>>>  Laatst gewijzigd: 14 september 2020  

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Geschiedenis van de computertechniek

Voorkant Wurster 'Computers' Christian WURSTER
Computers - An illustrated history
Köln etc: Taschen, 2002; 330 blzn.
ISBN 3 8228 1293 5

[Dit prachtig vormgegeven boek geeft via vele foto's een beeld van computers zoals mensen die vanaf het begin voor zich zagen en zoals ze die moesten bedienen (het accent ligt op de 'human - computer interface'). De kracht van het boek is meteen ook de zwakheid: het is veel 'illustrated' en weinig 'history', dat wil zeggen: de ontstaansgeschiedenis van al dat rekentuig wordt niet uitgebreid en nogal van de hak op de tak besproken. Ik voeg zelf punten toe aan de tijdlijn vanuit boeken als Scott McCARTNEY ENIAC - The triumphs and tragedies of the world's first computer en Paul FREIBERGER / Michael SWAINE Fire in the Valley - The making of the personal computer.]

(6-15) 0.0 Man / Machine / Interface

'Computer': eerste gebruik van het van het Latijnse 'computare' (rekenen) afgeleide woord door Sir Thomas Brown in 1646.

Betekenis: iemand die de berekeningen maakt om een kalender uit te werken. Tot 1930 bleef dat het idee. Bredere betekenis: iemand met wiskundige training die voor een bedrijf of wetenschappelijk instituut berekeningen maakte met behulp van tabellen. Uiteraard leidde al dat handwerk en kopiëren naar druk tot fouten.

Vandaar dat er steeds weer pogingen ondernomen zijn om de berekeningen en tabellen gemakkelijker te kunnen berekenen. Allerlei hulpmiddelen hebben daarbij een rol gespeeld, van kiezelstenen en abacus machinaal te laten genereren:

Ontstaan computer als machine gebaseerd op formalisering (teruggaand op Aristoteles ideeën over formeel correcte redeneringen - los van de inhoud - en later doorgezet in de filosofische discipline formele logica), mathematisering (al bij Herodotus te vinden, als het toepassen van regels om bepaalde resultaten te berekenen - ook weer los van inhoud) en mechanisering, met name de fijne mechanica met terugkoppelmechanismen zoals die in de 17e/18e eeuw mogelijk werden.

"Every further development in the field of mechanisation and automation also increased the complexity of the machines; control and monitoring devices were thus required to use the improved performance and options to best advantage. The designers were also faced with the need to arrange the growing number of levers, switches, knobs, and indicators sensibly, and above all, clearly. The purposeful relationship of controls and indicators to one another was the start of what we now call a user interface. Of course, the physical interface between man and machine had always existed implicitly - for example, the handle of a hammer - but its explicit design now became an important criterion for the quality of the increasingly complicated tools."(13-14)

[Beetje te simpel, vind ik. Ook over in de prehistorie ontworpen hakbijlen zal met het oog op een gemakkelijk gebruik goed 'nagedacht' zijn. Het is allemaal een kwestie van graad en van toenemende bewustheid ervan bij toenemende complexiteit. Voorheen werd met aandacht uitgeprobeerd hoe instrumenten in de hand lagen en werd op grond van de ervaringen gecorrigeerd, later werden instrumenten op grond van tevoren goed doordachte ontwerpen gefabriceerd maar ook daar leert men op grond van eerdere ervaringen. Denk bij dat laatste aan de autoindustrie. Misschien moeten we wel zeggen dat juist bij complexere instrumenten veel slechter wordt nagedacht over ontwerp en gebruik. Hoe kunnen we anders alle klachten van vandaag de dag verklaren? Volgens mij verloopt het ontstaan van een interface tussen mens en instrument nog steeds volkomen proefondervindelijk ('trial and error') in plaats van op een wetenschappelijke manier. Hoewel dat natuurlijk niet een echte tegenstelling is.]

(15-41) 1.0 The scientific and military computers

"Plugging, switching, and punching were the physical modes of interaction of the early hardware-oriented man/machine interfaces. Furthermore, the human had to adapt himself to the needs and quirks of the machine."(25)

[Dan is er nog niet zo veel veranderd. Waar liggen de grenzen, waar de ontwikkelingen? Weinig achtergrondinformatie op dat punt, laat staan analyses. Interssant is natuurlijk dat deze computers alleen gebruikt werden door een academische elite van wiskundigen etc., vaak in het kader van militaire opdrachten.]

(42-103) 2.0 The mainframe computer

"In this chapter of computer history the mainframe computer was used largely for scientific research and large-scale industrial applications. But computers also started to take over calculation and control functions in space exploration, atomic power stations, and major airports. Banks installed them, and they were used in industry to automate business applications that had traditionally been carried out with the aid of punched-card technology: stock control, bookkeeping, invoicing, and order processing. Soon one could detect signs of a slow penetration of society by the computer.

These systems were still far removed from the desk-top computer we have come to take for granted. Computers were physically separated from the offices of the people who used their services. In effect, they had a place of work of their own, in the form of a sterile air-conditioned computer centre. However, the front panel, as the interface between the computer and its operators, now developed into a rather more clearly laid-out console. This control desk, often several metres away from the computer cabinets themselves, contained all the input/output devices - switches and push-buttons, tape punch and teletypewriter - making the console the first universal man/machine interface."(49)

(104-129) 3.0 The minicomputer

(131-221) 4.0 The microcomputer

"The main change in the user interface, compared to home computers, was the use of an operating system, even if the DOS-type command syntax was generally less convenient than the BASIC programming language. Text remained the basis of interaction with the computer, still with a strict distinction between text and graphics modes, the programs having to switch back and forth between them."(147)

(222-271) 5.0 The desktop computer

"In the computer sciences, graphics always occupied an 'outsider' status; many engineers and scientists dismissed them as an unnecessary gimmick and a waste of resources. Most specialists knew graphics only in the form of computer games, something that raised only a faint smile. Why would one need graphics for serious tasks such as scientific and commercial applications, when there were machine code and assembler, FORTRAN and Algol, and the command-line interface by means of which an expert could breathe life into a computer? For such people, graphics were simply a frivolity."(225)

(272-271) 6.0 Convergence and volatilisation

Wat conclusies over de user interface etc.

"In spite of new forms of interaction, such as images, sound, and video sequences, the development of the graphics user interface per se, as the state-of-the-art operating standard for present-day PC's, would appear to be marking time. In view of the enormous quantitative progress in computers in the past fifteen years - higher speeds, greater storage capacity, and better resolution of the output devices - qualitative progress in the interface has remained largely unfulfilled.

The criticism of the graphics interface is almost as old as the interface itself, which basically has hardly changed since 1984. Jeff Raskin, who played a significant part in developing the Apple Macintosh over a quarter of a century ago, even ventured the opinion that the graphics user interface is incompatible with humans, and that computers will remain frustrating, difficult, and taxing to work with so long as their interface remains unchanged.

Again and again, criticism is levied at the desktop metaphor. Its greatest strength - reducing reality to a few actions and objects - is at the same time its greatest weakness.(...) As the number of files increases, so does the problem of keeping track of them. Organizing the data in nested folders necessarily leads to an unclear structure, and a significant proportion of the time spent working at the computer is inevitably wasted in finding and retrieving files.(...)

The restricted set of actions in the graphics interface is also a mixed blessing. Compared with the human senses and a person's differentiated means of expression, a computer's ability to absorb and impart information is hopelesly narrow and underdeveloped. A large potential for interaction and communication between people and their computers therefore remains untapped."(275-276)

Convergentie slaat dan verder op de integratie met andere technieken als mobiele telefoon, PDA, digitale TV, etc. Volatilisatie (vervlieging) is een gevolg van de steeds verdergaande miniaturisatie en leidt bv. tot 'wearables' en symbiose van menselijk lichaam en kleine computers (weer eens een andere vorm of 'embedded chips').

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk