>>>  Laatst gewijzigd: 15 mei 2019  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Samenleving en economie

Voorkant Ophuls 'Ecology and the politics of scarcity' William OPHULS
Ecology and the politics of scarcity - Prologue to a political theory of the steady state
San Francisco: W.H. Freeman and Company, 1977, 303 blzn.; ISBN: 07 1670 4811

[De Amerikaan William Ophuls hoort met Barry Commoner en Garrett Hardin tot de auteurs die in de 1970-er jaren aan de wieg stonden van de milieubeweging in de VS. Net als Schumacher is hij er vroeg bij om te laten zien dat mens en natuur met elkaar in botsing zullen komen wanneer er geen einde komt aan het idee groei. Ophuls leeft als onafhankelijke wetenschapper en auteur - hij promoveerde ooit in de politieke wetenschappen - en schrijft regelmatig over ecologie, economie en politiek. Elk hoofdstuk is voorzien van bibliografische notities en achterin is er per hoofdstuk een lijst van bronnen. Ophuls heeft het meestal over de wereld in zijn geheel, wanneer hij het alleen over de VS heeft geeft hij dat meestal aan. Bovendien bekritiseert hij de Amerikaanse politiek en zo verder net zo hard als die van andere landen. Alleen op het eind van dit boek sluipt er toch een beetje een kokervisie in het verhaal en preekt hij voor eigen parochie. Ook de literatuurbronnen zijn over het algemeen Amerikaans. Afgezien daarvan: het is een helder en met grote betrokkenheid geschreven boek en ik ben er erg enthousiast over.]

(ix) Preface

"This work is designed to show that American political values and institutions are grossly maladapted to the era of ecological scarcity that has already begun. It is thus almost entirely a critique. Of course, certain general political principles that will probably have to form the basis of our community life in this new era appear to emerge naturally from the critique, and the concluding chapter discusses these. Nevertheless, I make no systematic effort too provide institutional answers or to deal with the problem of implementing a radically different set of political values."(ix)

[Waarom niet? Is dat niet veel belangrijker dan laten zien dat het allemaal niet deugt? Is dit weer zo'n postmodern 'ik wil niets opdringen'-benadering? Ophuls vindt dat hij eerst goed de vragen moet stellen. In een later werk wil hij dan werken aan de antwoorden. Hij komt nog op de kwestie terug in hoofdstuk 8.]

(1) Introduction

Ophuls ziet zichzelf als een pessimist als het gaat om het vermogen van mensen om 'grenzen aan de groei' te stellen en wil duidelijk maken waarom.

"This book argues ... that the external reality of ecological scarcity has cut the ground out from under our own political system, making merely reformist policies of ecological management all but useless. At best, reforms can postpone the inevitable for a few decades at the probable cost of increasing the severity of the eventual day of reckoning. In brief, liberal democracy as we know it ... is doomed by ecological scarcity; we need a completely new political philosophy and set of political institutions. Moreover it appears that the basic principles of modern industrial civilization are also incompatible with ecological scarcity, and that the whole ideology of modernity growing out of the Enlightenment, especially such central tenets as individualism, may nog longer be viable."(3)

Het gaat hier over 'human ecology', dus over de relaties van mensen met hun fysieke, biologische etc. omgeving. Ophuls wil het ook hebben over economie in brede zin (vanuit de oorspronkelijke betekenis van 'oikos', als je huis op orde houden) en niet alleen maar over een subsysteem ervan - de geldeconomie - dat door economen als een autonoom systeem gezien wordt. Daarnaast heeft hij het ook over politiek in brede zin en niet alleen maar over de beperkte versie ervan die de academische discipline er op na houdt: een politiek die raakt aan economische en sociale fenomenen (zoals bij Plato bijvoorbeeld nog het geval was).

"It is such a broad conception of politics that informs this work: Is the way we organize our communal life and rule ourselves compatible with ecological imperatives and other natural laws?"(7)

De schaarste van 'goederen' gaat samen met de verlangens en behoeften die mensen hebben. En omdat er niet genoeg is wordt politiek noodzakelijk zodat de strijd om schaarse goederen vermeden kan worden door het regelen van de distributie ervan.

"It follows that assumptions about scarcity are absolutely central to any economic and political doctrine and that the relative scarcity or abundance of goods has a substantial and direct impact on the character of political, social, and economic institutions."(8)

Maar helaas hebben we al drie eeuwen lang te maken met overvloed en dat heeft dus een enorme invloed op onze attitudes en organisaties: het idee is ontstaan - zelfs bij Marx - dat de schaarste opgeheven kan worden, dat er altijd 'meer' zal zijn.

"Thus virtually all the philosophies, values, and institutions typical of modern society are the luxuriant fruit of an era of apparently endless abundance. The return of scarcity in any guise therefore represents a serious challenge to the modern way of life."(9)

Temeer omdat er nu niet alleen maar sprake is van overbevolking en hongersnood, maar ook van ecologische schaarste: de uitputting van brandstoffen en mineralen, de grens aan wat het milieu kan hebben aan vervuiling, complexiteit, en zo verder. Een nieuwe samenleving is nodig, het gaat niet om minder. Daarom is dit boek een proloog bij een politieke theorie over de 'steady state' samenleving: de milieucrisis roept weer alle vragen op over de staat die Plato en Aristoteles al stelden. Ophuls wil het aanpakken door eerst eens te kijken naar de afhankelijkheid van mensen van de natuur en van hun basisproblemen rondom biologisch overleven. Daarnaast wil hij letten op wat mensen aan impact hebben op hun omgeving. Het gaat hem om de grenzen aan wat mogelijk is, en niet om wat wenselijk is.

"In other words, values come last in my supposedly philosophical analysis. This is not because I disdain the eternal questions of value, but because a value-neutral approach is called for on very practical grounds."(11)

[Ik snap wel wat hij bedoelt - hij legt het hierna ook uit: een nuchtere weergave van de feiten is nodig om zo invloed te krijgen op de beslissers; de natuur zal ons in onze vrijheid gaan beperken en dus ook gaan bepalen wat we wel en niet belangrijk mogen vinden = wat onze waarden moeten zijn. Maar zoals altijd zeg ik: ook dat is waardengebonden. Ophuls zegt bijvoorbeeld eigenlijk dat het nu belangrijk is om onze ogen te openen voor de feiten en dat we er goed aan doen om niet meer blind te blijven hangen in wat we zo graag willen aan materiële overvloed en economische groei. Alles is altijd normatief.]

We zullen uitkomen op een 'steady-state society', een samenleving dus die de juiste - dynamische - balans heeft tussen wat de bevolking wil en wat de natuur kan geven.

"Devising an ecological technology or a new set of political institutions for the steady state is the lesser part of the problem, for the core is ethical, moral, and spiritual. (...) The ultimate goal, then, is as much an ethical ideal - the good stewardship enjoined by the Biblical parable - as a concrete set of political, economic, and social arrangements.
We shall return to this point at the end of our analysis. Meanwhile, let us in Part I explore ecology and the ecological limits and constraints now beginning to press down on us, and then in Part II go on to examine the political challenges. Perhaps then we shall understand better why we need not only a new theory of political economy, but probably a new theology as well."(13-14)

[Nee, hè, niet weer opnieuw spiritualiteit en religie - vergelijk Schumacher. Ethiek / moraal heeft daar niets mee te maken. We kunnen heel goed zonder verwijzingen naar de bijbel of naar theologie of naar wat dan ook aan religieuze verhalen, dank u.]

(19) Part I - Ecological scarcity and the limits to growth

(20) 1 - The science of ecology

Meer over het karakter van ecologie als wetenschap die als onderwerp heel de ecosfeer / biosfeer heeft, dus ook de mens in zijn natuurlijke omgeving: het is een wetenschap die holistisch, synthetisch, proces-georiënteerd is, en dus let op de samenhangen tussen alles binnen de biosfeer. Dat is een fundamenteel punt: alles blijkt samen te hangen met alles, alles is van elkaar afhankelijk, er is sprake van gemeenschappen op het diepste niveau, pak je één element van een ecosysteem aan dan pak je indirect ook een ander element aan. Voorbeelden: de invoer van konijnen in Australië, het gebruik van DDT, resistentie tegen antibiotica. Kenmerkend daarbij is dat de complexe dynamische homeostase, de zelfregulatie, de 'steady state' van een ecosysteem wordt aangetast. Het is juist die webachtige complexiteit waarmee de balans in stand gehouden wordt. Vandaar dat door de mens gecreëerde monoculturen al gauw problemen hebben (verstoring van de natuurlijke cycli, van de bodem, ziekten, het niet meer goed opnemen van afval). Menselijk ingrijpen in de natuur leidt meestal tot problemen.

"Thus man transcended his purely biological role when he became technological on the most primitive level. Since then, he has had no choice but to intervene in nature to the detriment of its perfect fitness."(32)

In die zin waren de jagers / verzamelaars van vroeger al bezig met het beschadigen van het ecosysteem. Maar nu gebeurt dat op zo'n grote schaal dat de kosten voor de natuur vele malen groter zijn dan de baten voor mensen. De wisselwerking tussen de natuur en de mens is nu eenmaal aan beperkingen onderhevig. De natuur kent heel specifieke ontwikkelingen waarop de mens ingrijpt en die hij op allerlei manieren doorbreekt. Mensen simplificeren ecosystemen, werken de complexiteit tegen.

"An examination of food chains soon reveals that very large numbers of producers [in de ecologische betekenis - GdG] are required to maintain a much smaller number of herbivores, who in turn maintain a still smaller number of carnivores.(...) Thus the efficiency of agriculture in feeding people depends a great deal on where food is taken from the chain. When cereal is fed to pigs or cows raised for human consumption only about a tenth as many people can be fed as when humans themselves live as cereal and vegetable eaters."(42)

"To recapitulate, although it is possible in principle to exploit nature rationally and reasonably for human ends, man has not done so. Because he has not been content with the portion naturally allotted him, man has invaded the biological capital built up by evolution. Moreover, due to man's ignorance of nature's workings, he has done so in a peculiarly destructive fashion. With our new ecological understanding, we can see that linear, single-purpose exploitation of nature is not in harmony with the laws of the biosphere and must be abandoned. Instead, we must learn to work with nature and to accept the basic ecological trade-offs between protection and production, optimum and maximum, quality and quantity. This will necessarily require major changes in our life, for the essential message of ecology is limitation: there is only so much the biosphere can take and only so much it can give, and this may be less than we desire. In the next chapter we shall explore the consequences for human action that follow inescapably from the existence of fundamental biospheric limits."(43)

(46) 2 - Population, food, mineral resources, and pollution

Het rapport van de Club van Rome zei het al - tot groot ongenoegen van de tegenstanders: er zijn aantoonbare grenzen aan de groei, we kunnen het milieu niet blijven overvragen, technieken helpen ons uiteindelijk niet op dat punt omdat ze te duur worden of simpelweg niet bestaan, en er is weinig tijd om een omslag te maken. Er zal dus een periode van schaarste aanbreken. Ophuls werkt die verschillende punten uit.

De groei van de bevolking zal maken dat er een schaarste zal ontstaan aan voedsel, water, landbouwgrond. Reël gesproken zitten we nu al op de grens van het aantal monden dat we kunnen voeden. Je kunt de aanwezige landbouwgrond niet eindeloos uitbreiden, bv. via ontbossing, irrigatieprojecten. Sterker nog, het zal nog een hele klus worden om de huidige landbouwgronden te behouden vanwege de slechte manier waarop ze op het moment gebruikt worden.

"Some novel kinds of ecologically sophisticated exploitation of unused land - tree culture, pisciculture, modernized versions of native gardening techniques, and so on - can provide a useful supplement (of vital protein especially) to a basic cereal diet, but except in a few favored areas they are not the answer to the present and future food needs of humankind."(51)

En hoe intensiever de landbouw, hoe meer water nodig is. Nu al worden ondergrondse waterreservoirs uitgeput om via irrigatie de huidige landbouw op pijl te kunnen houden. Ontzouting van het overvloedig aanwezige zeewater kost veel energie en heeft nog andere nadelen. Ook verder helpen de zeeën ons niet erg, omdat we de zee vervuilen, overbevissen, en dergelijke. Vervuiling tast de mogelijkheden van maricultuur aan, zoals is gebleken in de VS en Japan.

Alles bijeengenomen zeggen alle analyses dat we hooguit 8 biljoen mensen kunnen voeden.

[Op dit moment zegt de website www.worldometers.info dat er bijna 7,2 biljoen mensen op aarde zijn.]

Maar zelfs dát aantal vormt een theoretisch maximum dat in de praktijk een stuk lager zal uitvallen. Kwantiteit is hoe dan ook niet het enige dat telt: de kwaliteit van de voeding (de voedingswaarde, de variatie) is voor het overleven van mensen even belangrijk. Bovendien zijn de agricultuurtechnieken uiteindelijk niet effectief - monoculturen, die vandaag de dag gebruikt worden om de productie van voedsel op te voeren, zijn anti-ecologisch (leiden tot plantenziekten), de noodzaak van het gebruik van kunstmest en pesticiden groeit, daarmee groeit de vervuiling ook. Ook in de geïndustrialiseerde veeteelt zie je soortgelijke grootschaligheidsproblemen: mestoverschot, misbruik van antibiotica, dierenleed, etc. En natuurlijk kun je niet alle land gebruiken voor landbouw: grond is ook nodig voor allerlei andere aspecten rondom de groei van de bevolking, bijvoorbeeld het wegennet. Ook is de productie van voedsel afhankelijk van het klimaat: droogteperioden of juist overvloedige regenval en overstromingen kunnen landbouwgrond opslokken of oogsten vernietigen. Hetzelfde geldt voor stormen, vulkaanuitbarstingen, en dergelijke.

"In sum, further advances in industrial agricultural technology and even synthetic food technology will certainly occur, but those now visible as speculative gleams in the eyes of scientists appear to be problematic and not nearly adequate to the dimensions of problems we face."(59)

"In sum, although the specific terms of the food-population calculus have changed since Malthus first put forward his 'dismal theorem' in 1798, the prospect for a species whose fertility continues to outrun its means of sustenance is still unrelievedly dismal."(60)

Wat voedsel is voor de wereldbevolking zijn mineralen en energiebronnen voor de industrie. Volgens de berekeningen van ecologen zullen die bij de huidige groeipercentages van gebruik binnen vijftig jaar uitgeput zijn.

[Dat schrijft Ophuls dus in 1977; we zitten nu in 2013. Nog een jaar of vijftien te gaan dus ...]

"In sum, the optimism of the economic school about the impact of future discoveries appears to be unwarranted: there remains te be discovered very little relative to current and projected demand, and the technological difficulties and economic costs of finding and extracting hypothetical and speculative resources are far from trivial."(68)

Is subsitutie een mogelijkheid? Nee, er zijn goede redenen om te denken dat dat niet zo is.

"At best, it can alleviate particular shortages and buy time, but it is not a solution, either alone or in combination with new discoveries."(68)

Economen zien de schaarste van bronnen niet als een probleem omdat die met grote hoeveelheden goedkope kernenergie gewonnen kan worden (desnoods smelten we de rotsen ...). Als dat al geldt dan is dat voor hooguit zes mineralen die in grote hoeveelheid in de aardkorst voorkomen - alle andere zijn ook geologisch schaars. Bovendien neemt de kwaliteit van de gewonnen ertsen gaandeweg af, waardoor de ertsen moeilijker te winnen zijn, waardoor weer de economische (meer energie, meer water) en ecologische kosten (vervuiling) toenemen. Een ander ding is dat voor de productie van kernernergie helium belangrijk is - dat economisch gezien alleen gewonnen kan worden uit natuurlijk gas. En ook helium kan schaars worden.

We kunnen ook proberen de vraag omlaag te brengen natuurlijk. We kunnen inzetten op de recycling van metalen, maar recycling kent zijn beperkingen (kost vaak veel energie, leidt tot vervuiling, en is niet voor 100% effectief). Ook kunnen we proberen meer te doen met minder door meer efficiëntie, maar dat werkt in feite alleen wanneer producten duurzamer worden en langer mee gaan.

"This is the kind of technically simple economy measure that would have the greatest immediate impact on the life of reserves. Paradoxically, this is also the kind of measure that is least discussed. Economic factors are probably the chief explanation: products that were more durable, easily recyclable, and fit other resource-conserving criteria would cost more, and business turnover would be less."(72)

[Logisch, in een kapitalistisch systeem waarin alles om winst draait.]

Vervuiling is onvermijdelijk bij alle productieprocessen, en dus nog meer wanneer de landbouw en de industrie geïntensiveerd worden om groei mogelijk te maken. De efficiëntie van industriële processen is gewoonweg erg laag: er wordt enorm veel afval en uitstoot geproduceerd bij het maken van dingen. En die vervuiling is in veel gevallen niet of maar beperkt met nieuwe technieken te controleren, alleen al omdat die controlemechanismes (bv. een uitlaatfilter voor de auto) ook weer hun eigen vervuiling produceren (direct of indirect bij de productie ervan). Vervuiling in de vorm van radioactieve straling of synthetische stoffen die niet in de natuur voorkomen is nog gevaarlijker.

"Thus, with continued industrial growth, at some point pollution will reach dangerous levels under any conceivable control regime."(73-74)

"In sum, therefore, as a strategy of coping with the ever-increasing load of pollution that inevitably accompanies increased production, technological pollution control has some very serious limitations. Even granting, for the sake of argument, that engineers will come up with systems of pollution control that are, especially for radionuclides, virtually 100 percent effective, growth of production cannot continue forever."(82)

(86) 3 - Energy, the management of technology, and an overview of ecological scarcity

Is de energie er om de productie te laten groeien of zelfs maar op peil te houden? Hoe staat het met de energiebronnen? En wat voor vervuiling zit er vast aan het (stijgende) gebruik ervan? Zal de energieproductie zelf niet steeds meer energie kosten? Van de fossiele brandstoffen zullen olie en aardgas het eerst opraken. Steenkool is er nog voor langer, maar het gebruik ervan leidt tot meer vervuiling. De ontdekking van nieuwe reserves doet daar weinig aan af. Het is als met de in hf. 2 behandelde bronnen: nieuwe ontdekkingen veranderen het beeld niet. Het is een stuk moeilijker nieuw ontdekte bronnen van fossiele brandstoffen te exploiteren: dat kost meer energie, water en geld. De kwaliteit van de brandstoffen is minder. En bovendien zijn er nadelen als meer vervuiling, vernietiging van landschap, en zo verder.

Natuurlijk stellen velen hun hoop op kernenergie via kernsplijting als vervangende energiebron. Maar ook hier zijn er problemen: met de uraniumvoorraad (uranium-235 is er niet zo veel, uranium-238 is wat er het meest is; lichtwaterreactoren gebruiken het eerste, kweekreactoren het laatste als plutonium); met de afvoer van geproduceerde warmte (kernenergie is niet erg efficiënt in het produceren van elektriciteit en geeft veel hittevervuiling, waardoor koelwater en zo van groot belang zijn; dat doet dus een aanslag op de watervoorraden); met de veiligheid (radioactieve straling), en zo verder.

"Nuclear power generation can be safe only if the design and construction of the reactor are flawless; there are no accidents or operating errors; reactors, fuels, and other nuclear installations can be perfectly protected from acts of God, terrorism and sabotage, criminal acts, and acts of war, civil or foreign; and the release of radionuclides during all other phases of the fuel cycle (mining, processing, transportation, reprocessing, disposal) can be rigidly controlled. As critics point out, this is a rather alarming list of 'ifs'. In fact, the infant nuclear industry has run into trouble in almost every one of the areas mentioned."(93)

[Combineer dat met het economische systeem dat we hebben, waarin privébedrijven de kernenergie exploiteren om winst te maken en dus zo veel mogelijk kosten willen vermijden en het is duidelijk dat het bovenstaande nooit zal gebeuren omdat het te duur is. Dus worden reactoren kwetsbaarder door het opzoeken van de goedkoopste minimale veiligheid, door minder controle, etc. En het radioactieve afval wordt bij wijze van de spreken (?) in de zee of in oude mijnen gemieterd zonder na te denken over de gevolgen.]

Thermonucleaire kernfusie is op bepaalde punten aantrekkelijker, maar is het wel mogelijk dat soort reactoren te maken? Tot nu toe niet. Bovendien zijn er de al eerder genoemde problemen: de energie die nodig is om elektriciteit op te wekken, het warmteprobleem, het afvalprobleem.

Geothermische bronnen (velden met natuurlijk heet water en stoom) zijn er wel, maar niet heel veel. De techniek is in ontwikkeling. Vervuiling is ook hier een probleem. De bijdrage aan de elektriciteitsvoorziening zal bescheiden zijn.

Zonne-energie is in principe een onuitputtelijke energiebron. Maar de collectie ervan is niet zonder problemen. Vooral een grootschalige exploitatie is duur - qua opslag en transport bijvoorbeeld. Daarom lijkt zonne-energie vooral lokaal interessant te blijven. Andere manieren van energieopwekking, via water, wind hebben ook hun mogelijkheden en beperkingen. Probleem is in veel gevallen de schaal waarop de exploitatie ervan zou moeten plaatsvinden waardoor andere belangen in het gedrang komen (het gebruik van de bodem als landbouwgrond, het gebruik van water voor andere doeleinden, recreatief gebruik van omgevingen). Dat maakt dat er politieke besluiten genomen moeten worden die rekening houden met die verschillende belangen.

"Indeed, a considerable increase in public reluctance to concede the necessary space for energy production has become evident in recent years, and political battles over the sites of new dams, supertanker ports, oil refineries and, above all, nuclear reactors as well as over general land-use issues of every description have become staple front-page news items."(106-107)

Daarnaast is er de invloed op het klimaat die in alle opwekking en verbruik van energie een rol speelt, door de uitstoot van bijproducten (bv. CO2) en door de afgifte van warmte. Globale opwarming van de aarde, aantasting van de onzonlaag, etc.

"In short, we are tampering with the watch-like perfection of the global climatic system, not understanding clearly how it works or what the consequences of our actions will be. This is a formula for ecological catastrophe."(108-109)

"All things considered, future energy is problematic in both the short and the long terms. But what are the prospects for using energy with greater efficiency and therefore reducing demand significantly?"(111)

Pure verspilling tegengaan is natuurlijk een vooruitgang. Maar het zal steeds moelijker worden om de effciëntie in energieverbruik te vergroten zo gauw die eerste gemakkelijke doelen gehaald zijn. Denk aan zoiets als het stimuleren van openbaar vervoer tegenover het gebruik van privévervoer (auto's met name): dat leidt al gauw tot verzet, de mensen willen er niet aan, politici durven het niet door te zetten omdat dat stemmen kost, en zo verder.

"Again, the technical issues are really inseparable from the political, social, and economic issues, to be explored in Part II." (112)

"The era of cheap and abundant energy is decisively over. But energy is the linchpin of industrial civilization; as it becomes scarcer and more expensive, so must everything else. We have therefore come almost to the end of the industrial road characterized by ever grander high-energy solutions to the problems created by previous growth. Without the energy to back them up, such 'solutions' have become merely fantastic. The only genuine solution is to begin a transition to a low-energy (yet high-technology) post-industrial civilization that depends primarily on flow resources like solar energy for the routine maintenance of life within the overall limitations on energy use that are built into the biosphere. This conclusion will be reinforced by a consideration of the limits to technological growth."(115)

Aanhangers van 'bulldozer technology' (zie box 3-6, p.116) zijn optimistisch en geloven altijd in de technologie om groei te realiseren. 'Grenzen aan de groei' zegt hun niets. Het is een ideologie die sinds de Verlichting bij rechts en links bestaat: wetenschap en techniek en vooruitgang gaan samen. Ophuls laat zien dat ook wetenschap en techniek te maken hebben met de wet van 'diminishing returns'. Ondanks alle onderzoek zijn er weinig revolutionaire inzichten en technieken opgedoken de laatste decennia. Alles borduurt simpelweg voort op het voorafgaande. Niet erg origineel, niet echt een doorbraak, en nergens blijkt dat die doorbraak er op tijd zal komen.

"In sum, there may be limits to relevant scientific and technological knowledge or to the human capacity to discover such knowledge. If so, basing our strategy of response to ecological limits on the assumption that scientific and technological knowledge will grow endlessly or even at the rate typical of the recent past appears to be imprudent."(118)

[En dat is nog heel voorzichtig uitgedrukt.]

Maar ook de planning en organisatie van maatregelen is bij zo veel complexiteit een groot probleem, al zouden we de kennis hebben. Bovendien kan de techniek niet helpen bij de typische problemen die de techniek zelf stelt: dat zijn namelijk waardenproblemen.

"Our ability to achieve the requisite level of effectiveness in planning is especially doubtful. Already the complex systems that sustain industrial civilization are seen by some as perpetually hovering on the brink of breakdown; the computer and other panaceas for coping with complexity appear to have been vastly oversold; and current management styles - linear, hierarchical, economic - appear to be grossly ill adapted to the nature of the problem.(...)
Thus there are no technical solutions to the dilemmas of environmental management, and policy decisions about environmental problems must be made politically by prudent men, not by scientific administrators. This being the case, technology assessment, the remedy proposed for the general political problem of technological side effects, can never be the purely technical exercise many of its proponents seem to envision; instead, the planning process will come to resemble a power struggle between partisans of differing economic, social, and political values."(120)

En dat kost helaas tijd. In de praktijk wordt in de meeste gevallen bovendien zo lang gewacht tot dat men niet meer om het probleem heen kan. Maar op dat moment is het helemaal moeilijk geworden om er nog iets aan te doen ('too little, too late'). Al die maatregelen kosten geld, waardoor dus ook geld grenzen stelt aan de mogelijkheden van wetenschap en techniek in de realisatie van duurzaamheid.

En ook al was dat allemaal geen probleem, dan nog zouden we te maken kunnen krijgen met ongelukken en menselijke fouten in het hanteren van ingewikkelde technieken als kernernergie, supertankers, chemische producten.

"Especially in the developed world, man depends on a basic technological infrastructure to such a degree that even less intrinsically dangerous accidents - for example, a sustained electric-power failure - can have devastating consequences.(...)
But to count on perfect design, skill, efficiency, or reliability in any human enterprise is folly. In addition, all man's works, no matter how perfect as self-contained engineering creations, are vulnerable not only to such natural disasters as earthquakes, storms, droughts, and other acts of God, but also to deliberate disruption by madmen, criminals, terrorists, and military enemies."(124)

Geen enkele inspannning kan de kans op dit soort ongelukken voorkomen.

"To proceed on the assumption that we can achieve standards of perfection hitherto unattained would be an act of technological hubris exceeding all bounds of prudence."(126)

"This judgment certainly does not mean that all technological solutions are anathema. Indeed, to counter single-minded technological optimism with an equally single-minded neo-Luddite hostility to technology in all its forms is absurd, for a non-technological existence is impossible. The question at issue is what kind of technology is to be adopted, and to what social ends it is to be applied. The whole subject of technology needs to be demythologized, so that we have a realistic view of what technology can and cannot do and of what its costs are."(126)

[Ik vind dit een geweldig standpunt.]

Alternatieve technologie is mogelijk. Er worden verschillende etiketten voor gebruikt, maar dat komt allemaal aan de orde in hoofdstuk 8. Een kort overzicht staat in Box 3-7 op p.128.

(141) Part II - The dilemmas of scarcity

(142) 4 - The politics of scarcity

Zoals eerder gesteld: schaarste maakt politiek noodzakelijk. Bij een totaal rechtvaardige politiek zouden alle mensen in harmonie samenleven, maar die politiek is nooit vertoond: ongelijkheid, onderdrukking, slavernij, en conflict zijn aan de orde van de dag, vooral in een schaarstesituatie.

"Our own era has been the longest and certainly the most important exception. During roughly the last 450 years, the carrying capacity of the globe (and especially of the highly developed nations) has been markedly expanded, and several centuries of relative abundance have completely transformed the face of the earth and made our societies and our civilization what they are today - relatively open, egalitarian, libertarian, and conflict-free."(143)

[Uh ... Is dat niet wat erg optimistisch? Denk alleen al aan de twee wereldoorlogen ... En op globale schaal is er toch ook niet zo heel veel gelijkheid. Nou, vreemde alinea. De kolonialisering leidde inderdaad tot meer welvaart en overvloed, maar wel in het Westen. De koloniën zelf deelden niet in die welvaart.]

Met die overvloed is het nu afgelopen, zodat de oude politieke kwalen weer dreigen terug te keren. Maar een laissez-faire systeem zal het biosysteem (wat in essentie een systeem van 'commons' is) niet redden en ook altruïsme is niet genoeg om dat voor elkaar te krijgen.

"It hardly need be said that these conclusions about the tragedy of the commons radically challenge fundamental American and Western values. Under conditions of ecological scarcity the individual, possessing an inalienable right to pursue happiness as he defines it and exercising his liberty in a basically laissez-faire system, will inevitably produce the ruin of the commons. Accordingly, the individualistic basis of society, the concept of inalienable rights, the purely self-defined pursuit of happiness, liberty as maximum freedom of action, and laissez-faire itself all become problematic, requiring major modification or perhaps even abandonment if we wish to avert inexorable environmental degradation and eventual extinction as a civilization. Certainly, democracy as we know it cannot conceivably survive."(152)

"Only a government possessing great powers to regulate individual behavior in the ecological common interest can deal effectively with the tragedy of the commons."(154)

"We must indeed be 'forced to be free' by our political institutions."(155)

[Dat klinkt best eng. Vind ook Ophuls:]

"That we must give our political authorities great powers to regulate many of our daily actions is a profoundly distasteful thought."(155)

Hij nuanceert: dat betekent niet per se tirannie en dictatuur en een ijzeren discipline die de bevolking krijgt opgelegd, er zijn heel andere invullingen mogelijk van 'meer macht voor de staat', 'een staat die de bevolking dingen oplegt'. Het is denkbaar dat de bevolking zelf inziet dat 'genoegen nemen met minder' de enige verstandige insteek vormt en dan is 'dwang' natuurlijk iets betrekkelijks. Technocratie - een soort van priesterkaste van verantwoordelijke wetenschappers - is weer een andere vorm.

"On other words, the more closely one's situation resembles a perilous sea voyage, the stronger the rationale for placing power and authority in the hands of the few who know how to run the ship.
Ecological scarcity appears to have created precisely such a situation."(159)

Maar technische experts zijn precies dat en niet meer dan dat. Wie zegt dat ze voldoende wijsheid en inzicht in huis hebben om te bepalen wat de rest van de bevolking moet doen? En wie controleert deze experts? Wie bewaakt de bewakers?

"Modern man has used technology along with energy to try to transcend nature. We have seen that it cannot be done; nature is not to be transcended by a biological organism that depends on it.(...)
Technology may not be inherently evil, but it does have side effects and it does exact a social price. Moreover, in the hands of less than perfect human beings, technology can never be neutral, as its proponents too often claim; it can only be used for good or evil. Thus technological fixes are dangerous surrogates for political decisions. There is no escape from politics."(161)

[Zie ook weer de prachtige tekst van Box 4-3 op p.162-163.]

Ophuls vindt het twijfelachtig of een 'steady-state society' democratisch kan zijn in de betekenis die wij er vandaag de dag aan geven. Dat vraagt namelijk dat mensen in meerderheid verantwoorde beslissingen nemen waar het gaat om het ecosysteem en dat weer vraagt bepaalde competenties.

"Thus, whatever its level of material affluence, the steady-state society will not only be more authoritarian and less democratic than the industrial societies of today - the necessity to cope with the tragedy of the commons would alone ensure that - but it will also in all likelihood be much more oligarchic as well, with only those possessing the ecological and other competencies necessary to make prudent decisions allowed full participation in the political process."(163)

[Maar ook voor ecologen geldt dat ze misschien niet de normatieve inzichten hebben die nodig zijn. Wat voor wetenschappers en technologen in het algemeen geldt, geldt tenslotte ook voor hen. Dat hun kennis van zaken van belang is bij het nemen van de juiste beslissingen staat buiten kijf, maar dat betekent nog niet dat ze mogen beslissen. Je ziet hier hoe Ophuls worstelt: hij wil niet te elitair overkomen maar heeft evenmin vertrouwen in de massa, hij wil geen dictatuur maar heeft tegelijkertijd weinig vertrouwen in de huidige parlementaire democratie. Vandaar:]

"To sum up, scarcity in general erodes the material basis for the relatively benign individualistic and democratic politics characteristic of the modern industrial era; ecological scarcity in particular seems to engender overwhelming pressures toward political systems that are frankly authoritarian by current standards, for there seems to be no other way to check competitive overexploitation of resources and to assure competent direction of a complex society's affairs in accord with steady-state imperatives."(163)

"The next two chapters will explore specific features of the American political economy to determine how well it is likely to cope with the challenges of ecological scarcity."(164)

(167) 5 - The American political economy I: Ecology plus economics equals politics

Ophuls' conclusie in deze twee hoofdstukken over de VS geeft hij al meteen:

"... ecological scarcity undercuts the basic laissez-faire, individualistic premises of the American political economy, so that current institutions are incapable of meeting the challenges of scarcity; what is needed is a new paradigm of politics."(167)

De 'onzichtbare hand van de vrije markt' (Adam Smith) is simpelweg geen oplossing gebleken voor de problemen waarmee we te maken hebben, zegt Ophuls, in feite is het de oorzaak van alle ellende. Conclusies die zo links en rechts op duiken:

"Thus an unregulated, competitive, laissez-faire market system, in which all have access to the economic commons and in which common-property resources are treated as free goods, has produced a tragedy of the commons - the overuse, misuse, and degradation of resources upon which we depend for ecological health and economic wealth."(168)

"Thus, as Karl Marx put it a century ago, the watchword of market capitalism is 'Après nous le déluge', as entrepreneurs strive to maximize current benefits at the expense of the future."(169)

"Thus the market price system is unlikely to favor far-sighted, much less public-spirited, investment decisions or to promote ecologically sound alternatives to current technologies, especially since some of the logical alternatives, like solar power, would reduce the dependence of consumers on producers. At the very least, producers are likely to wait until demand builds up and large profits are assured before they invest heavily in alternatives like fusion, which may require a great deal of time and money to develop to the point of commercial viability."(171)

"In short, an unregulated market economy inevitably fosters accelerated ecological degradation and resource depletion through ever higher levels of production and consumption. Indeed, given the cornucopian assumptions upon which a market system of economics is based, it could hardly be otherwise; both philosophically abd practically, a market economy is incompatible with ecology."(171)

Het is noodzakelijk om die 'onzichtbare hand van de markt' volledig zichtbaar te maken, alleen al om een duidelijk beeld te krijgen van de kosten en baten of van de gevolgen voor het milieu van een product of techniek. Vandaar de NEPA (National Environmental Policy Act) Section 102 in de VS. Maar dat soort transparantie is niet iets waarop ondernemers en regeringsinstanties zitten te wachten: verantwoording afleggen vinden ze het vervelendste wat er is. Vandaar dat de NEPA in de praktijk niet werkt.

"The reason is simple: no project sponsor or developer wants to let it be known that his gain may be the community's loss."(178)

(184) 6 - The American political economy II: The non-politics of laissez-faire

In de Amerikaanse politiek draait het alleen maar om economische groei. In feite was er daardoor nauwelijks sprake van politiek: de groeiende economie besliste als het ware over sociale kwesties. Maar met de ecologische problemen is de situatie veranderd, omdat die niet alleen met geld of groei zijn op te lossen. Zonder groei blijkt ineens dat er principiële keuzes gemaakt moeten worden en blijken er heel verschillende en tegengestelde belangen te zijn. Het hele idee 'trickle down effect' valt nu echt door de mand en ineens ontstaan er discussies over de verdeling van de welvaart.

"In reality, the 'American political system' is almost a misnomer. What we really have is a congeries of unintegrated and competitive subsystems pursuing conflicting ends - a non-system. And our overall policy of accepting the outcome of due process means that in most particulars we have non-policies. Now, however, just as in economics, the externalities produced by this laissez-faire system of non-politics have become unacceptable. Coping with the consequences of ecological scarcity will require explicit, outcome-oriented political decisions taken in the name of some conception of an ecological, if not a political and social, common interest. What likelihood is there of this happening?"(189)

Ophuls beschrijft dat non-systeem als een voortmodderen ('muddling through') met eigenschappen die typisch bij laissez-faire horen: procesgericht en niet gericht op een resultaat; korte termijn gericht en niet gericht op de lange termijn; blijft dicht bij wat is, is conservatief en traditioneel, verandert slechts incrementeel waar problemen opduiken, maar wil niets radicaal veranderen; werkt voor stabiliteit op de korte termijn maar niet voor een stabiele toekomst; is gericht op de kleine belangen van de betrokkenen, maar niet op een algemeen belang dat die individuen overstijgt. Een voorbeeld is volgens Ophuls de gang van zaken rondom kernenergie.

"In brief, we have elevated what is an undeniable administrative necessity into a philosophy of government, becoming in the process an 'adhocracy' virtually oblivious to the implications of our governmental acts and politically adrift in the dangerous waters of ecological scarcity."(193)

Deze situatie met zijn 'disjointed incrementalism' geeft met andere woorden aanleiding om bijzonder pessimistisch te worden over het realiseren van een 'steady-state society'. Maar dat niet alleen. De toenemende complexiteit van de problemen vraagt om meer deskundige menskracht en meer geld en die zijn er allebei niet. De verantwoordelijkheden zijn verdeeld over allerlei ministeries, afdelingen en bureaus, over federale en locale besturen.. Allerlei wettelijke procedures vertragen de besluitvorming en de realisatie van noodzakelijke projecten.

"None of the above inspires much optimism that our political institutions at any level are adequate to the challenges of ecological scarcity. Although the final verdict is obviously not yet in, this conclusion is certainly reinforced by the quality of their performance thus far."(195)

Voorbeelden daarvan.

"Thus in these and other critical areas we are failing to meet the challenge. Everybody wants clean air and water, but nobody wants to pay the price."(196)

Een nieuw politiek paradigma is nodig om de ecologische schaarste aan te pakken.

(200) 7 - Ecological scarcity and international politics

De analyse wordt nu verder uitgebreid naar andere landen. Afgezien van specifieke verschillen is er wereldwijd sprake van dezelfde impasse ten aanzien van het politieke handelen bij ecologische schaarste, maakt niet uit of het om kapitalistische landen of om communistische landen gaat.

West-Europa is voor zijn energie en voedsel nog meer afhankelijk van import dan de VS en door de dichtheid van de bevolking is de vervuiling er groter. Politiek gezien is het er niet veel anders dan in de VS.

"All share the same basic growth-oriented world view. All have followed the path blazed by the United States toward high mass consumption and, to a somewhat lesser extent, high energy use. All are mass democracies in which political parties compete for favor largely on the basis of how well they can satisfy the material aspirations of the citizenry."(201)

Van de andere kant is men in Europa gewend aan regulatie en minder geneigd te blijven hangen in het laissez-faire-idee.

"In general, therefore, European nations may cope somewhat better with ecological scarcity than the United States, despite the greater physical challenges they will face."(202)

Ophuls bespreekt ook Japan en de [toenmalige] Sowjet-Unie. De eerste is bijzonder afhankelijk van import, maar de Japanners hebben een sterk gemeenschapsgevoel en een grote discipline en meer respect voor de natuur. De tweede heeft dus geen markteconomie, maar de vervuiling is er absoluut niet minder om omdat ook daar een ideologie van economische groei en een geloof in technologische oplossingen worden aangehangen.

Wat betreft de Derde Wereld geldt dat de ecologische schaarste enorm is (gebrek aan voedsel bijvoorbeeld). In feite volgen die landen de voorbeelden van de VS of Japan of de Sowjet-Unie. China volgt alleen zijn eigen weg.

Mondiaal zie je de volgende zaken. Groeiende vervuiling van wateren, overbevissing, kortom: ook hier de 'tragedy of the commons', en er is geen mondiale regering die soevereine staten tot de orde kan roepen (denk aan Japan en de walvisvangst). De kloof tussen rijk en arm (de 'haves' en de 'have nots') wordt steeds groter, ecologisch kolonialisme door Westerse landen is aan de orde van de dag.

"Thus an end to growth and development would be acceptable to the Third World only in combination with a radical redistribution of the world's wealth and a total restructuring of the world's economy to guarantee the maintenance of economic justice. Yet it seems absolutely clear that the rich have not the slightest intention of alleviating the plight of the poor if it entails the sacrifice of their own living standards. Ecological scarcity thus greatly increases the probability of naked confrontation between rich and poor."(211)

Er is wel enige verschuiving van macht en welvaart gaande, afhankelijk van de aanwezigheid van energie- en andere bronnen in een land. De ontwikkelde landen zijn immers steeds meer afhankelijk van die bronnen en dus afhankelijk van die landen die ze hebben. Dat gaat betekenen dat die landen die de bronnen hebben rijker zullen worden. Wat dat precies gaat betekenen moet nog blijken. Waarschijnlijk is dat de spanningen tussen landen zullen toenemen en dat er steeds meer conflicten en oorlogen zullen komen die te maken hebben met het zich willen toeëigenen van die bronnen.

(220) Part III - Learning to live with scarcity

(222) 8 - Towards a politics of the steady state

Hoe kunnen we leven met ecologische schaarste? Het is mogelijk maar

"... we must recognize that a large measure of devolution or retrogression in terms of our current values will inevitably follow 400 years of continual evolution and 'progress'."(222)

"However, I offer no concrete or formal solution to the political dilemmas of ecological scarcity. There are several reasons for this."(222)

Mensen moeten leren 'ecologisch te kijken' en zichzelf te zien als een onderdeel van een subtiel web van leven. Dat staat gelijk aan een paradigma-wissel. Met die wissel duiken als vanzelf allerlei praktische en humane oplossingen op. Zonder die mentale bereidheid en politieke wil, zonder die mentale omslag (metanoia) heeft concrete actie geen zin en wordt elke oplossing meteen als 'niet realistisch' aan de kant geschoven. Verder zal het hoe dan ook een aantal decennia duren voordat er concrete antwoorden komen op de ecologische schaarste: wat nu belangrijk is is dat we er naar gaan zoeken, zodat we voorbereid zijn wanneer de tijd rijp is om werkelijk een omslag te maken.

"In short, excessive or premature specificity about the institutions of the steady-state society is either not very useful or a positive hindrance; again, metanoia is the key, for it will almost automatically engender concrete, practical arrangements that are congruent with it.
Nevertheless, a general outline of a solution to the problems of ecological scarcity is implicit in the concept of the steady state. Let us therefore review the essential characteristics of a steady-state society."(225)

"In preceding chapters we have discussed in some detail its purely physical characteristics - primarily dependence on income or flow resources, the maintenance of population levels within the ecological carrying capacity, resource conservation and recycling, generally good ecological husbandry, and so on. Let us now focus on the necessary sociopolitical characteristics of any steady-state society, regardless of how it chooses to give them social form."(226)

Geen individualisme maar gemeenschapsgevoel ('communalism'). Eigenbelang blijkt niet in het algemeen belang te zijn. Daarom moet de gemeenschap weer een grotere rol gaan spelen: het individu zal zich moeten onderwerpen aan de waarden die het algemene belang vraagt. In hoeverre zal moeten blijken.

Van individuele vrijheid naar meer invloed van autoriteit. De gemeenschap moet haar waarden immers aan individuen kunnen opleggen. Eng, maar ook weer niet: die autoriteit kan beperkt blijven tot het inperken van die handelingen die het ecosysteem kapot maken. Dit hoeft niet noodzakelijk samen te gaan met een totalitaire staat.

Van democratische 'gelijkheid' naar politieke competentie en status. Het met gezag afdwingen van bepaalde waarden en gedrag maakt het noodzakelijk dat er een regerende klasse komt met meer deskundigheid. Wel moet voorkomen worden dat die klasse voor haar eigen belang gaat zitten regeren door constitutionele regels te stellen voor die groep.

Er moet afgestapt worden van de vrije markt-benadering. Er zal politiek bedreven moeten worden, nu bepaalt het laissez-faire van de markt in feite de beslissingen. Dat betekent open discussie over doelen en uitgangspunten voor het gemeenschapsleven en over het ontwerp voor een toekomst. Bij dat laatste gaat het niet zo zeer om het plannen van de ontwikkeling (wat leidt tot bureaucratie en dergelijke) als wel om het creëren van omstandigheden die die ontwikkeling mogelijk maken.

Rentmeesterschap ('stewardship'). We moeten met andere woorden de relatie tussen mens en natuur gaan zien als eentje waarin aan mensen de zorg over de biosfeer wordt toevertrouwd zonder dat ze de baas zijn over die natuur.

"The character of economic life wil change totally. Ecology will engulf economics; we shall move away from the values of growth, profligacy [losbandigheid], and exploitation typical of 'economic man' toward sufficiency, frugality [matigheid, soberheid], and stewardship. The last especially, at least in its minimal form of trusteeship [beheerderschap, mandaat], will become the cardinal virtue of ecological economics. (...) In short, quality will replace quantity, and husbandry [zuinig beheer] will replace gain, as the prime motives of economic life."(229)

Van machtsuitoefening naar bescheidenheid. De dodelijke ernst van een strijd om het bestaan als de strijd om materiële welvaart moet plaats maken voor een minder ambitieuze, meer ontspannen en tevreden instelling.

"Moreover, although some profess to see the steady state as tantamount to rigor mortis, once the getting and spending of material wealth has ceased to be the prime determinant of status and self-esteem, the search for social satisfaction and personal fulfillment can turn toward the artistic, cultural, intellectual, scientific, and spiritual spheres - none of which are seriously confined bu physical limitations."(230)

Terug naar diversiteit, decentralisatie en local autonomie. De totale verwevenheid van alle elementen in de huidige samenleving (bijvoorbeeld in de vorm van industriecentra, urbanisatie) kan losgelaten worden. Er is immers minder noodzaak te centraliseren, het produceren van zaken wordt arbeidsintensiever, mensen zullen zich weer verspreiden over het land.

Van eendimensionaal denken en reductionisme naar holisme.

"Because the kind of one-dimensional thinking that created the crisis of ecological scarcity in the first place will no longer be tolerable, there will be a decisive movement away from scientific reductionism, the assumption inherited from Francis Bacon that nature is to be understood by dissecting it into its smallest constituent parts, towards holism, the contrary assumption that nature is best understood by focusing on the interrelationships making up the whole system.(...) Reductionist science has left most individuals psychologically adrift - by ruthlessly destroing older world views without putting anything in their place, by fragmenting the corpus of knowledge, and by alienating man from nature. A new synthesis based on a fuller understanding of the total ecology of the planet would go a long way toward making the average man feel once again at home in the universe."(231)

Van instrumenteel denken naar echte moraal. Al het bovenstaande vraagt in feite een andere mentaliteit met een andere morele instelling tegenover mens en natuur.

"Indeed, the crisis of ecological scarcity can be viewed as primarily a moral crisis in which the ugliness and destruction outside us in our environment simply mirror the spiritual wasteland within; the sickness of the earth reflects the sickness in the soul of modern industrial man, whose whole life is given over to gain, to the disease of endless getting and spending that can never satisfy his deeper aspirations and must eventually end in cultural, spiritual, and physical death. If this assessment is correct, then the new morality of the steady state must involve a movement from matter to spirit, not simply in the sense that material pursuits and values will inevitably be deemphasized and restrained by self-interested necessity, but also in the sense that there will be a recovery or rediscovery of virtue and sanctity. We shall learn again that the canons higher than self-interest and individual wants are necessary for men to live in productive harmony with themselves and others. Thus the steady-state society, like virtually all other human civilizations except modern industrialism, will almost certainly have a religious basis - wether it is Aristotelean political and civic excellence, Christian virtue, Confucian rectitude, Buddhist compassion, Amerindian love for the land, or somthing similar, old or new."(231-232)

[Gevaarlijke wending in de argumentatie hier. Dat er verschuiving zal moeten optreden naar andere waarden en normen is zeker. Maar praten over 'soul' en 'spirit', over religie en spiritualiteit en heiligheid als basis van de 'steady-state society'? Moraal heeft daar niet noodzakelijk iets mee te maken. Maar ook Ophuls lijkt te denken dat dat wel zo is - hij heeft het verderop over 'ethical-spiritual principles', over 'civil religion' -, zoals ook Schumacher. Ook gevaarlijk is zo'n uitdrukking als 'terugkeer naar pre-moderne waarden'. We kúnnen niet terugkeren, we moeten juist vooruit. Natuurlijk kunnen we veel van het verleden leren voor de toekomst, maar we moeten juist niet terugkeren, maar wel de moraal op een hoger niveau brengen. ]

Waar kunnen we de wijsheid vandaan halen die ons helpt om de hierboven beschreven omslagen te maken en een post-industriële samenleving te bouwen? Eén manier is om een diepgaande studie te maken van de ziektes van de industriële samenleving. Een andere manier is om politieke filosofen te bestuderen.

"We have already seen that the values of a steady-state society would have to resemble pre-modern values in many important respects, but steady-state values bear a particularly uncanny resemblance to the ideas of the British conservative thinker Edmund Burke, the last great spokesman for the pre-modern point of view."(233)

Veel van zijn ideeën komen overeen met die van de ecologische filosofie die in de kern natuurlijk ook conservatief, letterlijk behoudend, is: skepsis over de mogelijkheid van vooruitgang, de acceptatie van menselijke onvolmaaktheid, de noodzaak een balans in stand te houden, gevoel voor de samenhangen, de noodzaak om greep te houden op eigenbelang, en zo verder. Je hoeft het niet met al Burke's ideeën eens te zijn om inspiratie te putten uit zijn werk. Maar ook Plato's De Staat kan inspireren evenals het werk van veel anarchisten.

"Indeed, to the extent that the environmental movement shares a common political ideology, it is predominantly anarchist. Moreover, the whole issue of a planned versus a designed steady state is so close to the central problem of anarchism that it is perhaps the most directly relevant body of theory for many of the critical issues raised in the preceding section."(235)

We kunnen ook wijsheid halen uit de zogenoemde hogere, ultieme waarden. Ophuls wijst er nu zelf op dat er wel gevaar schuilt in het zoeken naar ultieme waarden. Tenslotte is de geschiedenis vol van machthebbers die zich op god en hoogste waarden beroepen om mensen met geweld te onderwerpen aan hun eigenbelang, zegt hij. Maar hij denkt nu meer aan waarden als vriendelijkheid, eenvoud, soberheid, kleinschaligheid en nederigheid in tegenstelling tot 'power, possessions, and position'.

[Het is opvallend dat Ophuls hier toch wel erg blijft hangen in een Amerikaanse context: hij heeft het vaak over 'our founding fathers', Jefferson, christendom, en zo verder. Niet alleen, hij is altijd breder, internationaler, maar toch preekt hij nu ineens duidelijk voor eigen parochie. Als voorbeeld het volgende citaat:]

"Although in our search for a suitable civil religion we certainly ought to cast the net for sources of inspiration as widely as possible, it by no means follows that we must convert to Taoism or other seemingly alien faiths, political, economic, or religious. As we have seen, the political philosophy of Thomas Jefferson can supply a large part of the ideological foundation for a minimal, frugal steady state; what is lacking may be found in the ideas of Henry Thoreau and all the other 'literary' critics of American civilization, like Melville and Whitman, who chided us for following a path that must eventually lead to the betrayal of our basic principles. Moreover, although much in Christianity has rightly been found by critics (for example, Roszak 1973) to be ecologically objectionable (in that nature is almost completely desacralized and man given quasi-total domination over creation), others point out with equal correctness that stewardship and other Christian virtues could easily form the basis of an ecological ethic."(242)

[Is het niet typisch? Meteen duikt ook de hele tijd dat 'we' op, alsof dit boek alleen maar geschreven is voor Amerikanen. Het is een merkwaardig ding, omdat Ophuls voor de rest heel open en globaal denkt en bijzonder kritisch is over de Amerikaanse politiek en zo verder. Verderop zegt hij dan trouwens weer dat we niet moeten blijven hangen in het verleden. Nee, laten we dat dan ook maar niet doen waar het gaat om de VS.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk