>>>  Laatst gewijzigd: 26 maart 2019  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Filosofie van de techniek

Inleidingen

Mondiaal

Nederland

Voorkant Mumford 'The myth of the machine - Technics and human development' Lewis MUMFORD
The myth of the machine - Technics and human development
New York: Harcourt Brace Jovanovich, 1967, 342 blzn.; ISBN: 01 5163 9736

[Meer dan dertig jaar na zijn boek 'Technics and civilization' schreef Mumford twee dikke boeken met als hoofdtitel 'The myth of the machine'. Dit is het eerste deel ervan. Zijn opvattingen zijn hier nog min of meer hetzelfde: mensen zijn niet in essentie 'tool-maker' en 'tool-user' zoals veel historici ons willen doen geloven - vanaf het begin waren gereedschappen maar middelen die ingebed waren in zaken als samenleven, rituelen, religie, spel, kunst, dans die veel belangrijker gevonden werden; het leven in kleinschalige gemeenschappen was in balans, maar werd verdrongen door op macht beluste personen en groepen die uiteindelijk mensen onder controle brachten via onderwerping, controle, dwang, en terreur en ze voor allerlei taken organiseerden tot een 'megamachine'; die centralisatie en exploitatie van mensen was niet meer gericht op algemeen welzijn, maar vooral op het eigenbelang van de rijke en machtige bovenlaag; die bovenlaag werd letterlijk gesanctioneerd door een priesterkaste; dit soort maatschappelijke verhoudingen leidden uiteindelijk tot de verhoudingen zoals die in het kapitalisme te vinden zijn, met andere woorden: de klassentegenstellingen en de ellende van de Industriële Revolutie werden al voorbereid in de oude beschavingen. Mumford lardeert zijn beschrijving van deze ontwikkeling met steken onder water naar de volgens hem irrationele politici en wetenschappers en technici van de moderne tijd. Is het een goed boek? Niet echt, het is nogal speculatief en geeft niet echt heldere antwoorden op de vragen die Mumford zelf stelt. Bovendien vermijdt Mumford weer om harde standpunten in te nemen ten aanzien van de beschreven maatschappelijke verhoudingen. Maar het is wel een inspirerend boek, het zet je aan het denken over toen en nu.]

(3) Chapter One - Prologue

Benadrukt de snelheid van de veranderingen in de menselijke leefomgeving door op basis van wetenschappelijke methoden ontwikkelde technische middelen die op hun beurt veranderingen teweeg brengen in de menselijke persoonlijkheid.

"With this new 'megatechnics' the dominant minority will create a uniform, all-enveloping, super-planetary structure, designed for automatic operation. Instead of functioning actively as an autonomous personality, man will become a passive, puposeless, machine-conditioned animal whose proper functions, as technicians now interpret man's role, will either be fed into the machine or strictly limited and controlled for the benefit of de-personalized, collective organizations.
My purpose in this book is to question both the assumptions and the predictions upon which our commitment to the present forms of technical and scientific progress, treated as if ends in themselves, have been based."(3)

[Dat is een sombere constatering. Het doel van dit boek is niet veel anders dan dat van Technics and civilization.]

Het belang van technische middelen en het beeld van 'man as tool-maker' worden overschat en versluiert de werkelijke menselijke ontwikkeling. De mens is niet in eerste instantie een 'tool-using animal' en hij was in het begin niet alleen maar bezig met overleven. Dat zal in de eerste hoofdstukken nader uitgewerkt worden.

"Only by creating cultural outlets could he tap and control and fully utilize his own nature."(7)

Niet 'werk' maar 'spel' als in rituelen, zang en dans vormt de menselijke cultuur (Huizinga) in Homo Ludens).

"Long befor he had achieved the power to transform the natural environment, man had created a miniature environment, the symbolic field of play, in which every function of life might be re-fashioned in a strictly human style, as in a game."(8)

"... the evolution of language - a culmination of man's more elementary forms of expressing and transmitting meaning - was incomparably more important to further human development than the chipping of a mountain of hand-axes."(8)

"... thus technics, at the beginning, was broadly life-centered, not world-centered or power-centered."(9)

"In addition to discovering the aboriginal field of man's inventiveness, not in his making of external tools, but primarily in the re-fashioning of his own bodily organs, I have undertaken to follow another freshly blazed trail: to examine the broad streak of irrationality that runs all through human history, counter to man's sensible, functionally rational animal inheritance. As compared even with other anthropoids, one might refer without irony to man's superior irrationality. Certainly human development exhibits a chronic disposition to error, mischief, disordered fantasy, hallucination, 'original sin', and even socially organized and sanctified misbehavior, such as the practice of human sacrifice and legalized torture. In escaping organic fixations, man forfeited the innate humility and mental stability of less adventurous species. Yet some of his most erratic departures have opened up valuable areas that purely organic evolution, over billions of years, had never explored."(10-11)

"Sooner or later, this analysis suggests, we must have the courage to ask ourselves: Is this association of inordinate power and productivity with equally inordinate violence and destruction a purely accidental one?
In the working out of this parallel and in the tracing of the archetypal machine through later Western history, I found that many obscure irrational manifestations in our own highly mechanized and supposedly rational culture became strangely clarified. For in both cases, immense gains in valuable knowledge and usable productivity were cancelled out by equally great increases in ostentatious waste, paranoid hostility, insensate destructiveness, hideous random extermination."(13)

(14) Chapter Two - The mindfulness of man

"The overemphasis on tool-using was the result of an unwillingness to consider any evidence other than that based on material finds, along with a decision to exclude much more important activities that have characterized all human groups, in every part of the world, at every known period."(14-15)

"So far both anthropologists and historians of technics have guarded themselves against speculative error by taking too much for granted, including their own premises; and this has led to greater errors of interpretation than those they have avoided."(15)

Er waren vanaf het begin andere behoeften dan alleen het voorzien in levensonderhoud. Welke behoeften? Enige speculatie is noodzakelijk via deducties en analogieën. Mumford ziet zichzelf daarbij als een generalist die de data van specialismes in een bepaalde samenhang brengt. Maar het is wat hem betreft duidelijk dat allerlei volkeren en culturen ingewikkelde talen, religieuze rituelen, en sociale verhoudingen combineerden met heel bescheiden technische middelen en het dus nog een hele tijd duurde voordat ze bijvoorbeeld betere technische middelen hadden om de grond te bewerken en dergelijke. Met andere woorden: taal en zo gingen vooraf aan het ontwikkelen van technische hulpmiddelen.

"Our chief reason for over-rating the importance of tools and machines is that man's most significant early inventions, in ritual, social organization, morals and language, left no material remains."(23)

"The burial of the body tells us more about man's nature than would the tool that dug the grave."(24)

"The development of the central nervous system liberated man in large degree from the automatism of his instinctual patterns and his reflexes, and from confinement to the immediate environment in time and space. Instead of merely reacting to outer challenges or internal hormonal promptings, he had forethoughts and afterthoughts: more than that, he became a master of self-stimulation and self-direction, for his emergence from animalhood was marked by his ability to make proposals and plans other than those programmed in the genes for his species."(26)

De groei van de hersenen en het zenuwstelsel ging gepaard met de ontwikkeling van de geest ('mind'). Het zijn twee zaken die Mumford als verschillend wil zien, maar tegelijkertijd in samenhang met elkaar: de hersenen vormen het materiële substraat op basis waarvan geestelijke activiteiten mogelijk zijn (een verhouding zoals die tussen een muziekspeler en de muziek die de speler ten gehore brengt).

"When the reference is to meaning and the symbolic agents of meaning, I shall accordingly use the word mind. When the reference is to the cerebral organization that first receives and records and combines and conveys and stores up meanings, I shall refer to the brain. The mind could not come into existence without the active assistance of the brain, or indeed, without the whole organism and the environing world. Yet once the mind created, out of its overflow of images and sounds, a system of detachable and storable symbols, it gained a certain independence that other related animals possess only in a minor degree, and that most organisms, to judge by outward results, do not possess at all."(27-28)

En het is die geest die allerlei betekenisvolle symbolen uit kan drukken in andere materialen dan de hersenen, bijvoorbeeld in steen of op papier, waardoor die betekenissen ook blijven bestaan wanneer de geest verdwijnt door de dood van het lichaam.

"In giving to the computer, for example, some of the functions of the brain, we do not dispense with the human brain or mind, but transfer their respective functions to the design of the computer, to its programming, and to the interpretation of the results. For the computer is a big brain in its most elementary state: a gigantic octopus, fed with symbols instead of crabs. No computer can make a new symbol out of its own resources."(29)

[En dat is toch weer goed gezien van Mumford, en al in zo'n vroeg stadium. In feite een vroeg pleidooi tegen alle pretenties in het kamp van de AI in die jaren.]

Met het toenemende bewustzijn en de toenemende creativiteit werden dingen mogelijk als het gebruik van vuur voor licht, energie, en warmte. Dat bewustzijn is het ultieme wonder van het leven en het centrale bestaansgegeven.

"The mindfulness of man makes the difference."(35)

"Man might even be defined as a creature never found in a 'state of nature', for asa soon as he becomes recognizable as man he is already in a state of culture."(46)

(48) Chapter Three - In the dreamtime long ago

De eerste mens werd geplaagd door dromen die hij niet begreep en waardoor de scheiding tussen slapen en waken onduidelijker werd. Aan de betekenis van dat aspect in het leven van de eerste mensen is tot nu toe geen aandacht geschonken, vindt Mumford. Zo heeft het een directe relatie met de ontwikkeling van religie, vindt hij.

"From the beginning, one must infer, man was a dreaming animal; and possibly the richness of his dreams was what enabled him to depart form the restrictions of a purely animal career."(49)

"Creativity begins in the unconscious; and its first human manifestation is the dream."(50)

"... and his [man's - GdG] first task was not to shape tools for controlling the environment, but to shape instruments even more powerful and compelling in order to control himself, above all, his unconscious. The invention and perfection of these instruments - rituals, symbols, words, images, standard modes of behavior (mores) - was, I hope to establish, the principal occupation of early man, more necessary to survival than tool-making, and far more essential to his later development."(51)

Die droomwereld werd al gezien en beschreven door Plato, en niet pas door Freud en Jung. Een vergelijking met de rol van dromen in de ontwikkeling van kind tot volwassene kan inzicht geven. Ook antropologen schrijven er wel eens op die manier over wanneer ze volkeren beschrijven. In de droom lopen tijd en ruimte door elkaar en is er sprake van grote chaos en neiging tot destructie. Orde, regelmaat, voorspelbaarheid en dergelijke ontbreken in eerste instantie en mensen moeten leren om constructief te zijn. Dat geldt ook voor vandaag de dag.

"Until a firm basis for order was laid down, we can now see, it was almost as necessary to curb man's creativity as his destructiveness: that is perhaps why the whole weight of culture, down to modern times, has centered on its ties with the past, so that even fresh departures would be disguised as a replenishing of old sources. With good reason, archaic societies distrusted innovators and inventors as heartily as Philip II of Spain, who classed them, not without reason, as heretics. Even today that danger is still with us; for ungoverned creativity in science and invention has reenforced unconscious demonic drives that have placed our whole civilization in a state of perilous unbalance: all the more because we have cast away at this critical moment, as an affront to our rationality, man's earliest forms of moral discipline and self-control."(57-58)

Mumford bekritiseert hier ondubbelzinnig allerlei moderne vormen van oorlogsvoering en afschrikking die de mensheid zouden kunnen uitroeien. Hij heeft het over de hallucinaties van politieke en militaire leiders die onder het mom van wetenschappelijke rationaliteit leiden tot de meest vergaande irrationaliteit.

Voordat taal ontstond kon betekenis alleen worden uitgedrukt via lichamelijke uitingen / expressie in de vorm van rituelen samen met anderen.

"Before anything that could be called connected discourse came into being, it seems likely that early man had produced sequences of connected actions that had many of the characteristics of verbal language, accompanied by shared feelings that would later be called religious. The proto-language of ritual laid down a strict pattern of order that would eventually be carried into many other expressions of human culture."(60)

"Before they could utter an identifiable word, primitive hominids may have grunted or intoned in chorus: before man learned to sing, he probably engaged in dance and dramatic pantomime. Basic to all these performances was the strict order of ritual: the group's doing the same thing, in the same place, in the same way, without a hairbreadth's deviation. The meanings that emerged from such ritual had a different status - for they implied a higher degree of abstraction - from the visible signals by sight and sound with which animals communicate and learn; and that higher level of abstraction freed meaning, in time, form the here and now."(61)

Rituelen leidden tot saamhorigheid onder de betrokkenen en bereidden via het scheppen van orde voor op de ontwikkeling van taal, ongeveer zoals in de ontwikkeling van kinderen geberut. De moderne samenleving draagt het scheppen van orde over aan de machine via mechanische massarituelen en dat heeft desastreuze gevolgen. Al moeten we rituelen niet idealiseren, want vaak vormen ze ook een belmmering voor een meer bewuste en rationele benadering van de werkelijkheid.

"It is not sheer guesswork, but a highly probable inference, to suggest that it was through the social activities of ritual and language, rather than through command of tools alone, that early man flourished; and that tool-making and tool-using long remained backward arts, in comparison with ceremonial expression and speech-making."(63-64)

"The specious idea that Marshall McLuhan has put forth in praise of mass communication - that the means are in fact the meaning - indicates a return to ritual at the most infantile, pre-human level. "(64)

"Though order and meaning may well have first taken form in ritual, disorder and delusion, one must allow, were likewise embedded there, and have long kept their hold in magical acts from which even well-disciplined minds are not altogether free."(65)

[Wat betreft dat laatste: daarmee lijkt Mumford de hele redenering weg te gooien: rituelen zorgen voor orde en beheersing van het onbewuste, en nu ineens blijven ze ook hangen in wanorde en onwuste processen en verleden, en tasten ze de creativiteit aan. Zoals zo vaak bij Mumford krijg ik dan de neiging om te zeggen: wat is het nu, Mumford? Scheppen rituelen nu orde of niet? De rol van rituelen blijft onduidelijk en speculatief, omdat we te weinig data hebben over die perioden. Misschien zijn rituelen niet anders dan de lichamelijke expressie van onbewuste processen en dromen; ze leggen geen vorm of orde op aan dat onbewuste en irrationele, maar kennen zelf wel regelmaat in beweging, plaats en tijd, en gelegenheid en spelen zich af binnen een sociale orde. Zoiets? Een collectieve manier om angsten om te zetten in handelingen en later in taal. Het irrationele is nooit weg, maar je kunt het inbedden op verschillende manieren.]

Rituelen gaan vaak samen met totems en taboes, met een moreel kompas dus. Taboes hebben dus een functie in het regelen van het gedrag van leden van de groep, bepalen wat goed en wat slecht gedrag is. Er is daar geen sprake van vrijheid van keuze. Freud had ongelijk om het taboe af te wijzen.

"So far has Western society departed from the ancient taboos against murder, theft, and rape that we are now faced with juvenile delinquents who have no inner check against wantonly assaulting other human beings at random 'for kicks' while we have adult delinquents capable of deliberately planning the extermination of tens of millions of human beings, in carrying out, also doubtless for kicks, a mathematical theory of games. Today our civilization is relapsing into a state far more primitive, far more irrational, than any taboo-ridden society now known - for lack of any effective taboos. If Western man could establish an inviolate taboo against random extermination, our society would enjoy a far more efffective safeguard against both private violence and still impending collective nuclear horrors than the United Nations or the fallible mechanisms of Fail-Safe."(70)

(72) Chapter Four - The gift of tongues

In zijn kritiek op het beeld van de mens als 'tool-maker / tool-user' stelt Mumford nu het belang van de ontwikkeling van de taal aan de orde. Het gebruik van gereedschappen is afhankelijk van die taalontwikkeling.

"The very qualities in language that offend the logical positivists - its vagueness, its indeterminateness, its ambiguity, its emotional coloring, its reference to unseen objects or unverifiable events, in short its 'subjectivity' - only indicate that from the beginning it was an instrument for embracing the living body of human experience, not just the bleached articulated skeleton of definable ideas. Voluminous oral expression must have preceded continent, intelligible speech by untold years."(73)

[Dat is dan weer zo'n prachtige kritische uitspraak van Mumford waar ik me helemaal in kan vinden.]

"Many non-civilized languages show a grammatical complexity and a metaphysical subtlety, as Benjamin Whorf demonstrated, that in themselves testify to the overwhelming concern their speakers must have had to transform the raw materials of experience into an intelligible, richly patterned whole, related comprehensively to reality, both seen and unseen."(79)

"The original expressive aspect of language, which still lingers in the color, tone, rhythm, and stress of words, cannot be presented except in oral intercourse; and something essential of man's own nature would disappear, if, with one-way communication and a pragmatic over-emphasis on abstract thought, he lost contact with those parts of his own nature which cannot be so processed."(83)

"The subjective ordering of experience reached a higher stage in language, in its intensification of consciousness and rationality, than was possible by ritual or taboo.
In our day, unfortunately, the reverse process has become evident. The present failure to use the words 'good' and 'bad', 'higher' and 'lower', in judging conduct, as if such differences were unreal, and such words nonsensical, has brought on a total de-moralization of behavior. Yet so important is the directive and formative function of language that the essential human values now secretly re-assert themselves in topsy-turvy form: for intellectual confusion, crime, perversion, debasement, torture, random murder have in the language of many of our contempoaries become 'good' while rational thought, continence, personal probity, and loving-kindness have become 'bad' and hateful. This negation and corruption of language is a plunge into a murkier darkness than that from which man emerged when he first achieved speech. "(88-89)

"The 'myth of the machine' would have been inconceivable, and its operations impracticable, without the magic of language and the formidable increase in its power and scope through the invention of writing."(95)

"The fact is that, right up to our own time, language has surpassed any other form of tool or machine as a technical instrument; in its ideal structure and its daily performance, it still stands as a model, though an unnoticed one, for all other kinds of effective prefabrication, standardization, and mass consumption."(96)

(98) Chapter Five - Finders and makers

"Tradition was more precious than invention. To keep even the smallest gain was more important than to make new ones at the risk of forgetting or forfeiting the old. It was not nostalgia but the necessity for preserving the hard-won symbols of culture that made man treat the ancestral past as inviolable: at once too valuable and too vulnerable to be lightly altered."(98)

"What I would emphasize here is the number of technical feats man can achieve solely with the use of his bodily organs ...""(100)

Ook dat is een reden waarom de eerste mensen niet te snel gezien moeten worden als 'tool-makers'. Mumford relativeert ook de indeling in jagers en landbouwers op basis van gereedschappen en hulpmiddelen. Mensen konden veel leren van wat er in de natuur te zien was (het vallen zetten door spinnen, het maken van nesten door vogels en zo verder). Ze waren ook bepaald geen carnivoren, maar aten allerlei voedingsmiddelen die ze in hun omgeving ontdekten. De mens was meer een 'Vinder' dan een 'Maker', meer een verzamelaar dan een jager.

"Constantly picking and choosing, identifying, sampling, and exploring, watching over his young and caring for his own kind - all this did more to develop human intelligence than any intermittent chipping of tools could have done."(101)

"Early man never committed himself to a single source of food, or a single mode of life: he spread over the whole planet and tested life under radically different circumstances, taking the bad with the good, the harsh with the temperate, glacial cold and tropical heat. His adaptability, his non-specialization, his readiness to come up with more than one answer to the same problem of animal existence - all this was his salvation."(107)

"Reading back from the preoccupations of our own immensely productive - and prodigiously wasteful and destructive - era, we tend to bestow on early man too generous a measure of our own greedy, aggressive attributes."(108)

Vanaf het begin was de nieuwsgierigheid naar alles van het eigen lichaam en naar wat het produceert en uitscheidt groot, net als de behoefte om het eigen lichaam te versieren, veranderen, op te tuigen.

"As with language and ritual, body decoration was an effort to establish a human identity, a human significance, a human purpose. Without that, all other acts and labors would be performed in vain."(111)

[Ja, maar toch maakt dit hoofdstukje niet erg duidelijk wat voor betekenis al die dingen hadden voor de 'primitieve mens'. Waarom verf je je gezicht, maak je je oren langer, tatoeer je jezelf, vermink je je zelf zelfs? Dat dat gebeurde is zeker, maar wat het betekende is niet bepaald duidelijk. Het is te simpel om te zeggen dat mensen zich op die manier 'mooi maakten'. Waarom wilden ze zich dan mooi maken? En zo verder. We weten zo weinig over die perioden dat er te gemakkelijk gespeculeerd en geprojecteerd wordt vanuit onze eigen hedendaagse waarden en normen. Ook in het vervolg over de jacht is Mumford nogal speculatief: waarom zou dat doden van grote dieren - waarvoor volgens Mumford moed, agressie, acceptatie van de dood Sen dergelijke nodig zijn - iets zijn geweest dat gedaan werd door mannen? Is daar bewijs voor?]

"We are faced here with the contradiction of an intensely masculine society whose main occupations excluded woman, except in the secondary capacity of butcher, cook, and tanner of skins, nevertheless elevating woman's peculiar functions and aptitudes, her capacity for sexual play, reproduction, and child-rearing, to a point where sex seized the imagination as never before. Both sculpture and the many surviving forms of ornament from shells to reindeer necklaces point to a considerable effort to enhance feminine bodily beauty and increase sexual appeal. Here was a gift that did not come to full fruition until another set of technical inventions, those of domestication, had pushed hunting into the background."(122)

[Als voorbeeld. Waarom was de jagercultuur een masculiene cultuur? Waarom zouden sieraden niet gedragen zijn door mannen die zich mooi wilden maken? En zo verder. De uitvinding van het vuur is inderdaad wel een heel bijzondere, er was geen dier dat daar gebruik van maakte.]

(126) Chapter Six - Fore-stages of domestication

Het gaat hier over de 'domestication of plants' en de 'domestication of animals', over de geleidelijke overgang van een paleolithische nomadische cultuur van jagers en verzamelaars, naar een neolithische sedentaire cultuur van fruittelers, landbouwers en veetelers. In die laatste waren taken normaal geworden waarin herhaling centraal stond en die geduld en uithoudingsvermogen vroegen - zoals het slijpen en schuren van stenen gereedschappen, maar ook het verbouwen van granen en het verwerken ervan tot brood en het verwerken van klei tot potten..

"To know how and why and when an invention became important one must now more than the materials and processes and previous inventions that went into it. One must likewise seek to understand the needs, the desires, the hopes, the opportunities, the magical or religious conceptions with which they have, from the beginning, been connected."(126)

"For the first time, under neolithic cultivation and building, man began deliberately to change the face of the earth. In the open landscape, the signs of man's year-round occupation began to multiply: little hamlets and villages made their appeareance in every part of the world. Instead of the random richness and variety of nature, one finds in the neolithic economy the beginning of a well-defined order; and this orderliness, this industriousness, transposes into physical structures much that had so long been confined to ritual and oral traditions."(129)

"As home-maker, house-keeper, pot-molder, garden-cultivator, woman was responsible for the large collection of utensils and utilities that mark neolithic technics: inventions quite as essential for the development of a higher culture as any later machines.(...)
Protection, storage, enclosure, accumulation, continuity - these contributions of neolithic culture largely stem from woman and woman's vocations. In our current preoccupations with speed and motion and spatial extension, we tend to devaluate all these stabilizing processes ..."(141)

(142) Chapter Seven - Garden, home and mother

In feite was er daardoor letterlijk sprake van een 'domestication of man': centraal stond de 'domus': huis en haard, in eerste instantie nog met een combinatie van jagen door mannen en tuinieren door vrouwen. De nieuwe leefwijze leverde meer voedsel op, maakte dat er meer aan seks gedaan werd en er meer kinderen geboren werden, maakte dat mensen langer leefden en de tijd hadden om kennis en herinneringen over te dragen. In een latere fase ontwikkelt zich het veldwerk, de landbouw, en dan is spierkracht weer belangrijker en beginnen mannen weer een dominanter rol te spelen.

"Garden culture, different from later field culture, is pre-eminently, almost exclusively, woman's work. Clearly the first steps in domestication were taken by her. If this culture was not politically a matriarchal one, its emphasis was nevertheless maternal: the care and nurture of life."(142)

"In the second phase, leadership shifts, by reason of heavy demands on human muscle, back to the masculine occupations and the masculine roles ..."(143)

[Is dit nu waar en onderbouwd? Ik heb zo mijn twijfels. Ik vind het zo gemakkelijk, zo'n sjabloon. Belangrijk, omdat dit soort zaken door mannen en vrouwen aangegrepen wordt om aan de andere sekse normatief een bepaalde rol op te leggen.]

"If hunting is by definition a predatory occupation, gardening is a symbiotic one; and in the loose ecological pattern of the early garden, the interdependence of living organisms became visible, and the direct involvement of man was the very condition for productivity an creativity."(146)

"In reconstructing the process of domestication, we would do well to treat the increased consciousness of sexuality, an essentially religious consciousness, as the dominating motive power in this whole change: from later data we may plausibly reconstruct a religious cult, exalting the body and the sexual functions of woman as the ultimate source of all creativity."(147)

[Ik vind het verhaal hier rijkelijk speculatief worden. Je kunt je net zo goed een vruchtbaarheidsreligie voorstellen rondom de mannelijke seksuele kenmerken en uitingen. Waarom gebeurde het een en niet het ander? Het ontstaan van het ritueel van mensenoffers en het temmen van dieren blijft ook onhelder. Evenimin is duidelijk waarom het dorp - door Mumford in lovende termen beschreven als een leven in balans, waarbij de latere stad volgens hem in het niets verzinkt - dan toch ineens de prijs moest betalen voor haar succes (162). Ik vind deze verklaringen en beelden allemaal te gemakkelijk. Ik lees te veel Jung hier. Een paar voorbeelden van de snelle gedachtensprongen en waardeoordelen die Mumford ten beste geeft:]

"Civilized man, who has long been a beneficiary of domestication, habitually effaces this ugly practice [het doden van mensen en dieren, bijvoorbeeld als offer - GdG] from his consciousness. When the hunter goes after big game, he often risks his life to get the food: but the cultivator and his descendants risk nothing but their humanity. This killing in cold blood, this suppressing of pity toward creatures man had hitherto fed and protected, even cherished and loved, remains the ugly face of domestication along with human sacrifice. And it set a bad precedent for the next stage of human development; for, as Lorentz's study of the rabbit and the pigeon helps explain, the savagery and sadism of domesticated man has, time and time again, surpassed that of any carnivore. Hitler's satanic accomplice in mass torture and extermination was known as 'a good family man'."(152-153)

"While henceforward goddesses, queens, and priestesses appear side by side with their masculine counterparts, the repressed male element recovered los ground in every part pf the economy. But woman, freed from her masculine obligations to work and govern, no longer crippled physically by excessive muscular effort, became more enchanting not just for her sexuality but for her beauty. With all the knowledge of breeding that domesticqation brought in, it would be strange if it did not have soome effect in human sexual selection."(155)

(163) Chapter Eight - Kings as prime movers

"Out of the early neolithic complex a different kind of social organization arose: no longer dispersed in small units, but unified in a large one: no longer 'democratic', that is, based on neighborly intimacy, customary usage, and consent, but authoritarian, centrally directed, under the control of a dominant minority: no longer confined to a limited territory, but deliberately 'going out of bounds' to seize raw materials and enslave helpless men, to exercise control, to exact tribute. This new culture was dedicated, not just to the enhancement of life, but to the expansion of collective power. By perfecting new instruments of coercion, the rulers of this society had, by the Third Millennium B.C., organized industrial and military power on a scale that was never to be surpassed until our own time."(164)

[Misschien, maar het blijft tot nu toe volstrekt onduidelijk waarom die overgang plaats vond. Waarom zouden mensen een kleinschalig leven in balans 'verruilen' voor het daarnet beschreven bestaan? Hoe en waarom vond de ontwikkeling plaats van kleinschalig naar grootschalig? Hoe kon ineens een indeling in klassen ontstaan waarbij de ene kleine klasse - bv. de priesterkaste - alle macht had? Alleen maar door de machine, door uitvindingen die een bepaalde institutionele controle vergden, zoals Mumford verderop beweert? Of was de groeiende bevolking de reden? Ineens zitten we in de grote beschavingen van Soemerië en Egypte en zo en het blijft volkomen onduidelijk hoe mensen daar in terecht kwamen.]

"The increase in the food supply and the population that marked the dawn of civilization may well be characterized as an explosion if not a revolution; and together they set off a train of minor explosions in many directions, which have continued at intervals over the entire course of history. But this outburst of energy was subjected to a set of institutional controls and physical compulsions that had never existed before, and these controls rested upon an ideology and a myth which perhaps had their faint beginnings in the magical ceremonies in paleolithic caves. At the center of this whole development lay the new institution of kingship. The myth of the machine and the cult of divine kingship rose together."(168)

"As to the origin of the king's unconditional supremacy and his special technical facilities, there is no room for doubt: it was hunting that cultivated the initiative, the self-confidence, the ruthlessness that kings must exercise to achieve and retain command; and it was the hunter's weapons that backed up his commands, wether rational or irrational, with the ultimate authority of armed force: above all, the readiness to kill."(169)

[Nou, geen twijfel mogelijk? Dus: de mensen met de grootste spierballen en roekeloosheid wonnen het? En dat waren natuurlijk de mannen? Ik vind het allemaal nogal speculatief. Hoe kon solidariteit met elkaar ineens plaats maken voor egoïstische machtsuitoefening? En wie werkte de achterliggende ideologie uit die zo duidelijk een rol ging spelen, de priesterkaste? Opvallend is in ieder geval wel dat het bestaan van de priesterkaste voorwaarde was voor dat koningsschap: de 'goddelijke sanctie' moest elke discussie stoppen.]

"The earlier chieftains and their followers, well-armed, contemptuous of bodily injury or hardship, dissociated from the laborious routines of cultivators and herdsmen, and disinclined to systematic work, were probably already using these proto-military traits to exercise power and draw tribute, in food or women, from their intimidated, compliant, unarmed village neighbors."(171)

[Zit in dit verhaaltje stiekem een bepaald idee over de menselijke natuur? Eerder vertelt Mumford dat jagers de sedentairen met respect bejegenden omdat ze in staat waren tot de productie van voedsel etc. op een andere manier, ook al bleven ze nog wel jagen omdat ze het sedentaire bestaan te beklemmend vonden en de vrijheid misten. Hoe ontstaat dan ineens een attitude van machtsuitoefening, onderdrukking, profiteren?]

Kennis van de kosmische orde speelde een grote rol in de regualtie van het samenleven, de landbouw, en zo verder. Astronomische en wiskundige kennis groeide, zonder welke belangrijke technische uitvindingen niet mogelijk waren geweest: dingen werden berekenbaar en voorspelbaar.

"But in the end the sky gods prevailed. The phenomena of the sky, measured with increasing care and exactitude, gave the assurance of an orderly world, part of which at least was lifted above primal chaos or human caprice. As the chief representative of these heavenly powers, at least in his own territory, the king would maintain order everywhere. Once confined mainly to tribal ritual and articulate speech, order now became universal.(...)
Thus scientific determinism not less than mechanical regimentation had their inception in the institution of divine kingship. Long before the Ionian scientists of the sixth century B.C. the fundamental mathematical and scientific foundations had been laid in astronomy. This, then, was the constellation of rational insights and irrational presumptions that produced the new technology of power."(174-175)

[Vanaf p. 176 heeft Mumford het over 'de megamachine', de 'colossal labour machine' wanneer hij het heeft over de grote werken als het bouwen van piramides onder het commando van de koningen. Ik houd daar niet van. Het vooronderstelt van alles over hoe je machines ziet en groepen mensen die samenwerken zijn geen machines. ]

"The relationship between king and community transcended the loyalties of clan, family, neighborhood; and it explains why kings, or even upstart counterfeits, tyrants, so often won popular support, as against such minor contenders for power and authority as magnates and nobles. Under this mystique of absolute power, functions that would later be taken over by the machine were at first conceived and executed solely through the unique offices of kingship.
At the beginning, such power was associated with the idea of stewardship and responsibility to the gods."(182)

"Such submission, such abject self-humiliation [tegenover de koning - GdG], never had a counbterpart among the humble members of any village community until 'cililized' institutions filtered down form above. But this drill had the effect of turning human beings into 'things', who could be galvanized into a regimented kind of cooperation by royal command, to perform the special tasks he assigned them, however stultifying to their family life and incompatible with normal village routines.(...)
Individual initiative and responsibility had no place in the megamachine; for such freedom might mean countermanding faulty orders or disobeying immoral ones. The dedicated members of the megamachine, early and late, remain Eichmanns: doubly degraded because they have no consciousness of their own degradation."(183)

"With kingship, power as an abstraction, power as an end in itself, became the chief identifying mark of 'civilization', as opposed to all the earlier norms and forms of culture.(...)
Here and hereafter I use the term 'civilization' in quotation marks in a much narrower sense: to denote the group of institutions that first took form under kingship. Its chief features, constant in varying proportions throughout history, are the centralization of power, the separation of classes, the lifetime division of labor, the mechanization of production, the magnification of military power, the economic exploitation of the weak, and the universal introduction of slavery and forced labor for both industrial and military purposes. These institutions would have completely discredited both the primal myth of divine kingship and the derivative myth of the machine had they not been accompanied by another set of collective traits that deservedly claim admiration: the invention and keeping of the written record, the growth of visual and musical arts, the effort to widen the circle of communication and economic intercourse far beyond the range of any local community: ultimately the purpose to make available to all men the discoveries and inventions and creations, the works of art and thought, the values and purposes that any single group has discovered."(186)

[Dit is niet de eerste keer dat Mumford alle maatschappelijke ellende rechtvaardigt met een verwijzing naar de prachtige kunst die onder al die onderdrukking en uitbuiting voortgebracht werd. Een onbegrijpelijk standpunt en een heel zwak. Is kunst in al zijn vormen dan belangrijker dan moraal? Is een dictatuur waaronder fraaie kunst wordt voortgebracht minder een dictatuur? Ik vind Mumford sentimenteel over kunst en over de rol van kunstenaars en intellectuelen en hij is dat vanuit puur eigenbelang. Hij merkt nog wel op dat kunst natuurlijk in eerste instantie een rol speelde voor de bovenlaag en pas geleidelijk aan voor de andere lagen van de bevolking, maar dat is een zwaktebod. Wat is het belang van kunst voor mensen die geen brood op de plank hebben, geen dak boven hun hoofd? en zo verder. De kunst waarover hij het heeft is ook nog eens typisch bovenlaagkunst, hij heeft het niet over de algemene behoefte mooie dingen te maken en te versieren, hoe groot de ellende ook is. Bah.]

(188) Chapter Nine - The design of the megamachine

Hier gaat het over de uitvinding van de 'archetypical machine' / 'invisible machine' / 'labor machine' / 'military machine' - afhankelijk van het doel waarvoor een gedisciplineerd collectief van mensen werd ingezet - onder dat goddelijke koningschap dat in het vorige hoofdstuk geschetst werd. Mumford noemt het ook de 'megamachine' of de 'Big Machine' en alle daarbij afgeleide technische middelen noemt hij 'megatechnics'.

"Only kings, aided by the discipline of astronomical science and supported by the sanctions of religion, had the capability of assembling and diecting the megamachine. This was an invisible structure composed of living, but rigid, human parts, each assigned to his special office, role, and task, to make possible the immense workoutput and grand designs of this great collective organization.(...)
That invention was the supreme feat of early civilization: a technological exploit which served as a model for all later forms of mechanical organization.(...)
We shall find that the original myth of the machine projected the extravagant hopes and wishes that have come to abundant fulfillment in our own age. Yet at the same time it imposed restrictions, abstentions, and compulsions and servilities that, both directly and as a result of the counter-reactions they produced, today threaten even more mischievous consequences than they did in the Pyramid Age. We shall see, finally, that from the outset all the blessings of mechanized production have been underminded by the process of mass destruction which the megamachine made possible."(189)

[Mumford merkt iets verderop op dat het geen ijdel spel van woorden is om die collectieven van mensen 'machines' te noemen en komt dan met een definitie van Franz Reuleaux om dat te rechtvaardigen. Maar hij laat daarbij voor het gemak buiten beschouwing dat die 'menselijke onderdelen' bewustzijn, gevoel, hebben en dat daarom dwang en terreur van buitenaf ingezet moesten worden om ze als een eenheid te laten functioneren. Bij onderdelen van echte machines is er geen sprake van dwang om afzonderlijke onderdelen met elkaar te laten samenwerken. Ik vind Mumfords taalgebruik - zijn gepraat over de machine waar hij het over onderdrukte collectieven van mensen heeft - eerder versluierend dan inzichtgevend.]

Om de 'menselijke machine' te laten werken was - en is - het noodzakelijk dat (het verwerven en gebruiken en geheim houden van) kennis georganizeerd en gemonopoliseerd wordt en dat er sprake is van een heldere commandostructuur met bijbehorende communicatievormen (en daarmee van een bureaucratie). Kern van de zaak bij beide: hiërarchie met aan het hoofd de 'goddelijke koning' en de priester. Gevolgen onder andere een verdoorgevoerde arbeidsdeling, een versnelling van de productie door betere transportmogelijkheden, en zo verder.

"No king could move safely or effectively without the support of such organized 'higher knowledge', any more than the Pentagon can move today without consulting its specialized scientists, technical experts, games theorists and computers - a new hierarchy supposedly less fallible than the entraildiviners, but, to judge by their gross miscalculations, not notably so."(199)

"Secret knowledge is the key to any system of total control. Until printing was invented, the written word remained largely a class monopoly. Today the language of higher mathematics plus computerism has restored both the secrecy and the monopoly, with a consequent resumption of totalitarian control."(199)

[Mumford geeft dit soort steken onder water vaak. In essentie is er niets veranderd, lijkt hij steeds te zeggen. Het laat zien dat hij een hekel heeft aan machtsstructuren en het zijn extrapolaties zijn soms erg grappig. Dat soort uitweidingen helpen alleen niet erg om zijn verhaal te volgen en bovendien is natuurlijk de vraag of je die kenmerken van vroegere organisaties zo gemakkelijk mag toepassen op de huidige.]

"But the most lasting economic contribution of the first myth of the machine was the separation between those who worked and those who lived in idleness on the surplus extracted from the worker by reducing his standard of living to penury. Forced poverty made possible forced labor ..."(205-206)

"For the mass of men, it is true, the restricted, inhibited, often oppressive specialized mode of life that 'civilization' imposed did not make sense, as compared with that of the village, whose inner compulsions and conformities were of a more humane order. But the whole structure produced by the megamachine had immeasurably greater significance: for it gave the smallest unit a cosmic destiny that transcended mere biological existence or social continuity. In the new cities all the dissevered human parts were brought together, seemingly in a higher unity."(208)

[Een merkwaardig waardeoordeel van Mumford. Alsof individuele mensen die honger moeten lijden en geterroriseerd worden die kosmische trancendentie wat kan schelen. Ondanks al zijn kritiek op de megamachine hecht Mumford een sentimentele waarde aan de grote prestaties / resultaten van diezelfde 'megamachine' zoals de pyramiden en andere kolossale staaltjes van architectuur. Het is een misplaatst enthousiasme waardoor zijn kritiek nogal in het water valt. Hij kan niet denken: wat kunnen mij die pyramiden schelen als die er alleen kunnen komen ten kosten van massa's mensenlevens? Jammer.]

"The great mission of kingship has been to overcome the particularism and isolationism of small communities, to wipe out the often meaningless differences that separate one human group from another and prevent them from interchanging ideas, inventions, and other goods that might, in the end, intensify their individuality."(209)

[Idem. Inmiddels is er sprake van totale globalisering. En heeft die mensen zo veel geluk gebracht? Punt is dat het niet werkt en bevrijdt als de ene groep zijn ideeën oplegt aan de andere.]

(212) Chapter Ten - The burden of 'civilization'

"Wether organized for labor or for war this new collective mechanism imposed the same kind of general regimentation, exercised the same mode of coercion and punishment, and limited the tangible rewards largely to the dominant minority who created and controlled the megamachine. Along with this, it reduced the area of communal autonomy, personal initiative, and self-regulation. Each standardized component, below the top level of command, was only part of a man, condemned to work at only part of a job and live only part of a live."(212)

"The sense that all work was degrading to the human spirit spread insensibly from the megamachine to every other manual occupation."(213)

[Precies. En zo ontstond de klassenmaatschappij, zoals Mumford nu verder uitwerkt. Dus waarom dan al die enthousiaste verhalen van zo net over de grootse prestaties van de megamachine?]

"This brings us face to face with two questions: why did the megamachine persist so long in this negative form, and, even more significantly, what motives and purposes lay beneath the ostensible activities of the military machine? In other words, how was it that war itself became an integral part of 'civilization', exalted as the supreme manifestation of all 'sovereign power'?"(216)

"The rituals of sacrifice and the rituals of compulsion were accordingly unified through the operation of the military machine."(222)

[Oorlog voeren kwam voort uit de grillen en ambities van de bovenlaag en was bovendien het perfecte middel om de volksmassa's onder de duim te houden dan wel andere volksmassa's de schrik op het lijf te jagen? Lijkt me niet echt ingewikkeld binnen dat soort machtsverhoudingen. Mumfords stelling dat oorlog ontstond omdat men met geweld kandidaten voor het ritueel van menselijke offers wilde weghalen bij andere volkeren lijkt me echt onzin.]

"The hostility that the Jews and the early Christians constantly evoked in great States was a gauge of the frustration that mere military power and 'absolute' political authority experienced in dealing with a small community held together by a traditional common faith, inviolable rituals, and rational idelas."(233)

(234) Chapter Eleven - Invention and the arts

Zo'n megamachine kon dus alleen ontstaan in gebieden waar veel mensen woonden. En er was geen sprake van vernieuwing of technische vooruitgang bij die machine. Dat laatste vond minder opvallend plaats op heel concreet niveau: de ontwikkeling van landbouw en veeteelt doorgemeenschappen in de dorpen.

"Almost from the beginning of civilization, we can now see, two disparate technologies have existed side by side: one 'democratic' and dispersed, the other totalitarian and centralized."(235)

"To make the contrast between democratic and authoritarian technics clear, let me define the term democracy in this context, since I have already characterized the authoritarian system.
'Democracy' is a term now confused and corrupted by indiscriminate use, and often treated with patronizing contempt, when not foolishly worshipped as if it were a panacea for all human ailments. The spinal principle of democracy is the perception that the traits and needs and interests that all men share have a superior claim to those put forward by any special organization, institution, or group. This is not to deny the claims of superior natural endowment, special knbowledge, experience, or technical skill: even primitive democratic groups acknowledge some or all of these distinctions. But democracy consists in favoring the whole, rather than the part; and ultimately only living human beings can embody and express the whole, whether acting alone or with the help of others.(...)
Democracy , in the sense I here use the term, is necessarily most active in small communities and groups, whose members meet face to face, interact freely as equals, and are known to each other as persons: it is in every respect the precise opposite of the anonymous, de-personalized, mainly invisible forms of mass association, mass communication, mass organization. But as soon as large numbers are involved, democracy must either succumb to external control and centralized direction, or embark on the difficult task of delegating authority to a cooperative organization."(236)

Dat laatste is moeilijker dan het eerste en historisch gezien gebeurde dan ook vooral het eerste: het opgeven van democratie wanneer er sprake was van een grote massa mensen. In de grote steden was er daarom eigenlijk altijd sprake van centralisatie, dwang en mechanisering en daarom van de tweede vorm van technologie.

Beide vormen van techniek hebben hun voor- en nadelen. Mumford beschrijft hoe democratische techniek leidt tot zinvol bevredigend werk, al was het moeilijker om bij rampen en tekorten te overleven. De grootschalige techniek van de megamachine kon in principe meer mensen voeden door een betere distributie, alleen gebeurde dat dus naar de willekeur van de machthebbers en daarmee vaak slecht. Bovendien ging het plezier in werken verloren onder de drukkende ellendige omstandigheden waarin mensen gedwongen werden te leven en te werken.

"Machine culture in its original servile form did not share these life-enhancing propensities: it centered, not on the worker and his life, but on the product, the system of production, and the material or pecuniary gains therefrom. Whether kept in operation by the taskmaster's whip or by the inexorable progression of today's assembly line, the processes derived from the megamachine worked for speed, uniformity, standardization, qauntification. What effect these objectives had upon the worker or upon the life that remained to him when the workday was over was of no concern of those who commanded these mechanical operations. The compulsions produced by this system were more insidious than outright slavery, but as with slavery, they finally debased the controllers as well as the working force so controlled."(238-239)

[De laatste zin bevat weer Mumfords opvatting dat die maatschappelijke verhoudingen niet alleen ten koste gingen van de werkers, maar ook van de controleurs en slavendrijvers. Ik vind dat een onhoudbare opvatting: de ellende van de machtige valt niet te vergelijken met de ellende van de machteloze. Bovendien is de ellende van de machtigen betrekkelijk: hun nakomelingen plukken nog vandaag de dag de vruchten van hun positie, hebben het land, hebben de rijkdom, hebben meestal ook nog de macht via dat land en die rijkdom. De machtelozen hadden niets en hebben nog steeds niets.]

Verderop bestrijdt Mumford weer de opvatting dat vernieuwing en het doen van uitvindingen stilstonden vanaf het Ijzeren Tijdperk tot aan 1500 nC en pas door de Industriële Revolutie echt weer aangezwengeld werden. Hij beschrijft bijvoorbeeld allerlei vindingen van de Grieken zoals de schroef en de watermolen.

"These indicate that the common appraisal of the whole period as backward in technology because of slavery reflects only a stereotyped academic judgement, which unfortunately was crystallized before the contrary evidence came to light.(...)
So, too, in our preoccupation with large-scale industrial uses, we have forgotten technological innovations in other departments. A great variety of Roman surgical instruments, finely specialized, reminds us that invention did not cease here ..."(248)

[Het is inderdaad maar wat je 'uitvinding' of 'vooruitgang' noemt. Mumford heeft het terecht over "the current Western fixation on tools and machines"(250) en wijst er op dat er ook in de periode tot aan 1500 nC eindeloos veel uitvindingen gedaan werden op terreinen die historisch minder belangrijk gevonden werden - zoals het huishouden, de gezondheidszorg, de zorg voor lichamelijke hygiëne, het verbouwen van voedsel, het maken van kunst en versiering - en die weinig met machines te maken hadden. Ook is er natuurlijk veel verloren gegaan dat van hout of steen gemaakt was en voor archeologen en historici onzichtbaar werd. Het beeld dat veel historici geven is op zijn zachtst gezegd niet compleet, maar heel vaak ook gewoonweg bevooroordeeld en vooringenomen - alleen mechanische uitvindingen vormen de werkelijke vooruitgang.]

"In our modern committment to dynamism, industrial turnover, rapid transportation, we have overlooked the fact that a life without stable containers would fall to pieces, as in fact our own life is now rapidly doing. All over the world the city has been wantonly sacrificed to the private motorcar - although mono-transportation by motorcar is the most inefficient possible substitute for the complex transportation network needed to serve - and save - the city."(250)

"In esthetic and symbolic terms, it is our present culture that has become painfully uninventive, ever since the handicrafts and the folk-arts that went with them lost their lifeblood in the nineteenth century."(252)

"... there was a recurrent disillusion with power and material wealth themselves when alienated from the purposeful and significant life-course of the community. This disillusion in time touched the exploiters as well as the exploited."(258)

[Daar gaan we weer ... Ik krijg bijna medelijden met de machtigen en rijken: met de 'offers' die ze moesten brengen en met de desillusies die ze voelden. Nou, nee. Hierna beschrijft Mumford de axiologische revolte die voortkwam uit nieuwe religies / door de inzet van nieuwe spirituele leiders die zich tegen het materialistische wereldbeeld verzetten. Ik vind het maar een raar verhaal. Want diezelfde religies schaarden zich al heel snel aan de kant van de machtigen en rijken, zoals Mumford zelf ook schrijft. Wel zijn er natuurlijk altijd antimaterialistische, meer communautaire opvattingen geweest als reactie op de dwang van de collectiviteit. Dus die vond je ook terug in de opvattingen van bepaalde 'spirituele leiders' en van religies. Maar zoals Mumford zelf had kunnen analyseren in lijn met wat hij eerder deed: wanneer dat soort spirituele bewegingen grootschaliger en massaler worden krijg je al gauw weer de centralisatie en de bureaucratisering en de dwang van bovenaf. En dan worden het sekten en afscheidingen - die natuurlijk als ketters en terroristen worden weggezet - die zich nog vooral met die communautaire opvattingen bezig houden. Massaliteit en grootschaligheid zijn de dood in de pot, ook hier. Het maakt niet zo veel uit of je de farao als god ziet of god als een farao: het is in beide gevallen het idealiseren van iemand die je daarmee macht geeft, aan wie je je onderwerpt.]

(263) Chapter Twelve - Pioneers in mechanization

"Now we come to one of the curious paradoxes of history: the fact that certain missing components, necessary to widen the province of the machine, to augment its efficiency, and to make it ultimately acceptable to the workers as well as to the rulers and controllers, were actually supplied by the other-worldly, trancendental religions: in particular by Christianity"(263)

[Dat is dus helemaal geen paradox. Religies waren immers al meteen de ideologische ondersteuners van de machtigen en rijken, dat is gewoon nooit veranderd. En zoals zojuist gezegd: de massaliteit en grootschaligheid van de relgieis leverde dezelfde kenmerken op als bij dfe andere 'megamachines': de onderwerping van het individu aan allerlei vormen van discipline, een klassensysteem, onderdrukking, terreur en geweld. Hoe vrij waren de mensen die een monnikkenorde of zusterorde binnenstapten? Ik denk niet dat dat zo'n vrije morele keuze was als Mumford suggereert. Er zijn wel altijd bewegingen geweest van mensen die zich uit de drukke stadse wereld en uit het politieke gekonkel terugtrokken. Maar toen de kloosters er waren kwamen daar veel mensen terecht voor wie een familie geen eten of geen toekomst had.]

"Little groups of mild, peacable, humble, God-fearing men and women, from all classes, withdrew from the noisy tumult and violence of the secular world, to establish a new mode of life, dedicated to their soul's salvation. When organized as communities, these groups introduced into the daily routine a new ritual of ordered activity, a new regularity of performance, and a meassure of accountable and predictable behavior hitherto unattainable."(264)

[Ik vind dit naïef, een te mooie voorstelling van zaken. De gerichtheid was uiteraard een onderwerping aan een god en niet de ontplooiing van je eigen individuele mogelijkheden om maar eens een zijstraat te nomen: het ging om gehoorzaamheid, kuisheid, bezitloosheid of armoede. Bovendien kwamen de machtsverhoudingen van de samenleving vast ook weer terug in de kloosters. ]

"By consent, the monk's renunciation of his own will matched that imposed upon its human parts by the earlier megamachine. Authority, submission, subordination to superior orders were an integral part of this etherealized and moralized megamachine."(264)

[Nogmaals: 'by consent'? 'moralized'? Het is qua discipline een reglementering een leefwijze die niet anders is dan de leefwijze in de 'megamachine'.]

"But whatever the immediate reason, the ultimate effect was to supply something that had been missing alike among the favored classes and the depressed workers in earlier urban cultures: a balanced life, a kind of life that had been preserved, though at a low intellectual level, only in the basic village culture. The privations and abstentions imposed by monasticism were for the sake of enhancing spiritual devotion, not to put more goods or power at the disposal of the ruling classes.]"(265)

Fysieke arbeid was hier gericht op eigen levensonderhoud, er hoefde maar vijf uur gewerkt te worden, in een fraaie omgeving, en voor de rest van de tijd was er ruimte voor studie, discussie, en gezamenlijke planning.

"Thus the Benedictine monastery had within its own confines taken over the discipline and order that the great collective labor machine had originally introduced as an attribute of assertive temporal power. But at the same time the monastery had rationalized and humanized this discipline; for the monastery itself had not merely kept to the human scale - only twelve members were required to form one - but it had abandoned the once tightly organized complex of civilization: the small-scale divion of labor; class exploitation: segregation; mass coercion and slavery; fixation for a lifetime in a single occupation or role; centralized control.
Each able-bodied member of the monastery had an equal duty to work; each received an equal share of the rewards of work, though the surplus was largely devoted to buildings and equipment. Such equality, such justice, had rarely before characterized any civilized community, though it is a commonplace among primitive or archaic cultures. Each member had an equal share of the goods and food; and received medical care and nursing, plus extra priviliges, such as a meat diet in old age. Thus the monastery was an early model of the 'welfare state'."(265-266)

[Goed, dat is vooruitgang wanneer je vergelijkt met de megamachine. Maar de vergelijking met de 'prinitieve en archaische culturen' blijft onuitgewerkt. Waar is hier het plezier? Kunnen mensen in de kloosters genieten van hun lijf via seks, dans, sport desnoods? Nee, want dat was niet naar de Regels. Kon je leren om het leren zelf, gewoon omdat je nieuwsgierig was en wilde weten hoe het zat? Kon je mooie dingen maken omdat je er toevallig zin in had of goed in was? Nee, want alles moest in dienst staan van devotie voor god en je deed niets voor jezelf - althans: dat was niet de bedoeling, het was allemaal eerbetoon aan god. Het is een vorm van communisme, dat kloosterleven, zeker, maar wel een bijzonder saai een eenzijdig communisme.]

"Trough its regularity amd efficiency the monastery laid a groundwork for both capitalist organization and further mechanization: even more significantly, it affixed a moral value to the whole process of work, quite apart from its eventual rewards. Admittedly, monasticism had achieved these admirable results by oversimplifying the human problem. Above all, it had left out the prime form of human cooperation - that between the sexes (...)
Unfortunately, the sexual one-sidedness of monastic organization made its own wry contribution to mechanization: in later developments the divorce between the factory and the office on one side, and the home on the other, became as marked as that between the earliest archetypal bachelor armies for war and labor and the mixed farming communities from which they were drawn. The lesson of the ant-hill, that specialized work can best be done by sexual neuters, was increasingly applied to human communities, and the machine itself thus tended to become an agent of emasculation and defeminization. That anti-sexualism left its mark on both capitalism and technics."(266)

[Precies. Maar ik zou het liever breder zien: vijandigheid ten aanzien van het lichaam, niet alleen ten aanzien van seks. En ook logisch is dat je weinig aan de samenleving in zijn geheel verandert wanneer je je terugtrekt op een eiland om voor je eigen zieleheil te leven. ]

Die andere benadering van arbeid door de Benedictijnen ging samen met de uitvinding van werkbesparende machines die de efficiëntie konden verhogen en het werk gemakkelijker konden maken.

"That the original monastic thesis of renunciation and self-abnegation should have produced its capitalist antithesis, avarice and acquisitiveness, might not have surprised Karl Marx, but it remains one of the wry turns of history."(274)

[Zeker, maar ik heb toch niet de indruk gekregen dat Mumford in dit boek uitgelegd heeft hoe het zo ver kon komen.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk