>>>  Laatst gewijzigd: 9 maart 2020  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Filosofie van informatie en media

Voorkant Kuipers ea 'Digitaal contact - Het net van de begrensde mogelijkheden' Giselinde KUIPERS / Jeroen de KLOET / Suzanne KUIK (red.)
Digitaal contact - Het net van de begrensde mogelijkheden
Amsterdam: Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, 2003; 311 blzn.
ISBN: 90 8061 453X

[Dit is een aflevering in boekvorm van het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift. Het tijdschrift bestaat niet meer. Dit boek is daarom niet meer te krijgen. Ik kon er zelfs geen voorkant van vinden op Internet en dat wil wat zeggen. In dit boek worden artikelen van verschillende - voornamelijk Nederlandse - auteurs gebundeld, artikelen die gaan over empirische onderzoeken naar het sociale functioneren van Internet. Techniek wordt daarbij niet als deterministisch of neutraal gezien, de benadering is constructivistisch en daarmee gevoelig voor allerlei context.]

[Het boek eindigt met engelstalige samenvattingen van de artikelen en met gegevens over . de betrokken auteurs.]

(7) Kuipers / De Kloet / Kuik: Het net van de begrensde mogelijkheden

In deze inleiding van de redacteuren wordt uitgelegd waarmee de auteurs in dit boek zich zullen bezighouden. Het is duidelijk dat Internet een enrome rol is gaan spelen in de samenleving en voor mensen. Internet kenmerkt zich door interactiviteit en deelname, openheid en toegankelijkheid, grenzenloosheid, anonimiteit.

[Op p.9 wordt gezegd dat Internet een "wereld zonder lichamen" is. Dat is een mooie uitdrukking die perfect aanduidt wat Internet nooit kan zijn: iets van communicatie tussen mensen.]

"Bijna alle auteurs in deze bundel verwijzen naar de grote verwachtingen die men had over het net. Bijna allemaal constateren ze ook dat de grootste verwachtingen inmiddels geluwd zijn. Met de bijstelling van verwachtingen is het tijd om om te kijken wat er daadwerkelijk gebeurt op het net. In hoeverre zijn deze dromen uitgekomen? Hoe onbegrensd zijn de mogelijkheden van het net? In hoeverre is het net verrijkend gebleken en brengt het net echt een andere maatschappij, andere identiteiten en andere omgangsvormen? Maar hierbij hoort ook de vraag naar de angstdromen: hoe problematisch is internet? Wat is er terechtgekomen van de zorgen en angsten over het net?

Want zoals altijd bij de opkomst van nieuwe technologieën: met grote verwachtingen komen grote angsten en zorgen. Het mondiale en grenzeloze net biedst ook ongekende mogelijkheden voor criminelen, dubieuze ondernemers, kinderpornografen, terroristen, extreemrechtse en -linkse groeperingen en 'hackers' die inbreken in computers. De anonimiteit van internet leidt niet alleen tot boeiende experimenten en persoonlijke ontplooiing, maar ook tot oplichting en bedrog, digitale kinderlokkers, on line gespioneer en agressie. (...)

De opkomst van het internet heeft dan ook niet alleen geleid tot utopische verwachtingen, maar ook tot angstbeelden. Sommige van deze zorgen zijn onlosmakelijk verbonden met modernisering en technologie: zorgen over verkilling, vervreemding en verlies van sociale cohesie. Daarnaast is er de morele zorg en paniek die ook andere (vermaaks-)media oproepen: over het teveel aan seks en geweld, het verkeerde voorbeeld voor de kinderen, en ongewenste culturele invloeden uit Amerika."(10-11)

Zelfregulering blijkt op Internet helemaal niet zo gemakkelijk als gedacht. Wetshandhaving is er ook moeilijk. De kwaliteit van informatie en de zoekmachines die moeten helpen een weg te vinden in een overvloed aan informatie laten hun zoekresultaten beïnvloeden door commerciële belangen. Privacy is een groeiend probleem. En Internet blijkt in grote lijnen helemaal niet zo revolutionair als de voorspellers riepen:

"Internetgebruik, zo blijkt uit steeds meer onderzoek, is vaak banaal en alledaags. Daarnaast blijkt internetgebruik stevig te zijn ingebed in real life. E-mail is nog altijd de meest gebruikelijke activiteit op internet; maar mensen lijken vooral te e-mailen met diegenen die ze in het dagelijks leven ook tegenkomen. Na e-mail zijn nieuwsvergaring en het zoeken naar informatie voor je hobby de meest populaire toepassingen van het internet volgens een onderzoek van het NRC Handelsblad (28 september 2002). En ook in andere opzichten lijkt internet verankerd in sociale verhoudingen in de echte wereld: ook op internet is Amerika de wereldmacht, hebben mannen meer invloed dan vrouwen, en voelen burgers zich onmachtig over politieke beslissingen op hogere niveaus."(12)

Met andere woorden: De sociale achtergrond van internetgebruikers - sekse, cultuur, klasse, en zo verder - blijft in het gebruik van Internet een rol spelen. En tegelijkertijd is Intenet stevig ingebed in mondiale verhoudingen waarin de politieke en economische invloed van de Verenigde Staten groot is via het neo-liberale marktdenken en de multinationals als Microsoft.

"Maar bij het proces van mondialisering hoort ook toenemende weerstand tegen deze overheersing, en toenemende nadruk op de eigen identiteit."(15)

(18) Giselinde Kuipers: Moraal en digitaal vermaak - De sociale constructie van digitaal gevaar in Nederland en de VS

"De korte geschiedenis van internet vertoont opvallende overeenkomsten met de geschiedenis van andere media als televisie, video, radio, telegraaf, telefoon of boekdrukkunst. Terwijl de experts hoopvolle verwachtingen uitspraken over de serieuze toepassingen van het nieuwe medium - zakelijke en commerciële toepassingen, politieke vernieuwing en bewustwording, wetenschappelijke communicatie, journalistieke vooruitgang, de emancipatie van achtergestelde groepen, nuttige toepassingen in het onderwijs - werd het medium omarmd door het publiek voor een aanzienlijk minder hooggestemde doelstelling: vermaak. De opkomst van het nieuwe medium leidde bovendien tot de ontwikkelingen van neiuwe vormen van vermaak en nieuwe varianten op oude genres."(18-19)

Een en ander leidt tot heftige discussies over de al of niet bestaande gevaren van digitaal vermaak (seks, gokken, en zo verder). De gevaren van internetvermaak worden sociaal geconstrueerd - dus vanuit sociale positie en omgeving (zoals ook in de echte werkelijkheid). Kuipers neemt twee voorbeelden: etnische humor en cyberseks.

Wat betreft het eerste blijkt dat de zelfbeheersing in Nederland groot is, mede omdat er een Meldpunt Discriminatie is: je vindt er weinig racistische grappen. In Engelstalige landen als de VS overheerst het idee dat vrijheid van meningsuiting het allerbelangrijkst is en wordt regulatie afgewezen.

[Dit is dus een voorbeeld van die verschillen tussen Europa en de VS waar je de hele tijd tegen aan loopt. In de VS wordt niemand ergens tegen beschermd, omdat ze daar vinden dat alle mensen dezelfde eigen verantwoordelijkheid heb. Verschillen in machtsverhoudingen en maatschappelijke posities worden simpelweg niet belangrijk gevonden en weggepraat. Overheidsregulatie is dus uit de boze. Gevolg: Ongelijkheden waartegen je je alleen kunt beschermen wanneer je het geld hebt om van het juridische systeem gebrtuik te maken. Terwijl in Nederland bijvoorbeeld wel het besef bestaat dat sommige groepen maatshappelijk kwetsbaarder zijn dan andere en dus in bescherming genomen moeten worden.]

"Heel anders verliep de discussie in Nederland en de VS over een andere vorm van digitaal vermaak: cyberseks. Hoewel de controverse vergelijkbaar is met die over internethumor, is de discussie in de VS uitgegroeid tot een regelrechte morele paniek, en probeert men deze vorm van vermaak wettelijk aan banden te leggen. In Nederland is de reactie aanzienlijk laconieker, maar ook daar heeft de sterk toegenomen beschikbaarheid van dit type vermaak tot de nodige verontrusting geleid."(30-31)

[Dan blijkt ineens dat die vrijheid van meningsuiting in de VS voor veel burgers niet geldt voor dit soort zaken. Het blijft een conservatieve christelijke natie tenslotte. En ineens wordt dan wel om overheidsregulatie geroepen. Uiteraard zonder de grootste porno-industrie ter wereld, die van de VS, een strobreed in de weg te leggen. Inmiddels zijn echter ook in de VS veel conservatieve pogingen tot reguleren gestrand door een beroep op die vrijheid van meningsuiting. Wat betreft kinderen wordt vrijwel steeds de insteek gekozen van filters, verboden, afscherming en niet de insteek van dat ouders hun kinderen in een verstandige richting moeten opvoeden door met ze te praten en ze eigen verantwoordelijkheid te leren. Nederland probeert zoals gewoonlijk een gebalanceerder standpunt te bereiken. Nederlanders proberen te normaliseren, terwijl Amerikanen de zaak dramatiseren, wordt er terecht gezegd.]

"De Nederlandse houding leidt tot een groot geloof in verantwoordelijkheid, redelijkheid en zelfregulering; in de Amerikaanse visie is een dergelijke houding aan kinderen en jongeren niet besteed. Deze redenering leidt vanzelf tot de overtuiging dat pornografie, en seksualiteit in het algemeen, een bedreiging is voor kinderen. Dit is ook de gedachte achter COPA [Child Online Pornography Act]: dat alle pornografie per definitie 'harmful to minors' is, een vanzelfsprekende overtuiging die nauwelijks onderbouwing behoeft - en ook maar zelden krijgt."(39)

(46) De Kloet: Robin Hood in Cyberspace - Hacken, nationalisme en digitale politiek

Natuurlijk is er sprake van mondialisering door Internet, maar er is net zo goed sprake van nationalisering zoals blijkt uit de cyberoorlogen die door allerlei groepen hackers gevoerd worden die opkomen voor hun eigen land en strijden tegen het andere. Met name hackergroepen in Azië (China wordt heir verder uitgewerkt) zijn vaak nationalistisch of laten zich minstens achter het karretje van de overheid spannen.

(66) Aupers: 'Als engelen in Cyberspace' - De religieuze verbeelding van het internet in Silicon Valley

Internet is niet alleen een plek waar allerlei religieuze groepen hun boodschap uitdragen, het medium zelf wordt als een religieuze boodschap uitgedragen. Bijvoorbeeld door de technici die Internet bouwden. Over dat laatste gaat het hier.

"In dit artikel wordt alleerst getracht inzicht te verstrekken in de aard van de internetreligie. Het spirituele discours over het internet, het world wide web en cyberspace, zo wordt uiteengezet, bevat elementen uit de westerse esoterische traditie en vertoont in het bijzonder een 'familiegelijkenis' met de klassieke gnostische religie."(67)

[Nou, nou. Weer een gemankeerde theoloog of priester die zijn ei kwijt moet! Dat al die mensen uit Silicon Valley een beetje irrationeel uit hun nek zitten te lullen over de toekomst geldt ineens als spiritualiteit en een religieuze boodschap op basis van het gnosticisme en New Age. Nou, die vijandigheid ten aanzien van het lichamelijke en dit aardse tranendal komen simpelweg voort uit het gegeven dat het hier om Amerikanen gaat. Dat zijn die mensen die voor 95% in god geloven dan wel zichzelf religieus noemen. zoals allerlei onderzoek laat zien.]

[Het feit dat je geniaal bent in wiskunde en computertechniek maakt je nog niet briljant in levensbeschouwing en waarden en normen, sterker nog: daar zijn dit soort techneuten blijven steken in die vergaande christelijke onvolwassenheid die ze van huis uit hebben meegekregen. Als ik de kans had om belangrijke ontwerpers van Internet-technieken te spreken dan zou ik met hun over die technieken praten waarvan ze echt verstand hebben. Waarom zou ik met hen over hun waarden en normen praten? Ze zijn op dat punt namelijk niet anders dan miljarden anderen, dus dat is volkomen oninteressant.]

"In vrijwel alle gevallen wordt cyberspace afgeschilderd als een soort hogere, magische wereld waar de beperkingen van het lichaam, het aardse bestaan en de samenleving niet langer van toepassing zijn. In cyberspace wacht de ultieme geestelijke vrijheid, aldus de technici. Ondanks de individuele variaties vertoont deze grondgedachte een sterke verwantschap met de klassieke gnostische religie. (...) magische fantasieën over persoonlijke macht en omnipotentie spelen immers een grote rol in het discours over het leven in cyberspace."(82-83)

[Je zou je werkelijk zorgen moeten maken over dat soort visies van technische maakbaarheid. Maar deze auteur maakt zich niet eens zorgen over de onderzoeksmethoden die hij gebruikt: hij heeft een aantal levensbeschouwelijke uitspraken van internetgoeroes bij elkaar, is stiekem blij met dat irrationele geleuter, maar zegt natuurlijk op het eind dat hij er geen oordelen over velt. Yeah, right. Alsof alle keuzes die hij maakt niet voldoende oordeel vellen.]

(89) Frank Schaap: Constructies en conventies van sekse in Virtual Reality

Over de personages en avatars en rollen die mensen aannemen in MUD's en andere virtuele werelden op Internet. Het lijkt of het lichaam geen rol speelt, maar het lichaam is maar een deel van 'gender' (sekse): de biologische kant ervan. Er is ook een sociaal-culturele constructie van gender. Die blijkt op de achtergrond aanwezig van de gespeelde en gefantaseerde personages in een virtuele wereld. Je bent er dus zeker vrijer, maar niet zó vrij dat je niet hoeft te putten uit dat wat je in de echte werkelijkheid kent.

[Zoals elders door mijzelf ooit opgemerkt: 'fantasy' is toch vaak tamelijk fantasieloos, omdat de spelers of schrijvers ervan blijven hangen in de werkelijkheid van alledag en niets beters weten te verzinnen.]

(110) Hagemann: Complotten, sarcasme en bevestiging van de eigen identiteit - Analyse van een Usenet nieuwsgroep over de moord op Pim Fortuyn

Het maatschappelijke debat on line heeft als voordeel dat elk onderwerp kan worden ingebracht. Een ander aspect is dat de discussie in principe anoniem is: persoonlijke status speelt dan geen rol. De vraag is of dat genoeg is voor een zinvol maatschappelijk debast: er zou een zekere mate van gelijkheid moeten bestaan tussen de deelnemers, de argumentatie moet een redelijke kwaliteit hebben, verschillende gezichtspunten zouden aan de orde moeten komen.

Geldt dit alles voor de nieuwsgroep over Pim Fortuyn? Nee.

"Slechts een enkele keer wordt er een serieus onderbouwde discussie aangezwengeld."(129)

"De discussie heeft bovenal een 'expressief' karakter. De deelnemers willen graag hun mening kwijt."(135)

[Waaruit weer eens duidelijk wordt dat de deelname van velen aan een maatschappelijke discussie via Internet niet veel te maken heeft met het versterken van de openbare politieke discussie of met de democratie. Zeker bij een ongemodereerde discussie roepen deelnemers maar wat, er is op geen enkele manier sprake van een rationele argumentatie. De vraag is ook nog maar of veel deelnemerrs de intelligentie hebben een dergelijk discours te volgen. Het lijkt er niet erg op.]

(140) Vos / Van der Ploeg: De informatierevolutie - Gevolgen voor politiek en burger

[Dit is nu zo'n stuk waarin auteurs duizend dingen proberen te zeggen terwijl ze maar twintig bladzijden ter beschikking hebben. Dit stuk is daarmee zo algemeen dat je bij vrijwel elke alinea kunt vragen naar concretisering en uitwerking.]

Informatietechnologie heeft de positie van burger, maatschappelijke instituten en de nationale en internationale overheid veranderd. Daarmee staan oude verhoudingen onder druk. Ook is er een vertrouwensbreuk tussen overheid en burger. E-government, interactief beleid, e-democracy en responsief beleid kunnen helpen.

[De uitwerking van die alternatieven is dus beperkt. En niets over zoiets belangrijks als de groei van de bevolking: het simpele gegeven dat de afstand tussen overheid en burger groeit omdat er steeds meer burgers zijn. Je kunt de burgers als overheid onmogelijk meer persoonlijk kennen, ook niet op lokaal niveau. Waardoor de burger het gevoel heeft dat alles op afstand gebeurt en hij of zij geen controle meer heeft over of zeggenschap heeft op het beleid. Dat heeft helemaal niets met technologie te maken. En technologie kan dat ook niet opheffen: hoe kun je de mails van pak 'm beet een miljoen Nederlanders beantwoorden als die allemaal gaan communiceren via Internet?]

(162) Stol: Sociale controle en technologie - De casus politie en kinderporno op internet

Stol verwijst naar George Orwell's roman 1984 waarin de controle over en de disciplinering van de burgers - o.a. via technologie - totaal is. De stelling hier is dat technologie niet per definitie regulerend en beknottend is, maar ook nieuwe kansen en vrijheden biedt.

"Orwells roman past in een denktraditie waarin het gaat om het spanningsveld tussen rationeel-technologisch denken enerzijds en wezenlijk menselijke aspecten zoals ethiek, gevoel, intellect, emotie en esthetiek anderzijds. De spanning, kortom, tussen machinerie en menselijkheid. Naar de machinale dimensie verwijzen verschillende auteurs met verschillende termen, zoals Rationalisering (Weber 1922), De Machine (Mumford 1934), Techniek (Ellul 1954), Technische Rationaliteit of 'Techno-logie' (Marcuse 1968), Discipline (Foucault 1975), Surveillance (Lyon 1994) en Technologie (Fukuyama 2002). De een is radicaler in zijn analyse dan de ander. Zij komen wel tot een gedeelde conclusie: het technologisch complex overheerst steeds meer. Dat roept onmiddellijk de vraag op welke ruimte er rest voor het wezen van de mens."(162-163)

Sommige auteurs (Haraway, Mills, Huxley) menen dat mensen zicjh massaal zullen conformeren aan dat technologische complex. Anderen menen dat technologie ook nieuwe kansen biedt. De vraag die hier gesteld wordt:

"Internet biedt niet alleen burgers tal van nieuwe communicatie en -gedragsmogelijkheden, maar ook de politie. Internet maakt nieuwe criminaliteit mogelijk maar ook nieuwe vormen van formele sociale controle. Waarheen zal de balans uitslaan? Neemt de intensiteit van politiecontrole toe en daarmee haar grip op het gedrag van burgers? Of verzwakt de kracht van de politie juist omdat burgers via internet anoniemer kunnen opereren en effectief aan overheidscontrole weten te ontsnappen?"(164)

Pikante bijzonderheid is dat informatietechnologie juist de gebruiker ervan reguleert, in dit geval dus de politie.

"Wie de techniekgeschiedenis doorneemt, ziet dat meer technologie in een samenleving inderdaad leidt tot een grotere mate van gedragsregulering - maar dan vooral bij de gebruikers ervan. De hard- en software van informatietechnologie werkt net als oudere technologieën dwingend op wat mensen kunnen, of wellicht beter gezegd: móéten doen en laten. Wie technologie gebruikt, dient zich te richten naar de wijze waarop het gebruik is voorgeprogrammeerd, anders werkt het simpelweg niet."(166)

De anonimiteit van het internet maakt dat informele sociale controle lastig is en daarmee is normvervaging / afwijking van gebruikelijke normen veel gemakkelijker. Van de andere kant wordt steeds meer van wat mensen op internet doen geregistreerd en groeit de neiging van overheden om op basis van al die gegevens formele sociale controle door te voeren.

Het is nog maar de vraag naar welke kant de weegschaal zal doorslaan en of een redelijke balans mogelijk is. Voorbeeld: de bestrijding van kinderporno op internet. De behoefte eraan is maatschappelijk duidelijk, de politie probeert die formele sociale controle te realiseren, maar in de praktijk blijkt dat bijzonder lastig omdat dit soort criminaliteit zich dan verplaatst naar nog anoniemer omgevingen op internet.

(182) Rommes / Van Oost / Oudshoorn: Gender in het ontwerp van De Digitale Stad Amsterdam

De Digitale Stad (DDS) in Amsterdam was bedoeld voor iedereen, maar werd voornamelijk bezocht door jonge hoogopgeleide mensen van wie maar 9% vrouw was. Die ondervertegenwoordiging van vrouwen wordt hier onderzocht vanuit het ontwerp van de technologie.

"Ons doel is daarmee de deconstructie van de zwarte doos van DDS en te analyseren hoe gender het ontwerpproces en het uiteindelijk ontwerp heeft beïnvloed. Hiertoe maken wij gebruik van recent werk uit Science en Technology Stguidies (STS) en feministische theorie."(183)

"De notie van 'het openen van de zwarte doos' van de technologie is afkomstig van technologie-sociologie. Gedurende de laatste twee decennia is een nieuw sociaal-constructivistisch perspectief op technologie ontwikkeld (Bijker, Hughes & Pinch 1987). Wetenschappers in deze traditie analyseren technologie als het resultaat van een sociaal proces waarin door middel van interactie tussen verschillende actoren betekenis wordt gegeven aan technologie."(voetnoot 2, 183)

De ontwerpers van technieken en technische objecten stellen zich in het ontwerpproces al allerlei zaken voor over de toekomstige gebruikers en stemmen hun ontwerp daar op af. Bij computertechnieken blijkt dat de ontwerpers uitgaan van zichzelf (de ik-methode) en daarmee voor jonge, gezonde, blanke manen van de middenklasse ontwerpen.

"Technologieën bevatten daarom scripts, die specifieke bekwaamheden, acties en verantwoordelijkheden aan de vermeende gebruiker toekennen en delegeren. Wanneer deze scripts een genderspecifiek patroon laten zien worden ze genderscripts genoemd."(185)

De genderscripts van DDS worden geanalyseerd met de multi-leveltheorie van gender waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen het structurele, het symbolische en het individuele identiteitsniveau.

"Technologie heeft een masculien imago, niet alleen omdat het een gebied is dat wordt gedomineerd door mannen maar tevens vanwege de masculien geconnoteerde symbolen, metaforen en waarden die eraan verbonden raken."(186)

"DDS is een project met hooggestemde idealen, zoals de realisering van een 'niet-hiërarchische ruimte voor iedereen'. Desalniettemin blijft het beeld over van een organisatie waarin de persoonlijke doelen en stijlen onbewust resulteerden in ontwerpkeuzes die haaks stonden op deze idealistische doelstelling."(187)

De groep vrijwilligers die Marleen Stikker bijeen wist te brengen en de programmeurs van XS4ALL (Felipe Rodriquez bv.) hadden uiteindelijk toch een taakverdeling waarin de mannen bepaalden welke kant het uitging. Beide hoofddoelen (technologische virtuositeit en het vergroten van politieke betrokkenheid) zijn sterk verbonden met masculiene waarden.

Met toekomstige gebruikers werd ook niet erg rekening gehouden in het ontwerpproces: dat verliep typisch via de ik-methode. Dus werden gebruikers onbewust ook geacht ervaring met computers te hebben en zelf alles uit te zoeken, een leerstijl die vooral aansloot bij mannelijke gebruikers.

(205) Slater / Tacchi: Moderniteit in opbouw - Een vergelijkende etnografie van het internet

[Een artikel over allerlei zaken in Sri Lanka die met nieuwe technologie en nieuwe economie te maken hebben. Academische prietpraat waarbij volkomen onduidelijk blijft wat de auteurs willen zeggen.]

(223) Franklin: 'Wij zijn de Borg' - Microsoft en de strijd om de controle over het internet

Dit artikel gaat over de anti-trustzaak tegen Microsoft.

[Ook al een academisch verhaal waarbij je de simpele vraag kunt stellen: wat wil hij nu eigenlijk zeggen? Het feit dat je die vraag moet stellen, zegt alles over de kwaliteit van dit artikel.]

(254) Wyatt / Henwood / Hart / Smith: De digitale tweedeling - Internet, gezondheidsinformatie en het dagelijkse leven

Het idee 'digitale tweedeling' heeft te maken met ongelijke toegang tot computertechnieken op lokaal en mondiaal niveau.

"Er gaapt een grote kloof tussen meer en minder geïndustrialiseerde landen: in geïndustrialiseerde landen woont meer dan tweederde van de internetgebruikers op de wereld, en maar vijftien procent van de wereldbevolking. Zelfs binnen relatief rijke landen, zoals de Verenigde Staten en de lidstaten van de EU, maakt men zich zorgen over de kwetsbaarheid van sommige groepen voor digitale uitsluiting. Het gaat hierbij om werklozen, mensen met een lage opleiding of inkomen, etnische minderheden, immigranten, vluchtelingen, vrouwen en ouderen."(255)

Desondanks is het denken over die digitale tweedeling veel te schematisch en abstract. Wanneer je naar de alledaagse ervaringen van mensen kijkt, krijg je een veel genuanceerder beeld. Dit artikel doet dat door onderzoek te doen onder mensen die gezondheidsinformatie opzoeken op Internet.

Uit de gehouden interviews blijkt dat die digitale tweedeling vaak ingevuld wordt als al of niet toegang hebben tot computerapparatuur en dat dat in de praktijk vaak heel anders ligt. Er zijn bijvoorbeeld mensen die geen computer of Internet willen ('verzetters'), of er mee gestopt zijn ('afwijzers'). Of: mensen hebben wel de apparatuur en de internetverbinding, maar ze willen er geen gebruik van maken. Of: ze willen er in ieder geval geen gebruik van maken voor het verzamelen van informatie over gezondheid. Of: ze willen die informatie wel, maar weten geen raad met de hoeveelheid informatie over gezondheid, het niveau er van, etc., zelfs niet als er 'warme experts' zijn die hen helpen bij dit zoekproces.

"De meest volledige gegevens over internet hebben betrekking op de situatie in de VS. In Europa kijken we vaak naar de VS om te zien hoe de internettoekomst eruit zou kunnen zien, ook al verschilt de sociale, politieke en economische context in de VS erg van de Europese, vooral op het gebied van gezondheidszorg."(257)

"In het afgelopen decennium is het alledaagse leven meer centraal komen te staan in technologiestudies (Lie & Sørensen 1996; Silverstone & Hirsch 1992; Bakardjieva & Smith 2001). In plaats van te kijken naar de productielocaties en werkgerelateerd technologiegebruik hebben wetenschappers de aandacht gevestigd op de alledaagse praktijken waarin het gebruik en de betekenis in sociale omgevingen wordt vormgegeven, toegeëigend en geleefd door 'gewone' mensen. (...) Dit werk bouwt duidelijk voort op de inzichten van Bourdieu (1977, 1984), in de zin dat het het belang onderkent van zowel de symbolische als de materiële kant van voorwerpen, en de rol die beide aspecten spelen in de productie van sociale relaties. (...) In tegenstelling tot Bourdieu richten wij ons niet primair op klassenverhoudingen. In de volgende pagina's houden we ons vooral bezig met gender- en generatieverschillen en de manier waarop deze gearticuleerd worden in de alledaagse praktijk van het internetgebruik."(259)

(274) Wouters: Cybersociologie - Een beknopt kookboekje

"Dit kookboekje beoogt hulp te verschaffen aan de sociale wetenschapper die gebruik wil maken van het internet en het web in het onderzoek. (...) De belangrijkste problemen en hinderpalen komen aan de orde en er worden enkele voorbeelden van succesvolle recepten gegeven."(274)

[Logischerwijs is dit artikel nu tien jaar later wat verouderd. Er zijn recenter boeken over dit onderwerp.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk