>>>  Laatst gewijzigd: 9 maart 2020  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Filosofie van de Artificiële Intelligentie

Voorkant Coolen 'De machine voorbij' Maarten COOLEN
De machine voorbij - Over het zelfbegrip van de mens in het tijdperk van de informatietechniek
Meppel / Amsterdam: Boom, 1992; oorspronkelijk een proefschrift

Algemene indruk is al vrij snel dat dit een typisch product is van de academische filosofie. Het is dan ook een proefschrift. Desondanks staat er veel in dat me bevalt waar het gaat om AI en de (on)mogelijkheden ervan. Een aantal citaten moet ik nog uittypen.

(9) 1. Inleiding

Hij noemt het zelf een wijsgerig-antropologisch boek dat gaat over de invloed van de techniek op ons zelfbegrip als mens, nu dus vooral over de invloed van informatieverwerkende machines. Vanuit Hegel wordt een kritiek op het cognitivisme ontwikkeld in de hoofdstukken 2 t/m 6.:

"Dat de machine bij sommige taken een minstens zo goed resultaat weet te behalen als wij, hoeft ons noch te verbazen, noch te verontrusten. Tenslotte hebben wij in ons ontwerp van de machine daar zelf voor gezorgd: we hebben de uit te voeren taak geanalyseerd in deeltaken, onderzocht hoe deze met elkaar dienen te worden verbonden om het gewenste resultaat te krijgen en naar een geschikte combinatie van natuurwerkingen gezocht. Het is listig dat wij de natuur zo voor ons laten werken. We kunnen er tevreden over zijn dat wat wij nagestreefd hebben, ons zo goed is gelukt."(12)

We delen de opvatting dat het onzinnig is over computers te praten in termen als 'intelligentie', 'creatief' en dergelijke. Prima. Ook al doet een machine hetzelfde als een mens (een schaakzet uitvoeren), ook al doet een machine dat zelfs sneller, dan nog is er geen sprake van 'intelligentie' bij een machine.

Ik heb altijd een grote hekel gehad aan het vergelijken van mensen en dieren vanuit het idee dat we vanuit gedrag van een dier kunnen begrijpen waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen.

Ik trek dat nu door naar vergelijkingen tussen wat een machine doet en kan en wat mensen doen en kunnen. We kunnen van machines niets over mensen leren, net zo min als we van dieren iets over mensen kunnen leren. Het bestuderen van de werking van een computer met het idee iets te gaan begrijpen van de werking van menselijke hersenen of zo is ronduit belachelijk, omdat die computers en computerprogramma's door mensen gemaakt zijn.

(14) 2. De computermetafoor

N.a.v. een opmerking op p.20: Hoe goed zouden expertsystemen alle ingevoerde informatie nu kunnen interpreteren, vergeleken met mensen? Nogal van belang als men medische diagnoses wil laten stellen door een expertsysteem.

Goed hoe Coolen steeds weer allerlei dubbelzinnig gepraat rondom AI, intelligentie e.d. bekritiseert. Nogal stompzinnig dat mensen eerst bijna als een machine beschreven worden, waarna machines vervolgens beschreven worden in termen van typisch menselijke zaken als doelen nastreven, keuzes maken, etc. Als Boden denkt dat dat goed is, dan zal ik haar boeken wel niet erg op prijs stellen. Inderdaad is Searle's zwak-sterk-onderscheid nog te zwak.(p.22-26).

(32) 3. De machine als werkend teken

Wat is informatie? Fysische toestanden (een signaal, een schakeling) kunnen informatie dragen (maar dat hoeft niet). De technische betekenis van informatie heeft nog niets te maken met betekenis. Andere definities zijn nog niet gegeven (p.37). Informaten: machines die met informatie kunnen omgaan.

(50) 5. Cognitieve gedragswetenschappen

Jammer dat hij niet op die lijn blijft verhelderen en gaat uitweiden over zaken die er voor mij minder toedoen. Pas verderop wordt de kwestie van informatie en intentionaliteit verder uitgewerkt (p.63-66). Misschien is het wel zo dat de menselijke geest helemaal geen informatie kan verwerken via formele regels (of niet uitsluitend via). Ik vind deze kritiek zoals verder uitgewerkt in citaat p.66-67 ev. uitstekend. De termen fenomenologie en leefwereld duiken al op om al die idiote reductionisten later mores te leren.

(73) 6. Fenomenologische kritiek op het cognitivisme

De fenomenologische kritiek op cognitivisme vanaf p.73 vanuit Merleau-Ponty uitgewerkt. De positie is mij bekend. Zie citaat p.73 voor een simpele samenvatting van die positie. Sluit aan bij Dreyfus' positie citaat p.77 die hier besproken wordt. De dominante opvatting van de mens als informatieverwerker is te vinden in het citaat p.78 + p.80-81 dat de kwestie prachtig weergeeft.

Mijn probleem is de verdere uitwerking. Het is allemaal zo abstract als wat, typisch academisch. Maar ik wil weten wat het in de praktijk van alledag betekent.

Er wordt gesteld dat motorische schema's via welke we handelingen verrichten ook een vorm van informatie zijn; ze moeten dan gezien worden als door ervaringen opgeslagen informatie die steeds weer opnieuw geraadpleegd wordt, evt. gecorrigeerd wordt op basis van nieuwe informatie vanuit de feedback van het lichaam dan wel vanuit de zintuigen, nou ja, vanuit wat de werkelijkheid aan feedback teruggeeft.

De vraag is natuurlijk of robots zoiets zouden kunnen met hun sensoren. Er is namelijk een essentieel verschil: het probleem van AI is dat ze dit soort informatieverwerking alleen als computatie kunnen simuleren waarna ze over de mens ook gaan praten in termen van snelle berekeningen etc. die uiteindelijk het resultaat van een handeling opleveren.

Maar waarom al die informatieverwerking van mensen als berekening zien of als het volgen van regels zoals een computerprogramma dat zou doen? Door vast te houden aan de computer om menselijk 'intelligent gedrag' te simuleren, houdt men dus vast aan een manier van kijken naar mensen die misschien nooit begrip zal opleveren voor hoe mensen handelen.

Daarom denk ik dat het niet veel zin heeft om via computers een model van menselijk handelen te simuleren met de pretentie dat menselijk handelen beter te begrijpen. Dat moet wel een pretentie blijven en een domme pretentie ook nog, omdat een door de mens gemaakt middel dus gebruikt wordt om de maker van dat middel te begrijpen. De omgekeerde wereld.

Hetzelfde verhaal kan verteld worden over waarneming. Het is het opdoen van informatie en het vergelijken ervan met opgeslagen informatie op een onbegrijpelijk snelle manier (natuurlijk is waarneming niet alleen atomistisch en synthetisch, maar globaal-analytisch: eerst het geheel dan de details). Maar is dit rekenen? AI zal hier praktisch altijd de grootst mogelijke problemen mee moeten hebben, omdat nu dus buiten de logica getreden wordt en er geraakt wordt aan betekenis, aan mens - werkelijkheid met heel die complexiteit van motoriek, waarneming, herkenning en waardering.

Hier duiken natuurlijk weer de termen veld, context, horizon, leefwereld op. Die maken mogelijk waarin computers zo slecht zijn: anticipatie op de waarneming, in staat zijn komende informatie te voorspellen. Conclusies van Coolen op p.88-89 en 93.

(97) 7. Waarom de machine vanuit de mens moet worden begrepen

In dit hoofdstuk komt de vraag aan de orde hoe het dan kan dat machines hetzelfde tot stand kunnen brengen als mensen terwijl ze toch wezenlijk anders zijn. Is dit al een vooronderstelling: kunnen machines wel hetzelfde tot stand brengen als mensen, ook al lijken de gevolgen van het machinale 'handelen' uiterlijk op de gevolgen van het menselijk handelen? Is die simulatie wel zo perfect?

Wat volgt is techniekfilosofie die me minder interesseert. Hoewel het misschien een idee is om het onderscheid van traditionele «» moderne techniek (techniek als aangepast deel van de samenleving «» techniek als complete beheersing van alles die ook de mens gaat bewerken) toe te passen op de rol die informatie nú speelt tegenover hoe informatie vroeger een rol speelde. Habermas kan hierbij ook interessant zijn (zie p.131).

Ik krijg last van het academische karakter van dit boek. Ik houd niet zo van die filosofieboeken waarin pagina's lang andere filosofieboeken geanalyseerd en bekritiseerd worden - ook al doet Coolen dat echt heel prima.

De vraag die pagina's lang op de ondergrond zit is: kunnen we aan de hand van de techniek, de producten die we als mens maken (werktuigen, machines, automaten) "iets over onszelf aan de weet komen dat we nog niet wisten"(180).

Geef nu zelf maar je eigen antwoord, neig ik steeds meer tegen Coolen te zeggen. Maar na alle uitweidingen en kritische dialogen van Coolen over en met Habermas, Hegel, Schelsky en noem maar op, heb ik nog geen helder antwoord op die vraag.

Het is duidelijk dat Coolen veel bestudeerd heeft, een erg goede filosoof. Als proefschrift is het dan ook prima - als een proefschrift tenminste moet laten zien dat je de filosofische traditie in je zak hebt. Maar als oorspronkelijk denken en als creatief antwoord zoeken op een moeilijke vraag is het heel wat minder.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk