>>>  Laatst gewijzigd: 14 mei 2019  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Waarden en seksualiteit

Citaat

Jessie: Don't you believe in anything, Maurice?
Maurice: Pleasure, I like. I've tried to give pleasure. That's all I'd recommend to anyone.
Venus
[film van Roger Michell; 2006]

Waarden en seksualiteit: Intro

De beste manier om door een 2500-jaar oude benadering heen te breken, de scherpste beweging om een gerichtheid op de 'innerlijke mens', het 'intelligibele', de 'theoria' van je af te schudden is er een met de sfeer van het lichamelijke, van het genieten van je lijf, van andermans lijf, van iemand láten genieten.

Zelfverloochening desocialiseert, deseksualiseert, ontwereldlijkt, zegt Herman Berger in De progressieve en de konservatieve mens (p.136-137). Daar begint alle ellende. Als je jezelf al niet meer in alle volheid en volledigheid wilt en kunt ervaren, hoe kun je dan nog de rijkdom van de ander of van de wereld zien? Heel je gedrag gaat draaien om beheersing - van jezelf, van de anderen, van de wereld - en daarmee om macht.

Nietzsche verwoordt de kern van zo veel eeuwen filosofie, hij zegt in alle openheid wat in de traditionele metafysische filosofie volop aanwezig is, zonder dat dat uitgesproken wordt: alles is wil tot macht en niets meer of minder dan dat. Maar hij vergeet dat ook dát een schepping van mensen is en niet het gevolg is van een of andere absolute waarheid op ontologisch of antropologisch niveau. De wereld is niet wil tot macht voor eens en voor altijd. Wij mensen hebben die wereld zo gemaakt, wij hebben er voor gezorgd dat macht het huis is waarin we wonen.

Nietzsche komt - hoe graag hij dat ook wil - helemaal niet los van de platoons-christelijke traditie, want hij zegt nergens dat we mogen genieten van ons lichaam, van het lichaam van de anderen, van de wereld. Nietzsche formuleert de verkramptheid waarin de (westerse) mens terecht is gekomen. En ondanks zijn felle kritieken op zelfverloochening en dergelijke ontsnapt hij niet aan het ideaal van het begrijpen, van het geconcentreerde denken. Ook Nietzsche schrijft en denkt nog vanuit het heilige moeten. Weinig spontaniteit, weinig kinderlijke openheid, te veel verkrampte rationaliteit.

Omdat zo veel filosofie steeds weer gepleit heeft voor het doorbreken van het 'principium individuationis' om het Ene en Hoogste en Goede en Ware en Schone enz. te bereiken, wie weet is het daarom voor mensen gebruikelijk geworden om elkaars individualiteit te ontkennen en/of af te nemen en om zichzelf op te offeren. De gevolgen - moord, foltering, verkrachting, onderwerping, mishandeling, gebrek aan aandacht, gebrek aan assertiviteit, onzekerheid, je zelf niet willen ontwikkelen, en zo verder - zijn ontstellend en alom aanwezig.

Het idee dat blij zijn met het aardse, met het lichaam, zondig is!! Je mag niet blij zijn en genieten van de natuur, de mooie dingen, van de schoonheid van anderen, van lachen en dansen en seks. Je mag alleen gelukkig zijn in het contact met het Ene, met god, en zo verder., dus wanneer je je individuele zelf losgelaten hebt, wanneer je je losgemaakt hebt van je lichaam, van de anderen en de wereld. De hemelse vreugde zou eeuwig zijn. Mogelijk. Maar ik begrijp niet waarom de vreugden van het moment dan verworpen moeten worden. Waarom zijn dingen, ervaringen die de tijdgebondenheid en de vergankelijkheid niet overstijgen van mindere kwaliteit?

Prachtig wat Berger over algemene normativiteit en eigenheid zegt. Inderdaad: moesten we niet (moeten we niet nog altijd!) onze eigenheid opofferen voor de algemene wetten en belangen van god, vaderland en natuur? Hebben we niet altijd moeten gehoorzamen aan wetten die absoluut genoemd werden? Zijn die wetten niet altijd belangrijker gevonden dan individuele mensen en daarmee ten koste gegaan van individuele mensen?

Van de andere kant: wat is onze eigenheid? Hoe kan ik vaststellen wat mijn 'ware zelf ' is? welke mijn fundamentele neigingen, voorkeuren en dergelijke zijn? Is dat - gezien de opvoeding - ooit los te denken van die algemene normativiteit? Want nog steeds moeten we zo veel: tegenwoordig moeten we spontaan en vrij zijn en moeten we onze eigenheid verwerkelijken. Wat is het feitelijke, wat het eigenlijke ik / zelf? Waarvandaan komt die neiging om niet in het feitelijke door anderen bepaalde ik te blijven hangen? Wat is dat voor proces? Vanwaar die neiging anders te willen worden, te willen groeien en transcenderen? Wat is / waarin bestaat het eigenlijke ik? Kennen we een innerlijke norm? Een norm die absoluut is en die we niet kunnen negeren op straffe van onlust- en ongeluksgevoelens? Maar hoe komt het dan dat zo veel mensen nooit groeien? Waarom spreekt een bepaald mensbeeld mij wel aan en een ander mensbeeld niet? Wat in me selecteert? Welke criteria hanteert mijn ik?

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk