>>>  Laatst gewijzigd: 15 september 2020  

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Thema's 'Techniek'

Atoombom, wapentuig

Internet, Sociale media



Spionage, inlichtingendiensten

Geschiedenis hacken


Voorkant Sterling 'The Hacker Crackdown' Bruce STERLING
The hacker crackdown - Law and disorder on the electronic frontier
London: Penguin Books, 1992; 328 blzn.
ISBN: 01 4017 7345

[Bruce Sterling heeft geregeld dat The Hacker Crackdown vrij verspreid mag worden. Je kunt hier een PDF-versie van het boek ophalen. Lees de Preface van de elektronische versie voor wat je wel en niet met de kopie mag doen. Er is niet zo iets als een digitale handtekening die garandeert dat dit van Sterling afkomstig is. Maar ik ga er dus maar van uit dat dat zo is.]


"This is a book about cops, and wild teenage whiz kids, and lawyers, and hairy-eyed anarchists, and industrial technicians, and hippies, and high-tech millionaires, and game hobbyists, and computer security experts, and Secret Service agents, and grifters, and thieves."(xi)

"In 1990 there came a nationwide crackdown on illicit computer hackers, with arrests, criminal charges, one dramatic show trial, several guilty pleas, and huge confiscations of data and equipment all over the United States. The Hacker Crackdown of 1990 was larger, better organized, more deliberate, and more resolute than any previous effort in the brave new world of computer crime."(xiii)

[Om maar meteen de toon van het boek te illustreren. Het is weer een journalistiek verhaal, het is weer Amerikaans en op de VS gericht. MAAR: Sterling schrijft wel meeslepend en legt zaken goed uit. En hij geeft regelmatig redelijk gefundeerde oordelen. ZIjn boek is daardoor minder oppervlakkig dan je zou verwachten van een SF-schrijver. En het is nog leuk om te lezen ook.]

(1) Part 1: Crashing the system

Het verhaal begint met de 'crash' van AT&T's telefooncentrales voor de lange afstand op 15 januari 1990. Een fout in de computersoftware was - zo zei men - door 'hackers' misbruikt om het systeem te 'crashen'. Volgt een geschiedenis van telegraaf en telefoon, van 'Ma Bell' in de VS en de opsplitsing ervan in 'Baby Bells', uitleg over de werking van de telefoon en de schakelcentrales en het elektronisch en op afstand programmeerbaar maken van de laatste vanaf 1965.

"Using the master control center, a phone engineer can test local and trunk lines for malfunctions. He (rarely she) can check various alarm displays, measure traffic on the lines, examine the records of telephone usage and the charges for those calls, and change the programming. So, of course, can anybody else who gets into the master control center by remote control, if he (rarely she) has managed to figure out how - or, more likely, has swiped the knowledge from people who already know."(33)

Bovendien kan de gebruikte software fouten bevatten. In het geval van de AT&T-crash zat er een belangrijke fout in een update van de software. En ook na 1990 ging het regelmatig fout met het telefoonsysteem. Maar toen had men al minder de neiging om naar zondebokken te zoeken: men begon in te zien dat de software zo complex was dat er wel eens wat mis kon gaan, ook zonder dat iemand dat bewust veroorzaakte.

(43) Part 2: The digital underground

De aanpak van de hackers werd in mei 1990 door de Officier van Justitie aangekondigd in een persbericht. Sterling stelt een aantal vragen die hij beantwoord wil hebben:

"Who were these 'underground groups' and 'high tech computer operators'? Where had they come from? What did they want? Were they 'mischievous'? Were they dangerous? How had 'misguided teenagers' managed to alarm the U.S. Secret Service? And just how widespread was this sort of thing?"(44)

Die 'underground' hackers kwamen vooral voort uit de Yippie-beweging van anarchistische hippies (zogenaamd van de Youth International Party - YIP). Bekendste personen: Abbie Hoffman en Jerry Rubin.

"Their basic tenets were flagrant sexual promiscuity, open and copious drug use, the political overthrow of any powermonger over thirty years of age, and an immediate end to the war in Vietnam, by any means necessary, including the psychic levitation of the Pentagon."(45)

"During the Vietnam War, a federal surtax was imposed on telephone service; Hoffman and his cohorts could, and did, argue that in systematically stealing phone service they were engaging in civil obedience: virtuously denying tax funds to an illegal and immoral war. But this thin veil of decency was soon dropped entirely. Ripping off the System found its justification in deep alienation and a basic outlaw contempt for conventional bourgeois values. Ingenious, vaguely politicized varieties of rip-off, which might be described as 'anarchy by convenience', became very popular in Yippie circles, and because rip-off was so useful, it was to outlast the Yippie movement itself."(46)

Hoffman - ook wel spottend 'Al Bell' genoemd - zette in juni 1971 een nieuwbrief op: Youth International Party Line waarin allerlei 'ripping techniques', met name voor telefonie, werden beschreven. Maar het is typisch dat dit overging in een puur technisch georiënteerd blad Technical Assistance Program (TAP - later overgenomen door ene 'Tom Edison'): het streven naar politieke macht maakte na de Vietnam-oorlog plaats voor streven naar technische macht. In 1983 hield het blad op te bestaan.

Vanaf het begin waren er mensen die manieren vonden om het telefoonsysteem creatief te gebruiken / te misbruiken ('phone phreaks'). De 'blue box' van Draper is een voorbeeld uit de zeventiger jaren. En al die truuks werden meteen ook gecommuniceerd naar anderen via tijdschriftjes als Ramparts, Phrack en 2600: The Hacker Quarterly (SInds 1984).

Bewust heeft Sterling het in dit boek over 'hackers'. Hij volgt dus niet Levy met zijn visie op wat 'hackers' oorspronkelijk voor mensen waren. Hij sluit aan bij het taalgebruik dat refereert aan de moderne hacker die zonder toestemming inbreekt in computers etc. Hacken was in de 60-er jaren vaak nodig om zelfs maar je werk te kunnen doen, bovendien bestonden allerlei begrippen en ideeën nog niet om die activiteiten te beoordelen of te veroordelen. In de 90-er jaren is dat fundamenteel veranderd door de groei van computernetwerken, de commercialisering ervan, etc.

"Hackers of all kinds are absolutely soaked through with heroic antibureaucratic sentiment. Hackers long for recognition as a praiseworthy cultural archetype, the postmodern electronic equivalent of the cowboy and mountain man.(...)

For some people, this freedom is the very breath of oxygen, the inventive spontaneity that makes life worth living and that flings open doors to marvelous possibility and individual empowerment. But for many people - and increasingly so - the hacker is an ominous figure, a smart-aleck sociopath ready to burst out of his basement wilderness and savage other people's lives for his own anarchical convenience.

Any form of power without responsibility, without direct and formal checks and balances, is frightening to people - and reasonably so. It should be frankly admitted that some hackers are frightening and that the basis of this fear is not irrational.(...)

A certain anarchical tinge deep in the American soul delights in causing confusion and pain to all bureaucracies, including technolopical ones. There is sometimes malice and vandalism in this attitude, but it is a deep and cherished part of the American national character. The outlaw, the rebel, the rugged individual, the pioneer, the sturdy Jeffersonian yeoman, the private citizen resisting interference in his pursuit of happiness - these are figures that all Americans recognize and that many will strongly applaud and defend."(54-55)

[M.a.w.: Het is op zich niet verkeerd om die attitude te hebben, mits je je - als zovelen ook doen - uiteindelijk maar ethisch en sociaal gedraagt? Hm, ik vind deze analyse nogal oppervlakkig. Je zou ook kunnen zeggen dat die Amerikaanse kapitalistische samenleving met zijn competitiedrang een cowboy-mentaliteit en indivualisme en egoïsme stimuleert en dat precies dat er toe leidt dat zo veel hackers nooit oog hadden voor wat ze bij anderen veroorzaken. Ongevoeligheid voor anderen. Mischien is dát wel het hoofdthema van de Amerikaanse cultuur.]

"The most important self-perception of underground hackers - from the 1960s, right through to the present day - is that they are an elite. The day-to-day struggle in the underground is not over sociological definitions - who cares? - but for power, knowledge, and status among one's peers. When you are a hacker, it is your own inner conviction of your elite status that enables you to break, or let us say 'transcend', the rules."(58)

"Hackers have their own rules, which separate behavior that is cool and elite from behavior that is rodentlike, stupid, and losing. These 'rules' however, are mostly unwritten and enforced by peer pressure and tribal feeling. Like all rules that depend on the unspoken conviction that everybody else is a good old boy, these rules are ripe for abuse. The mechanisms of hacker peer pressure, 'teletrials', and ostracism, are rarely used and rarely work. Backstabbing slander, threats, and electronic harassment are freely employed in down-and-dirty intrahacker feuds, but this rarely forces a rival out of the scene entirely. The only real solution to the problem of an utterly losing, treacherous, and rodentlike hacker is to turn him in to the police."(58-59)

[Die indruk kreeg ik ook al. De groep waarover het hier gaat is sociaal gezien volkomen onbetrouwbaar. Je overschrijdt toch werkelijk een grens wanneer je je groepsgenoten gaat aangeven bij die groep waaraan je het meest een hekel hebt: de politie.]

"There is no tradition of silence or omerta in the hacker underworld. Hackers can be shy, even reclusive, but when they do talk, they tend to brag, boast, and strut. Almost everything hackers do is invisible; if they don't brag, boast, and strut about it, then nobody will ever know. If you don't have something to brag, boast, and strut about, then nobody in the underground will recognize you and favor you with vital cooperation and respect."(59)

"Hackers at their most grandiloquent perceive themselves as the elite pioneers of a new electronic world. Attempts to make them obey the democratically established laws of contemporary American society are seen as repression and persecution."(60)

[Er zijn blijkbaar geen 'hackers' buiten de VS? Weer eens die tunnelvisie.]

"'Stupid' people, including police, businessmen, politicians, and journalists, simply have no right to judge the actions of those possessed of genius, techno-revolutionary intentions, and technical expertise."(62)

"Hackers are generally teenagers and college kids, not engaged in earning a living. They often come from fairly well-to-do middleclass backgrounds, and are markedly antimaterialistic (except, that is, when it comes to computer equipment). Anyone motivated by greed for mere money (as opposed to the greed for power, knowledge, and status) is swiftly written off as a narrowminded breadhead whose interests can only be corrupt and contemptible."(62)

[Het is inderdaad opvallend. De vraag is nog maar of ze werkelijk zo antimaterialistisch waren. Waar leid je zoiets uit af? Wanneer je ouders of anderen voor je zorgen, hoef je je niet druk te maken over geld. Wanneer je weet dat je later ongetwijfeld de rijkdom van je ouders gaat erven hoef je je niet zo druk te maken over je toekomst. Opvallend is toch dat veel hackers wel degelijk voor het grote geld gingen toen ze wat ouder werden. De arrogantie van mensen die het goed hebben, die alles mee hebben. Wat is het gemakkelijk je als een verwend kreng te gedragen wanneer je zo bevoorrecht bent. ]

Verder in dit hoofdstuk veel voorbeelden van personen en rechtszaken tegen die personen uit die 'underground'. 'Emmanuel Goldstein; van 2600. 'Susan Thunder', 'Tuc' en met name 'The Condor' en 'Lex Luthor' (van 8BBS resp. van 'Legion of Doom') uit de wereld van de BBS-en. 'Knight Lightning' en 'Taran King' van Phrack. Verder verhalen over 'Control-C', 'Fry Guy', 'Leftist', etc. etc.

"In the mid-1980s, underground boards sprang up like digital funghi."(87)

Er bestond geen relatie tussen je reputatie als hacker en je bereidheid tot 'cybercrime'. Sterker nog: de beste hackers hielden zich niet met dat soort zaken bezig en braken in in computers zonder iets te veranderen of kapot te maken. De beste hackers werden en worden daarom ook nooit gepakt. Temeer omdat ze niet opscheppen of praten over wat ze doen.

[Dat is eigenlijk een beetje een vreemde wending in het verhaal. Het ging tot nu toe immers vooral over die mensen die juist wel opschepten en zich elite voelden en zich op alle mogelijke manieren onvolwassen gedroegen. Je kunt je dus afvragen over wie het nu eigenlijk gaat wanneer hij het heeft over de 'goede hacker'. Het lijkt er toch een beetje op dat Sterling het gedrag van veel hackers uit de sfeer van 'cybercrime' wil praten.]

(153) Part 3: Law and Order

Verder over de 'hacker crackdown' die bekend staat als 'Operation Sundevil' en vooral gericht was tegen creditcardfraude en telefoonmisbruik in de context van de BBS-en en niet zo zeer tegen het inbreken in computers of het hacken in het algemeen. Allerlei materiaal werd in beslag genomen en de boodschap daarmee was met name ook politiek bedoeld: we houden ze in de gaten.

Voor de rest uitleg over (personen van) de DA's Office, de Secret Service, de FBI, de Federal Computer Investigations Committee (FCIC) in de VS en hun rol in 'Operation Sundevil'.

"In my opinion, any teenager enthralled by computers, fascinated by the ins and outs of computer security, and attracted by the lure of specialized forms of knowledge and power, would do well to forget all about hacking and set his (or her) sights on becoming a fed. Feds can trump hackers at almost every single thing hackers do, including gathering intelligence, undercover disguise, trashing, phone-tapping, building dossiers, networking, and infiltrating computer systems - criminal computer systems. Secret Service agents know more about phreaking, coding, and carding than most phreaks can find out in years, an when it comes to viruses, break-ins, software bombs, and Trojan horses, feds have direct access to red-hot confidential information that is only vague rumor in the underground."(217)

[Wat natuurlijk een vreemd advies is, wanneer 'hacking' nog iets zou betekenen als maatschappelijk verzet, als kritiek op autoritaire en oncontroleerbare regeringsinstanties, en zo verder. Maar die betekenis heeft het vast voor heel weinig hackers gehad. Het beeld dat alle boeken oproepen is dat het hackers ging om het neerzetten van hun ego en niet om het verbeteren van de wereld, wat ze daar verder ook over zeggen.]

(229) Part 4: The civil libertarians

Dit hoofdstuk gaat over die mensen die wél de politieke en maatschappelijke implicaties van de 'hacker crackdown' en van computers in het algemeen zagen. Mensen als John Perry Barlow, 'Phiber Optik', 'Acid Phreak' en andere mensen rondom BBS 'The Well'. Barlow was zelf onterecht aan de tand gevoeld door de FBI en schreef daarover en over de maatschappelijke veranderingen die 'cyberspace' teweeg zou brengen.

Een andere bekende naam: Mitch Kapor die met Barlow de Electronic Frontier Foundation (EFF) oprichtte. De EFF was ontstaan om kritiek te kunnen leveren op het optreden van overheidsinstanties als FBI, SService, DA, etc. door ondersteuning te bieden bij rechtszaken en door publicaties te verspreiden die misstanden van de instanties aan de kaak stelden.

"After a year of EFF, both Barlow and Kapor had every reason to look back with satisfaction. EFF had established its own Internet node, 'eff.org', with a well-stocked electronic archive of documents on electronic civil rights, privacy issues, and academic freedom. EFF was also publishing EFFector, a quarterly printed journal, as well as EFFector Online, an electronic newsletter with over 1,200 subscribers. And EFF was thriving on the Well. "(289)

Een andere organisatie die in 1981 was ontstaan en die sinds de Hacker Crackdown van 1990 aan de weg timmerde was Computer Professionals for Social Responsibility (CPSR), ook een lobbygroep net als de EFF, maar ook gericht op educatie.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk