>>>  Laatst gewijzigd: 15 september 2020  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Thema's 'Techniek'

Atoombom, wapentuig

Internet, Sociale media

Informatieovervloed

Privacy

Spionage, inlichtingendiensten

Geschiedenis hacken

Hackerethiek

Voorkant Himanen 'The Hacker Ethic' Pekka HIMANEN
The hacker ethic and the spirit of the information age
New York etc.: Random House, 2001; 235 blz.
ISBN 03 7575 878X

[Dit boek van de Finse filosoof Himanen is een van de meer bekende boeken over de kenmerken van de informatiesamenleving. Het is in hetzelfde jaar 2001 ook in het Nederlands vertaald en uitgegeven door Uitgeverij Nieuwezijds in Amsterdam. Het ISBN was 90 5712 1220.]

(vii) Preface

De aloude hackerethiek van de programmeurs van het MIT - met zijn enthousiasme, zijn geloof in het delen van informatie en het toegang geven tot softwarebronnen - kun je heel breed opvatten als een heel gepassioneerde verhouding met de dingen die je doet. Indertijd gold dat voor het laten werken van computers, maar deze hackers vonden zelf al dat dat ook kon gelden voor welke zaak ook waar iemand met totale toewijding in wilde duiken om dingen te verhelderen en problemen op te lossen. Himanen vindt daarom dat je het als een soort van arbeidsmoraal ('work ethic') kunt zien.

"Looking at the hacker ethic in this way, it becomes a name for a general passionate relationship to work that is developing in our information age. From this perspective, the hacker ethic is a new work ethic that challenges the attitude toward work that has held us in its thrall for so long, the Protestant work ethic as explicated in Max Weber' classic The Protestant Ethic and the Spirit of Capitalism (1904-1905)"(ix)

Naast de arbeidsmoraal is er een ander aspect in die Protestantse ethiek, namelijk de geldmoraal ('money ethic'). Hackers kijken daar heel anders tegen aan: ze willen informatie delen en niet bezitten, terwijl dat laatste in het kapitalisme over het algemeen de manier is om geld te verdienen; je doet de dingen niet om de geld te verdienen maar omdat je iets goeds tot stand wil brengen waar anderen iets aan hebben.

Ten derde is er sprake van netwerkmoraal ('netethic' of 'nethic'): hackers vinden dat iedereen toegang moet hebben tot computers en netwerken.

Himanens tekst volgt die driedeling.

(xiii) Prologue: Linus Torvalds - What makes hackers tick? a.k.a. Linus 's Law

Alle motivatie valt in drie categorieën: 'survival', 'social life' en 'entertainment'. Dat laatste is een soort van intrinsieke motivatie of uitdaging. Geld is dat dus niet. Voor een hacker geldt sterk de motivatie als 'entertainment', de lol om ergerns helemaal in te duiken.

Part One - The Work Ethic

(3) Chapter 1 - The hacker work ethic

Een andere manier om die 'entertainment' te verwoorden is: dat hackers geleid werden door intrinsieke motivatie: ze programmeerden omdat ze het interessant en leuk vonden om van alles uit te proberen / er mee 'te spelen' totdat het werkte. De motivatie kwam dus niet door zaken van buitenaf als geld of opdrachten.

[Ik weet niet of het zo mooi is. Is het intrinsieke motivatie wanneer je tegenover andere hackers voortdurend bezig bent te laten zien hoe geweldig jij bent? of om mensen af te zijken en te overtroeven? of om je aan geen enkele regel te houden die je afhoudt van je zo graag wilt doen?]

"We are discussing a general social challenge that calls into question the Protestant work ethic that has long governed our lives and still maintains a powerful hold on us."(7)

[Daar gaan we weer: "our", "us". Er wordt weer gemakkelijk gegeneraiseerd. Wie zegt dat die protestantse arbeidsmoraal er werkelijk was? Misschien heeft Weber wel ongelijk gehad met zijn analyse? Is het niet een heel generaliserend concept? Gaat er ook onder vallen dat ik bijvoorbeeld mijn werk goed wil doen? dat ik me verantwoordelijk voel naar anderen met mijn werk?]

Die Protestantse arbeidsmoraal ziet werk als een plicht, als een doel in zichzelf, en gaat er vanuit dat opgedragen werk nooit ter discussie gesteld wordt: je moet nederig zijn en gewoon doen wat je gezegd wordt. Die opvatting kan uitlopen op een arbeidsmoraal waarin werken als het allerbelangrijkste gezien wordt, ziekte is iets wat je wilt vermijden, de verwaarlozing van anderen in je omgeving niet zo belangrijk.

[Ik vind deze uitwerking niet zo helder of overtuigend. Iemand die een opdracht krijgt kan er ook plezier in hebben om de opdracht tot in de puntjes uit te voeren. Nederigheid en plichtsbesef betekenen nog niet dat je niet kunt genieten van je werk. Hard werken maakt niet per se ongelukkig. En zo verder.]

[Je zou die arbeidsmoraal ook op hackers van toepassing kunnen verklaren: mensen die zich volledig opofferen om iets te realiseren. Maakt het zo veel uit dat je jezelf die taak stelt? Ook de uitwerking van de hackerethiek is tot dusver nog niet helder en overtuigend. Het contrast met de Protestantse arbeidsmoraal is mij in ieder geval nog niet duidelijk.]

(20) Chapter 2 - Time is money?

Zoals bekend hebben hackers een losse houding tegenover tijd en dagindeling: ze gaan door tot diep in de nacht en beginnen pas weer vroeg in de middag bijvoorbeeld.

[Hij vergeet te vermelden dat dat pure noodzaak was, omdat ze alleen 's nachts de grote mainframes en minicomputers voor zichzelf hadden en op die momenten niet met andere gebruikers rekening hoefden te houden. Toen dat niet meer nodig was, was het al wel een bekend patroon, maar ik heb geen antwoord op de vraag of dat nu zo'n algemeen gedrag was onder hackers. Toen eenmaal allerlei mensen voor bedrijven gingen werken, waren er waarschijnlijk vaak flexibele werktijden op basis van die achtergronden. Maar ongetwijfeld gingen veel programmeurs gewoon tussen 9 en 5 werken toen ze wat ouder werden en in relaties of huwelijken zaten, wellicht met kinderen.]

[Ik bedoel te zeggen: Dit is weer zo'n ongenuanceerd oordeel. Mensen die volledig voor iets gaan vanuit die intrinsieke motivatie en creatieve insteek houden zich vaak niet aan vaste tijden omdat ze in een 'flow' terecht komen waarin 'het' gebeurt. Maar over wie hebben we het dan? Er is een uitdrukking over de hackers van MIT van vroeger als 'The Real Programmers'. Maar wie horen daarbij? Wie zijn de 'echte' createive geesten?]

De houding tegenover tijd is door Weber ook beschreven: in het kapitalisme is dat - ook nog in de netwerksamenleving - dus 'tijd is geld', haast, cultuur van snelheid, voortdurende innovatie, snelle investeringen, snelle productieprocessen, en zo verder. Dat betekent dat bedrijven zich bliksemsnel moeten aanpassen aan veranderende omstandigheden, dat er in hoog tempo mensen moeten worden aangenomen of ontslagen, dat arbeiders steeds meer 'flexworkers' worden, dat automatisering om tijd te besparen aan de orde van de dag is, dat mobiliteit noodzakelijk is, dat er voortdurend deadlines gehaald moeten worden.

"The old Protestant ethic's work-centeredness already meant tat there was no time for play in work. This ethics's apotheosis in the information economy can be seen in the fact that the ideal of time optimization is now being extended even to life outside the workplace (if such life still exists)."(26)

Weinig zondag, veel vrijdag, om in de vergelijking van Weber te blijven. Ook vrije tijd wordt volledig geoptimaliseerd: alles wordt gepland en ingedeeld.

"The time spent at home is often experienced in a way similar to the way time at work is experienced: rushing from one appointment to another so that one manages to keep them all."(27)

Gezinnen koken niet meer uitgebreid, ze verzinnen hun eigen vermaak niet meer, ze kijken als gezin passief televisie naar een programma waarin een gezin actief van alles aanpakt. Allerlei taken worden uitbesteed: afhaalmaaltijden, kinderopvang. Met de kinderen wordt 'quality time' doorgebracht. Het echte werk dringt via apparaten als de telefoon steeds verder door in het privéleven.

"The paradox is that the highest technology brings us easily to the lowest level of survival life, in which we are constantly on call, reacting to urgent situations. There is a strong tendency in this direction in the information-economy elite's image: in the past, you belonged to the elite when you no longer had to run from one place to the next, working all the time; nowadays, the elite consists of people perennially on the move, taking care of urgent business on their mobile phones and always trying to survive some deadline."(32)

[Himanen schrijft er over alsof deze leefwijze onafwendbaar en noodzakelijk is. Alsof mensen er niets in te kiezen hebben. Ik betwijfel dat. Wanneer je er bij wilt horen en dus alle moeite doet om aan belachelijke verwachtingen te voldoen, wanneer je je zelf graag als onderdeel ziet van die zelfbenoemde elite, dan is dat jouw keuze. Je kunt je mobiel ook uitzetten, wel zelf gaan koken, geen TV gaan kijken, wel op een spontane ongeorganiseerde manier je vrije tijd doorbrengen. Je kunt ook genoegen nemen met minder geld en materiële welvaart. Ik kan me niet goed voorstellen dat mensen zich zo laten inpakken door hun werk. Alsof je door de Borg geassimileerd wordt: "Resistance is futile!" Nou, dat dacht ik toch niet.]

Hackers doen dat anders, maken meer tijd voor spel, maken meerr een zondag van die vrijdag.

"In the hacker version of flextime, different areas of life, such as work, family, friends, hobbies, et cetera, are combined less rigidly, so that work is not always at the center of the map. (...) The hacker view is that the use of machines for the optimization and flexibility of time should lead to a life for human beings that is less machinelike - less optimized and routine. (...) When the hacker ideal of more self-determined use of time becomes realized, Friday (the workweek) should become more like what Sunday (the 'leftovers of life') has traditionally been. Historically, this freedom to self-organize time again has a precursor in the academy. The academy has always defended a person's freedom to organize time oneself."(33)

Management van bedrijven doet weinig om creativiteit te stimuleren. Dat is merkwaardig omdat creativiteit zo belangrijk is voor de economie en je die niet kunt afdwingen door mensen te haasten of te verplichten van 9 tot 5 te werken. Dus ook om economische redenen zou het goed zijn 'playfullness' en individualistische leefstijlen te stimuleren. Maar dat is niet het geval: mensen worden gestimuleerd tot conformisme, er wordt juist niet vertrouwd op individuele verantwoordelijkheid, het individu moet zich gewoon aan het gezag onderwerpen. Hackers hebben altijd veel meer respect gehad voor het individu en waren principieel anti-autoritair.

[Zo waar een kritisch woord van Himanen. Het zou dus wél anders moeten. Overigens vind ik die benadering van tijd en tijdsindeling van hackers nog steeds niet helemaal duidelijk. Voor wie geldt het en hoe ziet het er precies uit en wat is het verschil met die andere tijdsindeling?]

Part Two - The Money Ethic

(43) Chapter 3 - Money as a motive

Dat de arbeidsmoraal van hackers staat tegenover die van de Protestantse ethiek, en dat dat een arbeidsmoraal is die positief kan uitwerken, daarover is men het wel eens.

"... despite the fact that the Portestant work ethic still has a strong hold over the information economy, the hacker work ethic seems to be slowly spreading from computer hackers to the larger group of information professionals."(43)

[Ik zou daar toch wel graag cijfers over zien. Dit is zo een oncontroleerbare stelling.]

Dat ook de houding tegenover geld bij hackers anders zou liggen dan in de Protestantse ethiek wordt betwijfeld. Sterker nog: was in de klassieke economie het verdienen van geld nog ondergeschikt aan het werken (werk was het doel in zichzelf), in de nieuwe economie draait het alleen maar om geld verdienen, met name door de aandelenhandel en 'ownership' van informatie.

"Where the seventeenth century's work-centered Protestants specifically banned betting, the new economy depends on it. (...) In the information economy, companies realize their moneymaking goal by trying to own information via patents, trademarks, copyrights, nondisclosure agreements, and other means."(45)

Dat is ver van het oorsponkelijke hackerideaal van het delen van informatie en van openheid over wat je doet. Het hackerideaal is ook hier in overeenstemming met de idealen van de academie.

[Himanen denkt hier vooral aan Plato's academie].

De open source beweging is een voorbeeld van hoe dat gebeurt, met als voorbeeld Linux. Het gaat daar niet om geld maar om creativiteit, passie en erkenning van je prestaties door anderen.

Veel hackers kozen echter voor het geld en leverden daarmee vaak het recht in om persoonlijke passies te volgen, een eigen dagindeling te hebben, of open te zijn en informatie te delen.

[Er zijn met andere woorden twee bewegingen onder programmeurs en andere computerhackers ontstaan: een beweging die zich zo veel mogelijk houdt aan de oorspronkelijke idealen van openheid en toegankelijkheid en delen; en een beweging die commercieel is geworden met alle gevolgen vandien.]

(53) Chapter 4 - The Academy and the Monastery

Linux als een voorbeeld van het open model dat niet alleen ethisch gerechtvaardigd kan worden maar ook de kracht heeft om in de praktijk tot goede resultaten te leiden. Dit dus in de lijn van Raymond's tegenoverstelling van het kathedraalmodel en het bazaarmodel. In het kader van dit hoofdstuk komt dat overeen met het gesloten kloostermodel tegenover het open academiemodel.

"The ethos of the original academic and the hacker model - well summed up by Plato's idea that "no free person should learn anything like a slave" - is totally different from that of the monastery (school), the spirit of which was summed up by Benedict's monastic rule: "It belongeth to the master to speak and to teach; it becometh the disciple to be silent and to listen." The irony is that currently the academy tends to model its learning structure on the monastic sender-receiver model. (...) The scientific revolution took place four hundred years ago, but it is not very well reflected in our universities as a basis for research-based learning. It seems quite strange that we expect scholastic teaching methods to be able to produce modern individuals capable of independent thought and the creation of new knowledge."(76-77)

[Himanen is met andere woorden niet gelukkig met hoe universiteiten onderwijs aanpakken - universiteiten zijn wat betreft leermodel niet de academie die hij noemt. Dit kan trouwens genuanceerder, universiteiten zijn heel verschillend in hoe ze het leren van studenten / het onderwijs een plaats geven: Amerikaanse universiteiten hebben een andere relatie met het bedrijfsleven en de overheid dan universiteiten elders in de wereld, maar ook binnen de VS bestaan er enorme verschillen. Maar even afgezien van het onderwijs: er is wel degelijk vaak sprake van academische vrijheid als het gaat om onderzoek en onderzoekers. Universiteiten hebben iets schizofreens.]

Part Three - The Nethic

(85) Chapter 5 - From Netiquette to a Nethic

Dit gaat over hoe hackers omgaan met de netwerken in de huidige netwerksamenleving. Denk aan thema's als vrijheid van meningsuiting en privacy, censuur en encryptie, burgerrechten op het Net. Voorbeeld is de Electronic Frontier Foundation in de VS (van Barlow en Kapor).

Dat dergelijke burgerrechtenbewegingen, kritische cyberspacegroepen of hoe je het ook wilt noemen, nodig zijn om die idealen voor internet te verdedigen blijkt elke dag. Himanen's voorbeeld is de Kosovo-crisis in 1996 met B92 dat niet mocht uitzenden en het toch kon doen via internet (XS4ALL had hier een rol en dat wordt door Himanen ook uitgewerkt). Een ander voorbeeld is de voortdurende strijd tegen aantasting van de privacy op internet door overheden en de marketingafdelingen van bedrijven met hun dataminingstechnieken.

(111) Chapter 6 - The spirit of informationalism

Hier gaat het om de economische netwerken waarin mensen verkeren, niet meer om de computernetwerken en de netwerken van de media (radio, TV). De theorie die gevolgd wordt is die van Castells, die het heeft over de kennissamenleving en de kenniswerkers die zichzelf steeds weer moeten 'omprogrammeren', bijscholen, en zo verder. Himanen bespreekt de zeven regels voor PD (Personal Development) zoals je die in veel PD-guides tegen kunt komen.

[Dat zijn - om zelf maar een voorbeeld te noemen - die gidsen die werknemers willen leren dat je niet moet zeggen dat 'je een probleem hebt', maar dat je moet leren dat positief te formuleren als 'dat je een uitdaging hebt'. In feite leren die gidsen mensen zich kritiekloos aan te passen aan de slechts denkbare werkomstandigheden. Ze leren je - inderdaad al de kloosters, waarmee Himanen dit vergelijkt - om er in te blijven geloven ook al zou een beetje nadenken meteen duidelijk maken dat je misbruikt en uitgebuit wordt door je werkgever.]

"The religious tone of PD makes it clear that even though the PD method is aimed at the achievement of the goal at hand, psychologically it is not just instrumental. Spiritually, life becomes easier in the network society if one has recourse to some clear-cut method in whose powers of salvation one can believe unconditionally, and this is the reason both PD teachings and fundamentalism have become ever more attractive in the network society."(121)

[Ik zou het nog sterker willen zeggen: de PD theorie IS fundamentalisme.]

"There are reasons to say that the network enterprise is held together by the same seven values PD teaches in an exaggerated form: goal orientation, optimality, flexibility, stability, industry, economy, and result accountability. And these are values in the traditional philosophical sense: the overriding goals guiding action - even though they do not resemble the old ethical values. (...) These seven values can be said to have an internal hierarchy: money is the highest value or goal of the network society's governing spirit, and the other values support the realization of that goal."(123-124)

"This is ultimately what makes PD and the dominant spirit of the network society questionable: the problem is not that these principles could not lead to the achievement of goals; the problem is its definition of what it is to be human. In PD and the spirit of the network society, the logic of a computer network-based society is applied to humans and their relationships. The human being is treated like a computer, with mental routines that can always be reprogrammed in a better way."(128)

Conclusion

(139) Chapter 7 - Rest

Is er vanuit de hackerethiek een alternatief voor die benadering? Himanen komt met de zeven waarden van de hackerethiek: passie, vrijheid, sociale betekenis, openheid, activiteit (dat je jezelf vrij kunt uitdrukken in je handelingen en een individuele leefstij kunt hebben), zorg (betrokkenheid bij anderen als doel in zichzelf, openstaan voor deelname, delen), creativiteit.

[Helaas gaat Himanen dan het bijbelboek Genesis en gebabbel over god gebruiken om dat punt van creativiteit tegenover een bureaucratische aanpak te maken. Het is vast grappig bedoeld, maar een slechte keuze omdat het weer eens een specifieke religie van stal haalt die veel mensen niets zegt. En religie heeft hoe dan ook niets met ethiek te maken, al denken religies zelf van wel.]

[Het blijft ook volkomen onduidelijk hoe die hackerethiek een tegenwicht zou kunnen bieden tegenover de dominante waarden in deze samenleving die allemaal met geld te maken hebben. Dit boek is te zwak om een maatschappijkritiek te kunnen zijn.]

(155) Epilogue: Manuel Castells - Informationalism and the network society.

[Sla ik over, omdat de essentie al in hoofdstuk 6 is gebruikt. Bovendien is het mateloos abstract en gaat het in twintig bladzijden over alles. Volgens mij is Castells zo iemand bij wie je je regelmatig gaat afvragen wat hij nu eigenlijk zegt of beweert. Hij gebruikt erg veel woorden, maar ik kan er niet uit opmaken wat hij nu eigenlijk te vertellen heeft.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk