets doen. De mensen die het hardst werken, verdienen het minst. Mensen die niet werken zijn het rijkst, bijvoorbeeld door speculatie, erfenissen, en zo verder. Een oplossing die dan ook altijd wordt voorgesteld is een belasting op vermogen, op erfenissen. Voiorheen werd die toegepaqst, op het moment weer niet. De ongelijkheid is er nog steeds.

Instabiliteit

Een ander opvallend kernmerk is de instabiliteit van dit economisch systeem: crises en depressies komen regelmatig voor. Kapitalisten wijten dat aan de regulatie door overheden en vakbonden waardoor de lonen kunstmatig hoog blijven. Maar iemand als John Maynard Keynes heeft laten zien dat dat er niets mee te maken heeft: ook bij stabiele lagere lonen, kon de werkloosheid enorm oplopen. Volgens Keynes moesten de oorzaken eerder gezocht worden in de afhankelijkheid van privé-investeringen die weer afhangen van een irrationeel gegeven als het vertrouwen van individuen in de toekomst. Regulatie door de staat kon een tegenwicht bieden aan die irrationele factoren. Dat werd drie decennia na 1945 met veel succes gedaan: de welvaartstaat ontstond.

Inmiddels liggen de oorzaken van instabiliteit meer in de rol die financiële markten spelen: het casino-kapitalisme is ontstaan.

"Or so its critics say, referring to the gambling mentality that leads to wild swings in the values of stock markets and currencies. In the wake of these wild swings, the lives of workers and ordinary people are disrupted and damaged, as the Asian crisis in 1997 demonstrated. To prevent the destabilizing excesses of international financial markets, various proposals have been made to tame the markets. The most famous of these is the 'Tobin tax'."(60-61)

Dat is een belasting op financiële transacties.

"These critiques of the inequality and instability arising from capitalism have pointed to the need for strong state interventions in the 'free market' to correct these outcomes. A more radical conclusion – that of replacing capitalism with an alternative form of economic organization – has been advanced by those influenced by the Marxist analysis of capitalism."(61)

Marx en Engels

Marx en Engels zagen het kapitalistische economisch systeem niet als iets natuurlijks, maar als iets van een bepaalde historische periode. Bovendien was het een systeem met allerlei interne spanningen. Zo waren de belangen van de bezitters van het kapitaal en de productiemiddelen en de belangen van de bezitters van de arbeidskracht tegengesteld en was er sprake van een klassenmaatschappij waarin de kapitlaistische klasse de werkende klasse uitbuitte.

"Capitalism is a structure of 'unfreedom'. Workers are not, as in the Friedman analysis, 'free to choose' but are destined only to fill roles as wage earners; workers, having only their capacity to labour to sell, have no choice but to sell it. The capitalist system does not work for their benefit but workers are incorporated into it as essential, yet expendable, elements. The individual does not matter in the capitalist system; he or she can be hired and fired as necessary. The individual’s concerns, material or otherwise, are of interest to the capitalist only to the extent that they impinge upon the employee’s capacity to labour. All that matters is that workers, as a class, are available to meet the requirements of profit-seeking production when, if, and how required. The worker, under capitalism, is needed to sell his or her capacity to labour."(65)

Een ander themas in hun denken is dat van de vervreemding: de arbeider is vervreemd omdat hij geen controle heeft over wat hij met zijn werk produceert. Het idee is bijvoorbeeld uitgewerkt door Frank Stilwell (2000) en David Gordon.

"Capitalism’s message to its workers, as emblazoned on placards at anti-globalization protests, is to "work, consume, be silent, die". Faced with this message, and being alienated from their labour, many seek meaning and identity through other activities such as religion (the 'opium of the masses' in Marx's phrase), consumerism, drugs or sport. The pursuit of personal freedom and human solidarity is denied by capitalist control of the economic organization of society and so has to be found outside the production arena."(67)

Verspilling

Het kapitalisme gebruikt de natuurlijke bronnen helemaal verkeerd: ze worden ingezet voor 'private profit' en niet voor 'social needs'. Verspilling, vernieitiging van de natuur, en armoede zijn het gevolg.

"Capitalism is simply unable to put resources to their full use, even where demonstrable needs exist, because resources are deployed for the pursuit of private profit and not for the satisfaction of social needs. As a result, unemployed construction workers coexist with homeless people. Some parts of the world produce huge food surpluses and farms go bankrupt while hundreds of millions in other parts of the world are chronically undernourished; according to the United Nations 30 per cent of all children under the age of five in sub-Saharan Africa are underweight, 48 per cent in South-Central Asia and 19 per cent in Western Asia. Furthermore, in the US, the richest country that the world has ever seen, 41 per cent of children below the age of six grow up living in or near poverty. Capitalism is unable to address these contradictions; its inner logic of profitmaking makes the logic of using resources to meet social needs unworkable."(68-69)

"Recent critics of capitalism have added to the list of its inadequacies environmental destruction and ecological unsustainability."(71)

"According to this view, it is the driving forceof profits and the need to expand, together with capitalism’s maldistribution of world income, that produce widespread poverty in developing countries, which is to blame for environmental destruction. Monoculture farming practices, genetically modified foods, the destruction of virgin habitats, pollution, and poverty-induced land degradation can all be laid at the door of capitalism’s insatiable desire for profits. Capitalism, proclaimed as 'natural' by its proponents, is in fact 'anti-Nature'."(72)

Daarnaast leidt het kapitalisme tot een patriarchale samenleving waarin vrouwen achtergesteld worden. En zelfs daar waar vrouwen in het Westen steeds meer deel uitmaken van het arbeidsproces, zie je dat dat zo werkt: het zijn nu buitenlandse vrouwen die voor de kinderen zorgen en het huishouden doen. Het kapitalisme heeft in essentie geen oplossing voor de noodzaak voor kinderen, ouderen, zwakkeren te zorgen. Steeds blijken deze taken in de schoenen van vrouwen geschoven te worden.

Tot slot een paragraaf over der mogeljke rol van de staat.

"For reformist critics of capitalism, capturing the state offers the possibility of managing capitalism to produce more economically and socially desirable outcomes. For radical critics, however, the state under capitalism is not a vehicle which can bring long-term social transformation. Scepticism over the claims for the state’s transformative role arises from an analysis of both its general and specific actions, actions which demonstrate the state’s role in upholding capitalism."(80)

"For radical critics, what is required is not a managed capitalism with the capitalist state smoothing capitalism’s rough edges where possible but enforcing its logic when necessary. Rather, a radical social transformation is needed to bring about an alternative system of economic organization which empowers individuals and societies – an alternative based on individual liberty, collective solidarity and substantive democracy; an alternative to the subjugation of individuals and societies to the rapacious demands of capitalism. This is a quite different normative assessment of capitalism, as an abstract system, to that presented in Chapter 2."(85)

(89) Chapter 4 - Empire and crises 1870–1945

Nu volgen er drie historische hoofdstukken.

Vóór 1870 is van belang dat de globale wereld door de ontdekkingsreizen bekender werd. Die ontdekkingsreizen waren mogelijk door nieuwe technische middelen: betere scheepsbouw, het kompas, e.d. Kolonialisering en plundering van nieuwe werelden maakte de bovenlaag in Europa rijker en rijker. Dat werd de klasse met het kapitaal om te investeren.

"Feudal structures broke down and the capitalist class was instrumental in shaping the state and state policy in its interests from extending the franchise, to regulations on commerce and the repression of workers’ attempts to organize."(90)

Het begin van de industrialisatie vindt in de UK plaats door:
--de 'enclosure movement' = 'the removal of the peasants from the land';
--het enorme aanbod aan arbeidskrachten dat daarvan het gevolg was;
--nieuwe technische middelen als stoommachines.

Het kapitalisme ging altijd al gepaard met crises. De eerste grote crisis was die van 1873-1890 met banken die omvielen, financiële markten die instortten, en zo verder. De aanpak van zo'n crisis bestond eerste helft 19e eeuw uit kartelvorming - waarin industriële en financiële belangen samenwerkten - en imperialisme / kolonialisme (in combinatie met nationalisme, militarisme, racisme en religieus dogmatisme), op zoek naar nieuwe hulpbronnen en afzetmarkten, vooral in Azië en Afrika.

[Dat klinkt precies als de huidige crisis. Alleen praten wij over corporatisme en globalisering en hebben we de ICT om dat alles supersnel voor elkaar te laten werken.]

"Colonialism is one specific form of imperialism which describes the situation in which the imperial power directly administers the dominated country. (...) The phenomenon of 'colonialism' differentiates the period 1870 –1945 from other episodes of Empire which had relied on colonization – the settling of lands by European inhabitants who sought to make 'their' new countries resemble the old ones as much as possible – or on mechanisms for informal rule which relied on existing political structures, and the elites within them, to deliver the required benefits to the imperial powers."(93)

"During this period the major imperial powers, principally Britain and France although also joined by Italy, Germany, the Netherlands, Belgium, the US and Japan, drew and redrew the maps of the world, literally through treaties and violently through war and conquest both with each other and with native populations. (...) As the historian Niall Ferguson (2001: 6 ) notes, the result of this 'globalization by force' was that "a small number of European countries governed an inordinately large amount of the rest of the world. On the eve of the First World War, Britain, France, Belgium, Holland and Germany – which between them accounted for around 0.9 per cent of the world’s land surface and 7.5 per cent of its population – ruled in the region of 33 per cent of the rest of the world’s area and 27 per cent of its people. All of Australasia, nearly all of Polynesia, 90 per cent of Africa and 56 per cent of Asia were under some form of European rule. And although only 27 per cent of the American continent – mainly Canada – found itself in the same condition, nearly all the rest had been ruled from Europe at one time or another in the seventeenth and eighteenth centuries.""(94-95)

Het idee 'vrijhandel' stond economisch centraal (ideeën van de Brit Ricardo), maar ging gepaard met protectionisme. Het ging duidelijk om het 'brengen van beschaving' in andere landen, om afzetmarkten dus. En de concurrentie tussen de imperialistische landen leidde vaak tot oorlogen. Na WO I waren de VS daarom het rijkste land ('the roaring twenties'), omdat Europese landen de gevolgen van de oorlog moesten wegwerken.

De Grote Depressie van de 1930er jaren was de volgende omvangrijke crisis in het kapitalisme. En de vrije markt corrigeerde zichzelf helemaal niet zoals de voorstanders van het kapitalisme altijd beweerd hadden. De arbeiders het verwijt dat dat kwam doordat ze te hoge lonen bleven eisen, de arbeiders bij wie de werkloosheid gestegen was van 3% (1929) naar 25% (1933) kregen de schuld van hun eigen ellende.

De regeringen van landen namen maar heel geleidelijk aan de verantwoordelijkheid op zich om iets aan de problemen te doen. Internationaal lukt het helemaal al niet om de crisis te reguleren, dus er kwamen nationale oplossingen zoals Rooseveldt 'New Deal', fascistische regeringen die vakbonden verboden en van bovenaf alles probeerden te regelen, en dergelijke. De maatregelen in kapitalistsiche landen hadden geen succes en een nieuwe crisis dreigde in 1938. Die werd afgewend door de voorbereidingen voor en het in gang zetten van WO II.

"A second Great Depression among the capitalist powers was therefore averted but only by a militarism which culminated in another 'Great War' and which was fought at staggering human costs. Some 57 million, or 2.4 per cent of the world’s population, are estimated to have died in the Second World War."(103)

Communistische / Socialistische (USSR, Oostblok, China, etc.) en sociaaldemocratische (Zweden; Europese landen) alternatieven kwamen op.

"That alternatives to capitalism were sought is easy to understand in view of the history of capitalism reviewed in this chapter. 'Actually existing capitalism' bore little resemblance to the 'natural and free' system theorized by its proponents. Markets and private property were not 'naturally' developed in many parts of the world but were forced upon foreign lands as a result of imperial ambitions. The pursuit of profit led to territorial expansion and national rivalries in the period up to 1914. Capitalist rivalries led to an imperial war. For some critics, it was war that was a 'natural' outcome of capitalism. If capitalism resulted in 'freedom', it did so for the large private firms supporting the Empire and not for the millions of colonial subjects. And for many workers in the 1930s, their only 'freedom' was the freedom to get on their bikes and look for work; they were not free, however, to look by train. The picture of capitalism as an unjust and unstable system finds much compelling support. Capitalism during this whole period was plagued by instability."(103-104)

Ook de kapitalistische overwinnaars (de VS en de UK) zagen dat er iets moest gebeuren en kwamen met de Bretton Woods-akkoorden van 1944, de instelling van het IMF en de World Bank.

"Perhaps surprisingly, in view of the history of capitalism in the pre-1945 period, the capitalist system went through a remarkable metamorphosis and the two decades following the end of the Second World War were ones of unprecedented prosperity and stability in capitalist countries. A reformed capitalism, based on Keynesianism, offered a more humane and stable capitalism in sharp contrast to its pre-1945 incarnation."(105)

(108) - Chapter 5 - Post-1945 capitalism: variations across countries

De Bretton Woods-overeenkomst liet ruimte voor nationale verschillen. Landen hadden ook te maken met hun typische historische context (vgl. de VS met Duitsland na WOII), dus dat was nodig. Bovendien werd de rol van arbeid erkend en werden vakbonden een normale onderhandelingspartner. Van de andere kant werd het element kapitaal in de trits staat - kapitaal - arbeid sterker gestuurd door banken en de financiële markten en dus door egoïstische aandeelhouders (met als gevolg ongecontroleerd management en korte termijn denken).

Er kunnen na 1945 drie verschillende vormen van kapitalisme onderscheiden worden:
1 - Anglo-Amerikaans kapitalisme: (neo)liberaal, sterk gericht op 'laissez faire';
2 - Noord-Europees kapitalisme: corporatistisch;
3 - Japans / Oost-Aziatisch kapitalisme: developmentalisme

Ad 1. De staat heeft er geen invloerd op loononderhandelingen (gebeurt decentraal), de staat geeft alleen een 'legal framework'. Weinig lange-termijn-contracten, weinig scholing want gericht op het gemakkelijk kunnen ontslaan van werknemers. De nadruk ligt op de aandelenmarkten: een grote rol dus voor de markt en een kleine voor de staat. USA meer nog dan UK: een 'low tax' - 'low welfare state' model.

Ad 2. Hier is het model 'high tax, high welfare'. Overleg vindt plaats op staat-kapitaal-arbeid-niveau, er bestaat dus meer samenwerking tussen de elementen in de trits en er is meer sprake van bescherming van werknemers. Het financiële systeem is 'bank based'.

Ad 3. Keiretsu model. Lange-termijn-relaties. Er zijn geen nationale vakbonden, vakbonden bestaan per bedrijf en zijn daar de overlegpartners. Er is sprake van een grotere sturing van de staat op investeringen.

Er zijn nog veel meer variaties, zoals het Russische gangsterkapitalisme - de staat is dan ondergeschikt aan bedsrijven, is als het ware te koop; corruptie is dus een typisch gegeven.

"The result for the Russian people has been growing poverty so that anywhere from 30 to 50 per cent of the population are now reported to be living below the poverty line (with women disproportionately represented), huge inequalities between the new rich capitalist elite (often members of the previous communist bureaucracy) and ordinary people, growing social problems, and plummeting male life expectancy. The Russian people have also had to cope with a collapse in output worse than that experienced in Western Europe in the Great Depression of the 1930s. The Russian 'model' of capitalism, therefore, has blurred the lines between state and capital and largely excluded labour altogether as a political force."(127)

(133) Chapter 6 - Post-1945 capitalism: variations over time

Over het algemeen worden drie perioden onderscheiden na 1945.

1945-1970

De eerste is die van 1945-1970, op basis van Bretton-Woods, ook wel de Gouden Eeuw genoemd van de samenwerking tussen staten, kapitaal en arbeid. Het ging grotendeels om een wederopbouw vanwege de schade door WOII. Uiteraard hadden de VS daar geen last van en dat werd dus het rijkste, meest productieve, en machtigste land in de kapitalistische wereld. Economisch gezien kende de Gouden Eeuw indrukwekkende resultaten: nauwelijks werkeloosheid, enorme groei van de productie, stijging van de welvaart. Het was echter ook een reactie op een gezamenlijke vijand in de Koude Oorlog: het staatssocialisme van de USSR.

"Certainly economic growth and productivity growth in this period were high by historical standards. It is also true, as Stilwell (2000: 111) notes, "that this may have been a relatively ‘golden age’ in the economy, with full employment as the norm, but it was also a period when social values were strongly shaped by the politics of the cold war, sexism, racism, and censorship". So, without getting too carried away with nostalgia for the 'golden age', it is still important to understand the conditions under which capitalism – of whatever national variety – recovered from a half-century of devastation and instability to perform so well."(135)

Het heeft veel te maken met de economische theorie van Keynes zoals opgenomen in de Bretton Wood-overeenkomst. Die omschreef internationale en nationale middelen om het kapitalistische systeem te stabiliseren wanneer dat nodig was. Het gevolg was een welvaartsstaat die inkomenszekerheid bood (als mensen ongewild werkeloos werden) en die het onderwijs en de gezondheidszorg regelde.

"The stabilization of the capitalist system was premised on giving the state more responsibility and power at the expense of capital, especially of finance capital."(137)

"The result of these policies was that in the 1950s and 1960s capitalist countries in the core grew at historically unprecedented rates, secured levels of employment which had never previously been achieved for such a long period and had institutional mechanisms in place, such as the welfare state and progressive taxation, which ensured that income inequality generally decreased over the period."(138)

In de 1970-er jaren beginnen er echter problemen te ontstaan. De levensstandaard groeide echter ook in het Oostblok in deze periode. En waar het kapitalisme globaal gezien inboette aan invloed, groeide juist de invloedsfeer van het communisme / socialisme (Cuba, China, Noord-Korea, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen).

"Stalin’s forced industrialization path, purchased at high human cost, seemed to be capable of matching the West economically. The fact that the Soviet Union won the race to put the first person in space seemed to confirm this. And the state socialist system was attracting new converts."(138-139)

De angst voor 'het communisme' leidde in de 1960-er jaren tot de Vietnam-oorlog.

"In Asia, following the stalemate in Northeast Asia in Korea in the early 1950s, the US was in no mood to let Vietnam go the same way and Southeast Asia became the new battleground. The Vietnam War, in addition to its human cost, seriously compromised the ability of the US dollar to act as both a national currency and the international anchor currency. In the end, the economic strains imposed by the war led to these dual roles being incompatible, and the US was forced to make the dollar inconvertible against gold and to depreciate its value. The Bretton Woods system was effectively over and the 1970s were to confront capitalist countries with a new set of problems – and instabilities."(139)

Daarnaast hadden veel ontwikkelingslanden - die in principe kapitalistisch waren - geen zin in de vrije markt-opvattingen van de rijke landen.

"Not all developing countries were convinced of the wisdom of this free-market approach which seemed to limit national aspirations by confining them to be producers of primary commodities for the industrialized West. This resembled the colonial trade, which fitted uneasily with post-colonial aspirations. Developing countries which had rejected the Soviet state socialist path to industrialization were nevertheless unimpressed by free-trade doctrines. Instead a significant number of them, especially in Latin America and East Asia, attempted to overcome their 'dependant' status by an industrialization strategy which involved substantial state intervention in the economy."(141)

De globale instabiliteit groeide vanwege de Amerikaanse inmenging in de nationale politiek van veel van de ontwikkelingslanden (ondersteuning van dictaturen die het neoliberale denken wel wilden ondersteunen) en de kwalijke rol die multinationals speelden.

"Even in the 'golden age' of capitalism, world income inequality appeared as a constant concern and focus for discontent."(142)

De verdriedubbeling van de olieprijzen door de OPEC in 1973 leidde al gauw tot stagflatie (= combinatie van inflatie en stagnerende economie met hoge werkloosheid).

" The Keynesian demand management policies which had been so successful in fine-tuning economies in the 1950s and 1960s were premised on the assumption that economies would be faced with either inflation or unemployment. Now, the core capitalist economies were increasingly threatened with both, with the result that Keynesian-style policies were cast into serious doubt. Capital–labour tensions rose across the core capitalist countries, although the more consensual corporatist countries were better able to contain them. In the absence of the two pillars of the post-1945 'golden age', namely, the Bretton Woods international order and Keynesian policies domestically, capitalist states’ responses through the 1970s became increasingly bereft of ideas. A general 'muddling through' pragmatism proved unable to restore growth and profitability."(143-144)

1970-1990

"Over the course of these two decades there would be a complete reformulation of the ways of governing capitalist economies. The elections of Reagan and Thatcher, following the morass of economic policy in the 1970s and aggravated by a further oil price increase in 1979, ushered in an era of unprecedented ideological assault on the central tenets of post-1945 economic management and social policy at both the domestic and international levels. "(145)

Als gevolg van die situatie kwam het neoliberalisme op: de rol van het kapitaal werd weer veel belangrijker gevonden. Onder Reagan (VS) en Thatcher (UK) werd dat neoliberale gedachtengoed in de politiek opgenomen:
--minder staatsbemoeienis (privatisering van de publieke sfeer);
--afbraak van de welvaartstaat waardoor minder sociale voorzieningen (geen sociaal vangnet meer; in de VS: gaarkeukens en liefdadigheid; thuislozen die op staraat bivakkeren);
--werkloosheid is minder belangrijk dan inflatie (monetarisme; invloed van Mitlon Friedman);
--vakbonden werden minder belangrijk gevonden, werknemers moesten 'flexibeler worden', lees: zich aanpassen aan de grillen van het bedrijfsleven (restricties en regels voor arbeid);
--belastingen gingen omlaag voor het bedrijfsleven, de rijken en investeerders; groeiende inkomensverschillen; 'trickle down economics' (als de rijken het goed hebben is dat goed voor de armen);
--hernieuwd geloof in de vrije markt; terugkeer naar het Victoriaanse denken en de verwachting dat de Derde Wereld dat vrije-markt-denken zou omarmen door vrije handel toe te staan en af te zien van protectionistische maatregelen;
--de voorwaarden van IMF en World Bank werden ook liberaal: als een land in de problemen kwam moest het eerst de economie 'op orde' brengen (lees: in overeenstemming brengen met het vrije markt denken) voordat het leningen kon afsluiten.

"The view of the welfare state as an agency for collective insurance against the vagaries of capitalist instability and as an agent for social mobility was repudiated. In its place the welfare state was increasingly portrayed as a stifler of individual initiative, a form of unwelcome 'dependency' on the state, a disincentive to greater geographical mobility, and a site of bureaucracy and economic inefficiency which needed to operate on market lines. In short, the welfare state was the enemy of the 'enterprise culture' which the neoliberal revolution sought to promote to solve capitalism’s problems."(148)

Ook het 'victim blaming' keerde weer terug: individuele personen werden verantwoordelijk gesteld voor hun eigen werkloosheid. Het bedrijfsleven werd in alle opzichten gesteund (deregulatie voor het kapitaal). Een voorbeeld. In de VS waren er geen voorzieningen voor kinderen van alleenstaande moeders, desondanks werden die vrouwen geacht te werken én voor hun kinderen te zorgen.

"The rise of neoliberalism, therefore, was premised on the need to find a way out of the impasse of the stagflation and the rising tensions between capital and labour which threatened profitability across the core capitalist economies in the 1970s. The resulting move to strengthen capital, weaken labour and reduce the direct role of the state in the economy (although maintaining its critical disciplining role) indicated the nature of the neoliberal response. The faith in the market as a method of economic coordination was accompanied by an ideological assault on the main tenets of the Keynesian-inspired post-1945 settlement which underpinned the 'golden age'. This assault included a rejection of the state as a vehicle for progressive social transformation and a stress on the need to increase the 'liberty' of the individual against the incursions of the state. Such liberty was to be realized through the market. The ideological case for neoliberalism was critical to its ascendancy because its economic results were unimpressive. Of course, some did get rich, most notably those who were already rich. Fortunes were made on stock markets and in real estate. The high-tech sector temporarily boomed. Media barons rejoiced as they expanded their empires. Bank profits continued their inexorable rise. The rest were left to deal with increasing inequality, increasing economic insecurity and growth rates that remained much below their 'golden age' levels. The ideological case was much more successful, therefore, than its associated economic policies. "(153-154)

Na 1990

Corruptie en schandalen (Enron; WorldCom). Financiële crises in velel landen over de hele wereld, voornamelijk door financiëe speculatie die mogelijk werd door gebrek aan regulatie en overheidscontrole ('crony capitalism': overheid en financiële wereld te dicht op elkaar, vriendjes die elkaar wel zullen redden).

"To many observers, including former World Bank chief economist Joseph Stiglitz, the IMF conditions attached to its 'rescue package' made the situation in these countries even worse. The application of standard neoliberal principles – cutting government spending, opening up the economy further to foreign investment – drove the economies further into recession."(159)

De kredietcrisis maakt weer eens opnieuw duidelijk hoe instabiel het kapitalistische systeem is.

(165) Chapter 7 - Global capitalism

"We have entered a new period of 'globalization'. All the world has become a capitalist stage."(165)

Bedrijven zijn internationaal geworden, merken zijn wereldwijd te vinden, de consumentencultuur lijkt overal hetzelfde. Maar dat niet alleen: fundamentele problemen - zoals het milieu, het broeikaseffect, gezondheid, besmetting, mensenrechten - zijn daarmee ook globaal geworden.

"To see why interpreting 'globalization' is controversial, the 'naming' problem must again be confronted. 'Globalization', to use the most widespread term, is simply a pseudonym for global capitalism. The questions that must be asked are how, and to what extent, does contemporary capitalism – global capitalism – represent a new phase of capitalism? Is it new at all? If so, in what ways? And what are the implications? Four main answers can be found to these questions. They are distinguished here on the basis of their view of the relationship between 'states' and 'markets'."(166-167)

Zo is de arbeidsmarkt duidelijk minder internationaal en mobiel dan de kapitaalmarkt.

"Thus, when we talk about the power of 'the market' vis-à-vis the state in the context of contemporary globalization, we are really talking about the power of private firms and their ability to act subject to increasingly fewer controls by national governments; this is the context for the debate over the extent, and merits, of global capitalism. The four main views are differentiated by their assessments of the relative power of states and markets in global capitalism."(168)

Globalisering verzwakt de rol van staten

Bedrijven kunnen gemakkelijker internationaal werken, omdat computertechniek dat mogelijk maakt. Ze onttrekken zich daarmee opnieuw aan de macht van de staten (bijvoorbeeld door naar een ontwikkelingsland te verhuizen).

"The interpretation offered here is that an open global economy offers the poorer countries the opportunity to 'catch up' with the richer countries. Access to the technology embodied in the goods purchased from advanced countries and the technology which open borders bring with the multinational corporation are the main channels through which the appealing possibilities of 'catch-up' occur."(170)

Staten moeten niet meer doen dan dat mogelijk maken. Hoe?

"The policies required to do this are preferably a package of trade and investment liberalization measures, security of property rights including intellectual property rights, low taxes on profits in order to encourage firms to operate in one particular jurisdiction rather than another, and a ready, subsidized, and low-taxed supply of highly trained workers."(170)

"International agreements, such as free-trade agreements, world trade liberalization and multinational investment agreements, are seen as providing the international architecture necessary to encourage the greatest spread of the benefits of global firms. These types of agreements tie the hands of national governments in many ways, ways which are viewed as beneficial by the supporters of globalization because they prevent interventionist politicians from interfering with the surest path to economic advancement. With 'capital friendly' national governments and 'capital friendly' international agreements, globalization is seen as delivering greater economic efficiency and higher levels of material well-being to all who participate. Capital is stronger, the state is weaker, but all benefit."(171)

De verwachting van de voorstanders van het globale kapitalisme is (opnieuw) dat alle landen op den duur gelijkelijk zullen profiteren en dat iedereen evenveel welvaart zal krijgen. Dit zou ook de democratie in landen bevorderen.

De tegenstanders zijn niet onder de indruk. Ze wijzen op de negatieve gevolgen van de privatisering (bv. van gezondheidszorg en onderwijs), op de alomaanwezige reclame en de waarden die daarin vervat liggen ('sex sells'; 'a cleavage on every corner'), op de commodificatie van 'commons' als de ruimte of het leven (patenten in gentechnologie en op medicijnen), en op de totale uitbuiting van natuurlijke hulpbronnen (vervuiling etc.) en mensen. Bovendien laten alle cijfers zien dat de inkomensgelijkheid tussen landen en in landen door de globalisering juist toeneemt.

"For its opponents, global capitalism presents us not with a new utopia but with a new catastrophe, economically, socially, politically, culturally and environmentally. The rise of corporate power, and the increasing inability of nation states to control their activities as corporations become “stateless”, present opponents with a frightening scenario for the twenty-first century. The drive for profits by global corporations opens up more and more areas of life to corporate or market control. The 'capitalist system' has a seemingly infinite ability to expand into all areas of life. In the last chapter the 're-commodification' of health and education were given as examples of how the market is being reintroduced into critical areas in many core capitalist countries. Everything becomes subsumed to the logic of private production for profit, according to opponents. Even forms of rebellion against capitalism, such as punk clothing or grunge music, soon become harnessed to the needs of the capitalist fashion and music industries."(173)

"In 1960 the richest fifth of the world’s population earned 30 times more than the world’s poorest fifth; in 1997, they earned 74 times more. This income inequality is matched by new patterns of environmental inequality. Globalization has led, according to Shiva (2000), to an 'environmental apartheid', with resources going from the developing countries to the rich core countries but with polluting industries making the trek in the opposite direction."(175)

"The resistance, and alternative, to a global capitalism interpreted in this way has focused primarily on the need to control global corporations and to regulate global markets using global institutions. Thus, policies aimed at introducing codes of conduct for corporations, for international labour standards, for international environmental standards and for taxes on international financial speculators are all premised on the need to limit the power of corporations to play states off against each other and to reclaim at the international level the regulatory role which states used to have. Global capitalism, and its promoting institutions such as the World Bank, the IMF and the WTO, need to be opposed by a global civil society implementing new forms of global regulation through global institutions. A 'progressive globalization' is needed, it is advocated, to replace the present runaway global capitalism."(176)

Staten zijn nog steeds belangrijk

Een andere opvatting is dat de globalisering zwaar wordt overdreven ('globaloney') en dat staten nog steeds veel macht hebben omdat economieën nog voornamelijk (90%) nationaal zijn. Met andere woorden: globalisering is meer een ideologie dan een feit.

"A more sophisticated explanation suggests that while the case for globalization may not be terribly compelling empirically, its real purpose is to serve as an ideological weapon of the corporations and the neoliberal agenda. That is, what is occurring is not so much globalization, a technologically driven process, but globalism, an ideology.5 This ideology is based on the neoliberal view that markets and firms should play the dominant role in the organization of capitalist economies and that states should play limited roles. The purpose of this ideology has been to get citizens to accept that 'there is no alternative' and to promote what popular commentator Linda McQuaig (1998) has called a 'cult of impotence'. Governments could be more powerful if they wished but the ideological onslaught of neoliberalism, surveyed in the last chapter, has found in globalization a powerful and convenient argument that corporations must be allowed to have more power and that states must adjust to the imperatives of the global economy."(178)

Nieuw imperialisme

Een derde opvatting wijst er op dat er sprake is van een nieuwe vorm van (met name Amerikaans) imperialisme. Er zijn daarom ook verschillende anti-imperialistische bewegingen te vinden.

"A third view of globalization is that while it has weakened somestates, it has enhanced the power of others and deliberately so. It is argued that the most powerful core capitalist countries, particularly the US, have used globalization as way of expanding their global power and the profitability of their corporations. Globalization – or the global spread of capitalism – is a project being carried out by core capitalist states in support of the interests of the capitalist system as a whole and multinational corporations in particular. "(179)

De regio is belangrijker

De vierde opvatting is dat economie zich vooral regionaal ontwikkelt (denk aan allerlei vrijhandelszones en regionale verdragen). De verhouding met globalisering is dan wel meteen een discussiepunt.

Conclusies

"For some, global capitalism is a 'natural' evolution and offers the prospect of global 'freedom'. With capital-friendly policies, our drama can have a happy ending with humankind marching off into the sunset of global capitalist democracy. For critics, however, global capitalism merely intensifies and spreads further the 'injustice' and the 'instability'. Unless the dictates of capital are tamed (for the reformists) or abandoned and replaced (for the radicals), the drama can only end as a tragedy."(186)

"In judging global capitalism, I am reminded of Keynes’s 1931 review of a book by Hayek. In his review, Keynes (1972: 252) wrote that Hayek’s ideas provided "an extraordinary example of how, starting with a simple mistake, a remorseless logician can end up in Bedlam".
This strikes me as an apt description of the characterization of capitalism as 'natural and free'. Markets in health which dictate that individuals who can pay will live and those who cannot will die are not 'natural'. Markets in food which deliver gastronomic delights to the rich and undernourishment for the poor are not 'natural'. 'Human nature' does not dictate that these outcomes must prevail and human societies do not have to be organized in this way or human institutions work in this way. Markets are indeed 'blind', as Hayek argued, but not in the way he suggested; rather they are blind to poverty, to environmental destruction and to inequality. Individuals who must give control of their labour to others are not 'free'. Individuals in the richer countries whose well-being depends on not losing their jobs, or on a family member not losing theirs, are not 'free'. Individuals in poorer countries whose well-being depends upon the price of their labour, or upon the price of what they produce not collapsing, or upon not being evicted from their land, are not 'free'. We can – and should – all be freer, and more human, than this.
Starting from the simple mistake that private property, the pursuit of profits and markets are the route to human freedom, the proponents of capitalism logically and remorselessly deduce that the relentless pursuit of profits, the ever greater accumulation of private property and the ever-expanding scope of the market – phenomena which characterize the contemporary phase of global capitalism – must enhance our freedom. They are more likely to lead us to Bedlam."(186-187)

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk