>>>  Laatst gewijzigd: 28 december 2017  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Geschiedenis van informatie en media

Voorkant Abbate 'Inventing the internet' Janet ABBATE
Inventing the Internet
Cambridge, Mass.: The MIT Press, 1999; 264 blzn.
ISBN: 02 6251 1150

[Boeken over de geschiedenis van Internet zijn er genoeg. Maar ze zijn tamelijk verschillend van karakter. Abbate is bijvoorbeeld heel goed in het gebruiken en noemen van allerlei historische archieven. Bovendien trekt ze de geschiedenis verder door dan bijv. Hafner-Lyon, die het niet eens over de commercialisering van internet en WWW hebben.]

[Ook Abbate noemt het boek van Hafner-Lyon een journalistiek werk en dat is niet per se positief bedoeld. :-) Hoe het ook zij: dit boek is gebaseerd op meer dan interviews en gebruikt wereldwijde informatie. Het verhaal is ook veel minder VS-gecentreerd.]

(1) Introduction

Wat algemene opmerkingen over internet. Bijvoorbeeld dat in het ontstaan ervan militaire en civiele belangen dooreen liepen en buitenlandse experts een grote rol speelden.

"The US military played a greater part in creating the system than many people realize, defining and promoting the Internet technology to serve its interests. Network projects and experts outside the United States also made significant contributions to the system that are rarely recognized."(2)

Uitleg over de opbouw van het boek en over haar insteek: de sociale opbouw van computer communicatie, maar niet alleen met aandacht voor het gebruik maar ook voor de productie van de technologie zelf.

(7) 1 - White heat and Cold War: The origins and meanings of packet switching

Over de techniek die het belangrijkst was in het mogelijk maken van computernetwerken / Internet: 'distributed packet switching', onafhankelijk van elkaar uitgewerkt door Paul Baran (Rand Corporation, VS) en Donald Davies (National Physical Laboratory - NPL, London, UK).

Een en ander wordt hier in veel meer detail uitgewerkt dan door Hafner-Lyon. Baran's insteek was meer dat een computernetwerk zou moeten overleven bij een aanval en illustreert wat de Koude Oorlog aan gevolgen had in de Verenigde Staten. Davies insteek was veel meer een sociale, hoewel ook in de United Kingdom de politieke en maatschappelijke achtergronden een rol speelden.

"Like Paul Baran, Donald Davies saw that packet switching would allow many users to share a communication link efficiently. But Davies wanted that efficiency for a different purpose. Packet switching, in his view, would be the communications equivalent of time sharing: it would maximize access to a scarce resource in order to provide affordable interactive computing."(27)

Ook de UK-kant van het verhaal wordt door Abbate veel verder uitgewerkt. Zo beschrijft ze het Mark1-project bij het NPL , een experiment op kleine schaal in 'packet switching networks' vanaf 1967, waar Roger Scantlebury bv. bij betrokken was. Dat is iemand die in de VS later Davies' werk onder de aandacht bracht van mensen bij het ARPA-project.]

"A Honeywell 516 was installed at the NPL in 1969, and over the next two years user services were added to the network. The Mark I had about sixty lines that provided access to a DEC PDP-8 computer and two mainframes. Through the network, NPL researchers could have remote access to computers for writing en running programs, for querying a database, for sharing files, for special services such as a 'desk calculator', and for 'communication between people' (Davies 1966a, pp 1-2). The system also included a file server and a 'Scrapbook' application that provided document editing and communication tools (Campbell-Kelly 1988, p.236)."(31)

In 1973 kwam er ook nog een Mark II. Het systeem was zijn tijd ver vooruit qua interne werking en qua bediening. Maar omdat dit experiment niet leidde tot een uitbouw naar een nationaal netwerk bleef de invloed ervan beperkt tot het NPL. Davies kreeg voor de nationale uitbouw niet de steun die daarvoor nodig was.

"Though Davies had had a head start on the builders of the ARPANET, it was their work that would come to dominate the field of computer networking. The politics of the day and the culture of some British institutions hampered Davies's ability to implement his ideas and fulfill his aim of keeping the United Kingdom ahead of the United States in computer networking."(33-34)

Terwijl dat doel nota bene in overeenstemming was met wat de Britse regering eigenlijk wilde - het motief om technisch vooruitgang te boeken was daar minder de Koude Oorlog dan wat de VS deden. Maar regeringsbemoeienis werd in dit geval een duidelijk obstakel: het waren niet de deskundigen die de lijn uitzetten.

Ook het monopolie op telecommunicatie van het General Post Office (GPO) belemmerde de ontwikkeling van computernetwerken: ze hadden simpelweg geen interesse [dat was met AT&T in de VS trouwens precies zo]. Het duurde een tijd voordat een Real Time Club van deskundigen de regering en het GPO in beweging kreeg. Een Experimental Packet Switching Service was in 1977 operationeel, maar niet op de manier als de deskundigen beschreven hadden.

"The Wilson government had aimed to encourage the development and exploitation of British computing technology, but its failure to coordinate decision making with the researchers on the front lines of innovation had had - at least in the case of the NPL networking effort - the opposite effect."(35)

In de VS ontstonden intussen als reactie op de Koude Oorlog het ARPA en IPTO. Roberts wilde werken aan een ARPANET en via het symposium in Gatlinburg, Tennessee, 1967 kwam hij in contact met Scantlebury die daar een lezing hield over Davies en het MarkI-project en Roberts ook kon vertellen over Baran.

"The NPL group influenced a number of American computer scientists in favor of the new technique, and they adopted Davies's term 'packet switching' to refer to this type of network. Roberts also adopted some specific aspects of the NPL design."(38)

Samenvatting van de kern van dit hoofdstuk onder het kopje The social construction of packet switching, p. 39-41.

(43) 2 - Building the ARPANET: Challenges and strategies

Hier volgt voor een deel hetzelfde verhaal als Hafner-Lyon hebben geschreven. Wat meer accent op een paar dingen. Abbate maakt bijvoorbeeld duidelijk dat er erg veel geld beschikbaar was voor ARPA, vergeleken met de Britse situatie. Met andere woorden: de regering van de VS investeerde uitgebreid in de ontwikkeling van deskundigheid en technologie.

Ook is er meer informatie hier over de technische aanpak van 'layering' waarbij hogere lagen (bv. gebruikslagen) bouwen op lagere (bv. hardware-signalen). De lagen kunnen onafhankelijk van elkaar uitgewerkt en beheerd worden. Het is een manier om technische complexiteit hanteerbaar te maken. Maar tegelijkertijd is het een manier om mensen decentraal in te zetten, te raadplegen, etc.

De managementstijl van IPTO-managers als Taylor en Roberts was collegiaal. Ze kwamen zelf van universiteiten of uit het bedrijfsleven en haalden daar ook de onderzoekers vandaan die voor hun projecten werkten. Het waren geen carrièremanagers: ze deden de job vaak maar een paar jaar en keerden dan terug naar de universiteit of het bedrijf om weer onderzoek te doen.

"The ARPA approach exhibited the weaknesses and the advantages of an 'old boy' network. Many talented computer scientists found themselves left out of the field's biggest funding opportunity, but those who were included enjoyed an extremely supportive environment."(54)

"Graduates of the IPTO-funded programs at MIT, Stanford, Carnegie Mellon, and elsewhere became a major source of computer science faculty at American universities, thereby extending ARPA's social network into the next generation of researchers."(55)

Die graduates waren meestal te vinden in de Network Working Group. Namen op p. 59.

Verder is het verhaal ongeveer gelijk aan Hafner-Lyon. Van de First International Conference on Computer Communications van 1972 tijdens welke het ARPANET gedemonstreerd en gepromoot werd, wordt hier ook opgemerkt dat het enthousiasme ook leidde tot de eerste commerciële 'packet switching networks', bv. Telenet Communications Corporation waar Roberts na ARPA ging werken.

(83) 3 - 'The most neglected element': Users transform the ARPANET

Over de rol die gebruikers van een techniek spelen in het succesvol worden van die techniek. ARPANET kende enorm veel beperkingen in het begin die dankzij bijdragen van de gebruikers zelf langzaam aan werden weggewerkt. Maar daarbij ging het natuurlijk voor al om die gebruikers die 'computer savvy' waren: ARPANET was in het begin vooral interessant voor mensen uit de computerwetenschappen en zelfs die maakten er helemaal niet zo'n intensief gebruik van.

Het oorpsronkelijke doel van ARPANET was het delen van 'resources'. Maar veel wetenschappers hadden helemaal niet de neiging hun eigen lokale mainframe-computers op te geven. Het argument van het terugdringen van kosten door het delen vcan 'resources' werd minder belangrijk, met name toen de veel goedkopere minicomputer zijn intrede deed.

Toen e-mail de 'killer application' bleek te zijn waardoor het netwerk echt populair werd, bleek ook dat het accent te veel had gelegen op kosten / technische resources en zo verder: toen het perspectief naar communicatie tussen gebruikers verschoof bleek pas hoe handig een interlokaal of zelfs een mondiaal computernetwerk kon zijn.

(113) 4 - From ARPANET to Internet

In tien jaar tijd groeide het ARPANET uit tot Internet dank zij technieken die uiteenlopende computernetwerken aan elkaar konden koppelen [het verhaal dat Hafner-Lyon ook geeft].

"Although the design of the Internet came from the international computer research community, the actual implementation was done under the auspices of the US military."(113)

Naast onderzoekers in de VS (Yogan Dalal, Richard Karp, Carl Sunshine, Robert Kahn, Vinton Cerf, Stephen Crocker, Jon Postel, Robert Metcalfe, David Boggs, Peter Kirstein, Franklin Kuo, Alex McKenzie) namen veel onderzoekers van buiten de VS deel via de International Network Working Group: het Britse NPL netwerk (Derek Barber), het Franse Cyclades netwerk (Louis Pouzin, Hubert Zimmerman, Gerard Lelann), de International Federation for Information Processing en het European Informatics Network dat startte in 1973 en in 1976 al tien landen verbond.

(147) 5 - The Internet in the arena of international standards

Standaards hebben altijd te maken met belangen vanuit de politiek, het bedrijfsleven, etc. etc. De vraag werd - en is in feite nog steeds - welke organisatie de hoeder en maker van standaards voor computers en het Internet zou worden.

In de VS had je de American National Standards Institute (computer standaarden), de National Bureau of Standards (standaards voor het gebruik door regeringsinstanties) en het Department of Defense zelf (waar het ARPANET nog altijd onder viel).

Internationaal gezien had je bijvoorbeeld de Consultative Committee on International Telegraphy and Telephony (CCITT) van de International Telecommunications Union (ITU) dat met de International Organization for Standardization (ISO) samenwerkte om standaards voor netwerken te regelen.

Met andere woorden: veel betrokkenen en dat ging niet goed samen met de behoefte aan snelle besluiten. Bovendien waren er grote verschillen in visie en mening voor wat de beste standaard was. Denk aan de discussie over de X.25-standaard voor de nieuw ontwikkelde datanetwerken van allerlei landen die door de PTT-monopolies van die landen werd doorgezet. Terwijl de Internet-gemeenschap koos voor de open en flexibele TCP/IP-standaard.

In die discussie speelt ook altijd de kwestie centraal regelen (PTT's en 'carriers') tegenover decentraal regelen (op de computers van gebruikers van het netwerk) een grote rol. Daarnaast natuurlijk ook de kwestie 'eigen met patenten beschermde software' (van bedrijven) tegenover open publieke vormen van software ('open source') zoals bleek in de discussie rondom het OSI-7-lagen-netwerkmodel (dat het bv. goed deed in West-Europa).

Geen enkele standaard deed het helemaal voor alles en voor iedere situatie. Met andere woorden: er bleven allerlei standaarden naast elkaar bestaan en compatibiliteit bleef een probleem.

"The efforts of the international standards bodies contributed, sometimes unintentionally, to a computing environment that was characterized by heterogenity both within and among networks. In this environment, the Internet - designed to handle diversity at all levels - had a competitive advantage."(178)

(181) 6 - Popularizing the Internet

In de jaren na 1990 werd het Internet een publiek middel. Dat werd mogelijk door een verschuiving van militaire naar algemene en commerciële (zie p.192 voor namen van allerlei door bedrijven gerunde computernetwerken) belangen in de VS, door het toenemend gebruik van minicomputers en persoonlijke computers, en doordat universiteiten massaal aansluiting zochten bij Internet. De groei van Internet was al in de jaren tachtig exponentieel. De stap naar gebruik door particulieren thuis kon niet uitblijven.

Daarvoor moest echter nog wel een belangrijke techniek ontwikkeld worden: een alomvattend systeem van namen en adressen op Internet. Dat werd het Domain Name System dat voornamelijk ontwikkeld werd door Paul Mockapetris in California.

Ook nam de noodzaak van beheer toe en dus ontstonden er wereldwijde en nationale organisaties om de ontwikkeling in banen te leiden.

"As the Internet becomes more of an international resource, the continued authority of the United States in administrative matters will, no doubt, be challenged more and more."(208)

Tot slot wijdt Abbate nog wat bladzijden aan systemen om de explosief groeiende hoeveelheid informatie op Internet toegankelijk te maken, systemen dus als gopher, WAIS en het World Wide Web. Met name de laatste mogelijkheid in combinatie met grafische browsers leidde tot een enorm versnelde ontwikkeling van het gebruik van Internet.

(241) Bibliography

Uitvoerige lijst van bronnen voor onderzoek naar de geschiedenis van computer en computernetwerken.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk