>>>  Laatst gewijzigd: 2 januari 2018  
Ik

Woorden en Beelden

Filosofie en de waan van de dag

Start Glossen Weblog Boeken Onderzoek

Weblog

The Matrix Unloaded

(8 juni 2003)

Nog even snel opschrijven wat er filosofisch zo onzinnig is aan de films The Matrix, The Matrix Reloaded en The Matrix Revolutions voordat ik door Mr. Smith gewist word ... We leven niet in een echte wereld, maar in een computersimulatie? Ik zou me voorlopig geen zorgen maken.

Bostrom is één van die filosofen die stellen - zie zijn artikel Are you living in a computer simulation? (PDF) - dat het heel goed denkbaar is dat we in een computersimulatie leven.

Uitgangspunten simulatietheorie

Kort samengevat gaat die simulatietheorie uit van de volgende gedachten.

  1. Mentale processen zijn onafhankelijk van het materiële substraat. Met andere woorden: mentale processen zijn niet gebonden aan de hersenen van mensen en dus is het niet zo dat alleen mensen mentale processen / bewustzijn kunnen hebben. Het is dus mogelijk die mentale processen over te hevelen naar een andere materiële drager. Wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan is, kan ook andere materie (bijvoorbeeld een computer) mentale processen / bewustzijn hebben.
  2. Aan die voorwaarden kan nu door computers nog niet voldaan worden. Maar dat gaat binnen een aantal decennia wel gebeuren (verwijzing naar K.E. Drexler, R. Kurzweil, H. Moravec, R.J. Bradbury, S. Lloyd).
  3. En zelfs als dat langer duurt, maakt dat niet uit voor het argument: ooit kunnen onze nazaten gebruik maken van computers die krachtig genoeg zijn om de geschiedenis van de hele mensheid na te bootsen, met bewustzijn en alle andere mentale processen incluis.
  4. Een representatief citaat:
    "Posthuman civilizations would have enough computing power to run hugely many ancestor-simulations even while using only a tiny fraction of their resources for that purpose."
  5. Daarom is het heel goed mogelijk dat wij - zoals wij onszelf in deze wereld meemaken - al in een computersimulatie leven die door latere generaties is gemaakt.
  6. Dit denken kan gemakkelijk leiden tot een religieuze conceptie van de wereld waarin 'posthumans' voor god spelen. Citaat:
    "Although all the elements of such a system can be naturalistic, even physical, it is possible to draw some loose analogies with religious conceptions of the world. In some ways, the posthumans running a simulation are like gods in relation to the people inhabiting the simulation: the posthumans created the world we see; they are of superior intelligence; they are 'omnipotent' in the sense that they can interfere in the workings of our world even in ways that violate its physical laws; and they are 'omniscient' in the sense that they can monitor everything that happens."
  7. Moreel gedrag zou dan kunnen voortkomen uit de noodzaak de makers te gehoorzamen, op straffe van uit de simulatie verwijderd te worden.

De films

The Matrix - The red or the blue pill? Beeld van website - Maker onbekendHet ligt voor de hand om genoemde films met dit soort gedachten in verband te brengen. In de trilogie is bijvoorbeeld het thema aanwezig van een echte wereld tegenover een gesimuleerde wereld. De makers van de gesimuleerde wereld zijn in een strijd verwikkeld met degenen die een echte wereld in stand willen houden. Je kunt van die echte wereld binnen treden in de 'Matrix' door je aan te koppelen. Wanneer je dat laatste doet, is alles wat jij doet en waar jij bent te volgen en te beïnvloeden door je maten, de controleurs.

De gesimuleerde wereld, de 'Matrix' zelf, is een wereld die door anderen gemaakt en bestuurd wordt. Daarom ben je in de gesimuleerde wereld een anomalie, een afwijking die door de makers van die wereld met virusbestrijders (Mr. Smith en zijn duplicaten) bestreden wordt. Bovendien loop je het risico dat je in die wereld gewist of gedood wordt. Het is dus niet zeker dat je ooit terug kunt keren.

In The Matrix Reloaded wordt die maker van de 'Matrix' gevisualiseerd alsof het een god is. En er wordt ook nogal wat gefilosofeerd over determinisme en vrijheid, een thema dat in een religieuze context altijd een belangrijke rol moet spelen - alsof in een gesimuleerde wereld niet alles per definitie voorgeprogrammeerd is, zelfs het gevoel dat je een vrije keuze kunt maken.

Commentaar

Ik ben erg sceptisch over zoiets als die gesimuleerde-wereld-theorie. Wanneer de uitgangspunten rammelen, zijn de conclusies natuurlijk ook niet erg overtuigend. Wanneer ik naar die uitgangspunten kijk, vraag ik me het volgende af.

Computers als materie voor denkprocessen?

De eerste stelling betreft de vraag of computers kunnen 'denken', 'intelligentie' hebben, 'bewustzijn', etc. In de 'philosophy of mind' zijn er mensen die zeggen: in principe wel, als de materie maar aan bepaalde voorwaarden voldoet. Als computers zo zouden worden dat ze intern precies die processen kunnen verrichten die menselijke hersenen kunnen verrichten, dan moeten we kunnen zeggen: computers kunnen denken.

Maar kunnen computers ooit aan die voorwaarden voldoen? Dat zou namelijk het volgende betekenen.

Kritiekloos vooruitgangsoptimisme en geloof in de techniek

Die eerste stelling komt voort uit een bovenmatig vertrouwen van wetenschappers en technici in het vermogen van mensen om te begrijpen en te construeren. Het is de kritiekloze neiging om te beheersen samen met het bekende vooruitgangsoptimisme dat ook te vinden is in de tweede en derde stelling.

Als we naar de ontwikkeling van computers kijken, dan zien we inderdaad een snelle ontwikkeling van de apparatuur. Hadden we in 1984 nog een processor met een snelheid van 4 MHz, nu hebben we processoren met meerdere kernen die duizend keer sneller zijn. Moesten we in de tijd al blij zijn met 64 KByte RAM, nu denken we in termen van Gigabytes RAM. Was indertijd een harde schijf van 20 MByte het summum, nu denken we in termen van terabytes (is zeg maar 1000 maal een GByte).

Dat is juist één van de opvallende constanten in die geschiedenis van computers: steeds sneller, steeds meer capaciteit. Dat zal ongetwijfeld doorgaan met weer nieuwe technieken en materialen.

Maar eigenlijk is dat helemaal niet interessant. Ik kan er bijna niet bij dat iemand als argument gebruikt dat over een aantal decennia computers zoveel krachtiger zijn dat ze in staat zijn simulaties van de totale werkelijkheid te maken. Doen ze dat vanzelf dan? Nog even los van de problemen om die complexe hardware te maken en foutloos te laten werken.

Het probleem is de software

Het probleem is maar zeer gedeeltelijk de hardware, de grootste problemen schuilen zoals bekend in de software en in hoe mensen met de apparatuur om (moeten) gaan (de human-computer-interface).

Bij tamelijk eenvoudige hardware blijkt het al onmogelijk om die hardware foutloos te programmeren. Er zijn niet zo veel begenadigde programmeurs die zowel het overzicht hebben als elegante en compacte code kunnen schrijven. Teamwork blijkt mogelijk, maar is lastig. Grote projecten, zoals het programmeren van een supercomputer om modellen voor het weer of voor botsende atoomdeeltjes te berekenen, kosten ook met een heel team soms vele jaren. Hoeveel moeilijker moet het zijn om nog complexere apparaten te laten doen wat mensen willen?

Er wordt in dit denken over een gesimuleerde werkelijkheid voortdurend verwezen naar 'flight simulators', 'virtual reality' en andere software om werkelijkheid na te bootsen. Vaak wordt er inderdaad een hoog niveau bereikt van simulatie, maar natuurlijk altijd bij gratie van de beperking, van een focus op slechts een deel van de werkelijkheid. En ga dan eens na hoeveel tijd het gekost heeft om dat niveau te bereiken. Wat moeten we ons dan voorstellen bij software die de hele werkelijkheid van nu zou kunnen simuleren, een wereld met zeven miljard mensen en nog eindeloos meer interacties?

En wat moeten we ons voorstellen bij het bedienen van deze simulatie-omgeving? Hoe speel je het met je simulator klaar om overzicht te houden over die immens complexe werkelijkheid, over die eindeloze stromen van informatie, zodat je kunt bijsturen, kunt regelen? De regelcentrales voor verkeer en energie van vandaag de dag - die zich slechts concentreren op een bepaald facet als vliegverkeer, voertuigen op de weg, de verdeling van gas, de pieken in het elektriciteitsnet - vragen al om steeds meer beeldschermen en mensen die ze in de gaten houden. Hoe gaan we dat doen met een regelcentrale voor de hele wereld?

Conclusie

De vierde stelling is daarom nonsens. Ze komt voort uit het bekende gedweep met de mogelijkheden van techniek, met computers in het bijzonder. Het is een gevaarlijk soort denken.

Het geeft de meeste mensen het gevoel dat computers belangrijker zijn dan mensen, dat ze macht over mensen hebben, dat ze slimmer zijn dan mensen. Of het leidt tot de in slaap sussende boodschap dat techniek de oplossing vormt voor al onze problemen, terwijl dat natuurlijk maar zeer ten dele het geval is en terwijl techniek zelf ook allerlei problemen creëert.

En het geeft sommige mensen, zoals Bostrom, het gevoel dat de mogelijkheden van huidige mensen overstegen en tot in het oneindige vergroot kunnen dan wel moeten worden door middel van die techniek. Het is niet toevallig dat hij het steeds over 'posthumans' heeft. Zowel Bostrom als Moravec hebben iets met het transhumanisme, net als de Nederlandse filosoof Jos de Mul.

Zinloze vragen

Het is het soort denken dat zinloze vragen stelt als: leven we in de echte werkelijkheid of in een gesimuleerde werkelijkheid?

Hoe zouden we kunnen wéten dat we in een gesimuleerde werkelijkheid leven? Elke gedachte die we in die simulatie hebben, zou immers onderdeel zijn van de simulatie. We kunnen er niet buiten gaan staan of er uit stappen zoals in The Matrix. Er is geen controle mogelijk, geen bevestiging of ontkenning. Ook als ik betwijfel dat we in een simulatie leven, zou een voorstander van dat idee kunnen zeggen dat dat een deel is van de simulatie. Het is een standpunt dat - zoals dat zo mooi heet - immuun is voor kritiek. Je gelooft het of je gelooft het niet.

Bostrom schrijft terecht dat een denken als dit religieuze trekken heeft. Als je gelooft dat de werkelijkheid een gesimuleerde werkelijkheid is, dan moet je ook geloven dat er wezens (de 'posthumans') zijn die die simulatie gemaakt hebben en in stand houden.

Bostrom vindt dat blijkbaar voor de hand liggend en aanvaardbaar. Ik niet. We komen dan weer op het bekende punt: mensen die het gevoel hebben dat ze onderworpen zijn aan hogere machten en geen moeite meer doen om iets van hun leven en hun eigen werkelijkheid te maken. Niet iets dat ik wil nastreven.

Start  ||   Glossen  ||   Weblog  ||   Boeken  ||   Onderzoek