>>>  Laatst gewijzigd: 15 september 2020  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Thema's 'Techniek'

Atoombom, wapentuig

Internet, Sociale media

Informatieovervloed

Privacy

Spionage, inlichtingendiensten

Geschiedenis hacken

Hackerethiek

Voorkant Hafner-Markoff 'Cyberpunk' Katie HAFNER / John MARKOFF
Cyberpunk - Outlaws and hackers on the computer frontier
London: Fourth Estate, 1991; 368 blzn.
ISBN: 18 7218 0949

[Dit boek is weer een journalistiek verhaal van Hafner, goed geschreven, maar op die typische anecdotische van de hak op de tak manier die reporters in dit soort uitgebreide verhalen vaak hebben. De weergave van de feiten is uitstekend, maar diepgravende analyses kom je in dit boek niet tegen. Het was wel leuk om te lezen.]

(9) Introduction

Dit boek gaat over drie mensen - Kevin Mitnick, Pengo, Robert Tappan Morris - die zich niet hielden aan de 'hacker ethiek' van computer professionals, 'hackers' - in de negatieve betekenis van het woord die in de tachtiger jaren opkwam - die in het echt deden wat in 'cyberpunk' romans beschreven wordt. 'Cyberpunk' is:

"science fiction that blends hign technology with outlaw culture. In cyberpunk novels high-tech rebels live in a dystopian future, a world dominated by technology and beset by urban decay and overpopulation. It's a world defined by infinitely powerful computers and vast computer networks that create alternative universes filled with electronic demons. Interlopers travel trough these computergenerated landscapes. Some of them make their living buying, selling and stealing information, the currency of a computerized future."(9)

[Nou ja, ze braken in in computers en stalen informatie. Ik vind niet dat het hele idee 'cyberpunk' er verder zo veel mee te maken heeft. Het was een tijdje een populaire term onder journalisten. Daarom zal het woord wel gekozen zijn voor de titel. Dus moest er ook iets over gezegd worden. Dat krijg je nu met journalistieke boeken.]

(13) Part One: Kevin: The dark-side hacker

Mitnick maakte in het begin deel uit van de 'Roscoe gang' (met ene 'Roscoe', Susan Thunder en Steven Rhoades) die een fascinatie hadden voor telefoonnetwerken. Het 'hacken' van telefoons en telefoonnetwerken deed sinds de zeventiger jaren opgang o.a. door het tijdschrift Technical Assistance Program (TAP) van Abbie Hoffman, later ook van 'Tom Edison' en 'Cheshire Catalyst'.

Met de digitalisering van het telefoonnetwerk werd hun kennis uitgebreid naar computerhardware en - software en was er automatisch steeds meer sprake van 'computer hacking'. 'Roscoe' en Mitnick waren systematisch, legden veel vast, leereden snel. Maar ze waren met name ook goed in wat 'social engineering' is gaan heten: mensen bewerken met mooie praatjes en ze via die weg hun wachtwoorden en andere essentiële informatie ontfutselen.

Ze voldeden typisch aan het beeld dat mensen van 'hackers' zijn gaan hebben, onder andere door dit soort boeken: voortdurend achter het beeldscherm, pizza en cola als voedingsmiddelen, vooral 's nachts bezig, drop out's van de middelbare school, niet geïnteresseerd in relaties / seks. Uiteindelijk leidde dat laatste tot wraak van Susan Thunder - die verliefd was op 'Roscoe' maar werd afgewezen - en tot rechtszaken tegen 'Roscoe' en Mitnick op basis van de informatie die Susan in haar wraakactie aan de autoriteiten gaf.

De rest van het hoofdstuk vertelt in detail alle inbraken waarmee Mitnick later bezig was, de mensen met wie hij optrok, de mensen die zijn inbraken vaststelden en bestreden, etc, etc. Uiteindelijk werd hij definitief gepakt en veroordeeld.

(139) Part Two: Pengo and Project Equalizer

'Pengo' was een 'hacker' in West-Berlijn. Hij heette eigenlijk Hans Hübner. Hij zat al gauw op computernetwerken, hackte als een van de eersten het CERN-netwerk, en kwam in contact met de Chaos Computer Club (CCC) in Hamburg, opgericht door Hewart Holland-Moritz ('Wau Holland') en Steffen Wernéry.

De mensen in of rondom de CCC met wie hij contact had waren 'Obelix', Karl Koch - met name - die zich 'Hagbard Celine' noemde en sterk geloofde in samenzweringstheorieën, Dirk-Otto Brzezinski ('Dob'), Peter Carl en Markus Hess.

Die laatste persoon was de 'hacker' die in de systemen inbrak waarvoor Clifford Stoll verantwoordelijk was en die informatie doorverkocht aan de Russen via Oost-Berlijn. Dat verhaal wordt uitvoerig verteld en op een manier die het verhaal van Stoll goed aanvult en wat relativeert. Uiteindelijk werd er namelijk helemaal niet zo veel doorgebriefd aan de Russen en viel de schade op dat punt ontzettend mee.

(251) Part Three: RTM

De afkorting staat voor Robert Tappan Morris, een 'hacker' die door journalist en onderzoeksreporter John Markoff - medeauteur van dit boek - werd opgespoord. Morris - een programmeur die aan Cornell University studeerde / werkte - had een gat ontdekt in het UNIX-programma sendmail, maar dat op een onhandige manier gebruikt. Hij had zitten experimenteren met een computervirus dat als een soort van worm van de ene naar de andere computer zou kunnen gaan door zichzelf te kopiëren. Maar hij had een fout in zijn code gemaakt, waardoor onbedoeld allerlei computersystemen geïnfecteerd werden en omvielen. Deze gebeurtenissen leidden er onder andere toe dat het idee 'computervirus' in de wereld gezet werd.

(342) Epilogue

Over de uiteindelijke straffen die de drie hackers kregen.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk