>>>  Laatst gewijzigd: 28 december 2017  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Geschiedenis van informatie en media

Voorkant Wright 'Glut - Mastering information through the ages' Alex WRIGHT
Glut - Mastering information through the ages
Washington: Joseph Henry Press, 2007; 286 blzn.
ISBN-13: 978 03 0910 2384

[De Amerikaan Wright schrijft over techniek voor allerlei bladen in de USA. Hij heeft een achtergrond in bibliotheek- en informatiewetenschap. Hij adviseert ook op het terrein van informatie architectuur. Dit is dus weer een journalistiek boek. Het bevat heel aardige verhalen uit de geschiedenis van de media, maar de diepgang in de uitwerking ontbreekt regelmatig. Veel hoofdstukken bevaten informatie die vrij algemeen bekend is. Hoofdstuk 11 daarentegen is erg goed.

(1) Introduction

Wright wijst op het mystieke gedweep met computer- en netwerktechnieken van de laatste decennia.

"In the Day-Glo pages of Wired and a host of also-ran New Economy magazines, the so-called digerati were pumping a rethorical bubble no less inflated than the era's IPO-fueled stock prices"(1)

Hij noemt H.G. Wells, Teilhard de Chardin, Marshall McLuhan om te laten zien dat dat niets nieuws is. Hij wijst er ook op dat er tegenstanders zijn van dit cyber-optimisme die wijzen op de gevaren van al die technieken. Wright zelf is ook een scepticus.

"My aim in writing thgis book is to resist the tug of mystical techno-futurism and approach the story of the informatgion age by looking squarely backward."(3)

(5) 1 - Networks and hierarchies

"For more than 100,000 years, human beings have been collecting, organizing, and sharing information, creating systems as varied as the cultures that produced them. Along the way, we have invented a panoply of different tools: taxonomies, temple archives, books, libraries, indexes, encyclopedias, and, in recent years, computer networks."(6)

Auteurs die geloven in computernetwerken en Internet denken dat dat de hiërchische systemen zal opheffen. Die laatste worden in dat utopische denken gezien als gesloten, belemmerend en onderdrukkend, terwijl netwerken worden gezien als open, democratisch en bevrijdend. Maar het is helemaal geen tegenstelling, meestal gaan ze samen. En de spanning tussen 'netwerk' en 'hiërarchie' is ook niet nieuw.

Het verwerken van data tot betekenisvolle informatie maakt onderdeel uit van de natuur en daarmee van de evolutie, en komt op die manier in de cultuur terecht. Dat betekent dat culturele informatiesystemen gebaseerd zijn op biologische / genetische factoren en de evolutie daarvan. Maar andersom heeft die cultuur ook weer invloed op de genetische evolutie (Dawkins' 'meme'; 'swarm intelligence'; de sociobiologie van E.O. Wilson met opvattingen over epigenetische regels die de culturele ontwikkelingen binnen bepaalde biologische grenzen houden; de menselijke universalia zoals beschreven door Donald Brown; en anderen).

"Today, we can find ample evidence throughout the natural world of networked superorganisms pooling information, organizing and distributing that information to the right individuals at the right time, and preserving succesful group strategies for future generations."(13)

[Dit soort verhalen - over culturele meme's die van invloed zijn op de genetische evolutie zijn toch behoorlijk speculatief. En er volgt geen kritische analyse van al die opvattingen. Kunnen we ons vrijmaken van die biologische deteminanten of kunnen we niet anders dan zo en zo omgaan met informatie? Uiteraard is wat mensen kunnen bedenken en doen begrensd door de biologie. Wat is daar zo schokkend aan? Er worden ook grenzen gesteld door het landschap, door de organisatie van de samenleving, door peersoonlijkheid. Wat menselijk is, is dat mensen die grenzen kunnen vaststellen en begrijpen en via die weg proberen ze te verleggen. De begrenzing is minder interessant dan de ruimte die binnen die begrenzingen mogelijk blijkt. Sociobiologie is niet irritant omdat daar geconstateerd wordt dat de biologie mensen beperkt, ze is irritant omdat er een zinloze deterministische visie aan vast gekoppeld wordt die zegt dat mensen niet anders kunnen doen dan ze doen.]

(22) 2 - Family trees and the tree of life

Bij alle volkeren ter wereld worden (hiërarchische) classificaties ('folk taxonomies') gemaakt van de natuur. Die lijken behoorlijk veel op elkaar. Hoe kan dat? Zit dat in de genetische bouw van mensen, is het 'hardwired'?

"Why do people around the world seem to reach such similar conclusions about the natural world? Surely there is nothing inherent in the plants or animals themselves?"(27)

[Dus moet het wel met biologie en genetica en epigenetische regels te maken hebben. Aldus Wright. Zucht. We zien dus overeenkomsten omdat onze hersenen overeenkomsten kunnen zien. Dat heeft helemaal niets te maken met dat bepaalde planten / dieren / mensen op elkaar lijken. Yeah, right. Dit is filosofisch zo naïef!!]

(39) 3 - The Ice Age information explosion

Over culturen zonder schrift ('nonliterate'). Ook die hebben verrassend geavanceerde technieken om symbolische informatie vast te leggen en te delen. De overgang naar symbolische communicatie en het gebruik van die technieken ontstond bij de laatste ijstijd, als een aanpassing aan nieuwe omstandigheden.

(48) 4 - The age of alphabets

Er zijn allerlei mythische verklaringen over het ontstaan van schriften, maar de meest wezenlijke oorzaken liggen in concentraties van mensen die het nodig hebben zaken in bredere zin te regelen en vast te leggen. Er ontstond ook een klasse, beroepsgroep van schrijvers (klerken) met een eigen status. Daarna gingen ze deel uitmaken van instituten als tempels, scholen, regeringskantoren.

Toen er veel meer geschreven en vastgelegd en bewaard werd, werd het noodzakelijk om indexen / catalogussen, korte samenvattingen, bibliografieën en chronologieën te maken. Ook ontstonden bibliotheken die even vaak weer vernietigd werden in een of andere machtstrijd of verovering. Zelfs openbare bibliotheken zoals tijdens het Romeinse Rijk.

"Indeed, while we might think of information technology as a newish field, in fact Information Technologist may rank among the world's oldest professions."(52)

(78) 5 - Illuminating the Dark Age

Van papyrusrollen naar codexboeken. In kloosters werden de codices met de hand gekopieerd, geïllustreerd en becommentarieerd door klerken. Ook werden daar bibliotheken opgebouwd en boeken verzameld. Catalogussen en bibliografieën ontstonden daarmee als vanzelf. Ook Arabische auteurs speelden een grote rol.

[De laatste hoofdstukken zijn niet meer dan een snel overzicht van de geschiedenis van de media. Allemaal bekend.]

(99) 6 - A steam engine of the mind

De komst van de boekdrukkunst en de gevolgen ervan. De opkomst van de universiteiten.

(122) 7 - The astral power station

"Freed of the intellectual confines of the monastic system, a few pioneering thinkers began to experiment with new ways of structuring access to human knowledge: from encyclopedic contraptions like Camillo's to mystical memory wheels, universal classification schemes and artificial languages. Many of these ambitious efforts would meet unfortunate ends, with their progenitors ending up in bankruptcy, burned at the stake, or the butt of famous literary jokes. But ultimately, the Renaissance information technologists paved the way for the emergence of the scientific method and a new secular approach to information systems that still reverberates today."(123)

Bacon's nieuwe methode voor het verwerven van kennis en Wilkins' classificatiesysteem komen aan de orde.

(143) 8 - The encyclopedic revolution

"As books flooded the market, the burgeoning quantity of available information created the conditions for a new kind of book to emerge: the encyclopedia."(143)

Die bracht alle mogelijke kennis bijeen. De vraag was: hoe orden je die informatie allemaal? Sommigen deden dat niet (Thomas Heywood - Gunaikeon, 1624), anderen hadden een uitgebreide classificatie (Diderot). Diderot kreeg grote problemen omdat de rijken en machtigen en de kerk het niet op prijs stelden dat kennis gedeeld werd met iedereen.

"Diderot's Encyclopédie provides an object lesson in the power of printed texts to disrupt old political and religious hierarchies. In synthesizing information that had previously been dispersed in local oral traditions and craft networks, he created a new system that challenged old aristocratic assumptions about the boundaries of scholarship."(150)

(152) 9 - The moose that roared

Over classificatiesystemen en taxonomieën die door de groei van informatie steeds belangrijker werden en hele debatten uitlokten (Linnaeus, Comte de Buffon, Thomas Jefferson). De discussies gingen over indelen van onderop of hiërarchisch van bovenaf. Verder over Jefferson's bibliotheek in Monticello, later Washington (werd de 'Library of Congress').

"Buffon was, in other words, an opponent op hierarchical systems. He approached classification from the bottom up, assigning classifications based on empirical observation rather than top-down categories. Most importantly, he believed that these classifications could change over time."(158)

(165) 10 - The industrial library

De industriële Revolutie leidde tot een nog grotere productie van informatie (boeken, tijdschriften en zo verder) en de bibliotheken moesten veel moeite doen dat tempo bij te houden. Anthony Panizzi in de UK organiseerde de (catalogus van de) bibliotheek van het British Museum naar moderne maatstaven. In de USA deed Charles Ammi Cutter iets dergelijks voor de Library of Congress, terwijl Dewey's decimale classificatiesysteem ook grote invloed kreeg in de wereld.

In alle classificaties blijkt sprake van culturele vooroordelen (bijvoorbeeld het centraal stellen van het christeljke denken). Vandaar dat er altijd verzet ontstaat tegen die hiërarchische ordeningen die belangrijk worden. Ook ontstonden er andere ideeën om te catgoriseren zoals die van de Indiase bibliothecaris Ramamrita Ranganathan (1930s).

Uiteraard ging de groei van alle informatie uiteindelijk gepaard met de ontwikkeling van informatie- en bibliotheekwetenschap.

(183) 11 - The web that wasn't

Het 'webdenken' was er al voordat het WWW ontstond. Bijvoorbeeld in het werk van Paul Otlet die in de dertiger jaren al een hypertext-wereld voorspelde en zelf ook probeerde zoiets te realiseren, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van de UDC (= Universal Decimal Classification), zijn werk aan het Mundaneum, en de publicatie van zijn theoretische werk Traité de documentation. Otlet had geen directe invloed (zijn tijd te ver vooruit), maar voorzag wel alle problemen van het moderne Internet / Web.

"Otlet's vision rested not just on communications technology but on brilliant insights into the possibility of stitching otherwise discrete bits of information together, creating semantic relationships that would allow users to navigate from one resource to another across an electronic network. In 1934 the notion of networked documents was still so novel that no one had a word to describe such relationships, until Otlet invented one: 'links'. He envisioned the whole endeavor as a great 'réseau': a web."(186)

"Otlet ... simply believed that documents could best be understood as three-dimensional things, with the third dimension being their social context: their relationship to place, time, language, as well as other readers, writers and topics."(190)

Soortgelijke ideeën als die van Otlet komen terug in de publicatie van Vannevar Bush (As we may think - 1945) waar het gaat over de Memex, een machine die toegan had tot eindeloos veel informatie. Ook Bush is slecht begrepen.

"Indeed, Bush's essay in some ways reads as an indictment of everything that was about to go wrong with the computer industry."(193)

"Bush would have no doubt recognized the bitter irony that most of his best writing is nowhere to be found on the Web, persisting only on the shelves of the old-fashioned physical libraries he spent much of his career trying to automate out of existence.
The deeper history of the Memex suggests a vision far more provocative than the original microfilm-based device he proposed in 1945. It is not just a story about an innovative idea for managing documents; it is a parable of how a great American engineer turned into cautionary prophet, warning against the influence of corporations on the trajectory of computer science, of the predominance of mathematical and logical models of computing over what he considered a more natural biological approach, and even, in Bush's later writing, espousing provocative and sometimes controversial views on topics like ESP and the coevolution of human brains and machines. None of these themes would emerge until after the publication of 'As We May Think'."(194)

Andere denkers en uitvinders in de lijn van Otlet en Bush volgden, zoals Eugene Garfield ('citation ranking' en Pagerank), Larry Page en Sergey Brin (Google), Doug Engelbart (muis, GUI, 'Augmenting Human Intellect' - 1962), Ted Nelson (Xanadu-project, 'hypertext'), Andries van Dam ('Hypertext Editing System' en FRESS), Norm Meyrowitz en Nicole Yankelovich (IRIS = Institute for Research on Information - 1983; Intermedia; met Paul Kahn en Goerge P. Landow; de laatste werkte aan een filosofie van hypertext enz.), Hypercard van Apple, en uiteindelijk WAIS, Gopher, en Tim Berners-Lee World Wide Web.

Veel van die mensen waren net als Bush niet te spreken over de commercialisering die maakte dat slechts een zwakke afspiegeling van de bedachte mogelijkheden van hypertext gerealiseerd werden. Mensen als Bush, Berners-Lee, en anderen gingen bijvoorbeeld uit van browsers die functioneerden als een auteurssysteem waarbinnen je dus niet alleen informatie kon ophalen maar ook direct informatie kon invoeren of aanvullen of becommentariëren.

"However, such a democratic ethos ultimately runs counter to the profit motives of commercial software companies, which have a strong vested interest in treating users as consumers rather than creators."(228)

"The Web's popularity has proved a mixed blessing for the original hypertext visionaries. While its succes has vindicated their vision, it has also effectively limited the research horizons for many otherwise promising paths of inquiry. While the two decades before the Web saw a flurry of innovation and hopeful experimentation in networked information systems, the current dominance of Web standards has created a technological monolith that seems to preclude further experimentation.
As the Web continues to grow, however, its structural weaknesses are coming into stark relief. The sheer fluidity of Web pages makes it all but impossible to create fixed reference points; the lack of archiving functions leaves much of the Web in a state of permanent amnesia; hyperlinks work in only one direction, making it difficult for the owner of a document to identify incoming links; and Web browsers are still designed primarily as tools of consumption, not creativity. At a more visceral level, the Web still carries the legacy of print: 'pages' remain the dominant metaphor on the Web, a two-dimensional construct that seems woefully inadequate to support the range of possible interactions that networked computers could support."(228)

(230) 12 - Memories of the future

"Ultimately, the Internet's popularity may have less to do with a new renewed public love of reading and writing than with our deep-seated need to talk."(231)

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk