>>>  Laatst gewijzigd: 9 maart 2020  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Filosofie van informatie en media

Voorkant Mols 'Het raadsel van informatie' Bennie MOLS (red.)
Het raadsel van informatie
Amsterdam: Boom, 2005; 144 blzn.
ISBN: 90 8506 1776

(7) Mols: Woord vooraf

Het begrip 'informatie' wordt in vele disciplines gebruikt en betekent zowel 'geformaliseerdegegevens in enen en nullen', 'geuren die de communicaite van dieren regelen' als 'stimuli voor cellen' en zo verder. Deze lezingenbundel kijkt naar al die aspecten.

"De ontrafeling van het raadsel van informatie gaat dieper de levende organismen in. Hoe weet elke cel van een organisme wat hij moet doen, terwijl elke celkern in een organisme precies hetzelfde DNA bevat? Hoe weet een hersencel dat hij zich niet ineens als een darmcel moet gedragen en andcersom?"(9)

[Let op het antropomorfe taalgebruik. Ik heb daar echt een hekel aan, het leidt tot schijnproblemen. Cellen 'weten' niets en 'moeten' niets. We moeten echt zoeken naar een andere manier van praten over dit soort zaken.]

[Een ander ding is dat al snel blijkt dat dit een bundel is die helemaal niet gaat over het raadsel van informatie, dat begrip is er echt met de haren bijgesleept, want de meeste artikelen doen niets met dat begrip. Of erger nog: het wordt even gebruikt, omdat het boekje daar toch over gaat, nietwaar?! Zo zinloos.]

(11) Van Benthem: Informatiestroom voor oplettende mensen

Informatie wordt hier gezien als kennis in samenhang met taal, betekenis en interactie. Invalshoek is de logica van de communicatie, van de informatiestromen, die in diagrammen gevat kan worden. Informatioverdracht als een soort van sociaal rekenproces, dynamische kennislogica's zoals bij Hintikka en Van Benthem zelf.

[Hier wordt al gauw de stap gemaakt van alledaagse kennis naar geformaliseerede berekenbare kennis, zonder dat duidelijk wordt wat dat moet opleveren of wat daarbij verloren gaat.]

(27) Smeulders: In den beginne het beeld

Hoewel beeld via het kijken voor mensen het eerst gegeven is, blijkt het heel moeilijk om een computer beelden te laten interpreteren en analyseren. Smeulders wil het dan ook alleen hebben over de voorwaarden waaraan een systeem moet voldoen dat redeneert met beeldinformatie.

"Noch het hedendaagse perceptieonderzoek, noch de hedendaagse stand van zaken in de computervisie hebben een bevredigend antwoord op de vraag hoe we precies een beeld interpreteren."(28)

"Hoe bepalen we wat zich bevindt in het plaatje? Wat zijn de belangrijkste beeldelementen? Kunnen we soortgelijke plaatjes vinden in een grote verzameling van plaatjes? Hoe kunnen we iemand in een menigte volgen terwijl hij regelmatig uit zicht verdwijnt? Hoe onderscheiden we zeventiende-eeuwse schilderijen van die uit de twintigste eeuw?Al deze vragen zijn moeilijk door een computerprogramma op te lossen, terwijl de mens er geen enkele moeite mee heeft."(29)

"Als het interpreteren van een beeld voor een computer zo moeilijk is, hoe kan de mens dat dan zo snel en automatisch doen? Het antwoord is dat de volledigheid van beeldinterpretatie slechts schijn is. Volledigheid van interpretatie van een plaatje is slechts zelden nodig."(33)

"Dat kan alleen maar als het binnenkomende beeld op een zogeheten invariante representatie wordt gebracht. Dat betekent dat alle niet-nuttige variatie uit de beschrijving is gehaald, zodat de beschrijving is teruggebracht naar zijn oervorm."(36)

De aanwezigheid van invariante representaties in het visueel systeem is daarmee de eerste voorwaarde voor een cognitief model van visuele waarneming. De tweede voorwaarde is het terugbrengen op invarianten en het benaderen van het beeld als een soort lappendeken (Edelman's model).

"Tot slot moet het visuele systeem het identificeren van categorieën als koeien, auto's, huizen enzovoort leren en opslaan. Tot op heden is het leren van taal steeds gescheiden bestudeerd van leren zien. Het leren van woorden is het koppelen van concepten (die resulteren uit het leren van beelden) aan klanken en woorden. In feite is het leren van taal daarmee een innige samenwerking van benoemen en zien."(40)

[Dit is een leuk artikel, waarschijnljk juist ook omdat er geen zinloos gebruik gemaakt wordt van het woord 'informatie'. ]

(45) Bastiaanse: De talenknobbel

Waar in de hersenen is taal gelokaliseerd? Opvattingen van Franz Joseph Gall (1758-1828; de man van de knobbels); Paul Broca (1824-1880; deed postmortaal neurologisch onderzoek); Carl Wernicke (1848-1904; idem). Bastiaanse doet in Groningen onderzoek naar taalstoornissen op woord-, klank- en zinsniveau.

[Ook hier gaat het helemaal niet over informatie.]

(63) De Bruyne: Geuren, genen en gedachten

"Geuren, genen en gedachten - dat zijn de drie basiselementen die voor de informatieverwerking van geuren zorgen. Geuren bevatten chemische informatie: ze bestaan uit moleculen die door de lucht bewegen. Genen zijn de fundamentele informatiedragers in de biologie. Ze leggen het bouwplan van het leven vast en bepalen zelfs de basiskarakteristieken van het gedrag van mens en dier. Gedachten staan voor de informtieverwerking in ons hoofd en in het zenuwstelsel van dieren. Deze drie verschillende soorten informatie communiceren met elkaar over de betekenis van geuren voor een organisme. De wetenschap van geuren strekt zich daarom uit over het terrein van de scheikunde (de moleculen), de biologie (het reukorgaan en de hersenen) en de psychologie (de waarneming van de geur)."(63)

[Let weer op het antropomorfe taalgebruik. Op die manier mis je helemaal het verschil tussen gegevens uitwisselen en de activiteit die die gegevens tot informatie voor mensen maakt. Ik vind dit een erg oppervlakkig artikel.]

(79) Van Lohuizen: Zonder celgeheugen verloren

Begint met te zeggen dat het DNA "de biologische informatiedrager bij uitstek" is. DNA bestaat uit 3 miljoen basenparen. Maar 2% van al dit DNA bestaat uit genen (zo'n 30.000) die in eiwitten vertaald worden. "De rest is vooral ballast."(79). "98% van ons DNA doet eigenlijk weinig tot niets."(81).

[Niet alleen weer dat verkeerde gebruik van de term 'informatie'. Maar ook de arrogantie te zeggen dat 98% van het DNA ballast is. Waarom is het er dan? Weten we dan zeker dat het niets nuttigs doet? En dan verderop zeggen dat erfelijkheid niet alleen door de genen bepaald wordt: de epigenetische "extra informatielaag die over het DNA heen ligt en die genfuncties stuurt"(82). Als we nu pas een beetje beginnen te begrijpen hoe dingen werken, hoe kun je dan zo gemakkelijk stellen dat die 98% geen functie hebben?]

(95) Buhrman: Toveren met kwantuminformatie

[Nou, het is ook een beetje toveren met de titel, want ook hier speelt het begrip 'informatie' eigenlijk geen rol.]

[Dit is een heel aardig verhaal over kwantummechanica en kwantumcomputers en een paar problemen die er mee aangepakt kunenn worden. Maar de uitleg is door ruimtegebrek natuurlijk niet geweldig.]

(113) Hooft: De ultieme informatieparadox van zwarte gaten

Een artikel over zwarte gaten in het heelal. Dit is dus theoretische fysica, kosmologie, relativiteitstheorie, kwamtummechanica. Het idee is dat er informatie in zwarte gaten verdwijnt die er ook niet meer uit kan ontsnappen. Gewone deeltjes gehoorzamen aan de wetten van 'informatiebehoud', maar bij zwarte gaten lijkt dat niet zo te zijn.

"Zelf zie ik de natuur graag als een soort informatieverwerkende machine, een soort computer. We kunnen computers op een ogenschijnlijk willekeurige manier getallen laten genereren. Dat betekent dat iets wat helemaal deterministisch in elkaar zit, zoals een klassieke computer, toch informatie kan produceren die we het beste statistisch kunnen beschrijven. In het beeld van de natuur als informatieverwerkende machine, kunnen we de toestand van het heelal op elk moment in getallen uitdrukken."(129)

[Het is weer eens volkomen onduidelijk waarom hier het woord 'informatie' gebruikt wordt: kwantuminformatie die een zwart gat ingestuurd wordt, informatie in Hawkingstraling, ... Waarom niet gewoon over 'data' of 'gegevens' praten? Het voegt gewoon niets toe om 'informatie' hier te gebruiken.]

[En de natuur willen zien als een machine, een rekenmachine, als een toestand van getallen ... wat een vooronderstellingen zitten er in zo'n manier van kijken naar de natuur dan wel naar het heelal!! Ik vraag me af of zo'n manier van kijken en denken en taal gebruiken het niet volkomen onmogelijk maakt om werkelijk te begrijpen hoe tijd en ruimte en het heelal in elkaar steken. Nietszeggende begrippen gebruiken lijkt me in ieder geval niet de weg. Je zou willen dat het boekje hier op in zou gaan. Maafr niets is minder waar. Er worden geen moeilijk vragen gesteld bij het gebruik van het begrip 'informatie' door de auteurs.]

(131) Lenstra: Escher en het Droste-effect

[Ik vind Escher geweldig en dit is een leuk verhaal. Maar het heeft weer niets te maken met het begrip 'informatie' en allerlei problemen in het gebruik ervan. Niets.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk