>>>  Laatst gewijzigd: 14 mei 2019  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Max Weber (1864-1920)

Weber las ik in het kader van mijn colleges wetenschapsfilosofie aan pedagogen. Hier volgt een samenvatting van een aantal zaken.

Persoon en historische achtergrond

Max Weber kwam uit een milieu met een zeer autoritaire vader en een even opofferingsgezinde moeder. De belangrijkste politici en denkers uit het Pruisen van die tijd waren er min of meer kind aan huis. Max Weber had dan ook al vroeg een grote intellectuele en politieke belangstelling.

Zijn vrij ascetische leefwijze leidde tot een brede belezenheid, en het is dan ook nauwelijks verbazingwekkend dat hij snel naam maakte als jurist, econoom en socioloog (n.b.: in die tijd bestond er nog een veel grotere samenhang tussen de wetenschappelijke disciplines). Na 1903 gaat hij zich steeds meer bezighouden met filosofie: hij schrijft over wetenschapsfilosofische en methodologische problemen, met name voor zover ze te maken te hebben met economie en sociologie. Die keuze heeft waarschijnlijk sterk te maken met de politieke en maatschappelijke situatie in het Duitsland van voor en na de Eerste Wereldoorlog.

Max Weber hield zich naast zijn wetenschappelijke en filosofische werk namelijk ook actief bezig met allerlei politieke problemen van zijn tijd: het door het kapitalisme ontstane sociale vraagstuk, het vrouwenvraagstuk, de nationale binnenlandse en buitenlandse politiek, en zo voort. Hij nam daarbij onder andere stelling tegen de verlammende machtspolitiek van Bismarck en in een later stadium tegen die van keizer Wilhelm II, tegen de voortschrijdende bureaucratisering van het staatsapparaat, en met name tegen de verregaande domheid en het gebrek aan realiteitszin van de regeringsbeslissingen die genomen werden tijdens de Eerste Wereldoorlog van 1914-1918. Hij bepleitte vanuit een nationalistisch standpunt dan ook een versterking van het parlementaire systeem en een verbetering van het politiek leiderschap.

Eind 1918 ligt Duitsland op zijn gat. Er heerst volkomen verwarring: de oorlog is verloren. de verliezen zijn aanzienlijk, het nationale prestige heeft een enorme deuk opgelopen want het land is overgeleverd aan de genade van de buitenlandse mogendheden. Daarnaast is in Berlijn en in Zuid-Duitsland de communistische novemberrevolutie gaande, terwijl de parlementaire democratie nog te weinig kansen heeft gekregen om de klappen te kunnen opvangen. De oudere generatie neemt meestal een reactionair standpunt in, waarbij nationalistische en conservatieve meningen de hoofdrol spelen. De jongere generatie weet zich in een vat vol tegenstrijdigheden: naast kritiek op overgeleverde waarden bestaan er tendensen om zich heldhaftig in de communistische revolutie te storten of om zich op een pacifistisch standpunt te stellen of om zich van heel het politieke strijdgewoel af te keren en de voorkeur te geven aan religieuze en anti-intellectuele stromingen waarin de persoonlijke beleving centraal staat.

Politici onttrekken zich aan verantwoordelijkheden, terwijl wetenschappers in de collegezaal politiek bedrijven. Van alle kanten wordt er geroepen om een leidersfiguur, om iemand die het land uit de chaos kan voeren. Ook van Max Weber hebben veel mensen hoge verwachtingen: hij staat immers bekend om zijn onafhankelijk oordeel, zijn redenaarstalent en zijn kennis m.b.t. sociaal-economische vraagstukken.

Weber's visie op de taak van de wetenschap

Vanuit die achtergrond wordt het duidelijk waarom Max Weber zich ging afvragen wat binnen de indertijd gegeven maatschappelijke omstandigheden de zin van wetenschap kon zijn. Veel mensen zagen graag een antwoord van de wetenschap op de vele brandende problemen die er lagen.

Als Max Weber echter in 1919 een tweetal redevoeringen - Wissenschaft als Beruf en Politik als Beruf - houdt voor de Freistudentische Bund, meent hij zijn toehoorders te moeten teleurstellen: hij vindt dat zij veel te hoge verwachtingen koesteren over waartoe een wetenschap in staat is, hij vindt dat zij een verkeerd beeld hebben van wat wetenschap is, kan zijn en moet zijn.

Hoe komt Max Weber aan zijn stellingname? Waarom meent hij dat een wetenschapper niet die profetische en dienende functie kan hebben die iedereen hem zo graag in de schoenen zou schuiven? Waarom meent hij dat wetenschap weliswaar zinvol is, maar desondanks niet die belangrijke taak kan hebben voor de praktijk die men haar wil opleggen? Max Weber's argumenten zijn de volgende:

Uit het bovenstaande blijkt duidelijk de kritiek die Max Weber had op allerlei opvattingen die in zijn tijd leefden bij zowel de oudere generatie als bij de jongere generatie. Hij verwijt ze in feite, dat ze de realiteit niet onder ogen willen zien en dat ze de wetenschap willen gebruiken in het belang van hun eigen standpunten. Het is dus niet zo vreemd dat veel van zijn toehoorders teleurgesteld werden door het onafhankelijk oordeel dat Max Weber in zijn beide redevoeringen naar voren bracht: hij liet zich bepaald niet voor hun karretje spannen.

Waardenvrijheid

Vanuit de eerder gegeven argumentatie komt Weber tot zijn opvatting over de waardenvrijheid van de wetenschap. Eveneens wordt daarmee duidelijk waarom volgens Max Weber de taak van wetenschapper en wetenschap slechts beperkt kan zijn. Verdere argumentatie:

Weber over filosofie

Wat vond Max Weber van filosofie? "Davon verstehe ich nichts." schijnt hij ooit gezegd te hebben. Iets zal er wel van waar zijn: Weber was een op zakelijkheid gericht persoon en zeer wetenschappelijk ingesteld.

Desondanks geeft Marianne Weber aan dat hij onderscheidt tussen een 'wetenschappelijke filosofie' en een 'buitenwetenschappelijke filosofie'. De 'wetenschappelijke filosofie' bestaat uit logica, kennistheorie en waardentheorie (axiologie). Logica en kennistheorie dienen bij Weber min of meer als grondslagenonderzoek bij de wetenschap. De waardentheorie had als taak de mensen te vormen en duidingen te geven van zin en grenzen van de verschillende waarden. De 'buitenwetenschappelijke filosofie' bestaat uit speculatieve metafysica, ethiek enz. die weliswaar proberen naar hun methode wetenschappelijk te zijn, maar toch zeer weinig te maken hebben met wetenschap (Marianne Weber Max Weber — ein Lebensbild, p.334-6, 470, 550).

We mogen concluderen dat Weber geen hoge pet op had van speculatieve filosofie en dat hij een filosofie wilde die zich bezig houdt met grondslagenonderzoek. Na zijn crisis van 1897 tot 1902 verdiept hij zich ook zelf in conceptuele analyse, methodenleer, vooronderstellingen van de wetenschap, en zo voort (resultaat daarvan zijn zijn Gesammelte Aufsätze zur Wissenschaftslehre).

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk