>>>  Laatst gewijzigd: 26 maart 2019  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Filosofie van de techniek

Inleidingen

Mondiaal

Nederland

Voorkant Winner 'The whale and the reactor' Langdon WINNER
The whale and the reactor - A search for limits in an age of high technology
Chicago-London: The University of Chicago Press, 1986, 200 blzn.; ISBN: 02 2690 2102

[Winner is een Amerikaans professor in de politieke wetenschappen die zich bezig houdt met de filosofische, politieke en sociale gevolgen van technologie. Hij schreef dit boek in 1986 tegen het toenmalige techno-optimisme in, omdat hij reflectie over technische middelen, hun ontwerp en gebruik noodzakelijk achtte. Terwijl technologie steeds belangrijker werd, zag hij er in de academische wereld van zijn tijd nog geen systematische belangstelling voor - inmiddels is dat natuurlijk wel veranderd. In zijn analyses wijst hij bijvoorbeeld op de duidelijke relatie tussen techniek en poltieke machtsverhoudingen: technische middelen zijn vrijwel nooit neutraal.]

[Met name het eerste deel van het boek vind ik overtuigend. Daarna volgen twee delen die ik minder helder en overtuigend vind omdat er niet echt een standpunt lijkt te worden ingenomen over wat we dan zouden kunnen doen om niet te vervallen in een pessimistisch geloof in het technologische determinisme. Winner heeft veel kritiek op allerlei kritische auteurs en bewegingen, maar het blijft volkomen onduidelijk wat hij dan zelf wil, afgezien dan van intellectuele analyse van de problemen aan technologie. Verder beperkt zich vrijwel alles wat hij hier beschrijft op een bepaalde manier tot de V.S. en ook zijn bronnen zijn voornamelijk dichtbij huis. Het boek is niet echt een eenheid en bestaat voor een groot deel uit al eerder verschenen artikelen. Dat laatste merk je juist aan de twee laatste delen. Hij had er meer van kunnen maken.]

(ix) Preface

Winner geeft hier een overzicht van waarover hij het in het boek gaat hebben. Hij vindt reflectie nodig. Maar niet alleen ontbreekt reflectie over technologie vrijwel geheel, wanneer je een kritiek van de technologie schrijft word je meteen in de hoek gezet van tegenstanders van technologie. Desondanks wil Winner nadenken over de grenzen aan de inzet van technische middelen.

"The map of the world shows no country called Technopolis, yet in many ways we are already its citizens."(ix)

"What appear to be nothing more than useful instruments are, from another point of view, enduring frameworks of social and political action."(x)

"All who have recently stepped forward as critics in this realm [of technology] have been tarred with the same idiot brush, an expression of the desire to stop a much needed dialogue rather than enlarge it."(xi)

(1) I - A philosophy of technology

(3) 1 - Technologies as forms of life

"It is reasonable to suppose that a society thoroughly committed to making artificial realities would have given a great deal of thought to the nature of that commitment. One might expect, for example, that the philosophy of technology would be a topic widely discussed by scholars and technical professionals, a lively field of inquiry often chosen by students at our universities and technical institutes. One might even think that the basic issues in this field would be well defined, its central controversies well worn. However, such is not the case. At this late date in the development of our industrial / technological civilization the most accurate observation to be made about the philosophy of technology is that there really isn't one."(3-4)

"...engineers appear unaware of any philosophical questions their world might entail."(4)

Waarom is dat zo? Alle aandacht gaat uit naar het maken en het gebruiken van technische middelen. Deze zelf worden als neutraal gezien.

"If the experience of modern society shows us anything, however, it is that technologies are not merely aids to human activity, but also powerful forces acting to reshape that activity and its meaning."(6)

Er moet dus nagedacht worden over de manieren waarop technische middelen het alledaagse leven omvormen in plaats van dat we blijven slaapwandelen. Er wordt achteraf wel vaak onderzoek gedaan naar de effecten die technische middelen hebben - en dat kan helpen - maar dat onderzoek plaatst weer geen vraagtekens bij de technologie als oorzaak. Ook worden wel voorspellingen gedaan, maar die gaan er weer van uit dat bepaalde effecten zonder meer zullen plaatsvinden. Dit soort oorzaak-gevolg-modellen schieten dus te kort. Inmiddels is er een nieuwe insteek die erkent dat het bouwen en in gebruik nemen van technische middelen leidt tot veranderingen in menselijke activiteiten en instituties, sociale rollen en relaties.

"Often this is the result of a new system's own operating requirements: it simply will not work unless human behavior changes to suit its form and process. Hence, the very act of using the kinds of machines, techniques, and systems available to us generates paterns of activities and expectations that soon become 'second nature'."(11)

Telefonie, automobilisme, elektrisch licht, computers, televisie worden levensvormen (naar Wittgenstein). Soms sluiten die aan op oudere patronen, soms zijn het geheel nieuwe levensvormen (zoals vliegen met het vliegtuig).

"The view of technologies as forms of life I am proposing has its clearest beginnings in the writings of Karl Marx. (...) By changing the shape of material things, Marx observes, we also change ourselves."(14)

Technologie is niet iets wat mensen determineert, er is sprake van wederzijdse beïnvloeding.

"Thus, as they employ tools and techniques, work in social labor arrangements, make and consume products, and adapt their behavior to the material conditions they encounter in their natural and artificial environment, individuals realize possibilities for human existence that are inaccessible in more primitive modes of production."(15)

Belangrijk is dus om je af te vragen: wat voor wereld maken we wanneer we een product maken? Want we zijn verantwoordelijk voor die wereld.

(19) 2 - Do artifacts have politics?

"No idea is more provocative in controversies about technology and society than the notion that technical things have political qualities. At issue is the claim that the machines, structures, and systems of modern material cuilture can be accurately judged not only for their contributions to efficiency and productivity and their positive and negative environmental side effects, but also for the ways in which they can embody specific forms of power and autority."(19)

Dit hoofdstuk gaat daar over. Zo onderscheidt Mumford autoritaire en democratische technologie wat in lijn is met mensen als Kropotkin, Wiliam Morris en andere 19e eeuwse critici van het industrialisme, maar ook met de antinucleaire beweging uit de jaren 1970 (Denis Hayes wordt genoemd). Van de andere kant is elk technisch middel dat ooit ontstond wel toegejuicht als 'democratizerend'.

"Scarcely a new invention comes along that someone doesn't proclaim it as the salvation of a free society."(20)

Het lijkt er op dat we moeten zeggen dat mensen technische middelen al of niet in een bepaalde politieke richting gebruiken, maar dat aan die middelen zelf niets inherent politieks zit. De sociale gedetermineerdheid van technologie wordt dan centraal gesteld. Maar die opvatting schiet te kort, ook al is hij beter dan een puur technologisch determinisme.

"In what follows I will outline and illustrate two ways in which artifacts can contain political properties. First are instances in which the invention, design, or arrangement of a specific technical device or system becomes a way of settling an issue in the affairs of a particular community. Seen in the proper light, examples of this kind are fairly straightforward and easily understood. Second are cases of what can be called 'inherently political technologies', man-made systems that appear to require or to be strongly compatible with particular kinds of political relationships. Arguments about cases of this kind are much more troublesome and closer to the heart of the matter. By the term 'politics' I mean arrangements of power and authority in human associations as well as the activities that take place within those arrangements."(22)

Eerste voorbeeld: de viaducten op Long Island van Robert Moses. Hij ontwierp ze bewust zo laag om te voorkomen dat er bussen onderdoor zouden kunnen met arme, vaak zwarte mensen die zich geen auto konden veroorloven.

"Automobile-owning whites of 'upper' and 'comfortable middle' classes, as he called them, would be free to use the parkways for recreation and commuting. Poor people and blacks, who normally used public transit, were kept off the roads because the twelve-foot tall buses could not handle the overpasses. One consequence was to limit access of racial minorities and low-income groups to Jones Beach, Moses' widely acclaimed public park. Moses made doubly sure of this result by vetoing a proposed extension of the Long Island Railroad to Jones Beach. (...) Many of his monumental structures of concrete and steel embody a systematic social inequality, a way of engineering relationships among people that, after a time, became just another part of the landscape. (...) Histories of architecture, city planning, and public works contain many examples of physical arrangements with explicit political purposes."(23)

In een ander voorbeeld worden machines ingezet om de macht van vakbonden te breken, ook al leveren die machines slechtere kwaliteit bij minder efficiëntie.

"In the examples of Moses' low bridges and McCormick's molding machines, one sees the importance of technical arrangements that precede the use of the things in question. It is obvious that technologies can be used in ways that enhance the power, authority and privilige of some over others, for example, the use of television to sell a candidate. In our accustomed way of thinking technologies are seen as neutral tools that can be used well or poorly, for good, evil or something in between. But we usually do not stop to inquire whether a given device might have been designed and built in such a way that it produces a set of consequences logically and temporally prior to any of its professed uses. Robert Moses' bridges, after all, were used to carry automobiles from one point to another; McCormick's machines were used to make metal castings; both technologies, however, encompassed purposes far beyond their immediate use. If our moral and political language for evaluating technology includes only categories having to do with tools and uses, if it does not include attention to the meaning of the designs and arrangements of our artifacts, then we will be blinded to much that is intellectually and practically crucial."(25)

En het hoeft niet zo nadrukkelijk politiek te zijn, als een soort van samenzwering. Zo is gebleken dat veel technologie - gebouwen, transportmiddelen - het gehandicapten onmogelijk maakt deel te nemen aan het openbare leven. Die technologie werd ontworpen in een bepaalde richting op basis van impliciete sociale vooroordelen en het eigenbelang van bepaalde sociale groepen. Niet met bewuste opzet, maar toch.

"Rather one must say that the technological deck has been stacked in advance to favor certain social interests and that some people were bound to receive a better hand than others."(26)

Een ander voorbeeld met grote gevolgen: de machines om tomaten te oogsten die veel kwekers en oogsters werkeloos maakten. Ook dat gebeurde niet met opzet, maar wel duidelijk werd dat veel agrarisch onderzoek aan de universiteiten in het voordeel was van de grote bedrijven:

"Over many decades agricultural research and development in the U.S. land-grant colleges and universities has tended to favor the interests of large agribusiness concerns."(27)

De politieke kant van technische middelen wordt in de eerste plaats bepaald door al of niet voor een technisch middel te kiezen (ja-of-nee-beslissingen). Daarna speelt de keuze voor het al of niet opnemen van bepaalde eigenschappen een rol.

"Some of the most interesting research on technology and politics at present focuses upon the attempt to demonstrate in a detailed, concrete fashion how seemingly innocuous design features in mass transit systems, water projects, industrial machinery, and other technologies actually mask social choices of profound significance.(...) To see the matter solely in terms of cost cutting, efficiency, or the modernization of equipment is to miss a decisive element in the story."(28)

Conclusie:

"The things we call 'technologies' are ways of building order in our world. Many technical devices and systems important in everyday life contain possibilities for many different ways of ordering human activity. Consciously or unconsciously, deliberately or inadvertently, societies choose structures for technologies that influence how people are going to work, communicate, travel, consume, and so forth over a very long time. In the processes by which structuring decisions are made, different people are situated differently and possess unequal degrees of power as well as unequal levels of awareness. By far the greatest latitute of choice exists the very first time a particular instrument, system, or technique is introduced. Because choices tend to become strongly fixed in material equipment, economic investment, and social habit, the original flexibility vanishes for all practical purposes once the initial committments are made. In that sense technological innovations are similar to legislative acts or political foundings that establish a framework for public order that will endure over many generations. For that reason the same careful attention one would give to the rules, roles, and relationships of politics must also be given to such tings as the building of highways, the creation of television networks, and the tailoring of seemingly insignificant features on new machines."(28-29)

De keuze voor bepaalde technische middelen is zelfs de keuze voor een bepaald systeem van politiek: mensen moeten zich erdoor onderwerpen aan autoritaire verhoudingen (bv. in de fabriek met door stoommachines aangedreven weefgetouwen).

"Attempts to justify strong authority on the basis of supposedly necessary conditions of technical practice have an ancient history."(31)

"Arguments to the effect that technologies are in some sense inherently political have been advanced in a wide variety of contexts, far too many to summerize here. My reading of such notions, however, reveals there are two basic ways of stating the case. One version claims that the adoption of a given technical system actually requires the creation and maintenance of a particular set of social conditions as the operating environment of that system. (...) A second, somewhat weaker, version of the argument holds that a given kind of technology is strongly compatible with, but does not strictly require , social and political relationships of a particular stripe."(32)

Zo zou kernenergie leiden tot centralisme, terwijl zonneenergie samengaat met een decentraal democratisch systeem.

"If we examine social patterns that characterize the environments of technical systems, we find certain devices and systems almost invariable linked to specific ways of organizing power and authority. The important question is: Does this state of affairs derive from an unavoidable social response to intractable properties in the things themselves, or is it instead a pattern imposed idependently by a governing body, ruling class, or some other social or cultural institution to further its own purposes."(33-34)

Zo is de atoombom een technisch middel waaraan het politieke inherent is en dat samengaat met een autoritair sociaal systeem.

"Alfred D. Chandler in The Visible Hand, a monumental study of modern business enterprise, presents impressive documentation to defend the hypothesis that the construction and day-to-day operation of many systems of production, transportation, and communication in the nineteenth and twentieth centuries require the development of particular social form - a large-scale centralized, hierarchical organization administered by highly skilled managers."(34)

"The available evidence tends to show that many large, sophisticated technological systems are in fact highly compatible with centralized, hierarchical managerial control. The interesting question, however, has to do with whether or not this pattern is in any sense a requirement of such systems, a question that is not solely empirical. The matter ultimately rests on our judgements about what steps, if any, are practically necessary in the workings of particular kinds of technology and what, if anything, such measures require of the structure of human associations."(35-36)

Heeft Chandler gelijk en vragen grootschalige systemen om gecentraliseerde hiërarchische controle van managers? We zouden die geclaimde praktische noodzaak moeten afzetten tegen andere - morele - claims en dan een afweging moeten maken.

"It is characteristic of societies based on large, complex technological systems, however, that moral reasons other than those of practical necessity appear increasingly obsolete, 'idealistic', and irrelevant. (...) In many instances, to say that some technologies are inherently political is to say that certain widely accepted reasons of practical necessity - especially the need to maintain crucial technological systems as smoothly working entities - have tended to eclipse other sorts of moral and political reasoning."(36)

Veel mensen zijn van mening dat de autoritaire verhoudingen in bedrijven niet raken aan de democratie buiten die bedrijven. Maar kun je die twee zo gemakkelijk uit elkaar leggen? Veel managers die in die bedrijven werken houden er - zo blijkt uit onderzoek - ook daarbuiten autoritaire opvattingen op na over allerlei maatschappelijke problemen.

(40) 3 - Technè and Politeia

"All varieties of hardware and their corresponding forms of social life must be scrutinized to see whether they are friendly or unfriendly to the idea of a just society."(40)

Wat kunnen politieke wetenschappen hier aan bijdragen? In de politiek worden vaak metaforen gebruikt die verwijzen naar de techniek: architectuur bijvoorbeeld. Politiek bestaat zelf uit een reeks technieken om het leven in de 'polis' / de staat goed te regelen, beïnvloedt de techniek maar wordt ook door die techniek beïnvloedt. Dat laatste wordt vaak niet gezien.

"But even as the eighteenth century was reviving the comparison between technology and politics, even as philosopher statesmen were restoring de technè of constitution making, another extremely powerful mode of institutionalization was taking shape in the United States and Europe. The industrial revolution with its distinctive ways of arranging people, machines, and materials for production very soon began to compete with strictly political institutions for power, authority, and the loyalties of men and women. Writing in 1781 in his Notes on Virginia, Thomas Jefferson noted the new force abroad in the world and commented upon its probable meaning for political society. The system of manufacturing emerging at the time would, he argued, be incompatible with the life of a stable, virtuous republic."(43)

Jefferson ziet net als de denkers in de Oudheid een tegenstelling tussen burgerlijke deugden en materiële welvaart. Rijkdom en luxe corrumperen mensen en ondermijnen hun discipline en zelf-opoffering die beide nodig zijn om een vrije samenleving te laten voortbestaan.

"By implication, any society that wishes to maintain civic virtue ought to approach technical innovation and economic growth with the utmost caution."(43)

"In the 1840s and decades since the notion that industrial development might be shaped or limited by republican virtues dropped out of common discourse, echoed only in the woeful lamentations of Henry David Thoreau, Henry Adams, Lewis Mumford, Paul Goodman, and a host of others now flippantly dismissed as 'romantics' and 'pastoralists'.
In fact, the republican tradition of political thought had long since made its peace with the primary carrier of technical change, entrepreneurial capitalism. Moral and political thinkers from Machiavelli to Montesquieu and Adam Smith had argued, contrary to the ancient wisdom, that the pursuit of economic advantage is actually a civilizing, moderating influence in society, the very basis of stable government. Rather than engage the fierce passion for glory that often leads to conflict, it is better, so the argument goes, to convince people to pursue their self-interest, an interest that inclines them toward rational behavior."(44)

Het nastreven van eigenbelang zou voorkomen dat macht zich zou concentreren in de handen van weinigen. En materiële overvloed zou iedereen gelukkig maken zodat een klassenstrijd zoals in Europa in de V.S. niet zou hoeven voorkomen.

"Eventually, Americans took this notion to be a generally applicable theory: economic enterprise driven by the engine of technical improvement was the very essence of human freedom."(45)

Het maakt daarvoor niet uit - zo zegt dit utilitarisme - welk karakter die technische middelen krijgen. Anything goes! zo lang het maar efficiëntie oplevert. Elke voorzichtigheid werd daarmee overboord gegooid, politieke wijsheid incluis.

"According to this view, everything one might desire of the relationship between expanding industrial technology and the building of a good society will happen automatically. All that is necessary is to make sure the machinery is up to date, well maintained, and well oiled."(46)

De sociotechnische orde die daardoor ontstond heeft bepaalde kenmerken: 1/ centrale sturing van het systeem is mogelijk terwijl onafhankelijke controle moeilijk is; 2/ nieuwe technische middelen neigen er toe de grootte van menselijke groeperingen te laten toenemen ('economics of scale'); 3/ er ontstaan specifieke 'chains of command', hiërarchische verhoudingen (die juist géén democratische vrijheid laat zien en wel heel veel ongelijkheid); 4/ andere menselijke activiteiten worden door die sociotechnische entiteiten gedecimeerd (zoals ambachtelijk werk, kleinschalig agrarisch werk, langzamere middelen van vervoer).

"Fifth are the various ways that large sociotechnical organizations exercise power to control the social and political influences that ostensibly control them. Human needs, markets, and political institutions that might regulate technology-based systems are often subject to manipulation by those very systems."(48)

Met dat alles ontstaat een heel bepaalde invulling van de politieke verhoudingen waarbij onbewust de antwoorden op eeuwenoude vragen (bijv. moet macht gecentraliseerd worden? welke omvang kunnen sociale organisaties het beste hebben? etc.) op een heel specifieke manier worden beantwoord.

"For the past century or longer our responses to such questions have often been instrumental ones, expressed in an instrumental language of efficiency and productivity, physically embodied in human / machine systems that seem to be nothing more than ways of providing goods and services."(49)

"For those who have embraced the formula of freedom through abundance, however, questions about the proper order of society do not matter very much. (...) This amounts to a conviction that all technology - whatever its size, shape, or complexion - is inherently liberating. For reasons noted in the previous chapter, that is a very peculiar faith indeed."(50)

"In recent times the idea of recognizing limits upon the growth of certain technologies has experienced something of a revival. Many people are prepared to entertain the notion of limiting a given technology if:
1. Its application threatens public health or safety
2. Its use threatens to exhaust some vital resource
3. It degrades the quality of the environment (air, land, and water)
4. It threatens natural species and wilderness areas that ought to be preserved
5. Its application causes social stress and strains of an exaggerated kind.
Along with ongoing discussions about ways to sustain economic growth, national competitivenes, and prosperity, these are the only matters of technology assessment that the general public, decision makers, and academicians are prepared to take seriously. While such concerns are valid, they severly restrict the range of moral and political criteria that are permissible in public deliberations about technological change."(50-51)

Maar het lijkt bijna zinloos om meer fundamentele vragen over technologie aan de orde te stellen. Er is sprake van een 'extremely narrow mindset' (52) Mensen beginnen pas echt na te denken als een technisch middel kanker veroorzaakt bijvoorbeeld.

"To argue a moral position convincingly these days requires that one speak to (and not depart from) people's love of material well-being, their fascination with efficiency, or their fear of death."(51-52)

De meest fundamentele vraag is:

"What forms of technology are compatible with the kind of society we want to build?"(52)

Winner past het toe op energievoorziening: kernenergie tegenover 'soft energy' (hij noemt Amory B. Lovins) en wijst op de dubbelzinnig rol die efficiëntie daar in speelt (er is bijna niemand die juist dat idee ter discussie wil stellen terwijl dat voor een 'goede samenleving' noodzakelijk zou kunnen zijn).

Hier kan politieke theorie een belangrijke rol spelen.

"If we were to identify and characterize all of the sociotechnical systems of our society, all of our regimes of instrumentality and their complex interconnections, we would have a clear picture of the second constitution I mentioned earlier, one that stands parallel to and occasionally overlaps the constitution of political society as such.
The important task becomes, therefore, not that of studying the 'effects' and 'impacts' of technical change, but one of evaluating the material and social infrastructures specific technologies create for our life's activity. We should try to imagine and seek to build technical regimes compatible with freedom, social justice, and other key political ends. Insofar as the possibilities present in a given technology allow it, the thing ought to be designed in both its hardware and social components to accord with a deliberately articulated, widely shared notion of a society worthy of our care and loyalty. (...) What I am suggesting is a process of technological change disciplined by the political wisdom of democracy. It could require qualities of judiciousness in the populace that have rarely been applied to the judgment of instrumental / functional affairs. (...) Other social and political norms, articulated by a democratic process, would gain renewed prominence.(55) "()

Als voorbeeld wordt zonne-energie genomen, waar alle beslissingen nog genomen zouden kunnen worden (centraal of niet? etc. etc.).

[Toen Winner dit boek schreef, misschien, maar ik kan me niet voorstellen dat het zo democratisch zou verlopen, zeker niet in de V.S. En inderdaad, verderop:]

"It goes without saying that the agencies now actually developing photovoltaics have no such questions in mind. Government-subsidized research, such as it is, focuses upon finding the most efficient and effective form of solar electricity and seeing it marketed in the 'private sector'. Huge multinational petroleum corporations have bought up the smaller companies at work in this field; their motive seems to be desire to control the configuration of whatever mix of energy sources and technologies we will eventually have. As we have done so often in the past, our society has, in effect, delegated decision-making power to those whose plans are narrowly self-interested. One can predict, therefore, that when photovoltaic systems are introduced they will carry the same qualities of institutional and physical centralization that characterize so many modern technologies."(57; mijn nadruk)

(59) II - Technology: Reform and revolution

(61) 4 - Building the better mousetrap

Over de 'appropriate technology movement' van de 1970-er jaren, bv. E.F. Schumacher, van technische middelen dus die aangepast zouden zijn aan de leefomstandigheden van mensen in Derde Wereld-landen. Het idee werd later ook doorgetrokken naar de Westerse landen zelf.

"Rather than introduce the biggest and best technologies of Western industrialized countries, the idea was to devise a collection of small-scale agricultural and industrial techniques (...) that would solve immediate problems without causing serious cultural disruption."(62)

Voor Westerse landen dook de vraag op: aangepaste technologie, ja, maar aangepast aan wat? Om een antwoord te vinden op die vraag moest er nagedacht worden over de dominante culturele normen ten aanzien van technologie en het gebruik ervan in het Westen. Dat denken kon aansluiten bij de utopische ideeën en experimenten uit de 19e en 20ste eeuw (Robert Owen, William Morris, Peter Kropotkin, Gandhi, Spaanse anarchisten, Britse gildesocialisten, Lewis Mumford en Amerikaanse decentralisten, aanhangers van de biodynamische landbouw, terug-naar-het-land-bewegingen, en zo verder). Met name de radicale bewegingen uit de 1960-er / 1970-er jaren (burgerrechtenbeweging, antioorlogsprotesten, tegencultuur, milieubeweging) werden inspirerend gevonden om de fundamenten van de industriële samenleving te onderzoeken. Een overzicht van die beweging vinden we in Mitchell Goodman's The movement toward a new America en Steward Brand ea The Whole Earth Catalog. In het eerste boek is weinig te vinden over technologie, in het tweede boek des te meer.

De beweging kon ook gebruik maken van de boeken van bekende Europese en Amerikaanse intellectuelen: Mumford, Goodman, Marcuse, Roszak, Ellul, maar hun conclusies waren wel vaak somber over mogelijke oplossingen.

"Thus, over many generations critics of industrialism and modern techniques have been unable to propose cures for the host of difficulties they so vividly describe. Their lament is clear enough. But the eloquence of criticism - and perhaps this is a property of criticism - is matched by a poverty of practice."(67)

[Winner is over het algemeen niet erg zachtzinnig voor welke voorstander of tegenstander van de industriële samenleving dan ook. Dat roept natuurlijk wel de vraag op of hij dan een oplossing weet voor de situatie die hij zelf - net zo goed geformuleerd - beschrijft.]

"The shortcomings of the critics are obvious. But it is also true that their concerns are among those most urgent in nineteenth and twentieth-century thought."(68)

[En daar mogen ze het dan mee doen ...]

In de 1960-er / 1970-er jaren sloeg alle wanhoop ineens om in optimisme.

"Herbert Marcuse's An essay on liberation (1969), for example, offers an unabashedly utopian response to the dismal situations sketched in One-Dimensional Man (1964)."(68)

"In a move intellectually comparable to Marcuse's, Theodore Roszak's Where the wasteland ends (1972) sets out to propose an alternative society, the 'visionary commonwealth', that could overcome the destructive tendencies of technocratic civilization. Roszak's previous work, The making of the counterculture (1960), focused upon the pervasive sickness of modern militarism, urbanism, consumerism, bureaucracy, and the technocratic mentality, but ended with a song of praise to shamanism and the call to transcend the subject/object split. It was not much of a program for action."(69)

En dat was geen naïeviteit - ze kenden als geen ander de toestand in de V.S. - maar een poging om gevoelens van zinloosheid te doorbreken. Hetzelfde geldt voor de aanhangers van aangepaste technologie.

"But could the study of alternative technologies lead to a fruitful critique of modern society? Why not an alternative economics, for example? Indeed, in Euope and the United States during the late 1960s and 1970s, many young, politically oriented intellectuals turned to Marxian economics as a way to deepen their understanding of social power."(70)

De neo-Keynesiaanse benadering aan de universiteiten werd afgewezen omdat ze het kapitalisme accepteerde. Ook over techniek begon men ineens anders te denken. Ook professionals op het terrein van de techniek deden dat.

"But recognizing a need to set their knowledge and skills to fundamentally new purposes - purposes outside those normally recognized by the corporations, foundations, government, and universities - many scientifically trained activists tries to define the context in which scientific research and technological innovation could take place. (...) While the New Alchemists [een groep van die mensen die een alternatief tijdschrift uitgaf - GdG] recognized the standards of experimentation and evidence prevalent in modern research, they rejected notions of objectivity that conceal the social purposes of science."(71)

"The rise of a growing number of research institutes, small firms, government agencies, universities, philantropic organizations, and independent individuals claiming to do appropriate technology was not a sign that such people shared a common philosophy."(72)

Gepoogd werd om lijsten te maken voor wat 'zachte technologie' en wat 'harde technologie' karakteriseert [zie p.72-73], maar dat soort typologieën van waarden faalden omdat de zaken in de praktijk niet zo gemakkelijk te onderscheiden zijn. 'Decentralisatie van techniek' hoeft bijvoorbeeld niet per se samen te gaan met 'goed voor het milieu':

"the widespread use of wood-burning stoves has produced very high levels of pollution in some localities."(73)

[Het is zeker waar dat het maken van lijstjes van waarden - zo hoort goede technologie te zijn - niet zonder meer alles oplost of problemen voorkomt. Maar ik vind Winner toch wel weer erg cynisch en negatief over dat soort pogingen om de 'wereld te verbeteren'. Die lijsten geven wel degelijk inzichten in wat nastrevenswaardig zou kunnen zijn en wat het beste vermeden kan worden. Hier wordt toch gedaan wat Winner zelf beschreef: gekeken wordt naar wat voor samenleving het meest verdedigbaar is en hoe technische middelen daar op kunnen aansluiten, een normatieve discussie dus. Het blijft onduidelijk wat Winner er zo ergerlijk aan vindt. Dat het te vaag is? Maar, nogmaals, wat wil hij zelf dan?]

"Despite the fact they contain contradictory ideals, lists such as Robin Clarke's do try to answer the question I noted at the beginning: How can one define 'appropriate' technology for an advanced industrial society? During the 1970s definitions of this sort acknowledged many issues of widespread public concern - 'limits to growth', the shortage of fossil fuels, worries about how to solve world population and hunger problems, a growing alienation from government, and suspicion of large public and private bureaucracies. But there was always something strangely incomplete in this collection of issues. The astonishing fact never accounted for was why so many members of the North American and European middle class, arguably those best served by modern technological society, should have become fascinated with 'appropriate' technology at all."(74)

Winner beschrijft vervolgens de New Earth Exposition in Boston van 1978, een soort van beurs, waar aanhangers van aangepaste technologie geflankeerd werden door zo'n beetje alles uit de New Age-hoek.

"The market was open for anyone buying. Explicitly political causes, however, were pretty much absent from the event."(75)

"Rather than attempt to change the structures that vexed them, young Americans growing older were settling for exquisite palliatives. If the 1960s proclaimed, 'Let's see if we can change this society', the 1970s answered, 'Let's get out of this skyscraper and go jogging!'"(76)

[Goh, toch enige erkenning bij Winner voor de serieuse alternatieven, maar blijkbaar heeft hij een hekel aan de escapistische apolitieke kant van New Age en zo die hij ook erg koppelt aan mensen uit de middenklassen. Ik denk dat hij gelijk heeft met er op te wijzen dat serieuze kritiek ver te zoeken was - ik heb iets dergelijks zelf ook opgeschreven over bijvoorbeeld Roszak. Maar ik zie nog niet wat er tegen het denken is van mensen als Marcuse en zo verder. Hij gooit het wat al te gemakkelijk op één hoop.]

De mensen van de alternatieve technologie wilden de industriële maatschappij veranderen door superieure producten te maken - waarmee ze in feite kritiek leverden op de slechte kwaliteit van veel producten als gevolg van het streven naar winstmaximalisatie.

"Papanek and Hennessey's response to these maladies reveals not only their own sense of what is to be done, but also reflects a model of social change implicit in the writings and projects of appropriate technologists of all persuasions. "Massive problems faced by workers and users need innovatrive remedies," they explain, and offer a brief survey of frequently proposed nostrums. "There is the capitalist approach (make it bigger), the technocratic one (make it better), the 'revolutionary' solution (portray the problem as an example of an exploitative system) and the pre-industrial romantic fallacy (don't use it; maybe it will go away by itself). We propose a fifth alternative response: Let's invent a different answer.""(78)

Ze presenteren allerlei technische middelen op menselijke schaal en gericht op het delen van die middelen. Winner zegt dat het aan de ideeën vam Ralph Waldo Emerson en andere 19-eeuwse Amerikaanse utopisten doet denken: uitvindingen moeten de wereld veranderen.

"The utopians believed their technical inventions and social innovations would have a strong appeal to an age undergoing rapid change."(79)

Andere mensen zouden die producten ook gaan gebruiken en daarmee zou de samenleving vanzelf veranderen.

"If enough folks built for renewable energy, so it was assumed, there would be no need for the nation to construct a system of nuclear power plants. People would, in effect vote on the shape of the future through their consumer / builder choices."(79)

"The inadequacies of such ideas are obvious. Appropriate technologists were unwilling to face squarely the facts of organized social and political power. Fascinated by dreams of a spontaneous, grass-roots revolution, they avoided any deep-seeking analysis of the institutions that control the direction of technological and economic development. In this happy self-confidence they did not bother to devise strategies that might have helped them overcome obvious sources of resistance. The same judgment that Marx and Engels passed on the utopians of the nineteenth century apply just as well to the appropriate technologists of the 1970s: they were lovely visionaries, naieve about the forces that confronted them.
Far and away the most grievous weakness in their vision, however, was the lack of any serious attention to the history of modern technology. Presumably, if the idea of appropriate technology makes sense, one ought to be able to discover points at which developments in a given field took an unfortunate turn, points at which the choices produced an undesirable instrumental regime. One could, for example, survey the range of discoveries, inventions, industries, and large-scale systems that have arisen during the past century and notice which paths in modern technology have been selected. One might then attempt to answer such questions as, Why did developments proceed as they did? Were there any real alternatives? Why weren't those alternatives selected at the time? How could any such alternatives be reclaimed now? In some of their investigations in agriculture and energy, appropriate technologists began to ask such questions. But by and large most of those active in the field were willing to proceed as if history and existing institutional technical realities simply did not matter. That proved to be a serious shortcoming. It meant that many of their projects were irrelevant to the technical practices they hoped to challenge."(80)

[Dit is in ieder geval een aardige uitleg van zijn bezwaren en van wat hij zelf dan wil. Wel vind ik in het algemeen dat de kritiek op utopisten vaak unfair is. Het zijn wel mensen die de droom levend houden, anders gezegd: mensen die de waarden en normen voor 'het goede leven' en 'de goede samenleving' overeind houden waar anderen in feite van profiteren. Utopisten zijn belangrijk om het normatieve bewustzijn dat ze vertegenwoordigen. Sociale analyses zonder gevoel voor de normatieve richting waarin de samenleving zich zou moeten bewegen zijn volkomen leeg.]

De AT-beweging verdween vanaf november 1980 toen Reagan president werd en weer alles aan de markt en het bedrijfsleven overliet. De erfenis van de AT-beweging zie je in de politiek later bij de Groenen in allerlei landen.

"The accomplishments of appropriate technologists, ones that will be interesting to study in future decades, are located in the realm of ideas. For better or worse, they did challenge many of the key premises in the modern technical orthodoxy. (...) It is more likely now that decision makers and the public will pause to think about such matters as the ecological soundness of a proposed practice before barging forth. And it is somewhat less likely that some destructively narrow but commonly used categories of technical and economic analysis will continue to cripple our powers of judgment. In that sense the movement succeeded admirably." (82-83)

[Dat is wat ik bedoel: ook utopische bewegingen en gedachten leveren uiteindelijk wat op. De vraag is zelfs of de analyses van 'wetenschappelijke socialisten' van voorheen en de moderne politieke en sociale wetenschappelijke analyses wel zo veel meer hebben opgeleverd. Het economisch systeem is tenslotte in de kern hetzelfde gebleven en daar zit natuurlijk de oorzaak van de meeste ellende.]

(85) 5 - Decentralization clarified

Decentralisatie wordt gezien als hervorming van grote sociotechnische systemen naar systemen op menselijker schaal. Maar het is een vaag begrip. Centrum kan staan voor de plek waar belangrijke activiteiten plaatsvinden. Maar hoeveel centra zijn er? en waar zijn ze? en hoeveel macht bezitten die centra? Soms is één centrum heel verdedigbaar, in andere gevallen zijn meerdere centra het prettigst, dat hangt af van de activiteiten waarover je het hebt. In de politiek wordt decentralisatie bepleit waar het gaat over het vergroten van het aantal mensen dat deelneemt aan de politieke besluitvorming, waarbij er van uit gegaan wordt dat gewone mensen in staat zijn om dat te doen. Veel anarchistische opvattingen draaien om dat gegeven.

"Decentralist writers and social movements of the nineteenth century have vehemently opposed the centralization of state power in capitalist societies. But they have reserved special wrath for any similar form that threatened to take root within socialism. From this point of view, centralism is the indelible stain that soils the hopes of socialist humanism."(90)

Is het belangrijk om technologie te decentraliseren? Bijvoorbeeld de energievoorziening? Maar wat bedoelen we dan? Dat iedereen eigen zonnepanelen heeft? Dat is inderdaad decentraal. Maar waarschijnlijk worden ze nog steeds centraal geproduceerd en via grote distributiekanalen verspreid.

"The social history of modern technology shows a tendency - perhaps better termed a strategy - to reduce the number of centers at which action is initiated and control is exercised. (...) A primary source of legitimacy for many of the systems that form the heart of the technological society was that consumption was still centered in the individual. Any notion that ordinary people might want to have control over production or have a say in decisions beyond those of the immediate enjoyment of goods and services seemed out of the question."(93)

Productie en distributie centraliseerden door de decennia heen dus juist, maar het gebruik van alle geproduceerde technische middelen door de consumenten was uiteraard decentraal. In de 1960-er en 1970-er jaren groeide er een wantrouwen tegenover die gecentraliseerde voorzieningen, vanwege de vervuiling, gevaarlijke stoffen in de voedselketen, ongelukken met kerncentrales, en dergelijke. Men vervreemdde van die centra.

"The prevailing sentiments are those of apathy and dissociation. It is only when things go wrong that we begin to question the underlying organizational structures and then only briefly."(95)

"One can imagine many different forms these changes [richting decentralisatie - GdG] might take. But in either the technical or political sphere (or both) any significant move to decentralize would amount to retro-fitting our whole society, since centralized institutions have become the norm."(96)

[Winner schrijft tamelijk sceptisch over dit onderwerp. Het vervelende is dat hij zo langzamerhand meer kritiek heeft op de mensen met mooie dromen en idealen dan op de gevestigde orde. Het voelt erg als een 'Zo is het nu eenmaal' - benadering. Ik lees ook nog steeds weinig over wat Winner dan wel vindt dat kan of moet veranderen. Bovendien zie ik niet helemaal waarom dit hoofdstuk ineens opduikt, ik zie de relatie met vorige hoofdstukken niet zo.]

(98) 6 - Mythinformation

Over de computer 'revolutie'. Is die net zo dramatisch als een politieke revolutie zoals beweerd wordt?

"It seems all but impossible for computer enthusiasts to examine critically the ends that might guide the world-shaking developments they anticipate. They employ the metaphor of revolution for one purpose only - to suggest a drastic upheaval, one that people ought to welcome as good news. It never occurs to them to investigate the idea or its meaning any further."(101)

"Hence, one looks in vain to the movers and shakers in computer fields for the qualities of social and political insight that characterized revolutionaries of the past. Too busy. Cromwell, Jefferson, Robespierre, Lenin, and Mao were able to reflect upon the world historical events in which they played a role. Public pronouncements by the likes of Robert Noyce, Marvin Minsky, Edward Feigenbaum, and Steven Jobs show no similar wisdom about the transformations they so actively help to create. By and large the computer revolution is conspicuously silent about its own ends."(102)

Als je de voorstanders van computers leest lossen computers en computernetwerken alle sociale en politieke problemen van de wereld op.

"Taken as a whole, beliefs of this kind constitute what I would call mythinformation: the almost religious conviction that a widespread adoption of computers and communications systems along with easy access to electronic information will automatically produce a better world for human living."(105)

Het aantal banen dat de IT-industrie produceert betreft meestal laagbetaalde banen. ICT vergroot juist de macht van de multinationale ondernemingen, inlichtingendiensten, regeringen, etc. en niet het democratische gehalte van de samenleving of de sociale gelijkheid van maatschappelijke groepen. ICT versterkt alleen maar wat er al was. Kortom: al dat optimisme van computerenthousiastelingen slaat nergens op. De ICT zou als vanzelf de wereld veranderen - ook dat is een vorm van technologisch determinisme en bovendien een overdreven geloof in de invloed van informatie.

"In sum, the political expectations of computer enthusiasts are seldom more than idle fantasy. Beliefs that widespread use of computers will cause hierarchies to crumble, inequality to tumble, participation to flourish, and centralized power to dissolve simply do not withstand close scrutiny. The formula information = knowledge = power = democracy lacks any real substance. At each point the mistake comes in the conviction that computerization will inevitably move society toward the good life. And no one will have to raise a finger."(112-113)

Snelle informatieverwerking is in allerlei sectoren van het bedrijfsleven essentieel, maar in het gewone leven lijken computers oplossingen te willen bieden die op zoek zijn naar een probleem.

"But is it sensible to transfer this model, as many evidently wish, to all parts of human life? Must activities, experiences, ideas and ways of knowing that take a longer time to bear fruit adapt to the speedy processes of digitized information processing? Must education, the arts, politics, sports, home life and all other forms of social practice be transformed to accomodate it?"(114)

De alomtegenwoordigheid van informatiesystemen zal leiden tot een drietal problemen waarover goed nagedacht moet worden. Het eerste probleem is dat ze het voor machthebbers mogelijk maken om de datastroom en dus onze eigen gegevens te 'monitoren' (uit te lezen), wat zowel de privacy zal aantasten als een voortdurende surveillance van ons gedrag zal bevorderen. Het tweede probleem is dat allerlei sociale lagen uit het intermenselijke verkeer wegvallen en mensen dus steeds minder gelegenheden hebben om met elkaar op te trekken. Het derde en missschien wel belangrijkste probleem is dat politieke en economische structuren zullen veranderen (denk aan multinationals).

[Nou, hier hebben we dan een hoofdstuk met stevige kritiek en een vooruitziende blik van Winner - het boek is van 1986 immers. Ik ben het hier erg met hem eens.]

(119) III - Excess and limit

(121) 7 - The state of nature revisited

Over de natuur als maatstaf in de beoordeling van technische artefacten en systemen.

"Let us examine three contemporary perspectives on environmental policy to see what they discover in nature and what enlightended policies they recommend."(123)

Eerste thema: de natuur als een voorraad van economische goederen

De voorstanders ervan komen uit op een opvatting als de volgende:

"But the continuing presence of such problems [zoals milieuverontreiniging - GdG] is no cause to doubt the right of humans to possess and dispose of 'natural resources' as they please, no reason to doubt the basic soundness of modern civilization."(124)

Men probeert zelfs de waarde van de natuur in geld uit te drukken, zoals ook de kosten die milieuverontreiniging met zich mee zou kunnen brengen.

"In its own distinctive way, then, the perspective that defines nature as a set of economic goods has made important strides in responding to the recent public outcry about the environment and quality of life."(125)

"In sum, the characteristic role of economists in debates about environmental issues is to call us back to the 'real world' of dollars and cents. It is all well and good, they admit, to proclaim inherent worth of wild rivers, forest areas, marshlands, endangered species, and other such things. But unless one is prepared to back up those values with real economic incentives, all is lost."(126-127)

[Ik vind het een beetje typisch dat Winner dat standpunt presenteert, maar er geen kritiek op lijkt te hebben.]

Tweede thema: de natuur als een ecosysteem dat in gevaar is

Het eerste standpunt over de natuur wordt door vele instituten en mensen gedeeld. De kritiek komt vanuit twee andere opvattingen. De eerste is dat mensen uiteindelijk door de natuur zullen worden afgerekend op wat ze met de natuur doen. Mensen verstoren de biosfeer. Voorbeelden: pesticiden, atoomwapens, overbevolking. Dat kan tot ecologische rampen leiden. Over die rampen - aantasting van de ozonlaag, opwarming van de aarde, vergiftiging van de oceanen - wordt nog wel eens stevig gediscussieerd. Wetenschappelijk onderzoek gaat bij sommige auteurs over naar morele voorschriften voor gedrag.

"In fact, a number of writers on ecology and society employ Hobbesian logic, coming to flagrantly Hobbesian conclusions. William Ophuls' Ecology and the Politics of Scarcity, for example, finds that all of us face a situation so desperate that only desperate measures will do. Traditional notions of liberty and of economic self-interest must now give way to coercive authority."130)

Ophuls heeft kritiek op de individualistische basis van de samenleving, laissez-faire, etc. Hij vindt dat democratie zoals die nu bestaat niet kan overleven in het aangezicht van de totale crisis die zal ontstaan als we op de huidige voet doorgaan.

[Winner is weer bijzonder kritisch en skeptisch.]

Derde thema: de natuur als bron voor het intrinsiek goede

"Both the environmental economist and prophet of ecocatastrophe address what they consider to be urgent environmental issues. But from another vantage point they merely scratch the surface. Many involved in today's environmental debates claim that what is needed is a radically new aesthetic, ethical, and metaphysical grasp of the human relationship to nature. They argue that unless we achieve this new vision of our situation, we will surely fail to make the fundamental changes - changes in the very foundation of our culture - that true ecological wisdom demands. Drawing upon philosophies of nature and religious ideas of earlier times, such as those of Tao, Zen, St.Francis, St.Benedict, Henry David Thoreau, John Muir, and Alfred North Whitehead among others, a group of contemporary eco-philosophers have sought a renewed reverence for things natural and ways of 'following nature' for positive moral instruction."(130-131)

Voorbeelden: Lynn White, Aldo Leopold (zoekt naar een moraal), Arne Naess ('deep ecology' tegenover 'shallow environmentalism', tegen het idee van de mens als heerser over de natuur en maakbaarheidsopvattingen)

"Although ecophilosophers are sometimes criticized as true believers, their discussions contain much less ideological uniformity than, for example, economic approaches to environmental issues. (...) But for a society that has gotten used to all things as potential commodities to be mined, developed, processed, packaged, marketed, used, and discarded, clearly more would be needed to turn things around than just a clever set of arguments.
That is why the ideas of deep ecology, whatever their philosophical merit may be, are basically appeals to the heart."(133)

[Dat laatste is een merkwaardige stelling wanneer je de alinea afleest: het zijn zeer uiteenlopende activiteiten waarmee ecofilosofen zich bezig houden, waaronder milieufilosofie en wetenschappelijk onderzoek op dat terrein. Dat kun je toch niet afdoen als alleen maar een 'appeal to the heart'. Wat kun je meer doen? En - weer die vraag - wat zou Winner dan willen doen en wél zinvol vinden?]

"But whatever the specific path chosen, advocates of deep ecology tend to believe that nothing less than the strongest commitment will make any difference at all. If we have no feeling for natural creations outside their instrumental value, there can be little hope for sweeping changes in our culture's basic environmental posture. And if our concerns here are based only in fears for our own survival, then the changes we might make are less likely to be beautiful than hideous."(134)

De natuur als een sociale categorie

"My point is not to identify any particular position or group or spokesman as having the greater share of wisdom. Indeed, all three tendencies of mind are often present simultaneously, their conflicts unresolved, in the thinking of individuals and groups who call themselves environmentalists or ecologists."(134)

[Nee, het is wel duidelijk dat Winner hier geen stelling neemt en geen moeite doet om de tegenstrijdigheden op te lossen.]

De verschillende visies bestrijden elkaar, maar zitten ook vaak dichter bij elkaar dan lijkt. Natuur is een sociale categorie, zei Georg Lukacs, en Winner is het met hem eens. "Natuur' kan heel verschillend geïnterpreteerd worden en de discussie erover zegt heel wat meer over onze maatschappij dan over de natuur. Elke visie op de natuur is een menselijke creatie.

"The patterns noticed in natural phenomena and the meanings given them are all matters of choice. We must learn to read contenporary interpretations of the environment and ecology as we read Hobbes, Locke, or Rousseau on 'the state of nature', to see exactly what notion of society is being chosen. When that is done, nature and social forms can be evaluated seperately, a practice that an awareness of many past mistakes strongly recommends. It is comforting to assume that nature has somehow been enlisted on our side. But we are not entitled to that assumption."(137)

[Vage conclusie. Het doet me allemaal denken aan hoe Achterhuis te werk gaat: alles analyseren, heel veel bronnen gebruiken en bespreken, maar nooit een keuze maken omdat het eng is om dat te doen. Het is een risicoloze intellectuele benadering die alleen maar wil analyseren en analyseren, maar nooit conclusies trekt over hoe praktisch te handelen. De zogenaamde neutrale bespreking van Winner is betuttelend en ook niet erg open voor kritiek. Heel stiekem zie je in de weergave van standpunten door Winner namelijk toch meer scepsis over de ecofilosofen dan over de ecoeconomen. Hij wil geen standpunten innemen maar doet dat toch. Het zou handiger en eerlijker zijn wanneer hij dat expliciet deed.]

(138) 8 - On not hitting the tar-baby

"The most prevalent way our society explores the possibility of limiting technology is through the study of 'risk'."(138)

Dit hoofdstuk gaat dus over risico-analyses die voltrokken worden in een zeer politieke context. Winner denkt dat die analyses in feite de status quo beschermen en conservatief werken, vooral wanneer ze door het bedrijfsleven zelf gedaan worden.

"From [Upton] Sinclair's experience and that of other more recent political activists, it is clear that alarms about particular hazards will engage the public's imagination where more ambitious, general criticisms do not."(141)

"At one level it is perfectly sound. In a society strongly committed to capitalism as a way of life it is difficult to address the social ills of capitalist practices head on. A more subtle tack is to begin discussing urgent issues that do not appear to have any ideological valence at all. (...) But as political strategies sometimes do, this way of addressing social issues can backfire."(142)

De 'risk assessment' benadering is een voorbeeld van wat er kan gebeuren wanneer algemene discussies over het milieu worden teruggebracht tot concrete risico's: een verschuiving van een discussie over waarden naar een discussie over 'feiten' is meestal het gevolg. Of anders wel een economische analyse over kosten (zoals in het vorige hoofdstuk beschreven) of een psychologische analyse over waarom mensen bang zijn om bepaalde kleine risico's te lopen (analyses van een angst bij sommige mensen die niet normaal is).

"My point is, then, that a number of important social and political issues are badly misdefined by identifying them as matters of 'risk'."(152)

[Het is opvallend dat Winner hier wel kritisch is op het gegeven dat serieuze schade voor mens en milieu wordt weggemasseerd door vertalingen naar gekwantificeerde risico's waarmee economen proberen de angel uit het vlees te halen en het belang van het bedrijfsleven proberen veilig te stellen. Precies, daarom had hij in het vorige hoofdstuk dus heel afwijzend kunnen staan tegenover die ecoeconomen die natuur proberen in geld uit te drukken.]

(155) 9 - Brandy, cigars, and human values

"We have come to the last resort. The search for reasable moral limits to guide technological civilization needs a suitable climax. The concept of 'nature' has turned out to be too ambiguous, too slippery to offer much guidance and the notion of 'risk' too closely associated with unseemly gambling. The hour is late. Someone suggests I play my trump card. I must begin talking about 'values'.(155)"()

[Mijn idee. Maar dit klinkt vrij cynisch, vind ik. En, ja, hoor, daar gaan we weer:]

"Often held as a source of illumination on the most difficult questions and choices, the concept of 'values' is better seen as a symptom of deep-seated confusion, an inability to think and talk precisely about the most basic questions of human well-being and the future of our planet. In a seemingly endless array of books, articles, and scholarly meetings, the hollow discourse about 'values' usurps much of the space formerly occupied by much richer, more expressive categories of moral and political language."(156)

[Maar wat zijn die categorieën dan, waarom volgen er niet meteen voorbeelden van in plaats van weer een reeks negatieve opmerkingen over hoe het allemaal NIET moet zijn? Op p.158 komt hij er op terug.]

De discussie over de verhouding feiten -- waarden maakt duidelijk dat de term 'waarden' in een puur psychologische betekenis wordt gebruikt en niet als iets van een eigenschap van dingen.

"The shift in the use of this term from an objective to a subjective meaning is strongly linked to a change in how we view our situation. Raising the question of value is no longer so much an occasion to think about the qualities of things or conditions outside us. Instead, it is an opportunity to look within, to perform an inventory of emotions. Previously people saw themselves pursuing certain kinds of activities because those activities had value. Now we are more apt to conclude that persons have values that lead them to behave in certain ways. This is a significant change. It affects the very basis of our ideas about what is involved in human action."(158)

[En dat van de man die natuur ziet als een sociaal concept ... Winner hanteert hier een onjuiste manier van denken: wanneer ik zeg dat iets waarde heeft druk ik mijn waardering van dat iets uit en dat verwijst dus naar de waarden die ik als persoon heb. Hier wordt op een manier onderscheiden tussen objectief en subjectief die niet vol te houden is.]

"Values are, we often hear, mere preferences or 'gut responses' and do not allow any reasonable comparison."(158)

[Maar persoonlijke waarden zijn niet alleen maar een uitdrukking van een irrationele verzameling emoties. Voorkeuren van mensen zijn helemaal niet zo schimmig als hier wordt gezegd en je kunt er wel degelijk rationeel over proberen te praten. Dat dat niet zo gemakkelijk is als het praten over een broodje kaas of een tv-serie doet daar niets aan af. Winner maakt een denkfout: eerst noemt hij waarden zelf subjectief en daarna stelt hij dat er daarom niet rationeel over gepraat kan worden. Maar waarden zijn dus niet zo subjectief, wat mensen belangrijk vinden is niet een toevallige voorkeur die morgen weer anders kan zijn, zeker niet wanneer het om fundamentele dingen gaat.]

"Another important consequence of this way of talking and thinking is to exclude much of what was formerly contained in traditional moral and political language. That language includes a rich multiplicity of categories, distinctions, arguments, modes of justification, and areas of sensitivity that are simply overlooked in many contemporary conversations. The category of 'values' acts like a lawn mower that cuts flat whole fields of meaning and leaves them characterless. Where previously we might have talked about what was good, worthy, virtuous, or desirable, we are now reduced to speculating about 'values'. Where formerly it made sense to speak of rights and attempt to justify claims to those rights, one is inclined to moan plaintively about 'values'. Where not too long ago one could make a case for the wisdom of a particular action, one must now show how it matches someone's 'values'. Increasingly rare is the ability to make what were once fairly obvious distinctions and arguments. If there are any distinctions between an opinion and a principle, bias and belief, desire and need, one's individual interest and what one wishes for the community at large, people are less and less able to make them.
Perhaps the most important consequence of this state of affairs is a loss of attention paid to shared reasons for action. When values are looked upon as subjective, it makes little sense to raise questions of why or to ask for reasons. For the answer will inevitably be something like, 'Because those are my values and that's why I'm doing what I'm doing'. When basic moral and political ideas are bypassed with such alacrity, any hope for finding a rational basis for common action vanishes."(158-159)

"Our words need the qualities of precision and depth, resources now threatened by the use of vacuous terms and harphazard thinking. A depleted language exacerbates many problems; a lively and concrete vocabulary offers the hope of renewal. We can still ask, How we are living now as compared to how we want to live? But let us not waste our time with 'values'. When you knock on that door, however loudly, no one answers."(163)

[Dit is allemaal erg pretentieus. Hoe weet Winner dat zijn taalgebruik zo exact, zijn redeneren zo logisch is? Wat is de reden van deze scheldpartij op waarden? Ik vermoed dat Winner zich als vele intellectuelen ergert aan de toenemende oppervlakkigheid in maatschappelijke discussies. Maar dat heeft vooral met de media, en dus met de technologie, en dus met de economie, te maken en niets met het idee 'waarde' op zich. Je kunt heel zinnig praten over waarden, zoeken naar een vergelijking en een afweging ervan, je kunt proberen te beargumenteren waarom de ene waarde meer verdedigbaar is dan de andere. Ik vind Winners boze geraas weinig zinvol. Bovendien maakt hij ook op p. 158-159 weer eens niet concreet duidelijk wat hij dan wel wil. Het blijft daar bij abstracties die ook niet veel zeggen en eerder een soort van heimwee naar vroeger tijden uitdrukken.]

(164) 10 - The whale and the reactor

Winner vertelt over zijn ervaring in de omgeving waar hij opgroeide waarbij hij tegelijkertijd uitkeek op een nieuwe kernreactor in de buurt van het strand en een grijze walvis zag opduiken uit zee.

"... that moment at Diablo Canyon crystallized a lifetime of experience. I suddenly realized how I had ended up at certain destinations that had long puzzled me. (...) Where does my own personal interest in these topics [technologie, de keuzes er om heen etc. - GdG] come from? Why have I chosen to approach them in the way I have?"(166-167)

"Will our impressive scientific and technical powers produce a world genuinely superior to that which came before? Or will we be stuck with an accumulation of harebrained, slipshod renovations that destroy far more than they improve? Questions of this kind are central to the most penetrating critiques of our technopolitan culture. But such issues are usually the very last ones to enter the minds of the businessmen, technical professionals, politicians, and others directly responsible for guiding the process of change. Increasingly they place their faith in a range of techniques that promises practical results and quick profits while disregarding everything else."(172)

"As the grey whale surfaced, it seemed for all the world to be asking, Where have you been? The answer was, of course, that I'd been in far-away places studying the moral and political dilemmas that modern technology involves, never imagining that one of the most pathetic examples was right in my hometown. My experience with the reactor itself, seeing it at a particular time and place, said infinitely more than all of the analyses and findings of all the detailed studies I had been reading ever could."(175)

[En hier horen we Winner dan eindelijk weer eens wat meer uitgesproken kritiek leveren op degenen die het verzinnen een kernreactor te bouwen op een van de mooiste plekjes natuur in de buurt, zonder te beseffen dat een stukje verderop een breuk in de aardkorst zou kunnen leiden tot aardbevingen, en zo verder. Maar in de beschrijvingen vóór p.175 van alle mogelijke problemen weer niet. Zijn kritiek klinkt nu opnieuw als jeugdsentiment en heimwee naar vroeger. Jammer.]

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk