>>>  Laatst gewijzigd: 26 maart 2019  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Filosofie van de techniek

Inleidingen

Mondiaal

Nederland

Voorkant Gruppelaar 'Een wereld van eigen makelij' Jacob A.G. GRUPPELAAR
Een wereld van eigen makelij - Een filosofisch commentaar
Amsterdam/Meppel: Boom, 1995; 224 blzn.
ISBN: 90 5352 2077

[Dit boek is Gruppelaar's academische proefschrift op het terrein van de filosofie van de techniek. Het is geschreven in dat wollige abstracte taalgebruik waarin onze academische filosofen helaas zo goed zijn: slecht geconstrueerde zinnen en eindeloos vage termen.]

[En even voor de hand liggend bevat het een uitvoerige bespreking van andere filosofen uit de traditie en weinig uitwerking van eigen gedachten. Tjonge, zo veel ruimte voor Heidegger en zo weinig voor Gruppelaar's eigen opvattingen. Ik krijg de indruk dat Gruppelaar interessantere dingen over techniek te vertellen heeft dan Heidegger, maar in dit proefschrift komt dat jammer genoeg niet erg naar voren.]

(9) Inleiding - Rekkelijke en precieze techniek-kritiek

Er is sprake van een spanningsvolle verhouding tussen mens en techniek. En veel filosofen ergeren zich aan het activisme en decisionisme in de verhalen over de techniek. Een deel van hun kritiek is milder en accepteert dat techniek zich kan verbeteren. Maar er zijn ook filosofen met een radicale kritiek op het maakbaarheidsidee als zodanig dat uit de techniek spreekt.

"De maakbaarheidsidee wordt afgewezen omdat het wezen van de mens door of in momenten van receptiviteit en zelfs passiviteit wordt bepaald. Een mens die zijn levensvoorwaarden beheerst is eigenlijk geen mens meer. In de leefwereld, oftewel: de wereld van de zingeving waar de vraag wat of wie de mens is thuishoort, heeft de technische rationaliteit geen zeggenschap, hoort een andere rationaliteit of zlefs iets anders dan rationaliteit het voor het zeggen te hebben."(12)

[Ik denk dat die benadering heel vaak voorkomt bij auteurs met een religieuze achtergrond, ook al verpakken ze die in filosofisch standpunten. Die hebben altijd problemen met het autonome handelen van mensen. Denk aan Heidegger. Ben benieuwd hoe dat hier uitgewerkt gaat worden.]

"De in deze studie gekozen invalshoek gaat vooral in op de techniek-opvatting van Heidegger die als precieze techniek-kritiek is gekenmerkt."(13)

[OMG, daar gaan we weer. Maar het lijkt er op dat Gruppelaar die benadering wil bekritiseren.]

(17) 1 - De rede en het ongerede

[De titel laat al zien hoe typisch dat het taalgebruik ook hier de abstractie opzoekt. Jammer. Hier wat voorbeelden van dat typische taalgebruik van de Nederlandse academische filosofie.]

"Dit hoofdstuk is geschreven om duidelijk te maken dat het moderne zelfbeeld juist waar het de fortuinlijke samenloop van zelfbepaling en zelfverwerkelijking betreft, niet alleen een hooggespannen, maar ook een overspannen ideaal is gebleken, en dat de bedoelde techniek-kritiek bijgevolg met een verkeerde maat meet."(18)

"In het bijzonder wordt ingegaan op de moderne opvatting van rationaliteit en subjectiviteit ( de subject-rede) en wordt de vraag gesteld hoe de eigen beweging (subjectiviteit) van deze rede is gedacht en uitgewerkt. In de mythe van de modernen zouden de mythe en de magische bezwering vervangen zijn door wetenschappelijke rationaliteit en technisch kunnen."(20)

Volgt een uitwerking, een vergelijking met de Middeleeuwen, en een bespreking van Descartes als een van die filosofen die het moderne denken in de wereld hebben gezet. Uiteraard blijkt dan later dat wetenschap en techniek zich niet zo autonoom ontwikkelen als men dacht: maatschappelijke invloeden blijken een grote rol te spelen voor wat zich ontwikkelt, er is sprake van een 'decentrering van het subject'.

(54) 2 - Een wereld van eigen makelij

[In 1995 kon Gruppelaar nog schrijven:]

"Feit is dat een filosofie van de techniek of een algemene theorie van de techniek niet voorhanden is. In de filosofie is er naast de Physica, Ethica en Logica - de oude, bekende indeling - nooit ruimte geweest voor wat wellicht een Technica zou kunnen worden genoemd. Toch vormen de maaksels een apart domein onder de zijnden."(54)

Uitwerking van die relatie tussen natuur en techniek waarin Aristoteles van stal wordt gehaald.

"Over de vaststelling dat techniek mensenwerk of maaksel is, lijkt geen discussie nodig. Maaksel verwijst naar maken, verwijst naar de mens (of naar mensen). Maken is actieve verandering: een weg wordt ingeslagen die de natuur vanuit zichzelf niet kan begaan. Deze actieve verandering ontstaat door toedoen van de mens."(61)

Maar daarin is de mens niet per se autonoom.

"In dit hoofdstuk wordt een aantal auteurs besproken om te laten zien dat en hoe er grenzen zijn gesteld aan een moderne, dat wil zeggen: op menselijke autonomie gefixeerde techniek-opvatting."(61)

"Met behulp van de geselecteerde auteurs kan echter ook (2) worden aangetoond dat de maakbaarheidsidee juist in het technische handelen relatief blijkt, althans in de zin dat het maken niet zonder meer als een vorm van doelbewust en doelgericht handelen kan worden begrepen. In het technische handelen (bedenken , uitvinden, maken, gebruikmaken) kunnen zogeheten heteronome of transcendente momenten worden blootgelegd."(62)

Behandeld worden E. Kapp (1808-1896), F. Dessauer (1881-1962), A. Gehlen (1904-1976), K. Marx (1818-1883), en wat economen.

(105) 3 - Heidegger: Techniek en a priori perfectie

In Heidegger's werk neemt techniek eeen centrale plaats in. Geschiedenis van de filosofie is voor hem geschiedenis van de techniek.

"Heidegger meent dat deze technische preoccupatie van de westerse cultuur een filosofische oorsprong heeft. Hij meent dat de geschiedenis van de westerse filosofie van meet af aan behept is met een technische beheersingsdrang."(105)

Gruppelaar wijst op het selectieve en willekeurige van Heidegger's keuzes voor filosofische teksten uit de metafysica en het eenzijdige van zijn interpretaties.

[Daar ben ik het zeer mee eens. Maar waarom dan toch kiezen voor de bespreking van die vage zwetser met zijn religieus getinte taalgebruik en opvattingen? Dat snap ik niet. Waarom niet Ellul of Anders of welke andere grootheid ook op het gebied van de techniekfilosofie?]

"Heidegger meent echter dat die mens die op eigen gezag en kracht uitmaakt wat in en voor zijn leven van belang is van zijn wezen vervreemd. Dit wezen van de mens heeft immers juist van doen met iets dat zich aan de beschikking van de mens onttrekt, dat integendeel zelfs over hem beschikt."(108)

Heidegger's beeld van techniek is volstrekt deterministisch. Beheersing ervan door mensen, de politiek, of wat ook is onmogelijk.

"Beheersing van de techniek is eigenlijk niet meer aan de orde. De macht van de techniek is zó imposant, mensen rest het stille nazien. (...) Heidegger stelt de techniek voor als een almachtige realitet. Het heeft volgens hem dan ook geen enkele zin om voor de wereld van de techniek een ethiek te ontwerpen."(110)

"De almacht van de techniek staat voor Heidegger buiten kijf, maar hij lijkt niet zonder meer afwijzend te staan tegenover deze almacht en het besef van de menselijke onmacht als winst te zien. Het is niet eenvoudig om Heideggers techniekopvatting uit te leggen. Techniek is almachtig, onvermijdelijk en toch iets om 'ja' en 'nee' tegen te zeggen!?"(111)

Techniek komt volgens Heidegger voort uit een 'absoluut humanisme', waarvan de aanzet naar zijn zeggen al bij Plato te vinden is. Maar de mens is wezenlijk onmachtig. Zijn wezen behoort niet hem toe, we moeten die vanuit de zijnsvraag benaderen. het zijn is verborgen en moet zich tonen, de openheid ervoor is niet iets wat kan ontstaan door menselijk handelen, de mens ontwerpt zijn bestaan niet op eigen gezag en kracht, mens-zijn is geworpenheid, komt voort uit de gave en genade van het zijn. De mens is vrij wanneer hij aanneemt wat hem is aangereikt.

[Hij zegt nog net niet dat we ons aan god moeten overleveren. Hij heeft het over het Zijn. 'As if that's a step up!' Heidegger mag het etiketje veranderen, maar het is nog steeds religieus gebazel. Mensen zijn niet belangrijk. Heel gevaarlijke conservatieve opvattingen zijn dat.]

"Heidegger ziet de westerse geschiedenis als nasleep van een enkele gebeurtenis. Een heilzame naïviteit is verloren gegaan. De mens ervaart zijn wezen niet langer als ek-sistent: als iets dat hem is aangereikt, dat een wereld openlegt, ruimte vrijmaakt en inricht. De intimiteit en vertrouwdheid van het in-de-wereld-zijn verdwijnen. Mens en wereld komen tegenover elkaar te staan."(136)

[Hoewel duidelijk is dat Gruppelaar Heidegger kritisch benadert, niet duidelijk wordt wat hij nu zelf vindt van Heidegger's geleuter. Misschien komt dat in het Besluit dat nu volgt.]

(149) Besluit: Techniek en moderniteit

[Dit onderdeel herhaalt allereerst wat voorafging. Waarbij filosofen als Heidegger de passiviteit willen redden van de beheersing. Maar dat leidt tot de vragen die in deze studie centraal staan:]

"Het is echter de vraag of de technische activiteit wel zo puur en vrij van passiviteit is als wordt verondersteld. Is een kritische afwijzing van de techniek beslist nodig opdat de waarde en zin van passiviteit kan worden gesauveerd? Is de techniek inderdaad iets dat in en vanuit de mens, dat wil zeggen: actief-projectief tot stand komt, een activiteit die zozeer expandeert dat uiteindelijk voor passiviteit, in wat voor vorm dan ook, geen plaats meer is en er niets meer zomaar is: ohne warum? Is techniek louter een kwestie van maken en beheersen?"(151)

Het antwoord is negatief: techniek is niet zo eenzijdig, techniek is niet pure activiteit zoals Heidegger denkt. De lijn van het boek wordt doorgelopen om dat nog eens te laten zien.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk