>>>  Laatst gewijzigd: 16 augustus 2017  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Geschiedenis van de computertechniek

Voorkant Freiberger-Swaine 'Fire in the valley' Paul FREIBERGER / Michael SWAINE
Fire in the Valley - The making of the personal computer (Second Edition)
New York etc: McGraw-Hill, 2000; 1984/1e; 463 blzn.
ISBN 0 07 135892 7

(xxiii) Portents

Hier het verhaal van de 15-jarige Paul Allen en de 13-jarige Bill Gates die in de late jaren zestig na schooltijd en werktijd tot laat mochten werken aan de DEC-minicomputer van het bedrijf Computer Center Corporation om fouten ('bugs') uit de systeemprogrammatuur te halen.

CCC hoefde DEC niet te betalen voor de minicomputer zolang er fouten in dat systeemprogramma zaten en de jongens kostten het bedrijf ook niet veel natuurlijk. Ze droomden van eigen computers. Die kwamen er.

"Yet personal computers themselves did not arise from expensive, well-equipped labs staffed by an army of research and development specialists. They began outside the corporate and academic establishment, built by amateur business owners and hobbyists like Bill Gates, Paul Allen, Lee Felsenstein, Alan Cooper, Steve Dompier, Gary Kildall, Gordon Eubanks, Steve Jobs, and Steve Wozniak working after hours in garages, warehouses, basements, and bedrooms. These hobbyists brought about this revolution through their own fascination with technology."(xxiv-xxv)

De lol om zelf apparaatjes te solderen, kapotte te repareren, inzichten met anderen te delen, én wiskundig inzicht spelen allemaal een rol. En natuurlijk ook dat de ouders van Allen en Gates het blijkbaar normaal vonden dat ze al zo jong tot 's avonds laat ergens uithingen op een plek en met activiteiten waarvan ze volgens mij weinig begrepen.

(1) Ch1: Tinder for the fire

Een stukje geschiedenis. Begint met Babbage en Lady Lovelace (Ada Byron).

"She also wrote sets of instructions that told Babbage's Analytical Engine how to solve advanced mathematical problems. Because of this work, many regard Ada as the first computer programmer."(4)

Dan Peirce en Marquand. Burrack. Aiken. Atanasoff. Eckert/Mauchly:

"... the first all-electronic digital computer. With the exception of the peripheral machinery it needed for information input and output, ENIAC was purely a vacuum tube machine, perhaps based in part on ideas Mauchly hatched during a visit to John Atanasoff."(8)

[Met andere woorden: dit bevestigt McCartney op dat eerste punt en is in tegenspraak met hem op het tweede punt. Het wordt eigenlijk banaal, 'de eerste met ...' en dan een eigenschap. De ENIAC was in ieder geval niet 'general purpose' als je ziet wat Neumann nastreeft met de EDVAC.]

Semiconductors, solid-state devices (m.n. de triode) leidden tot de uitvinding van de transistor (23/12/1947) die weer werden geïntegreerd in Integrated Circuits. Totdat met de 4004 van Marcian Hoff de microprocessor ontstond, een computer op een chip met een eigen instructieset, waarvoor later door Gary Kildall dan ook een programmeertaal geschreven werd als CP/M. Daarmee werden de minicomputer en de personal computer mogelijk.

[Je ziet in de beschrijving op p.12-13 weer hoe mensen eerst onderzoek doen aan een Universiteit of aan een laboratorium van een groot bedrijf, en dan na een uitvinding voor zichzelf een bedrijf starten. Mensen die daar werken, starten op een gegeven moment weer een eigen bedrijf op grond van nieuwe inzichten of eigenwijsheid of wat ook. Zo ontstond dus Silicon Valley. Gaat dat hier net zo gemakkelijk als in de VS? Bv. de overgang van wetenschappelijk onderzoek naar 'engineering' en productie in een bedrijf? Het oprichten van een bedrijf en het aantrekken van kapitaal ervoor? Lijkt me niet. Het feit dat Allen en Gates al in 1972 - als 18- en 16-jarige - een bedrijf konden oprichten voor het Traf-O-Data programma (p.32) zegt genoeg.]

"The indicators pointed undoubtedly to the development of a small personal computer by, most likely, a minicomputer company. It was only logical, but it didn't happen that way. Everyone of the existing computer companies passed up the chance to bring computers into the home and on top of every work desk. The next generation of computers, the microcomputer, was created entirely by individual entrepreneurs working outside the established corporations."(25)

Inderdaad wezen alle grote bedrijven initiatieven voor het maken en verkopen van computers voor individuele mensen af.

Dan opnieuw het verhaal van Bill Gates bij CCC. Nu uitgebreid met een weergave van zijn hackers-acties op de DEC TOPS10 en CDC Cybernet. Hij was toen 15. Hij werd betrapt. En stapte tijdelijk uit de computers. Paul Allen haalt hem over om met hem een BASIC voor de 8008 te schrijven (BASIC was er dus al voor minicomputers). Ze kopen de processor en met Paul Gilbert bouwen ze er een machine omheen. Van 1972 - 1974 werken Gates en Allen bij het bedrijf TRW en verdienden al $30.000 per jaar.

[Ook dat lijkt me alleen mogelijk in de VS. Je wordt betaald voor je talent. Je moet alleen niets sociaals willen.]

(33) Ch2: The voyage to Altair

Microprocessors werden allereerst gebruikt voor rekenmachines. Op dat gebied werd de concurrentie enorm.

Ed Roberts had het bedrijf MITS en dat floreerde niet goed in die concurrentie. Daarom besloot hij een bouwpakket te bouwen voor een persoonlijke computer op basis van de Intel 8080. Maar hij had ook ideeën over uitbreidbaarheid met kaarten waardoor er als vanzelf ook een busstructuur moest komen.

Na publicatie van de komst van de Altair - waarvan het maken trouw gesteund werd door bankleningen - in het januari 1975 nummer van Popular Electronics brak de hel los: de belangstelling was enorm. Veel hobbyisten lazen dit soort bladen. Bovendien waren er hobbyclubs, zoals de Homebrew Computer Club in Menlo Park, Cal. waar Dompier eer in April 1975 een verhaal over vertelde. Ook was er de Southern California Computer Society. Dat maakte de belangstelling nog groter.

Die belangstelling was er hoewel iedereen wist dat je dat ding zelf in elkaar moest zetten en programmeren. Gates en Allen namen contact op met Roberts voor het slijten voor hun BASIC voor de 8080. Traf-O-Data werd Micro-Soft (later Microsoft). Allen ging werken voor MITS.

Wat had de Altair? Een powersupply. Een hoofdbord dat al gauw moederbord werd genoemd. Het had 18 slots, waarvan één met de CPU en een ander met 256 bytes geheugen. En het frontpanel waas het I/O - de manier waarop de gebruiker communiceerde met de machine. In eerste instantie moest tegen de machine gepraat worden in machinetaal die met hendeltjes moest worden ingevoerd. De lichtjes moesten geïnterpreteerd worden om te weten wat er in de computer gebeurde. BASIC lag moeilijk omdat het 4096 bytes nodig had. Dus er moest vooral gewerkt worden aan geheugenuitbreiding. Maar dat 4K bord was slecht. En vanwege dew koppelverkoop ervan met de BASIC werd dit OS natuurlijk illegaal gekopieerd, omdat men dat wél wilde en het bord niet. Daarnaast was de invoer vreselijk lastig. Invoer met papertape of bandjes was mogelijk, maar het streven was naar schijven.

"The First World Altair Computer Conference, held in Albuquerque in March 1976, was the first in a series of microcomputer conventions."(62-63)

Het delen van software heeft daarmee te maken. In 1976 kwamen er allerlei bedrijfjes op die dit soort microcomputers maakten. MITS deed het niet goed door hert weinig zakelijke gedrag van Roberts. MITS werd overgenomen. Gates en Allen maakten zich al eerder los van MITS en bleven de eigenaar van de BASIC.

"It would be hard to overestimate the importance of MITS and the Altair to the world of microcomputers. The company did more than create an industry. It introduced the first affordable personal computer, and also pioneered the concept of computer shows, computer retailing, computer company magazines, users' groups, software exchanges, and many hardware and software products. Without intending to, MITS made software piracy a widespread phenomenon. Started when microcomputers seemed wildly impractical, MITS pioneered what would eventually become a multibillion-dollar industry."(73)

(75) Ch3: The miracle makers

"A thin line existed betwee buyers and manafacturers in those early days. Operating a microcomputer took so much expertise and dedication that to say a skilled user could have become a manufacturer was no exaggeration. There existed a conglomerate subculture of technofreaks, hobbyists, and hackers untrained in business practices, entrepreneurs who were more intersted in exploring the potential of the microcomputer than in making a fortune. One exception was IMSAI Manufacturing in San Leandro, Califormia."(81)

IMSAI leverde ook met name voor bedrijven. Gordon Eubanks schrijft voor IMSAI een BASIC en later een CBASIC, waardoor men niet over hoefde op het MBASIC van Microsoft. Terugkerend probleem: de apparaten moeten van Verkoop sneller de deur uit dan dat ze getest en goedgevonden zijn door de de ingenieurs. Ze doen het dus niet goed. De 'Customer Support' is daarbij ook nog slecht. En bovendien bestond er eigenlijk geen zakelijke software. Dat samen met een slechte zakelijke aanpak (waarbij investeerders omwille van het zelf controle kunnen houden, buiten de deur gehouden werden) leidt tot ondergang.

(109) Ch4: Homebrew

Er was ook een sterke 'computer power to the people' - beweging in die jaren.

"That movement was developing in the San Francisco Bay Area out of the spirit of the times and the frustration of those who, like Felsenstein, knew something of the power of computers. Resenting that such immense power resided in the hands of a few and was so jealously guarded, those technological revolutionaries were actively working to overthrow the computer industry hegemony of IBM and other companies, and to defrock the 'computer priesthood' of programmers, engineers, and computer operators, who controlled access to these machines."(113)

Bob Albrecht startte een alternatieve educatieve organisatie Portola Institute waaruit onder Stewart Brand The Whole Earth Catalog ontstond. Die inspireerde Ted Nelson weer om Computer Lib te schrijven. Dat alles al vóór de Altair er was. Albrecht startte ook Dymax waar het blad People's Computer Company (PCC) uit voortkwam.

"Computers had been mainly used against people, PCC said. Now they were going to be used for people."(113)

Lee Felsenstein werkte aan terminals in openbare ruimten (time-sharing op mini's nog).

"There were problems though. People didn't know how to use the Community Memory terminals, and the terminals frequently broke down. To really bring the power of the computer to the people, access wasn't enough: it was necessary to make the thing understandable, and to free users from having to depend on a trained repair person."(114)

Hij schakelt Bob Marsh en Gary Ingram in (elektrisch ingenieurs). Ook in die lijn van PCC ontstond de Community Computer Center, Frank Moore, Gordon French die uiteindelijk op 5 maart 1975 de Homebrew Computer Club opricht als reactie op de verschijning van de Altair. Op de eerste bijeenkomst in de garage van French (Menlo Park, vlak bij Stanford en Silicon Valley) zijn ook Felsenstein, Marsh, Steve Dompier, Albrecht, Moore, Bob Reiling, Allen Baum, Steve Wozniak, Tom Pittman. In volgende bijeenkomsten kwamen er nog meer mensen, die elkaar ook weer ontmoetten op de eerste computer shows. Howard Fulmer, Bill Godbout, Adam Osborne (An introduction to microcomputers als het eerste boek; ging over de Intel 8080).

Veel van die mensen beginnen bedrijfjes om borden (geheugen, videomodule etc.) te gaan produceren voor de Altair. Een daarvan: Processor Technology van Marsh en Ingram en Felsenstein. Ze maken de SOL. Er waren ook bedrijfjes buiten California. Ze wereden meestal gestart door mannen (uitzondering Lore Harp die Vector Graphic startte - 135)

"But the fire burned most strongly in Silicon Valley, with its atmosphere of symbiotic information sharing. New companies that created circuit boards for the Altair popped up almost daily. By the end of 1975, one of these, Processor Technology, was on its way to parlaying its substitute for the defective Altair memory board into financial wealth and, within a curiously anticorporate industry, a kind of corporate respectability."(129)

"By the end of 1976, Processor Technology, Cromenco, North Star, Vector Graphic, and Godbout were prominent among the Silicon Valley enterprises, building an entire industry where none had existed two years before. And that industry was growing with amazing speed."(136)

Steeds meer clubs, bedrijven, boeken, tijdschriften, shows. En er worden technische vindingen gedaan (hardware en software) die de mogelijkheden van de microcomputers uitbreiden. Ward Christensen schrijft in 1978 bv. XMODEM waarmee pc's via de telefoonlijn met elkaar kunnen communiceren. Hij maakt ook het eerste BBS.

"CBBSs, or just BBSs, not only provided a place to store messages for other computer enthusiasts, they also became places where communities of people with common interests - and not just a shared interest in computers - developed."(142)

"The virtual electronic communities on BBSs, the computer clubs popping up all over the country, the companies built more for the excitement rather than a desire for big profits - these were all evidence that something was going on that couldn't be understood in terms of economic self-interest. On the other hand, ignoring economic realities is not a good idea in any business, as some of the Silicon Valley firms soon found out."(143)

[In die snelle ontwikkelingen werd ook duidelijk dat de hardware-industrie een software industrie nodig had. Vanaf dat moment ontstaat - in de lijn van de discussies over standaards en open of gesloten architectuur van de hardware - ook de discussie over het delen van software met het oog op compatibiliteit enz. tegenover het afschermen van eigen software om geld te kunnen verdienen.]

(157) Ch5: The genie in the box

Naast de ontwikkelingen van machinetaal naar 'high level languages' en in OS-onderdelen, was er de opkomst van het programmeren van spellen.

De Atari-machines in de speelhallen (Nolan Bushnell werd er rijk van) inspireerden hetzelfde voor computers. Peter Jennings MicroChess.

Wat betreft OS had Gary Kildall midden 1972 al voor de komst van de de Altair CP/M (Control Program for Microcomputers) geschreven voor de voorlopers van en uiteindelijk voor de Intel 8080. BASIC was er al in 1964 (gemaakt door John Kemeney en Thomas Kurtz). Tiny BASIC, de meest succesvolle van Tom Pittman en Li-Chen Wang.

Met de komst van de Altair maken Paul Allen en Bill Gates (en Marty Davidoff) de BASIC daarvoor (weer voor de 8080). Allen gaat voor MITS werken en Gates niet echt (zat op Harvard in die tijd). Ze sluiten een 'royalty agreement' af voor hun BASIC en gaan ook andere afnemers zoeken. Ze noemen hun bedrijf nu Microsoft.

Eugene Eubanks - leerling van Kildall - maakt BASIC-E, een gecompileerde versie die dus niet 'gestolen' kon worden, en zette die in het publieke domein. Met Alan Cooper en Keith Parsons wordt dat uiteindelijk CBASIC.

Bob Marsh van Processor Technology geeft eind 1975 Software Package One weg, bestaande uit programma's om gemakkelijk programma's te kunnen schrijven. Op basis daarvan maakt Michael Shrayer Electric Pensil (klaar eind 1976): de eerste tekstverwerker. Later in 1978 schrijft Rob Barnaby WordStar voor het bedrijf MicroPro dat met Personal Software (VisiCalc) en Peachtree Software (General Ledger) het begin vormt van een eigen software industrie waarin o.a. applicaties verkocht worden als aparte eigen producten. In januari 1976 stelt Gates de alom aanwwezige software piracy al aan de kaak. Tegelijk was in de paar jaar erna al snel duidelijk dat juist met software het meeste geld viel te verdienen.

[Waaruit dus blijkt dat het illegale kopiëren van software er helemaal niet toe geleid heeft dat men geen software ging kopen, integendeel. Datzelfde argument duikt ook tegenwoordig weer op in de discussies over het illegale kopiëren van muziek en films.]

Dan ontwikkelen zich de grote bedrijven. Philippe Kahn (die werkte voor de uitvinder van programmeertaal PASCAL Niklaus Wirth) sticht in 1982 Borland International (Turbo PASCAL). Larry Ellison start (voorlopers van) Oracle in 1977. In 1980 starten George Tate en Hal Lashlee Ashton-Tate (DBASE). In 1982 gaat Eubanks over van Digital Research naar een eigen bedrijf, uiteindelijk met de naam Symantec (Q&A).

Daarnaast juist de Free Software Foundation van Richard Stallman (niet in de betekenis van gratis, maar van open).

(211) Ch6: Retailing the revolution

Over de tijdschriften, de clubs, de verkopers van computers en de eerste computerwinkels.

(251) Ch7: American Pie

Voor Steve Wozniak was de Homebrew Club een openbaring. Hij was toen al bevriend met Steve Jobs. Woz bouwt de Apple.

Jobs krijgt hem zo ver dat hij samen met hem een bedrijf begint op 1 april 1976: Apple Computer. Mike Markkula, Michael Scott, Rod Holt, Bill Ferrnandez, Chris Espinosa, Randy Wigginton, John Draper (de eerste phone phreak), Gene Carter, Wendell Sander. Apple II begin 1977 en daarna allerlei randapparaten. Groei door VisiCalc. Apple III in 1980 slecht en dus slecht voor de reputatie.

Invloed van Doug Engelbart's 'Mother of all demo's' in december 1968 in San Francisco. Hij was van het SRI (Stanford Research Institute) in Menlo Park tot aan 1977. Het project werd stop gezet, zijn mensen kwamen voor hete grootste deel terecht bij Xerox Palo Alto (PARC = Palo Alto Research Centre), waar ze ook erg innovatief bezig waren.

"The demo anticip[ated many breaktroughs that wouldn't reach computers for a generation. It included collapsible and expandable outline lists, text with embedded links to other documents as in Web browsers today, a mouse, a one-handed chording keyboard that left one hand free for the mouse, and live video- and audio-conferencing with a user in another city. And this was in 1968, before personal computers even existed."(304)

Lisa en Macintosh tegelijkertijd in de maak. Jobs maakte twee tochtjes naar PARC eind 1979 waar hij de graphical user interface zag. Allerlei mensen van PARC kwamen bij Apple terecht om te werken aan de Macintosh.

(311) Ch8: The gate comes down

Microsoft specialiseerde zich in de verkoop van computertalen voor personal computers en verkocht naast BASIC ook FORTRAN en COBOL voor de PC.

In 1980 was het al een miljoenenbedrijf. Osborn begon computers MET software te verkopen (CP/M, BASIC's, WordStar, SuperCalc). HP en Xerox deden het niet goed met hun PC's. Gates en Steve Ballmer praten in 1980 met IBM. Er komt een contract en alles moet klaar zijn in maart 1981.

Gates drong aan op een open architectuur en IBM accepteerde dat (in tegenstelling tot de normale aanpak bij mainframes etc). Hij drong ook aan op een open OS (zo dat het gemakkelijk zou zijn er toepassingsprogramma's voor te maken). Hij kreeg ook het accoord om MS-DOS (zo ging het OS heten) te verkopen aan andere hardware-makers.

Vanaf augustus 1981 ging de Personal Computer in de verkoop. Het werd een hit. De naam werd al gauw PC. Zoals het systeemprogramma al gauw gewoon DOS genoemd werd. Er kwamen ook al gauw klonen, ook weer allemaal met DOS. Er ontstond een hele cultuur omheen van tijdschriften, boeken, clubs etc.

(355) Ch9: Fire and ashes

In 1984 komt de Macintosh op de markt. Niet zo'n succes. Beperkingen in the hardware en moeilijk om voor te programmeren.

In 1985 wordt Jobs er uit gezet na een aanvaring met John Sculley. De Macintosh Plus en de Macintosh II brengen het bedrijf weer in het rood. Microsoft krijgt in 1985 van Apple een licentie voor de graphical user interface en kan daarom zonder rechtszaken over hetzelfde gebruik van uiterlijk en onderdelen Windows ontwikkelen. Met Windows 3.1 werd het marktaandeel van Apple kleiner. Jobs maakt de NeXT: NEXTSTEP was de beste ontwikkelomgeving ooit, maar commercieel was de NeXT een mislukking.

(387) Ch10: Wealth and war

Niet echt interessant vanuit het idee PC.

(425) Epilogue

Ook niet.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk