>>>  Laatst gewijzigd: 28 december 2017  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Geschiedenis van informatie en media

Voorkant Briggs-Burke 'A social history of the media - From Gutenberg to the Internet' Asa BRIGGS / Peter BURKE
A social history of the media - From Gutenberg to the Internet
Malden, USA: Blackwell Publishing / Polity Press, 2002; 374 blzn.
ISBN: 07 4562 3751

Preface

Doel van het boek:

"... bringing history into media studies and the media into history"(ix)

(1) 1 - Introduction

Termen als 'de media' of 'communicatierevolutie' of 'publieke opinie' zijn nog jong, maar aandacht voor communicatie en communicatiemiddelen is er altijd geweest. Al bij de Grieken was er veel aandacht voor de (effecten van) rethorica, later werd propaganda een studieobject, communicatie kreeg een steeds breder betekenis. Daarom wordt hier de volgende omschrijving gehanteerd:

"This history, on the other hand, will restrict itself to the communication of information and ideas in words and images by means of speech, writing, print, radio, television, and most recently by the Internet."(1-2)

Hoewel er vaak niets nieuws onder de zon is, concentreert dit boek zich op de veranderingen in de media om simpele standpunten te voorkomen als dat alles steeds slechter of beter is geworden in de media. Er is simpelweg geen duidelijke trend aan te wijzen en er is geen sprake van technologisch determinisme. Context is belangrijk:

"The immediate intensions, strategies and tactics of comminicators need at every point in the story to be related to the context in which they are operating - along with the messages that they are communicating."(5)

Dit boek concentreert zich op het moderne westen vanaf de toepasing van het boekdrukken, dus vanaf ongeveer 1450. Harold Innis wordt als inspiratiebron gezien - hij benadrukte de gevolgen van de verschillen in media (duurzaam als klei tegenover vluchtig als papier) en de neiging van elk communicatiemiddel om een kennismonopolie te scheppen. Er zijn heel veel mediadebatten - bijvoorbeeld over de gevolgen van geletterdheid ('litteracy'), maar die kunnen hier in dit korte bestek niet opgelost worden.

(15) 2 - The Print Revolution in Context

[Het is een genot om de nuances in deze studie te lezen. Voorzichtige conclusies, gefundeerde suggesties, het is goed. Voorbeeld: Misschien is er toch wel Aziatische invloed geweest op de uitvinding van het boekdrukken door Gutenberg, omdat de Koreanen al eerder op die manier 'movable type' gebruikten en dat nieuws bekend kon zijn in West-Europa.]

In vijftig jaar verspreidde het drukken zich over heel Europa, omdat Duitse drukkers rondreisden en het nieuws brachten: in 1500 waren er al zo'n 250 drukpersen in Europa. De reacties op de opkomst van het drukken waren - uiteraard - positief en negatief.

Voordelen en nadelen

Als positief werden door door de voorstanders gezien: Kennis kon nu veel gemakkelijker vastgelegd en behouden blijven en ook door latere generaties worden bestudeerd (decontextualisatie). Het werd gemakkelijker om autoriteiten te bekritizeren omdat met het drukken gemakkelijker allerlei verschillende opvattingen over een onderwerp naar voren gebracht konden worden. Maar er waren ook tegenstanders.

In de Islam-wereld was het een zonde om religieuze boeken te drukken. Maar ook het hebben van niet-alfabetische talen zoals daar en in Rusland maakte het lastiger om te drukken. Er was natuurlijk ook verzet van professionele schrijvers ('scribes') die hun broodwinning bedreigd zagen. En Kerk en Staat wantrouwden het gegeven dat gewone mensen nu minder afhankelijk werden van wat de autoriteiten hen vertelden: het 'gewone volk' kon nu zelf immers de teksten lezen of laten voorlezen. Ook een probleem : het drukken leidde tot een informatie-explosie.

"Scholars, or more generally anyone in search of knowledge, had other problems. (...) The most serious problems were those of information retrieval and, linked to this, the selection and criticism of books and authors. There was a need for new methods of information management, just as there is today, in the early days of the Internet.
In the early Middle Ages the problem had been the lack of books, their paucity. By the sixteenth century, the problem had become ome of superfluity."(18)

Bibliotheken werden uitgebreid, er ontstonden catalogussen en later ook bibliografieën per auteur en onderwerp, academische tijdschriften gaven informatie over en beoordelingen van nieuwe boeken.

Media parallel gebruikt

Andere communicatiemiddelen in het palet bleven ook belangrijk.

Bijvoorbeeld de middelen voor fysieke communicatie zoals transport over land (wegen) en over water (waterwegen). Beide werden gebruikt voor het verspreiden van berichten, in eerste instantie door reizigers, handelaren en koeriers, later door het systeem van de post. Uiteraard duurde het meestal vele dagen voordat een bericht van A naar B was getransporteerd. Over zee ging over het algemeen sneller en het kon niet anders dan over zee in het geval van de intercontinentale koloniale keizerrijken. Naarmate het aantal schepen toenam, ging ook dat sneller.

Ook was er nog steeds sprake van veel mondelinge communicatie naast de schriftcultuur. Preken, lezingen, liederen en ballades, de geruchtenmolen, bleven een belangrijke rol spelen. Er ontstonden zelfs nieuwe organisatievormen voor orale communicatie: academische discussiegroepen, wetenschappelijke verenigingen, salons, clubs, beurzen, koffiehuizen, boekwinkels. Deze gingen bijvoorbeeld herbergen en publieke baden aanvullen.

Ook het schrijven bleef belangrijk, in het zakenleven (boekhouding, notariaat), in religie (in het protestantisme werd het lezen sterk gestimuleerd). Mensen die konden lezen en schrijven stelden zich ten dienste van mensen die dat niet konden - allerlei beroepen ontstonden, er waren bv. professionele schrijvers die een soort van bureau of winkel hadden waar men brieven kon laten schrijven als men dat zelf niet kon.

De gevolgen van geletterdheid waren groot. Het geschrevene functioneerde als een (collectief) geheugen. En politiek gezien had het ook gevolgen. Regeringen / bestuurders baseerden zich steeds meer op verzamelde en vastgelegde informatie zoals statistieken over de bevolking. Op die manier kon het rijk vanuit een centraal punt bestuurd worden. Door de toename van het aantal te lezen en te tekenen stukken groeide er een bureaucratie van ambtenaren en secretarissen die bijvoorbeeld handelden namens de koning of keizer.

Ook visuele communicatiemiddelen bleven belangrijk. Men leerde nog steeds het gebaar in de rethorica en het gebaar had een plaats in rituelen en in schouwspellen / theater. Beeldtaal in fresco's en schilderijen en beeldhouwwerken bleef belangrijk en daarnaast ontstond het gedrukte beeld (houtsnijwerken, etsen) waarmee het gemakkelijker werd afbeeldingen onder grote groepen van de bevolking te verspreiden. Kaarten ('maps') werden al vanaf 1472 gedrukt.

Censuur

Censuur was alom aanwezig:

"As the remarks in the last section about clandestine communication by manuscript have already suggested, censorship of the media was a major preoccupation of the authorities in European states and churches, Protestant and Catholic alike, in the early modern period, wether they were principally concerned with heresy, sedition or immorality."(48-49)

En dat betrof dus niet alleen boeken, maar ook toneelstukken, plaatjes e.d. Het meest bekende censuursysteem van deze periode is dat van de Katholieke Kerk: de Index van Verboden Boeken. Het systeem ontstond rond 1550. De censoren waren het vaak niet met elkaar eens.

Maar het systeem was ook om andere redenen niet erg effectief. Juist de vermelding van een boek op de Index-lijst maakte dat mensen de titel leerden kennen en er interesse voor kregen. Uiteraard ontstond er door de censuur ook een levendige illegale handel in verboden boeken, werden ze van de ene naar de andere plaats gesmokkeld, werden ze - soms in geheimschrift - clandestien gedrukt, en zo verder.

Intellectueel eigendom

Een ander aspect rondom boeken ontstond al in de vijftiende eeuw: het idee van intellectueel eigendom (55). In de achttiende eeuw ontstonden er wettelijke regelingen:

"In Britain, for example, a Copyright Act was passed in 1709 which gave authors or their assignees the sole right to print their work for fourteen years."(56)

De Conventie van Genève regelde internationaal 'copyright' in 1887.

Centra van boekdrukken

Drie grote centra van het boekdrukken worden hierna beschreven: Venetië (16e eeuw; de tolerantie ging verloren door de contra-reformatie en de Inquisitie), Amsterdam (17e eeuw; een eiland van tolerantie in die tijd; veilige haven voor veel buitenlandse intellectuelen; al in de 17e eeuw werden hier veel kranten en kaartenboeken gepubliceerd) en London (nam in de 18e eeuw de rol van Amsterdam over, waarom wordt hier niet duidelijk; boekhandelaren en uitgeverijen begonnen samen te werken om grotere duurdere werken te kunnen publiceren).

Het lezen

Volgt een geschiedenis van het lezen. Lezen werd door de autoriteiten lang gewantrouwd. Maar het belang van lezen om informatie te verwerven nam tussen 1450 en 1800, zelfs zodanig dat allerlei woordenboeken, encyclopedieën, tijdlijnen, 'how-to'-s, etiquetteboeken, kookboeken en dergelijke verschijnen. Tegenover moralistische verhalen komen sensationele verhalen te staan.

Wat algemene conclusies waaronder ook een verwijzing naar Habermas Strukturwandel der Öffentlichkeit en zijn theorie over de opkomst van het publieke debat.

(74) - 3 - The Media and the Public Sphere in Early Modern Europe

Over de bijdrage van de verschillende media aan belangrijke politieke gebeurtenissen in de periode 1450-1800 en het ontstaan van de publieke sfeer en de politieke cultuur in die periode. En over hoe omgekeerd die politieke cultuur etc. bijdroegen aan de ontwikkeling van de media.

Al tijdens de Renaissance van de stadsstaten in Italië is er sprake van het gebruik van pamfletten en grafitti om politieke standpunten duidelijk te maken. Verhoudingsgewijs veel mensen waren betrokken bij de politieke gang van zaken in die stadsstaten. Tijdens de Reformatie neemt dat toe.

"Contrary to Habermas's thesis [dat de publieke sfeer in de 18e eeuw ontstond], it may be argued that the German Reformation contributed to the rise of a 'public sphere', at least for a time. The writers of pamphlets used self-conscious strategies of persuasion, they tried to appeal to a wide public, they encouraged criticism of the Church and, after the new ideas had been widely debated in public during the first years of the movement, they drew some Catholics into the open. As for the secular authorities, they too discovered that the new medium was a powerful force which might serve political ends.(...)
After the 1520s, the surviving evidence of public discussion declines as the Lutherans turned into a church and themselves limited or suppressed popular debate. The emphasis shifted from the priesthood of all believers to the importance of a learned ministry who would tell the people what to believe and what the Bible meant. We find similar developments in other parts of Europe later in the century."(83)

Later worden naast pamfletten en grafitti ook kranten, straattheater (orale communicatie), karikaturen (beeldcommunicatie) ingezet in het publieke debat. Die publieke sfeer met zijn politieke debat was er allereerst in Groot-Brittannië en de Republiek der Nederlanden. In Frankrijk ontstond die later onder de invloed van de Verlichting en de 'philosophes' (Voltaire, Rousseau, Diderot, D'Alembert). In de VS nog later. De publieke sfeer groeide als het ware in een zigzag-beweging.

(106) - 4 - From Steam to Electricity

Met de stoommachines van de tweede helft van de 18e eeuw begon in feite de Industriële Revolutie waarin machines in de plaats kwamen van menselijke lichaamskracht en vaardigheden.

"In all countries, both in the age of steam and in the subsequent age of electricity, it became a matter of pride to be the first to secure an invention, although it was seldom easy to establish the claim. Many inventions were arrived at independently in different places in processes, which, it was recognized at the time, crossed state frontiers. Litigation concerning patent rights was a frequent occurrence."(108)

"It was in France, indeed, that the term 'industrial revolution' was first coined in 1827 by a political economist. Adolphe Blanqui."(108-109)

[Dit hoofdstuk blinkt niet uit in lijn. Het bevat veel details: namen, gebeurtenissen, landen. Maar ik begrijp niet goed waar de auteurs hier speciaal naar toe willen. De stoommachine had natuurlijk invloed op de drukpers zoals later ook de elektriciteit. En de samenleving werd door de Industriële Revolutie een massamaatschappij waarin wetenschap en technologie een duidelijke rol gingen spelen. Ik zie niet helemaal wat dit met de geschiedenis van de media te maken heeft - behalve dan dat elke maatschappelijke ontwikkeling natuurlijk zijn invloed op de media heeft.]

(121) - 5 - Processes and Patterns

"This chapter examines one-by-one, and in as much detail as space permits, the story of the various new communications devices which prepared the way long before the transistor for what has been called with some exaggeration 'the media revolution of the twentieth century'."(121)

Allereerst: de spoorwegen, waarvan de Britse eerste route in 1830 geopend werd.

"Meanwhile, railways in the age of steam had not only introduced passengers to unprecedented speed, but had generated a huge demand for coal and iron, lowered business costs, opened up markets, stimulated employment in many industries and created new - and sometimes damaged old - communities. The maps of Britain and the United States looked different (very different in the 1870s) from what they had been half a century before."(125)

Verder: stoomschepen vanaf 1839 die de oceanen veel sneller konden oversteken dan zeilschepen en het karakter van de transatlantische verbindingen volledig veranderden. Bovendien werd in 1865 de eerste transatlantische telegraafkabel gelegd.

Als derde communicatiemiddel: de post.

"Railways and ships carried not only people and goods across time zones, but letters - an indispensable mode of communication, both national and international. By the end of the century they also carried postcards. The first Post Office postcards, 'open post sheets', had been introduced in Austria in 1869, and in Germany and Britain in 1870. They raised interesting issues, such as privacy, that were relevant to other media of communication."(130)

Het vierde communicatiemiddel was de telegraaf, vanaf in 1837 ontstaan in directe samenhang met de spoorwegen en de behoefte die ontstond om signalen door te geven rondom het treinverkeer.

"Like canals, railways and ocean highways, the telegraph linked national and international markets, including stock exchanges and commodity markets (cotton, corn and fish for example). It also speeded up the transmission of information, public and private, local, regional, national and imperial, and this in the long run stood out as its most significant outcome. Distance was conquered as information relating to government, business, family affairs, the weather, and natural and manmade disasters was transmitted, much of it in the form of news."(135-136)

"The main inventions in telegraphy, as in many other fields, were arrived at independently and in different countries in a cumulative process which did not have one single inventor."(136)

De telefoon wordt als het vijfde communicatiemiddel behandeld. Graham Bell patenteerde de telfoon in 1876 (geldig voor 25 jaar). De ontwikkeling ervan verliep in verschillende landen heel verschillend al naar gelang een regering er in geloofde of niet.

Als zesde communicatiemiddel worden draadloze verbindingen besproken. In eerste instantie werden die slechts gezien als een variant voor de telegraaf. Dat iedereen de in morse verzonden berichten kon oppikken werd in eerste instantie als een groot nadeel gezien. Totdat er andere mogelijkheden van 'broadcasting' opdoken: radio.

In eerste instantie in de vorm van 'ham radio': eind 19e eeuw ontstonden er clubs van radio amateurs die met elkaar communiceerden 'via de ether'. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd 'broadcasting' ook gebruikt door het leger. En ook de eerste radio-uitzendingen zoals wij die kennen maakten gebruik van de draadloze broadcast-techniek en van andere uitvindingen van Ambrose Fleming, Lee de Forest (de uitvinder van de vacu¨buis), en Reginald Fessenden.

Pas na WO I kwam radio echt op in de vorm van programma's die uitgezonden werden. Daarbij werd dus het nadeel van 'broadcasting' (iedereen kon de signalen oppikken) omgebogen in een voordeel. In Europa ontstond in 1922 de BBC als monopolie. In de VS was weinig regulatie en in 1922 waren er al 572 zendgemachtigden.

Langzaamaan ontstond de mening dat regulatie onontkoombaar was. In Europa kregen de landelijke PTT's vaak het monopolie over gebruikte radioapparatuur: alleen een door een PTT goedgekeurd apparaat mocht gebruikt worden. Ook werden delen van het spectrum toegewezen aan verschillende groepen: radio amateurs, militairen, instellingen voor het uitzenden van radioprogramma's, zodat ze elkaar niet dwarszaten.

In Europa werden radiouitzendingen verzorgd door centrale omroeporganen, gefinancieerd door de overheid op basis van luistergeld. In de VS bleef het bedrijfsleven de eigenaar en aanstuurder van radiostations, waarvan het aantal groot bleef, totdat er een concentratie plaatsvond. De financiering vond hier plaats via reclameboodschappen.

Ook de bioscoop en de televisie werden een belangrijk communicatiemiddel. Beide waren afhankelijk van de uitvinding van de camera, allereerst de fotocamera die rond 1875 razend populair werd, eind 19e eeuw camera's voor bewegend beeld waardoor de film mogelijk werd die eveneens erg populair werd. De stomme film werd opgevolgd door de geluidsfilm vanaf 1927. Televisie kwam ook op rond dat jaar, maar werd pas praktisch mogelijk na de Tweede Wereldoorlog.

Eveneens van invloed was de grammofoon - in eerste instantie niet alleen bedoeld voor het vastleggen van muziek, de eerste gedachte was dat mensen zelf zaken konden vastleggen via stem - zoals herinneringen. Maar heel dat interactieve idee werd niet gerealiseerd: wat ontstond was een apparaat om 'muziek af te draaien' waarnaar mensen dan konden luisteren.

[Het patroon dat je hier ziet is dat er een aantal communicatiemiddelen ontstonden waar mensen zelf iets mee konden / moesten doen (ze konden reizen = zichzelf vervoeren met fiets, motor, auto, vliegtuig; ze konden brieven schrijven, telegrammen versturen, iemand opbellen, foto's maken; ze konden communiceren via 'ham radio') en een aantal andere communicatiemiddelen die overheden en bedrijven aanboden en die de gebruikers tot passieve consumenten maakten (grammofoon, film, radio en televisie).]

"The social consequences of the inventions were ambivalent. Some encouraged privacy, others threatened it. Some generated new problems (accidents, pollution). Some promised and provided new freedoms, among them the 'freedom of the road'."(184)

"How the balance between public and private changed further in the twentieth century is one of the themes of the next chapter ... "(186)

(188) - 6 - Information, Education, Entertainment

"The importance of information was already clearly appreciated in some circles (political and scientific) in the seventeenth century, but was stressed still further in the commercial and industrial society of the nineteenth, when notions of speed and distance were transformed. (...)
Mass literacy was now deemed essential, just as continuing education and computer literacy came to be in the last decades of the twentieth century.
In the long run, too, industrial advance called for greater opportunities for relaxation, active or passive, in the form of recreation."(188-189)

"The dividing lines between information and entertainment became increasingly blurred during the 1950s and 1960s, both in newspapers and in the electronic media, and were later to become even more hazy."(191)

Voorbeelden daarvan: de pers en de journalistiek; radio en televisie - waarvan de ontwikkeling wordt beschreven op een meer gedetailleerde manier. Allerlei verschillende standpunten passeren daarbij de revue.

[Hier zie je discussies langskomen die niet anders zijn dan de discussies in de samenleving als geheel. Bij de meeste middelen speelt het middel op zich geen enkele rol in het bepalen van de doelen: het middel kan voor heel tegengestelde zaken gebruikt worden, het middel maakt mensen niet beter in het neerzetten van inhoud.]

[Belangrijkste is volgens mij het verschil tussen een commerciëe invulling van media en een invulling die gericht is op het opvoeden en informeren van mensen. Wanneer het geld en de oplage / aantallen luisteraars / de kijkcijfers gaan bepalen wat er in kranten wordt gepubliceerd dan wel via radio en televisie wordt uitgezonden, dan hoef je je geen illusies te maken over de objectiviteit of de eductieve waarde ervan. Hetzelfde geldt wanneer de overheid / de politiek dat gaan bepalen - denk aan propaganda, indoctrinatie, manipulatie. Dat is trouwens niet heel anders dan wanneer de commercie de inhoud bepaalt, want ook dat leidt tot een vorm van propaganda, indoctrinatie en manipulatie: reclame.]

[Elke vorm van idealisme is inmiddels wel gelogenstraft door de ontwikkelingen binnen een kapitalistische samenleving. Het gaat helemaal niet om opvoeden en informeren. Het gaat om het bezig houden van mensen, het gaat om geld verdienen, het gaat niet om inhoudelijke kwaliteit, objectiviteit, leerzame informatie. En hoewel dit soort media ook een rol gaan spelen in de scholen en bibliotheken, zie je dat de aandacht eerder uitgaat naar het 'beschermen van onze kinderen' dan naar het opvoeden en onderwijzen van kinderen. En dan te bedenken dat het hier gaat om het beschermen van de tedere kinderziel tegen beelden van pornografie en gewelddadigheid, terwijl de media - denk aan 'games', denk aan videoclips - daarmee tegelijkertijd overspoeld worden omdat daar zo goed geld mee te verdienen valt. Het is de huichelachtigheid ten top. Maar het laat dus zien dat het meestal helemaal niet gaat om de ontwikkeling van de mogelijkheid van de gebruikers van media.]

[Het is echt een liberale ideologie van de domste soort: al die media zouden ons vrij maken, in dictaturen zou niet kunnen bestaan wat in onze vrije samenleving kan bestaan, deregulatie is belangrijk want de vrije markt regelt alles, de vrijheid van drukpers is essentieel. En dergelijke liberale en republikeinse poeha uit de VS meer. Het zijn kritiekloze opvattingen. In een kapitalistische samenleving is er alleen maar sprake van schijnvrijheid, zowel voor de consumenten op de markt - van wie de vrijheid betekent dat ze mogen kiezen tussen 20 merken tandpasta - als voor de media die alles mogen schrijven en uitzenden, zolang het maar geld in het laadje brengt. Als het niet verkoopt is het niet goed.]

[Ook de massificatie is een thema, vind ik. De media publiceren alleen wat de meeste mensen 'willen horen' omdat dat de oplage en de kijkcijfers omhoog brengt. Daarbij hoort ook de sensatie-aanpak of de weergave in 'hapklare brokken' die nog steeds populair is. Het is een aanpak die uitgaat van de domheid van mensen, het is een arrogante aanpak die meent de 'doelgroep' te kennen op basis van marketing terwijl de 'doelgroep' in feite een bepaalde richting in gemanipuleerd wordt. Wat media doen is er helemaal niet op gericht om eisen aan mensen te stellen waarvan ze wie weet beter zouden kunnen worden. Maar de achtergrond is dus weer: dat zielige kapitalisme.]

"From the 1960s onwards, all messages, public and private, verbal and visual, began to be considered as 'data', information that could be transmitted, collected and recorded, whatever their point of origin, most effectively through electronic technology."(261)

(266) - 7 - Convergence

'Convergentie' slaat op de integratie van zaken als computers en communicatietechniek richting een algemene digitale technologie die gebruikt wordt voor tekst, getallen, geluid, beeld, of als computers en auto's, en zo verder.

"The enabling power of computer-based technology to present in digital form all kinds of information, and to process, trnamit, compress and store it, tended to shift public attention from the kind of information being conveyed - its content - to the ability through computerization to represent it all digitally in 0s and 1s ..."(269)

"There were many questions relating to the media themselves. Was the relationship between the mass and the individual changing? Indeed, in a society and culture which made the most of the word 'choice', was the word 'mass' becoming obsolete, as some, not least in Britain, said that the word 'class' had already become? Was society becoming fragmented, its coherence lost?
While the digitalization of all forms of centent made many new thing possible, it did not dispose of old problems relating to content. Did more channels really offer more choice? Were they not providing more and more of the same?"(270)

Andere woorden die in media studies veel gebruikt werden: 'cornucopia' (overvloed van informatie door een aanbod via vele media), 'crisis' (de media als organisaties raakten in rep en roer - hoe kon je bv. omgaan met dalende oplages door Internet? hoe kon je de versnippering en de massificatie tegengaan? hoe kon je kwaliteit garanderen door goede inhoud te produceren? hoe kon je controle houden op de ontwikkelingen waarin bedrijven met name een grote rol speelden?) , 'interactiviteit'

Uiteraard speelde de ontwikkeling van computertechnologie in die convergentie een grote rol. Volgt een korte geschiedenis van de computer en van Internet. De ontwikkeling van satelliettechnologie en de lancering van vele stallieten was ok een belangrijke factor, eveneens de aanleg van allerlei kabelnetwerken (voor kabeltelevisie, voor data en Internet).

[Je merkt aan dit hoofdstuk hoe moeilijk het voor historici van de media is om een beetje greep te krijgen op al die parallelle ontwikkelingen in hert medialandschap. Er zijn te veel feiten, te veel oorzaak-gevolg-relaties, om een heldere ontwikkeling te beschrijven, zou je kunnen zeggen. Dat maakt de weergave in dit hoofdstuk ook wat rommelig. Ik kan het niet goed samenvatten in ieder geval.]

(320) - 8 - Conclusion: Into Cyberspace?

Over de populariteit van vage begrippen ('buzz words') als 'cyberspace', 'virtual reality' - die vaak door de media in de wereld gezet worden. De rol van de media lijkt bedenkelijk geworden.

[Ook dit hoofdstuk gaat alle kanten uit. Maar de auteurs geven zelf al aan hoe moeilijk het is om de geschiedenis te schrijven wat dat wat onder onze neuzen gebeurt. Toch denk ik dat ze zich weer hebben laten verleiden door alle veranderingen aan de buitenkant en dat ze meer werk hadden moeten maken van de constante factoren in heel die mediageschiedenis. Dat wilden ze niet, ze hebben het standpunt dat er geen echte trend is in die geschiedenis - zie hoofdstuk 1.]

Maar die trend is er waarschijnlijk wel. We moeten ons, denk ik, niet op alle technische middelen concentreren. Waarvoor worden ze ingezet, welke inhoud brengen ze over? Af en toe gaat het daar over, maar dan slaat blijkbaar meteen de angst voor moralisme toe. Middelen veranderen, convergeren, etc. Maar ze brengen nog steeds tekst en beeld en geluid over.]

(334) Chronology

[Dit is wel een leuke lijst van jaartallen en gebeurtenissen. Soms is zo'n droge opsomming ook heel veelzeggend.]

(346) Further reading

[Een goed en beredeneerd overzicht van interessante literatuur rondom de thema's per hoofdstuk.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk