>>>  Laatst gewijzigd: 2 januari 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Weblog

Waarom ik filosoof ben ...

(1 juli 2002)

Ik ben filosoof. Een echte. Altijd geweest ook. Ik kon, toen ik dertien was, al niet begrijpen dat een meisje in BH en Broekje zich anders gedroeg dan hetzelfde meisje in Bikini. Nog geen gevoel voor context natuurlijk.

Ik stelde de hele tijd vragen, wilde alles begrijpen en weten, gedreven door een niet te stuiten nieuwsgierigheid en een eindeloze verwondering over alles. Als de filosofie - zoals ze zeggen - begint met de verwondering, wel, dan begon met die nieuwsgierigheid en verwondering in feite al vroeg mijn filosofie.

Irritant nieuwsgierig

Niet het gemakkelijkst soort mensen, filosofen. Ik heb weinig mensen gekend die het leuk vonden om met een jong en fanatiek onderzoekertje te maken te hebben. Nieuwsgierigheid irriteert mensen. Vragen irriteren mensen. De houding dat niets vanzelfsprekend voor je is, dat je het allemaal nog wel eens wil zien, dat je niets zo maar op gezag aanneemt. Mensen kunnen er slecht tegen.

Filosofie is belangrijk in mijn leven. Het is filosofie als een diepgaande behoefte aan begrip van fundamentele zaken, als levensnoodzaak bijna. Filosofie ligt voor mij zeer gevoelsmatig. Mijn pogingen een antwoord te vinden op belangrijke vragen kunnen me inspireren, maar ook verlammen. Het gaat zoals met elke passie: soms beweegt ze je intens en soms maakt ze je bewegingloos. Passie en passiviteit.

Filosofie is eigenlijk belangrijk in ieders leven, is belangrijk voor de maatschappij. Plato zei het al:

"We mogen al tevreden zijn telkens als iemand iets zegt waar een beetje redelijkheid in steekt en als hij manmoedig, met inspanning van al zijn krachten, voor zijn gedachten durft uit te komen." Plato Euthydemus Editie Xavier de Win, deel 1 / p.80

Het niet zo moderne postmodernisme

Wat me vanaf jongs af aan 'dwars zit' is het probleem dat mensen er over allerlei kwesties verschillende standpunten op na houden. Nee, ik zeg het verkeerd. Ik bedoel: dat er geen manier lijkt te bestaan om te onderscheiden tussen 'goede' en 'verkeerde' standpunten over die kwesties. Vandaag de dag mag iedereen maar alles 'vinden' en wordt gedaan of elke mening even belangrijk is.

Ik blijk een onverbeterlijke moralist. Dat postmoderne relativisme maakt mensen denklui en veel standpunten kunnen wat mij betreft absoluut (!) niet door de beugel. Ik zoek naar manieren om hard te maken dat bepaalde opvattingen beter zijn dan andere. Van de andere kant heb ik een grote hekel aan alle vanzelfsprekendheden, aan dogma's, aan standpunten waarover niet meer nagedacht en gepraat mag worden en waarvan de mensen die ze hebben vinden dat we ze maar moeten geloven. Ook dat maakt denklui.

Het is niets nieuws, eigenlijk. Socrates had dat probleem zo'n 2500 jaar geleden ook al. Het onderscheid tussen 'ware kennis' en 'meningen', het onderscheid tussen wat 'absoluut goed' en 'absoluut verkeerd' handelen is, het onderscheid tussen 'mooi' en lelijk', tussen 'waarachtig' en 'onwaarachtig', het heeft filosofen altijd bezig gehouden.

Eenheid en veelheid in de 'global village'

Natuurlijk kunnen we niet meer zo denken als Socrates en Plato deden, de inzichten zijn gegroeid, de tijden zijn veranderd. Maar het probleem van 'veelheid' en 'eenheid' is alleen maar groter geworden. We leven nu in een samenleving die multicultureel is, de 'global village' herbergt mensen met alle mogelijke achtergronden, en de vele media brengen alle standpunten de huiskamer binnen. Het beeld van diversiteit maakt onzeker.

Mensen krijgen steeds te horen dat die diversiteit een onvermijdelijk gegeven is. Dus klampen ze zich vast aan schijnzekerheden, aan religieuze en andere dogma's, aan bijgeloof en illusies. Ironisch: het ene dogma roept het andere op. En dus blijven oorlog en agressie gewoon bestaan.

De kunst is om het ondoordachte relativisme te bestrijden zonder in dogma's te vervallen, of andersom: de dogma's te bestrijden zonder in een zinloos relativisme te vervallen. Mensen worden pas volwassen wanneer ze een rationaliteit opbrengen die onzekerheden accepteert zonder het streven naar eenheid tussen mensen te grabbel te gooien.

We moeten op alle terreinen leren rationeel te handelen en te overleggen. Er is geen samenleving mogelijk wanneer mensen leven vanuit dogma's en er is ook geen samenleving mogelijk wanneer mensen elke opvatting even acceptabel vinden. De enige weg is de moeilijke weg.

Niet weglopen voor complexiteit

Dat valt niet mee natuurlijk. Alles hangt samen met alles. Wat we kunnen weten hangt af van hoe we de taal gebruiken en van hoe goed we in staat zijn om onze waarnemingen te interpreteren. Goede interpretaties hangen weer af van een goed besef van je eigen context. Ik denk dat dat mijn kracht is: ik heb bij alles oog voor de context. Ik bedoel dan de historische, culturele, maatschappelijke, sociale, psychische, lichamelijke achtergrond van mensen, van schrijvers, van wetenschappers, van hun theorieën, hun boeken en artikelen, van hun onderzoeken. Die kracht is zoals gewoonlijk tegelijkertijd mijn zwakke plek, het teveel van de context blokkeert me af en toe compleet.

Noem het leefwereld, horizon, veld van betekenissen, situatiedefinitie, referentiekader, gemeenschappelijke achtergrond. Maar niemand verwerft kennis in een vacuüm. Niemand leert taal te gebruiken, spreekt en schrijft zonder gemeenschappelijk wereld. Niemand kan interpreteren of handelen buiten de geschiedenis of de wereld of de anderen.

Dit maakt alles zo complex, zo moeilijk te begrijpen en te vatten, dat mensen in veel situaties gaan reduceren tot een paar factoren, gaan vereenvoudigen. Reducties zijn altijd weer gevaarlijk en worden gemakkelijk dogmatisch gebruikt, je kunt er maar heel beperkt conclusies uit af leiden over de niet-gereduceerde werkelijkheid. Daarom zijn de resultaten van veel wetenschappelijk onderzoek volkomen waardeloos.

Een beeld als voorbeeld

Ik heb een beeld in mijn hoofd.

Laag 1

Er is een eerste vage wolk / sfeer / laag / water in 3D. De laag wordt gekenmerkt door een historische periode, door de geografische locatie, op die manier door de cultuur en de maatschappij daar, maar ook door het klimaat en de milieuvervuiling daar, de verkeersdrukte, de sociale drukte, flora en fauna, stad of land, gebergte of vlakte, woning en woninginrichting, voedsel, kleding, gewoontes, rolverdelingen, gezondheidstoestanden, genetische mutaties van mensen, leeftijd van mensen. En daar binnen zie je - als het ware 'gemaakt' door dat grote web van factoren - twee mensen die de liefde bedrijven.

Laag 2

In een nieuwe vage wolk zie je langzaam een kind ontstaan, uitgroeien, te voorschijn komen. Je ziet het genetische materiaal, de kenmerken, de zegeningen en de problemen. Je ziet gezond dan wel ongezond gedrag vóór de zwangerschap. Je ziet of het een meisje of een jongen is geworden. Je ziet en hoort hoe de ouders tijdens de zwangerschap met het kind omgaan. Praten en voelen ze samen aan haar zwangere buik? Drinkt of rookt de moeder of gebruikt ze drugs of medicijnen die van invloed zijn en dóórdringen in het milieu van het ongeboren kind? Rookt de vader? Hoe wordt er in de context met zwangerschap omgegaan?

Laag 3

Stel: het is een meisje. Voor jongens en meisjes geldt een vergelijkbaar, maar verschillend verhaal. Het meisje wordt geboren, groeit op. Uiteraard zijn alle invloeden van laag 1 en laag 2 aanwezig. Maar de ouders staan haar mischien af voor adoptie, een pleeggezin, waardoor er een nieuwe reeks invloeden, een nieuwe context opduikt. Dit meisje leeft in context X en voor haar begint het grote leerproces, de grote interactie tussen wat fysiek / mentaal in haar zit en haar omgeving. Ze doet voortdurend indrukken op uit de wereld om zich heen, leert haar lichaam te gebruiken (drinken, bewegen, huilen, lachen, enz.), leert kruipen, lopen, communiceren met gebaren en woorden. Ze leert de betekenis van wat ze denkt, voelt en om zich heen ziet en hoort omdat ze in de communicatie met de mensen om haar heen de betekenis leert van gebaren en woorden. Je mag het met recht een tekenwereld noemen, tekens die zij leert interpreteren, in eerste instantie op de manier van de mensen om haar heen.

Laag 4

Er komt een punt dat haar wereld groter wordt dan wat haar (pleeg)gezin biedt, dat ze ervaringen opdoet los van haar gezin, buiten op straat, op de crêche, op een school, misschien. Goede ervaringen, aandacht en liefde. Slechte ervaringen: misbruik, honger, oorlog, ellende. Hoe het ook zij: De grote interactie gaat door, met steeds weer nieuwe tekens, toenemende kennis, toenemende lichamelijke mogelijkheden of onmogelijkheden. Het nieuwe dat steeds weer geïntegreerd moet worden in het oude. Soms blijft iemand hangen in de vanzelfsprekende interpretaties van de omgeving. Soms wordt iemand steeds vrijer, kan zich en wil zich, misschien: moet zich, losmaken van de vanzelfsprekende interpretaties van voorheen en slaagt er in andere interpretaties aan tekens te geven. Wat maakt dat de een blijft hangen in het bekende en de ander op zoek gaat naar het onbekende? Wat maakt nieuwsgierigheid, wat maakt behoefte aan verandering en avontuur en verkennen van nieuwe mogelijkheden? Wat maakt hartstocht of gebrek aan hartstocht? Hoe uniek zijn mensen eigenlijk en wat máákt hen uniek?

Laag 5

Stel je voor dat het (pleeg)gezin gaat migreren naar een ander land! Migratie doorbreekt een hele horizon, voert mensen binnen in compleet onbekende tekensystemen die ze nog niet kunnen interpreteren. Hoe onthand moet je je in het begin voelen, wanneer je bijvoorbeeld niet eens de taal spreekt of kunt lezen. Je neemt je waarden en normen mee naar een een wereld met mogelijk geheel andere waarden en normen. Jij hebt geleerd al je naaktheid te bedekken en in een land als Nederland zie je in reclame, op TV, bij je vriendinnen op school de hele tijd naaktheid. Wie weet woonde je op het platteland, in de natuur, en zit je nu in de grote stad. Wie weet was je geliefd en leefde je in vrede temidden van gelijken, terwijl je nu gewantrouwd wordt, negatieve verhalen hoort over je groep, beoordeeld wordt op je huidskleur in plaats van op je gedrag. Al die enorme verschillen, wat doen ze met je interpretaties? Zo veel mogelijkheden: teruggrijpen naar zekerheden en introvert leven, in opstand komen en de strijd aangaan, iets er tussen in, je volledig proberen te assimileren en merken dat dat je niet gegund wordt.

Filosofie is dat allemaal

De breuklijnen waar aardbevingen ontstaan. We zeggen: de momenten dat je door de grond zakt, dat je de draad volledig kwijt bent, dat je het allemaal niet meer weet, dat je gedesoriënteerd bent. Plotseling dierbaren verliezen, misbruikt en mishandeld worden, bestaanszekerheid verliezen door een oorlog of door ontslag, geconfronteerd worden met excessief geweld, niet meer beschikken over je normale lichamelijke mogelijkheden omdat je ernstig ziek wordt of gehandicapt raakt.

Context. Filosofie die daar niets mee doet begrijp ik niet. Academische filosofie is meestal zo ver verwijderd van dit soort concreetheid. Ik wil een filosofie die iets kan met dat beeld en niet wegloopt voor de concreetheid en de complexiteit van het alledaagse bestaan.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek