>>>  Laatst gewijzigd: 9 maart 2020  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Filosofie van informatie en media

Voorkant Bardoel-Bierhoff 'Informatie - Achtergronden, analyses' Jo BARDOEL / Jan BIERHOFF (red.)
Informatie - Achtergronden, analyses - Vierde geactualiseerde druk
Groningen: Wolters-Noordhoff, 1994/4, 1987/1; 238 blzn.
ISBN: 90 0105 1421

Een bundel artikelen op het terrein van communicatiewetenschappen en mediastudies in het Nederlandse taalgebied. Bij De Slegte gevonden. Het boekje is in zijn vierde druk inmiddels al weer 16 jaar oud. Er is geen nieuwe druk verschenen in de jaren daarna.

[Het gaat in dit boek voor een groot deel nog helemaal niet over de digitalisering van de informatie en de media. Het is in die jaren al wel duidelijk dat nieuwe media en de digitalisering van alle media een grote rol gaan spelen, maar het is nog volkomen onduidelijk hoe dan. De gepresenteerde feiten over de ontwikkelingen in telematica en computergebruik zijn inmiddels natuurlijk volkomen achterhaald, zoals altijd bij oude boeken.]

[Een ander gevolg van de 'leeftijd' van het boek: heel veel van wat er verteld wordt is inmiddels algemeen bekend. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat er geen nieuwe druk is verschenen: je zou na een bepaalde periode een gheel nieuw boek moeten uitgeven. Hieronder slechts een weergave van de grote lijn.]

Rol overheid

Eerste onderwerp vormt de rol van de overheid ten aanzien van pers en omroep en de status van pers en omroep. Beide zijn in de tijd van de verzuiling inert en conservatief. In de 60-er jaren ontstaat er pas echt mediapolitiek en mediabeleid. Bovendien zet de commercialisering in. Het blijft wel steeds een discussiepunt in hoeverre er overheidsregulatie moet zijn - om het publieke belang te dienen - en in hoeverre de obtwikkelingen aan de markt moeten worden overgelaten. Een andere factor die een rol gaat spelen: de communicatiewetenschap die langzamerhand ontstaat. Ook een autonoom opererende journalistiek is een nieuwe factor. En de verhouding tussen de laatste twee is niet geweldig. Bovendien wordt er weinig aandacht geschonken aan de mogelijkheden van nieuwe digitale technieken.

Overheidsbeleid is vooral gericht op bescherming van het nationale cultuurgoed (in een tijd van internationalisering van het media-aanbod), het beschermen van de diversiteit in de berichtgeving en opinievorming, en het ondersteunen en stimuleren van nieuwe experimenten. Het is aanvullend en corrigerend.

Digitale kloof

Een ander onderwerp vormt het toenemend aantal fusies in de mediawereld tot grote conglomeraten die alle media overkoepelen en commercieel willen uitbaten. Omdat die media-industrie vooral in de USA en Europa en Japan zetelt is globalisering iets van Noord naar Zuid, waarbij Zuid veel minder toegang heeft tot media en informatie. De Derde Wereld heeft die digitale kloof in 1973 (Algiers) aan de orde gesteld: een weg werd voorgesteld naar een Nieuwe Internationale Informatie Orde (NIIO). Maar regeringen en de westerse media-industrie ware niet geneigd daar aan mee te werken.

Beeldvorming

Niet alleen dat er inmiddels een beeldcultuur is ontstaan waarin het woord langzamerhand op gelijke voet wordt vergezeld door het beeld (als het beeld al niet dominant is geworden). Maar het is te gemakkelijk om te denken dat lezen iets actiefs is en het kijken naar beelden iets passiefs. De voortdurende stroom van beelden tast onze fantasie niet aan en zal het woord niet verdringen.

Maar de beeldcultuur leidt wel tot beeldvorming. En daar is in de 80-er / 90-er jaren veel onderzoek naar gedaan.

"De media vertegenwoordigen, zowel in hun informatie als in hun amusement, vooral gangbare opvattingen en waarden in onze maatschappij. Zo vinden we in de media openlijke, maar ook impliciete opvattingen over wat vrouwen en mannen zijn en wat ze moeten doen en laten."(142)

Onderzoeken van bijvoorbeeld Nancy Signorielli (1986) in de USA naar 20.000 TV-personages lieten zien, dat er vijf mannen waren op twee vrouwen, dat vrouwen tussen de 20 en 29 waren en mannen tussen 35 en 45 jaar, dat van de vrouwen altijd bekend was of ze getrouwd waren of niet, dat kinderen en ouderen ondervertegenwoordigd zijn vanwege de invloed van de adverteerders, dat vooral glamour-beroepen en zelfstandige beroepen in beeld worden gebracht. Onderzoek in Nederland bevestigt die beeldvorming.

[Beeldvorming is in feite de overdracht van waarden en normen. Daarom is dat wat mij betreft een bijzonder interessant aspect aan de media. Maar deze onderzoeken zijn natuurlijk ook al weer verouderd.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk