>>>  Laatst gewijzigd: 26 april 2019  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Denkwerk

Filosofie van de computertechniek: Intro

Het ligt gezien mijn achtergronden voor de hand dat ik met name belangstelling heb voor de rol die computertechniek in de samenleving speelt. 'Computers' in de breedste betekenis van het woord. Ik heb het niet alleen over die "dure 'presse-papiers' op onze bureaus" zoals Rawlins schrijft.

Ik gebruik computers sinds de tachtiger jaren. Ik heb zogezegd deel uitgemaakt van de geschiedenis ervan. Althans: van de geschiedenis van de computer als persoonlijke computer. De geschiedenis van de computer begint immers al minimaal vijftig jaar eerder. Zoals zo veel mensen ben ik computers gaan gebruiken voor allerlei activiteiten, bouwde deskundigheid op, en kon dit tot mijn werk maken.

Techniek en computertechniek

Uiteraard spelen bij computertechniek de vragen en problemen die van toepassing zijn bij techniek in het algemeen. Het verschil is alleen dat aan computers nog een groter belang gehecht wordt dan aan andere technische middelen. Aan computers worden door sommigen zelfs eigenschappen toegeschreven die nog nooit werden toegeschreven aan andere machines.

Computernetwerken

Ook in een ander opzicht vormen computers een bijzonder technisch middel. Computers kunnen aan elkaar gekoppeld worden zodanig dat ze gegevens met elkaar kunnen uitwisselen. Je krijgt dan netwerken van computers. Die netwerken van computers kun je ook weer aan elkaar koppelen. Dan krijg je wereldwijde computernetwerken en het Internet.

Hier heb je nu zo'n stuk techniek dat een aantal prima mogelijkheden biedt. We kunnen die gebruiken om elkaar e-mail te sturen, we kunnen websites bezoeken, we kunnen bestanden uitwisselen, we kunnen dingen kopen, we kunnen met elkaar kletsen, we kunnen foto's en filmpjes bekijken, we kunnen muziek beluisteren, het maakt niet uit waar iemand is, wat voor iemand het is, waar het staat.

Maar zoals altijd is er een andere kant. Het meest fundamentele gebrek aan communicatie via computernetewerken is: we zijn niet bij elkaar als fysieke mensen, we missen elkaars non-verbale reacties, we kunnen elkaar niet aanraken of met elkaar vrijen, dat soort dingen. In essentie zitten we gewoon eenzaam achter een apparaat op een muis te klikken en woorden in te typen, hoeveel mensen we zogenaamd ook als 'vrienden' of 'followers' hebben. Het is altijd leuker om met iemand samen achter de computer te zitten en te lachen om filmpjes, te kletsen over websites of wat ook wat op het beeldscherm opduikt. En misschien is het leven wel een stuk boeiender wanneer er helemaal geen computers in de buurt zijn.

Gebruik en misbruik

Misbruik van computernetwerken is er ook. Je krijgt e-mails waar je helemaal niet om gevraagd hebt ('spam'). Criminelen proberen binnen te dringen in je computer om je wachtwoorden te stelen (virussen en trojaanse paarden) of op een andere manier bij je geld te komen ('phishing' via nep-emails en nep-websites). Omdat de sociale controle door de aanwezigheid van echte mensen van vlees en bloed ontbreekt, zien veel mensen er geen gat in iedereen lastig te vallen met racistische en seksistische scheldpartijen, bijvoorbeeld in webforums, nieuwsgroepen en zo verder.

Dat betekent dat voor deze technische mogelijkheden zoals zo vaak de vraag opduikt hoe een goed gebruik ervan bevorderd en een slecht gebruik voorkomen kan worden. Dat weer betekent dat normatieve vragen opduiken, bijvoorbeeld vragen als 'Is het kraken van computernetwerken en -systemen geoorloofd?', 'Zijn systeembeheerders van computernetwerken en -systemen verplicht om het kraken van hun systemen met alle mogelijke middelen tegen te gaan?'. Technici zijn vaak erg slecht in het beantwoorden van de normatieve vragen waarmee ze te maken krijgen. De oppervlakkigheid van hun antwoorden is vaak ontstellend.

Gaten in de beveiliging opsporen

Dat blijkt van een kant heel duidelijk uit het boek over de Chaos Computer Club. In het algemeen verdedigen krakers van computersystemen hun werk vaak met de opvatting dat het in ons aller belang is om zo veel mogelijk aan te tonen dat computernetwerken en -systemen niet waterdicht, niet veilig zijn. Zij zeggen duidelijk te willen maken dat het vaak heel gemakkelijk is om vertrouwelijke gegevens over mensen uit computers te vissen, en dat het dus zo is dat de beheerders van al die gegevens absoluut geen oog hebben voor de privacy van de mensen over wie ze gegevens opslaan. Er zijn inderdaad krakers die zich toegang verschaffen tot bepaalde databanken met gevoelige informatie en dat ook meteen melden, zodat de gaten in de beveiliging gedicht kunnen worden. Die beveiliging is belangrijk, want ze garandeert de privacy van al die vaak zeer persoonlijke informatie.

Dit streven is op zich heel verdedigbaar. Neem maar het volgende denkbeeldige voorbeeld. Wanneer ik in staat zou zijn in te breken in de computers van de IB-groep vanwege een mogelijke slechte beveiliging, en wanneer ik me zelfs allerlei privileges zou kunnen toeëigenen waarmee ik gegevens zou kunnen opvragen en wijzigen, dan zou ik van alle studenten allerlei persoonlijke zaken kunnen achterhalen en kunnen aanpassen.

Informatie over iemands sociale situatie, over iemands schulden, over iemands gezondheid en ziektegeschiedenis, over iemands criminele verleden, en ga maar door, allemaal informatie die ergens in computers is opgeslagen, mag natuurlijk nooit toegankelijk zijn voor zo maar iedereen. Inderdaad horen de beheerders van dergelijke computersystemen er voor te zorgen dat dat onmogelijk is, en het is goed dat ze daar steeds weer op gewezen worden.

De arrogantie van computerkrakers

Maar is het daarmee krakers toegestaan om een poging te wagen die beveiliging te doorbreken? Juridisch in ieder geval sinds een paar jaar niet meer. Het is immers lang niet zeker dat krakers zo te goeder trouw zijn als ze graag suggereren. In genoemd boek over de Chaos Computer Club worden die dubbele bodems heel duidelijk. Natuurlijk: een maatschappijkritisch standpunt van 'beveiliging garanderen in het belang van de privacy van gegevens' wordt door een aantal van hen zeker ingenomen.

Tegelijkertijd is er sprake van een dermate grote morele naïviteit, dat ik als filosoof meteen weet dat deze krakers zeker niet al te ver doordenken over de gevolgen van hun handelingen. Een voorbeeld uit het zojuist genoemde boek. Drie principes uit hun 'krakersethiek' zijn:

"--De toegang tot computers en tot alles waaruit duidelijk wordt hoe deze wereld functioneert, moet onbegrensd en volledig zijn.
--Alle informatie moet vrij en onbeperkt zijn.
--Rommel niet met andermans gegevens."(149-159)

Lekker vaag in de eerste plaats. Iedereen moet dus blijkbaar toegang kunnen hebben tot allerlei persoonlijke gegevens. Iedereen heeft het recht andermans dagboeken in te zien, zegt dit standpunt in feite. Dat slaat natuurlijk nergens op. Het is nooit zo dat alle informatie voor iedereen toegankelijk is of kan zijn. Dat is heel verdedigbaar, al was het maar om er voor te zorgen dat niemand misbruik maakt van zeer vertrouwelijke en persoonlijke informatie. En een opvatting die zegt dat er niet gerommeld moet worden met andermans gegevens, garandeert nog niet dat dit niet gebeurt. Maar los daarvan kan ik er simpelweg voor willen kiezen bepaalde informatie voor mezelf te houden, omdat ik niet wil dat anderen dat allemaal van me weten. Het is een kreet, een ongenuanceerd standpunt.

Zo blijkt uit de kraakavonturen die ze vertellen maar al te duidelijk dat het hen echt niet alleen om genoemde uitgangspunten gaat en dat het rommelen met gegevens heel vaak toch gebeurt. De eigen ambitie een systeem te kraken, de trots wanneer het lukt, die hele egotripperij rondom het binnendringen van computersystemen (let wel: op kosten van anderen, want een ander betaalt de rekening!) druipt er van af.

De arrogantie die uit die verhalen blijkt, wijst lang niet altijd op maatschappelijke solidariteit met de onwetende burgers. Integendeel: zij tasten natuurlijk ook de privacy aan van de mensen over wie gegevens zijn opgeslagen door rond te neuzen en allerlei bestanden te bekijken, ze doen dat op kosten van anderen, ze bezorgen systeembeheerders handenvol werk om achtergelaten puinhopen op te ruimen, en dergelijke. Het is dus nog maar zeer de vraag of ze zo te goeder trouw zijn, en het is inderdaad verdedigbaar dat computersystemen en opgeslagen informatie via juridische weg beschermd worden tegen dit soort computerkrakers.

De arrogantie van systeembeheerders

Van de andere kant bestaat er een even grote naïviteit aan de kant van de systeembeheerders. In Stoll's boek Het koekoeksei worden bijvoorbeeld uitspraken gedaan als de volgende. Op de vraag of de kraker schade had aangericht, reageert een sysop met de uitroep:

"'Enige schade! Hoorde je dan niet wat ik zei?' barstte Bob uit. 'Onze netwerken zijn verdomd kwetsbaar. Mensen sluiten zich op ons aan in het vertrouwen op steun. Als iemand in een computer inbreekt, krijgt dat vertrouwen een behoorlijke knauw. Nog afgezien van het feit dat ik er dagen tijd mee kwijt ben en dat we genoodzaakt zijn netwerkverbindingen af te sluiten, ondermijnen die krakers de openheid waardoor we in staat zijn gezamenlijk wetenschap te bedrijven.'"(203)

Stoll zelf bevestigt later dat standpunt:

"Ik had geleerd wat onze netwerken feitelijk waren. Ik had ze aanvankelijk gezien als een complex technisch mechanisme, een wirwar van draden en circuits. Maar ze waren veel meer een kwetsbare gemeenschap van mensen, met elkaar verbonden door vertrouwen en samenwerking. Als dat vertrouwen verbroken wordt, zal de gemeenschap voor altijd verdwijnen .. Zouden wij in een klein plaatsje waar de mensen nooit hun deuren op slot doen, de eerste inbreker prijzen die aangetoond had hoe dwaas het is om je huis open te laten? Als zoiets gebeurde, zou de stad nooit meer die deuren open laten, de vroegere eenheid en openheid zou voorgoed verdwenen zijn. Kraken kan met zich meebrengen dat computernetwerken ingewikkelde sloten en controles moeten aanbrengen. Legitieme gebruikers kunnen hierdoor moeilijker communiceren, en minder informatie met elkaar delen. Om van het netwerk gebruik te maken, moeten we ons misschien straks allemaal identificeren en aangeven wat we precies willen - gewoon een beetje rondhangen, krabbelen of kletsen is er dan niet meer bij, en je kunt ook niet meer zien wie er nog meer op het netwerk zit."(354-355)

De noodzaak van regelgeving

Hier blijkt nog hetzelfde naïeve geloof in de openheid en toegankelijkheid van informatie. Stoll vermeldt in dit boek zelf dat de kraker toegang wist te krijgen tot ziekenhuiscomputers die gebruikt worden voor een juiste bestraling van kankerpatiënten. Veiligheid is hier belangrijker dan openheid. Het standpunt dat Stoll én de krakers merkwaardigerwijs samen innemen gaat uit van een zeer optimistisch mensbeeld waarin iedereen geacht wordt te goeder trouw te zijn. Maar niet iedereen is te goeder trouw. Dat geldt zelfs niet voor al die wetenschappers die over de mondiale netwerken wetenschappelijke informatie uitwisselen, zoals is gebleken - ook het stelen van iemands onderzoek komt voor.

Daarom moeten er ook regels gesteld worden voor de beveiliging van computernetwerken. Van een kant zodanig dat die (privacy-)gevoelige informatie die in computerdatabanken is opgeslagen niet toegankelijk is voor mensen die niets met die informatie van doen hebben. En dat belangrijke informatie in computersystemen beschermd kan worden tegen inbraak, diefstal en vandalisme. Van de andere kant zodanig dat voor bepaalde mensen democratische controle op bepaalde militaire ontwikkelingen en politiek gevoelige informatieverzameling (van de computers van defensie en van inlichtingendiensten en de politie) mogelijk blijft.

Vragen

Bovenstaande roept allerlei vragen en problemen op die specifiek gelden voor computertechniek. Die komen hier aan de orde. Computers vormen zonder twijfel een belangrijk technisch middel. Maar worden we door computers nu werkelijk productiever? Op wereldwijde schaal misschien wel. Maar op individuele schaal, thuis of op de werkplek? Hoeveel goeds verliezen we er mee en hoeveel goeds winnen we er mee? En zo voort.

Computers en computernetwerken zijn geïdealiseerd door velen, maar langzamerhand groeit er een zeker realisme, zelfs zo dat oudgedienden zoals Stoll zeer kritische boeken schrijven over deze techniek. Alsof ze spijt hebben van het kritiekloze enthousiasme uit hun jeugd. Vermoedelijk omdat ze gaandeweg zijn gaan beseffen dat het risico dat we met een technisch middel het paard achter de wagen spannen nog nooit zo groot geweest is. Het gebruik van computers kan mensen en hun samenleving diepgaande schade toebrengen. Computertechniek wordt gebruikt met achterliggende waarden en normen die helder moeten worden. Het is noodzakelijk standpunten in te nemen.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Denkwerk