>>>  Laatst gewijzigd: 28 december 2017  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Waarderingen van techniek

Voorkant Stoll 'Silicon Snake Oil' Clifford STOLL
Silicon Snake Oil - Second thoughts on the Information Highway
New York: Anchor Books, 1995, deze editie: 1996;
ISBN 03 8541 9945

Globaal

Eerst wat citaten om duidelijk te maken waarover dit boek in essentie gaat en waar Stoll's sentimenten zitten:

"Tonight, twenty letters want replies, three people have invited me to chat over the network, there's a dozen newsgroups to read, and a volley of files to download. How can I keep up? (...) But for all this communication, little of the information is genuinely useful. The computer gets my full attention, yet either because of content or format, the network doesn't seem to satisfy. (...) Perhaps our networked world isn't a universal doorway to freedom. Might it be a distraction from reality? (...) In advance, then, here are my strong reservations about the wave of computer networks. They isolate us from one another and cheapen the meaning of actual experience. They work against literacy and creativity. They undercut our schools and libraries."(1-3)

"Listening to digital prophets pointing to the promised land makes me crotchety and prone to mutter. (...) Life in the real world is far more interesting, far more important, far richer, than anything you'll ever find on a computer screen. (...) Every hour that you're behind the keyboard is sixty minutes that you're not doing something else."(13-14)

"The computer is a remarkably differrent kind of tool - one which can turn kids into reactive zombies, adults into frustrated bumblers."(45)

"We program computers, but the computers also program us."(46)

"The most important interactions in life happen between people, not between computers."(50)

"Computer networks isolate us from one other, rather than bring us together. We need only deal with one side of an individual over the net. And if we don't like what we see, we just pull the plug. Or flame them. There's no need to tolerate the imperfections of real people. It's the same intolerance found on the highway, where motorists direct intense anger at one another. By logging on to the networks, we lose the ability to enter into spontaneous interactions with real people. Evening time is now spent watching a television or a computer terminal - safe havens in which to hide. Sitting around a porch and talking is becoming extinct, as is reading aloud to children."(58)

"Maybe it's that I miss the closeness of a real letter or the warmth of a voice across the telephone line. My electronic screen just isn't as friendly."(79)

"The Internet began as a technical community, with convivial neighbors who'd help each other. Its friendly anarchy promised to revolutionize social interactions and transcend political boundaries. With time, it developed into something less."(112-113)

[In feite is dat in één zin de teneur van dit boek: de massificatie van het medium heeft de waarde ervan omlaag gehaald. Is dat een legitieme manier van denken? Van een kant denk ik: ja, natuurlijk is dat waar, in mail en nieuwsgroepen is er meer rotzooi, er zijn steeds meer nietszeggende websites, er zijn steeds meer asociale klojo's die zich niet aan de onuitgesproken regels houden. Dat betekent dus dat zinnige informatie steeds moeilijker gevonden kan worden en dat de veiligheid van het netwerk steeds vaker in gevaar komt.]

[Van de andere kant ben ik de eerste die de waardeoordelen ziet in die reactie. Je kunt ook zeggen: het Internet is niet anders dan de samenleving als geheel, veel mensen deugen niet of zijn oppervlakkig. Massificatie zegt wel iets over mensen en interacties tussen mensen, maar niet zo veel over de middelen die voor de interacties gebruikt worden.]

[Opvallend aan Stoll's boek is dat hij vervalt in een sentimenteel terugkijken naar hoe het vroeger was toen de kleine groep er nog was. Het is denk ik erg elitair en reactionair. Je merkt niets van een attitude bij hem die de opvoeding van die massa mensen dan maar tot uitgangspunt neemt om het gebruik van Internet en de samenleving als geheel op een beter niveau te brengen. En zijn boek zit vol met slechte en oppervlakkige argumentatie.]

Meer in detail

[In Hoofdstuk 1 heeft Stoll het wat mij betreft over essenties. Zie de eerste citaten hierboven (t/m p.14). Maar in Hoofdstuk 2 en daarna geeft hij bezwaren die soms minder overtuigend zijn of die stomweg niet meer kloppen omdat ze door de ontwikkelingen zijn achterhaald. Ik zal hieronder een aantal van de stellingen op een rij zetten die Stoll naar voren brengt om duidelijk te maken dat de digitale revolutie nooit zal plaatsvinden.]

1e: De snelheid van de netwerken / van Internet / van CD-Roms schiet te kort

[Het boek is van 1995. Toen had je nog trage verbindingen en zo, klopt. Maar het is niet handig om van snelheid een tegenargument te maken want snelheid zal altijd toenemen. Technische bezwaren van dit soort schieten te kort, simpelweg omdat de technische problemen meestal opgelost worden. Inmiddels zijn er eindeloos veel gebruikers van netwerken / Internet zonder dat de zaak is ingestort. Servers en persoonlijke computers zijn inmiddels vele malen sneller en kunnen alle taken gemakkelijk aan. Breedband-ADSL, kabel, glasvezel hebben gezorgd voor zeer snelle informatieuitwisseling, ondanks de vele nieuwe toepassingen en de commercialisering van Internet. Stoll's argument is dus lariekoek. Maar snelheid heeft naar mijn smaak ook niet zo veel te maken met of er wel of niet een digitale revolutie is.]

2e: Het aantal mensen dat van Internet gebruik maakt is niet zo groot als steeds gesuggereerd wordt

[Ik ben benieuwd wat hij daar vandaag de dag van zou zeggen. De groei is nog steeds enorm. Maar wat zegt kwantiteit? Je moet de enorme toename wel erkennen, maar dat zegt nog niet zo veel over het kwalitatieve gebruik van netwerken, laat staan over het inhoudelijk niveau van dat gebruik. Dus ook hier geldt dat Stoll het helemaal mis heeft. Maar ook al zijn er eindeloos veel gebruikers van Internet, wat zegt dat over een digitale revolutie?]

3e: Online winkelen en andere commerciële diensten werken niet

Kijk eens naar een citaat als het volgende:

"Yet I find e-mail to be often undependable and annoying to access; it's usually impersonal and boring. A handwritten letter is arguably cheaper, more reliable, and far more expressive. In some instances, it can even be faster."(17)

[Alle technische middelen bieden nieuwe mogelijkheden en verliezen andere. Het zou interessant zijn om een winst-verliesrekening te maken voor e-mail tegenover brieven. Maar wat Stoll schrijft is oppervlakkig en zeker al tien jaar gewoon onwaar. Brieven zijn niet goedkoper, maar duurder. E-mail is op vele manieren gemakkelijk toegankelijk, bijzonder betrouwbaar en eindeloos veel sneller. En waarom zou je geen persoonlijke e-mail kunnen schrijven? Is de vorm zo belangrijk?]

[Het is zeker waar dat het kopen van producten via Internet heel anders voelt en werkt dan wanneer je een winkel binnenloopt waar je dingen kunt aanraken en kunt ruiken en waar je door echte mensen geholpen wordt. Maar mensen hebben de echte winkel echt geen gedag gezegd, integendeel. Desondanks kopen ze steeds meer en massaal via Internet. Veilig betalingsverkeer is geen probleem meer, vaak kun je tevoren al producten vergelijken, de informatie erover is bijzonder uitgebreid, en zo verder. Maar natuurlijk is het wat onhandiger wanneer je wilt reclameren. En ja, er ontstaan andere manieren om de zaak te flessen.]

[Je kunt je werkelijk afvragen wat dat is aan Stoll dat hij zo zit te zeuren over dat alles vroeger beter was.]

4e: Netwerken brengen helemaal geen toenemende inhoudelijke diversiteit of nieuws

Vergelijk met hoe het met de televisie ging: steeds meer kanalen, mooie beloften, en uiteindelijk alleen maar meer middelmatigheid. De commercie smijt rondom nieuwe media met modieuze woorden als 'interactiviteit' en 'multimedia', maar de vraag is of er inhoudelijk sprake is van kwalitatieve vooruitgang.

[Hier heeft Stoll wel een belangrijk punt. Meer is niet per se beter. Kwantiteit garandeert geen kwaliteit. En je ziet inderdaad een groeiende middelmatigheid op Internet. Maar dat betekent alleen maar dat Internet zo langzamerhand de samenleving weerspiegelt. Van de andere kant: kennen we de mogelijkheden van deze nieuwe media al? Kennen we hun mogelijkheden op het punt van leren, aanleren, trainen, inzichten verkrijgen? Ik denk nog steeds niet.]

5e: Het Internet is helemaal geen echte ontmoetingsplaats voor mensen

[Elektronische communicatie mist warmte en diepgang en intimiteit en bovendien weet je nooit echt met wie je te maken hebben, schrijft Stoll. Inderdaad, er zijn grenzen: zelfs een telefoon geeft meer realiteit. Maar ook hier kan de technologie natuurlijk verbeteren. Zo is telefoneren met geluid en beeld via Internet mogelijk geworden. Iemands fysieke afwezigheid blijft echter een gegeven.]

[Op het moment maken miljoenen mensen gebruik van sociale netwerken en de bijbehorende websites. Ze hebben er 'friends' en 'followers', maar het is natuurlijk een zwakke afschaduwing van wat vriendschappen van vlees en bloed kunnen betekenen. De fysieke aanwezigheid van mensen maakt alles anders en die is er niet bij virtuele contacten, hoe intensief die verder ook zijn. Je kunt je dus afvragen of er geen sprake is van een vergaande verschraling van intermenselijke communicatie en relaties.]

[Maar helemaal zeker is dat toch ook weer niet. Het volgende citaat komt overeen met ervaringen die ik op een ander terrein heb. Het is ergens volkomen waanzinnig. Maar ik denk toch dat de realiteit is dat mensen ook dan met die andere mensen in gesprek raken. Al is het maar over die computer terminal.]

"San Francisco and Chicago now sport nightclubs with built-in computer terminals. You sit at a table and talk over the Internet Relay Chat, read net news, or play Netrek. What a lonely way to spend an evening - surrounded by people, yet escaping into conversations with distant strang-ers."(24)

6e: Een hergeboorte van lezen en schrijven door Internet, is een illusie

Alle e-mail en nieuwsgroepen laten zien dat het met het proza van gebruikers slecht gesteld is. Computers vragen vaardigheden die vaak niets te maken hebben met de vaardigheden die nodig zijn voor alledag, er juist een gevaar voor vormen. Bovendien lijkt de aandacht in het gunstigste geval vooral uit te gaan naar de vorm en niet naar de inhoud. Denk aan al die mooie Powerpoint-presentaties en papers en CV's die over niets gaan. Soortgelijke opvattingen over muziek maken, grafisch werk. Aldus Stoll.

[Het eerste punt is zeker waar. Je ziet het aan SMS, chats etc. Van de andere kant zie je ook dat mensen daar iets aan doen en wat bewuster mails en SMS-jes opstellen. Het controleren van spelling, woordenboeken e.d. helpen natuurlijk ook.]

[Tweede punt is weer een halve waarheid. Het is waar dat er overdreven veel aandacht uitgaat naar de vorm in plaats van naar de inhoud, maar dat betekent niet dat je sentimenteel terug zou moeten kijken naar handgeschreven of slecht getypte onleesbare stukken tekst. In principe heeft die vorm niet veel te maken met de inhoud. Ik ken ook inhoudelijk goede teksten of presentaties waarbij ik me desondanks erger aan de slordige opmaak.]

[Ten derde: ik vind hem ontzettend sentimenteel waar het gaat om vakmanschap, ambachten, kunst. Echte foto's maken (dus niet digitaal) is goed, echte muziek maken (dus niet met computers en synthesizers) is goed. Wat een waardeoordelen stopt Stoll in zijn verhaal. Hij weet blijkbaar wat 'echt' is, het is moralistisch op een verkeerde want ondoordachte manier.]

7e: Computers hebben steeds problemen die veel tijd kosten en verhogen de efficiëntie niet

Terwijl een televisie veel complexer in elkaar zit, is hij veel eenvoudiger te bedienen. Handleidingen bij hardware en software zijn vaak verschrikkelijk slecht, te dik, vol afkortingen en technisch taalgebruik. Hardware en software verouderen snel en hebben dan geen mogelijkheden of waarde meer. Upgrades en updates moeten bijna verplicht aangeschaft worden om bij te blijven. Mensen worden verplicht voortdurend nieuwe hard- en software te leren kennen en gebruiken terwijl ze hun tijd liever aan inhoudelijke zaken zouden willen besteden. Waar het gaat om communicatie over netwerken zegt hij dat er zo veel bedrijven bij betrokken zijn (de ISP, de telefoonmaatschappij, de technisch installateurs, de modemmakers, de softwaremakers, dat iedereen naar elkaar kan wijzen als het fout gaat.

"The cult of computing emphasizes hardware speed and software capabilities, while generally ignoring the difficulty of learning."(73)

[Ik ben het hier wel behoorlijk eens met Stoll. Ik zelf moet ook nog aangetoond zien dat computers maken dat dingen minder tijd kosten of leiden tot meer productiviteit. Ook boeiend: dat "naar elkaar wijzen", een van die dingen die me in ICT-land jaren zijn opgevallen.]

8e: Telewerken is voor veel banen helemaal niet mogelijk en in veel gevallen ook niet wenselijk

[Gebrek aan persoonlijk contact, slechtere werkomstandigheden thuis, noemt hij als redenen. Dat is wel erg ongenuanceerd. In heel veel beroepen kan er uitstekend thuis gewerkt worden. De werkomstandigheden zijn natuurlijk precies zoals je ze wilt!! En gebleken is dat mensen hun tijd thuis beter indelen en daardoor een stuk productiever zijn. Wel is het inderdaad zo dat een werkgever meer moeite moet doen om zijn of haar mensen bij elkaar te houden. Maar dat kan natuurlijk goed geregeld worden via terugkomdagen, overlegdagen, etc..]

9e: Internet bevordert de democratie helemaal niet

Computers en netwerken maken geen betere samenleving, omdat er geen simpele technologische oplossingen zijn voor sociale problemen. Techneuten kicken op de macht die het hun geeft met computers te kunnen werken en maken het beginnelingen moeilijk om deel uit te gaan maken van hun technocratie.

[Dat denk ik ook. Discussies over Internet zijn inderdaad vaak enorm oppervlakkig. Papieren archivering blijft noodzakelijk. Niet iedereen zal Internettoegang hebben of willen. Privacy is een voortdurend probleem. Daarnaast maakt de technocratie het de beginnende computer- of netwerkgebruiker nodeloos moeilijk. Ik ben het op dit punt erg met Stoll eens. Dat computers tot een opbloei van de democratie zouden leiden is tot nog toe niet gebleken.]

10e: Iedereen kan publiceren op Internet en dat is nu net een probleem

"But the reality is that with millions of users posting messages to the network, the valuable gets lost in the dross. There are no pointers to the good stuff - you don't know which messages are worth reading. You can select by subject area, but there's no way to pick only the interesting comments. With everyone able to upload their works to the network, the Internet begins to resemble publishers' slush piles. It's up to the reader to separate out the dregs. What's missing from the network are genuine editors. (...) There are plenty of writers on the Usenet, but few editors. It shows.(38)

"There's a vast amount of data available over computer networks - far beyond megabytes, gigabytes, or terabytes, it's well into the petabyte region. Yet how much common-sense information is this? Data isn't information, any more than fifty tons of cement is a skyscraper."(193-194)

Het betekent dat je ontzettend veel tijd kwijt bent aan het uitfilteren van dat wat kwaliteit heeft (of het nu gaat om e-mail, nieuwsgroepen, websites, of om programma's op het net).

[Ik ben het met hem eens. Zoekmachines leveren die kwaliteit nog helemaal niet, sterker nog: leveren door commercialisering steeds minder kwaliteit. Een mooie uitspraak is:]

"There is no easy, complete access to information. Never was. Never will be."(62)

11e: Leren en onderwijs via Internet is maar beperkt mogelijk

Je leert meer van echte mensen en van alle toevalligheden daarin dan van een voorgestructureerd COO-programma via video of de computer:

"The computer is a barrier to close teaching relationships. When students receive assignments through e-mail and send in homework over the net-work, they miss out on chances to discuss things with their prof. They don't visit her office and catch the latest news. They're learning at arm's length. (...) I guess what I'm trying to say is this: students deserve personal contact with instructors - interactive videos and remote broadcasts are no substitute for studying under a fired-up teacher who's there in person."(118)

Sterker nog: computers op school lossen geen enkele van de essentiële problemen op, zitten juist dwars omdat ze om de haverklap stuk gaan. Je wordt afhankelijk van het functioneren van zo'n apparaat. Dat was je ook van het functioneren van je docent, maar het is waar dat die minder vaak buiten werking was dan een apparaat.

[Van de andere kant vind ik het weer een slechte vergelijking. Er zijn te veel slechte docenten om vol te houden dat we het van hen allemaal het beste kunnen leren. Evenmin als bij computers en de feiten die men via computers kan vinden of uitrekenen krijgt men per se inzicht in samenhangen bij de feiten die docenten presenteren. Geen enkel middel is ideaal; leren hang sterk af van de attitude en motivatie van degenen die onderwijzen en van degenen die willen leren. Stoll vergeet al die leraren te vermelden bij wie hij zich dood heeft zitten vervelen en van wie hij helemaal niets leerde. Was een computer dan niet handiger geweest?]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk