>>>  Laatst gewijzigd: 28 december 2017  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Geschiedenis van informatie en media

Voorkant Moschovitis 'History of the Internet' Christos J.P. MOSCHOVITIS / Hilary POOLE / Tami SCHUYLER / Theresa M. SENFT
History of the Internet - A chronology, 1843 to the present
Santa Barbara, Cal. etc: ABC-CLIO, 1999; 312 blzn.
ISBN: 15 7067 1189

Dit boek wil een geschiedenis van Internet zijn waarin niet alleen de computertechniek centraal staat: alle aspecten die er mee te maken hebben, moeten aan de orde komen: technische, militaire, commerciële, maatschappelijke, onderwijskundige. De informatie wordt gepresenteerd als een chronologie die loopt van 1843 tot en met 1998.

[Elk hoofdstuk begint met een algemene inleiding. Dan volgt een deel van de chronologie: jaartallen gekoppeld aan anecdotes en verhalen. En tussendoor staan kaders met wat meer uitwerking. Het nadeel van deze constructie is al gauw duidelijk: de algemene inleidingen zijn te kort om een goede diepgang te bereiken en de chronologie is een opsomming van gebeurtenissen en feiten zonder dat de samenhang echt duidelijk wordt. Na ja, het heeft allemaal iets te maken met de technische ontwikkeling van computers en computernetwerken en met de inhoud die er overheen gestuurd wordt. Hm. De pretentie van een alomvattend boek loopt dus alleen maar uit op een alomvattende opsomming van zaken zonder de samenhang duidelijk te maken.]

[Het boek is in de beginhoofdstukken niet eenzijdig Amerikaans en ook behoorlijk volledig. Vanaf hoofdstuk 4 verandert dat en wordt er over politiek en economie geschreven vanuit Amerikaans perspectief. Bovendien is het allemaal een beetje vlak en kritiekloos.]

[Ik vind de essenties belangrijker. Wat je aan heel die chronologie af ziet, zet ik hier even bij elkaar.]

(1) Chapter One - 1843-1956 - The prehistory of the Internet

"Viewed in this light, a history of the Intenet is a history of more than computer networking. It is a history of a fundamental sea change in communications, commerce, manufactoring, labor, and media that is unprecedented since the 1800s. So it is perhaps not surprising that although computer networking is only fifty years old, we can find its conceptual building blocks in the Industrial Revolution of the 19th century."(1)

[Tja, eigenlijk kun je dan net zo goed nog verder terug gaan, tot de logica in de Griekse Oudheid bijvoorbeeld. Het boek begint nu tamelijk willekeurig met Ada Lovelace' Sketch of the Analytical Engine van 1843. Waarom niet met Charles Babbage zelf? Morse's telegraafbericht van 1844 volgt. Dan George Boole's werk over logica van 1854. En zo volgt elke keer weer een jaartal met een item. De Europese prestaties worden dus ook uitgewerkt, bijvoorbeeld:]

De computers van de Duitser Konrad Zuse's (1938, de Z1; 1941, de Z3) worden beschreven. Ook codekraker Colossus van 1943 en de 'Manchester Baby Machine' van 1948 - de eerste 'stored-program' computer -, de Manchester Mark 1 en de Ferranti Mark 1 - de eerste computer die commercieel op de markt werd gebracht - uit de UK komen aan de orde.

"The Z3 turns out to be the first fully functional general-purpose programmable [en digitale - GdG] computer. Unfortunately, Zuse's electromechanical designs do not influence the concurrent development of computers in England and the United States, where the seeds of a superior technology - electronics - are already germinating."(19)

De elektromechanische aanpak gebruikt elektriciteit voor het mechanisch herhaald uitvoeren van taken. Voor mensen zijn dat vaak vervelende taken. Bovendien kan een machine dat sneller en met minder fouten en uitval. De elektronische aanpak gebruikt elektriciteit om de opeenvolging van elektrische stroompjes zelf te sturen en op die manier logische functies uit te voeren die op hun beurt weer de basis vormen van de uitvoering van eigenlijke taken. De elektronische aanpak is abstracter, maar werkt veel sneller en is breder inzetbaar dan de elektromechanische.

John Atanasoff in de V.S. werkte bijvoorbeeld met vacuümbuizen in het bouwen van de eerste elektronische computer, de Atanasoff-Berry Computer (ABC) van 1939, die echter in de koelkast terecht kwam door WOII.

Ook ideeën, dromen, utopieën worden in dit boek genoemd. Zoals de memex van Vannevar Bush van 1945.

"Bush's memex idea is a reaction to the information explosion of the early 1900s. Similarly the eighteenth century's Age of Enlightenment had yielded a vast store of knowledge, and the first encyclopedias had been produced to organize that knowledge into an accessible and empowering form. Accumulation of knowledge and information accelerated throughout the nineteenth century such that specialization was already common in the first decades of the twentieth century. It was the rare individual who would keep up with the progress in more than one field of learning."(25)

(33) Chapter Two - 1957-1969 - From Sputnik to the ARPAnet

[Ik volg hier vooral de items die niet in de andere boeken aan de orde komen. Zoals bijvoorbeeld:]

In 1958 werd het modem uitgevonden. Radar data werden over het gewone telefoonnetwerk gestuurd naar centra waar ze verwerkt werden. Met de opkomst en de inzet van (digitale) computers moest ervoor gezorgd worden dat de digitale signalen van een computer werden omgezet naar de analoge signalen die het telefoonnetwerk nodig had en weer terug naar digitale signalen voor de computers elders. Het apparaat voor deze MOdulatie - DEModulatie werd heel toepasselijk 'modem' genoemd. Pas in de 60-er jaren ontstaan puur digitale datanetwerken - los van het telefoonnetwerk dus. Een andere soort kabels was daarvoor onder andere nodig.

MIT's Project Whirlwind liep uit op een defensienetwerk: Semi-Automatic Ground Environment (SAGE). Op basis daarvan ontstond in 1964 SABRE, een 'real-time' reserveringssysteem voor het vliegverkeer, met terminals die allemaal met IBM-mainframes verbonden waren. IBM speelde hier trouwens in alle fasen een belangrijke rol.

[Wat in andere boeken inderdaad wel eens onderbelicht blijft is dat er - voordat het ARPANET er kwam - andere 'netwerken' waren, als je dat dus zo wilt noemen. Er was in ieder geval al gauw veel ervaring met verbindingen tussen terminals en centrale mainframes met 'time-sharing' en 'multi-user' als basis. Die netwerken hebben wel een heel andere opbouw dan het latere ARPNET.]

(63) Chapter Three - 1970-1978 - What does a network do?

Over verschillende netwerktechnieken als Ethernet, TCP/IP, de ontwikkeling van UNIX, de opkomst van de persoonlijke computer, en over de groeiende mogelijkheden met computernetwerken zoals e-mail, BBS-en.

[Een en ander is samenhangender en beter verteld in Abbate of Freiberger-Swaine.]

(95) Chapter Four - 1979-1984 - Because it's there

Gaat over de commercialisering van Internet en over de verspreiding van het gebruik ervan.

"In retrospect, it makes sense that this period ushered in the era of Silicon Valley start-ups and twenty-four-year-old millionaires - after all, it was the eighties, when greed was good. Once computers and computer networking got into bed with capitalism, the future was assured: out of the ivory towers of academia and into the boardrooms and living rooms of America."(95)

[Leve het kapitalisme dan maar? Lijkt me niet. Dat wordt verder in dit hoofdstuk ook niet aangetoond. Dit is wel erg oppervlakkig en journalistiek, wanneer je bedenkt wat er allemaal verloren is gegaan door de commercialisering van computers en computernetwerken.]

Ook IBM werd wakker en maakte de PC. Maar voor de gebruiker is eigenlijk al het onderzoek aan het Xerox Palo Alto Research Center (Xerox PARC) het belangrijkste: het idee van vensters, pictogrammen, de muis etc. kwam daar vandaan en werd in 1984 door Apple in de MacIntosh gebruikt. Werken met een computer zou daardoor nooit meer hetzelfde zijn.

(121) Chapter Five - 1985-1990 - The wild frontier

Internet werd een commercieel succes, mede dankzij de conservatieve politiek van de regering Reagan in de V.S.: het bedrijfsleven had altijd gelijk, consumenten- milieu- en burgerrechtenbewegingen moesten zich nergens mee bemoeien.

"By the end of the eighties it had become abundantly clear that software, networking tools, and other Net-based technologies could be profitable, and that companies, once they got off the ground and went public, would feel little or no loyalty to their founders."(122)

Tegelijkertijd was dit de periode waarin computercriminaliteit en -misbruik in het brandpunt van de belangstelling kwamen te staan. Stoll's Koekoeksei hoort bij die periode, Kevin Mittnick ook. De 'hacker crackdown'- aanpak van de FBI ook.

"The government's computer crimebusting frenzy was a response to the cries of corporate America, as well as the increased concerns of national security agencies."(124)

De Electronic Frontier Foundation (EFF) werd in 1990 opgericht om tegenwicht te bieden tegen een regering die te ondeskundig was om onderscheid te kunnen maken tussen wat en slecht was in de computerwereld.

Het merendeel van de nieuwe gebruikers bestond echter uit gewone geïnteresseerde particulieren die met elkaar gemeenschappen vormden om over van alles te kletsen of om kennis uit te wisselen (BBS-en, The Well met name, AOL, Compuserve).

(151) Chapter Six - 1991-1994 - The World Wide Wonder

Het World Wide Web werd in 1991 gelanceerd, maar de doorbraak ervan kwam pas echt vanaf 1993, toen er grafische browsers als Mosaic en Netscape voor kwamen.

November 1992 liet de toenmalige administrateur van het Internet - de National Science Foundation in de V.S. - de eis vallen dat het toen nog door haar beheerde internet niet voor commerciële doeleinden gebruikt mocht worden. Daarmee was het hek van de dam: commerciële netwerken die al bestonden konden nu ook aan Internet gekoppeld worden en de ene na de andere commerciële website ontstond.

(189) Chapter Seven - 1995-1998 - Living on Internet time

Uiteraard ontstonden er met de commercialisering en de popularisering van Internet ook allerlei legale disputen. Over wie nu eigenlijk de baas is over Internet, over domeinnamen, over privacy en intellectueel eigendom, en zo meer.

[In dit hoofdstuk zie je weer eens goed dat een perspectief vanuit de V.S. zeer vertekenend kan werken. In de V.S. wordt over alles wel een rechtzaak gevoerd. Dat is op geen enkele manier representatief voor het mondiale gebeuren.]

[Daarnaast zie je aan dit hoofdstuk heel goed dat die chronologie steeds verder afzakt naar een opsomming van onsamenhangende feiten. Wel aardig om eens te lezen als je het nog niet wist uit de tijdschriften en zo, maar tegelijkertijd zonder een enkel antwoord op de vragen die je er bij zou kunnen stellen. Het is ook een selectie natuurlijk en juist die selectie is vrijwel uitsluitend vanuit Amerikaans perspectief.]

(237) Chapter Eight - Future trends

In dit hoofdstuk wordt tot slot vooruit gekeken. Bandbreedte kan een probleem zijn. Commercie via het WWW is mogelijk, maar kent ook zo zijn problemen. Privacy is een probleem. Regeringen proberen het Internet - vaak de inhoud - te reguleren. En zo verder. En met veel herhaling.

[Probleem is dat dit soort voorspellingen en signaleringen bijzonder betrekkelijk is. Is bandbreedte een probleem in dit boek van 1999, de laatste vijf jaar neemt de bandbreedte in groot tempo toe door ADSL, WIFI, kabel en glasvezel. Beveiliging van commercie via het Net is een stuk beter geworden, de naïviteit is er af, encryptie wordt al in veel verbindingen ingezet, en mensen gebruiken het met steeds meer gemak. De wetgeving rondom het respecteren van iemand's privacy is een stuk strenger geworden, in ieder geval in Europa, en daarmee is ook 'direct marketing' / 'spam' wat aan banden gelegd.]

[In andere gevallen was er weer eens sprake van een 'hype' die nu niet eens meer begrepen wordt. Zoals die van 'portals' of van 'virtual worlds' of de Network Computer (NC).]

[En natuurlijk zijn er problemen die bij alle media altijd weer terug komen: vrijheid van meningsuiting enz. tegenover censuur. Dat is niet anders, nu er sprake is van een ander middel om inhoud te communiceren.]

[De cijfers in de bijlagen zijn eveneens betrekkelijk, want ze zijn al weer tien jaar oud. Veroudering kan ook een probleem zijn voor het onderdeel Further Reading, p. 282-292: hoeveel van de genoemde webadressen zouden nog toegankelijk zijn? Maar het is wel een goed overzicht van historische bronnen, met name ook van artikelen uit tijdschriften. Vraag die ik weer moet stellen: hoeveel publicaties uit Europa zitten in dit overzicht?]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk